JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Twee zoons - één opdracht - twee antwoorden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twee zoons - één opdracht - twee antwoorden

Belicht

5 minuten leestijd

Een man een man, een woord een woord. Zo zou het in elk geval moeten zijn. Wat je zegt, hoor je ook te doen. Mensen die regelmatig het tegengestelde doen van wat ze zeggen, komen niet bepaald betrouwbaar over. Zo op het eerste gezicht maken de beide zoons van een wijngaardenier dezelfde indruk. De ene zegt dat hij zijn vader niet wil helpen en hij doet het toch. De ander zegt dat hij gaat helpen in de wijngaard, maar hij doet het niet.

Er is al heel wat gebeurd, als de Heere Jezus de gelijkenis vertelt van de vader die zijn twee zoons de opdracht gaf om in zijn wijngaard te gaan werken. Kort ervoor waren de Farizeeërs bij Hem geweest met een strikvraag. Jezus had op deze vraag geantwoord met een andere vraag. Die vraag ging over het werk van Johannes de Doper. Was dat in opdracht van God of was het menselijk werk? Omdat ze niet wilden erkennen dat het in opdracht van God was, hebben ze gezegd dat ze het antwoord niet wisten. Als ze hadden toegegeven dat Johannes met een goddelijke boodschap kwam, dan hadden ze die boodschap moeten geloven en zich bekeren. En om hun vooraanstaande positie niet te verliezen, wilden ze beslist geen gehoor geven aan de opdracht tot bekering, die Johannes telkens liet horen.

Door middel van de gelijkenis gaat Jezus zelf het antwoord geven voor de Farizeeërs. Maar niet alleen voor hen. Eigenlijk voor iedereen die 'ja' zegt, maar 'nee' doet.

Met de zoon die ja zegt, maar toch niet aan het werk gaat in de wijngaard van zijn vader, bedoelt de Heere Jezus vooral de Farizeeërs. Zij zeiden wel ja: ze stonden vooraan in de tempel, ze waren druk bezig met het gebed, ze vergaten vooral niet om duidelijk zichtbaar hun giften te geven voor het goede doel. Maar op het moment dat Johannes hen in zijn preken ontmaskert als schijnheiligen, dan lopen ze kwaad weg. Ze geven geen gehoor aan zijn oproep tot bekering. Voor het oog van de mensen willen ze de schijn ophouden. Vandaar dat ze een ontwijkend antwoord gaven op de vraag van Jezus.

De Heere stelt ons in ons leven ook allerlei vragen. Vragen die op ons antwoord wachten. Bevestigend óf ontkennend. En dan niet een antwoord met woorden alleen, maar vooral een antwoord door het doen van wat Hij heeft gevraagd. De Bijbel is vol van vragen en opdrachten, zodat het niet moeilijk is om willekeurig enkele te noemen:

Mijn zoon, geef mij uw hart, en laat uw ogen Mijn wegen bewaren (Spreuken 23: 26);

...ga heen, verkoop alles wat gij hebt en geef het den armen... (Markus 10: 21);

Vergeldt niemand kwaad voor kwaad (Romeinen 12: 17).

Zo spreekt de Heere rechtstreeks tot mensen. Maar ook op een minder directe manier maakt hij Zijn wil bekend, door Zijn voorzienige leiding in het leven. Bijvoorbeeld door in een keuze voor een studie of beroep wegen te openen of juist deuren te sluiten. Vraagt de Heere van mij, dat ik mijn leven, ook in mijn beroep, inzet in de zorg voor mijn gehandicapte naaste? Vraagt de Heere van mij dat ik mijn carrière opgeef om Bijbelvertaler te worden bij een onbekende stam in Afrika? Vraagt de Heere van mij, dat ik...? Een hele rij van zeer concrete vragen is hier in te vullen. Vragen waarop lang niet altijd letterlijk in de Bijbel een antwoord te vinden is.

In de gelijkenis die de Heere Jezus de Farizeeërs en de omstanders voorhoudt, gaat het in de eerste plaats om bekering: het afstand nemen van de zonde en eigengerechtigheid om het Koninkrijk van God door het geloof alleen binnen te kunnen gaan. Hier wordt de Farizeeërs tot hun schande voorgehouden dat hoeren en tollenaren hun voorgaan. Zij hebben zich wél bekeerd na het horen van de prediking van Johannes.

Uiteindelijk gaat het om het gehoorzamen aan de wil van de wijngaardenier. Hij geeft een opdracht aan zijn beide zoons. Deze opdracht was niet vrijblijvend. Juist daarom verwijt Jezus het de Farizeeërs dat zij zich niet bekeerden, terwijl ook zij dat behoorden te doen.

Iedere opdracht die de Heere geeft, vraagt gehoorzaamheid: opdrachten die letterlijk in de Bijbel zijn terug te vinden, maar ook opdrachten die de Heere in de voorzienige leiding van ons leven geeft. Telkens weer gaat het er om, hoe die opdracht landt in ons leven. Zeker als deze opdracht op het eerste gezicht niet zo aantrekkelijk over komt. Hierbij zijn dezelfde reacties mogelijk, die in de gelijkenis naar voren kwamen. Ja zeggen, maar het niet doen: geestelijk doen wij dat van nature. Nee zeggen en het uiteindelijk toch doen: dat is vrucht van genade. Vrijblijvend zijn de opdrachten die de Heere geeft in elk geval niet. En de mogelijkheid om van harte te gehoorzamen heeft de Heere Jezus zelfverdiend, doordat Hij ja zei en het ook deed tot in de dood aan het kruis. En daarom werkt Hij dat door Zijn Geest in mensenharten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 2004

Daniel | 36 Pagina's

Twee zoons - één opdracht - twee antwoorden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 2004

Daniel | 36 Pagina's