"Bidden om Zijn licht en waarheid" - Over de gebeden voor en na de Catechismuspreek
Serie Formuliergebeden (2)
Achter de Geloofsbelijdenis van Athanasius en vóór de formulieren voor kerkelijke handelingen, staat een aantal gebeden: ook wel de formuliergebeden genoemd. Bijvoorbeeld het Gebed na de leer van de Catechismus en het Gebed voor kranke en aangevochten mensen. De formuliergebeden zijn onder te verdelen in drie groepen. De eerste groep is die voor de gemeentelijke samenkomst. De tweede groep bestaat uit gebeden voor ambtelijke vergaderingen. Daarbij gaat het dan om alle soorten kerkelijke vergaderingen en niet alleen om kerkenraadsvergaderingen. De laatste groep wordt gevormd door de gebeden voor de huiselijk sfeer en het dagelijkse leven. In deze serie worden deze formuliergebeden toegelicht.
Onderaan de trap roept je vader: "Maken jullie je zo klaar? Over een kwartier gaan we weg." 't Is zondagmiddag. Liggend op je bed blader je nog even in je boek. Vier bladzijden en dan is het hoofdstuk uit. Dan kan nog wel. Direct zit je er weer helemaal in. Maar voor je het weet is de tijd voorbij en moet je je haasten om nog met de auto mee te kunnen. Eenmaal in de kerk zit je de eerste minuten met je hoofd nog helemaal in je boek. Van bidden of het lezen van de Catechismus die aan de beurt is, is niets meer gekomen. Niet echt voorbereid dus. Maar, hoe doe je dat eigenlijk? En waar zou je om kunnen bidden? Een interview met ds. CJ. Meeuse uit Apeldoorn over de gebeden voor en na de Catechismuspreek.
"Hoe rijk sommige formuliergebeden ook zijn, het zou toch van grote armoede getuigen als ze in onze diensten gebruikt werden om slaafs op te lezen", meent ds. Meeuse. "We gebruiken wel trouw de officiële formulieren voor kinder- en volwassendoop, avondmaal, bevestiging van ambtsdragers en voor het huwelijk. Hiervoor zijn ook goede argumenten aan te voeren. Toch heeft de strijd tegen de formulieren in de Engelse kerk (Book of Common Prayer), in ons land overgebracht door Jacobus Koelman, ons geleerd dat aan het lezen van formuliergebeden voor of na de prediking, maar eigenlijk toch ook thuis, grote gevaren kleven. De inhoud die anderen in de formuliergebeden hebben opgeschreven, kan rijk zijn. Maar wie heeft de Heilige Geest nog oprecht nodig in zijn gebed als hij het opleest? De formuliergebeden hoeven niet al hun waarde te verliezen. We kunnen eruit leren welke zaken van belang zijn voor de openbare gebeden."
Sinds wanneer is het eigenlijk 'gewoonte' om één keer per zondag uit de Heidelberger Catechismus te preken? En met welk doel?
" Het was tijdens de reformatie een gewoonte in veel kerken in Europa om twee diensten te houden. De tweede dienst was een 'leerdienst', waarin de geloofsleer aan de orde kwam. Zo werd in de Lutherse kerken al vanaf 1533 uit de Lutherse Catechismus gepreekt. In ons land preekte de hageprediker Peter Gabriël in 1566 in Amsterdam al elke zondag uit de Catechismus. Latere synoden hebben dit als voorschrift voor de kerk vastgelegd. Dit heeft de Dordtse Synode in het bijzonder nog eens onderstreept. In artikel 68 staat: "De Dienaars zullen alomme des Zondags ordinaarlijk in de namiddagsche predikatiën, de somma der Christelijke leer, in den Catechismus (...) vervat, kortelijk uitleggen (...)". Het doel was ongetwijfeld om jongeren èn volwassenen op ordelijke wijze meer kennis te geven van de gehele geloofsleer, met toepassing op het dagelijks leven."
Er wordt in het gebed voor de Catechismuspreek niet alleen gebeden om het verstaan (begrijpen) van het Woord, maar ook om het 'doen van het Woord', de levensheiliging. Hoe komt in de Catechismus het 'doen van het Woord' aan de orde?
"Het gaat in onze Heidelberger steeds om de 'praktijk der Godzaligheid'. Heel goed werd beseft dat het niet gaat om het aanleren van letterkennis, om een alleen verstandelijk, beschouwelijk kunnen weergeven van de geloofsleer, maar om bevindelijke kennis, die alles met het hart en met het leven te maken heeft. In het gebed proef je dat bedoeld is te zeggen dat een recht verstaan van het Woord consequenties heeft voor de praktijk van ons leven. Daarbij gaat het niet alleen om ons functioneren onder de mensen, maar ook om onze persoonlijke houding tot God. leder mag zich afvragen of zijn leven al op Hem gericht is, Zijn wil ons lief geworden is en of we Zijn eer zoeken. Daarnaast moet ieder weten dat een oprecht christen zichtbaar wordt in een leven naar zijn belijden, waarbij hij ook voor zijn medemens het beste zoekt."
Is het stille gebed dat je voor de middagdienst bidt - dus voor de Catechismuspreek - anders dan het stille gebed dat je voor de morgendienst bidt? Waar zou je vooral om moeten of mogen bidden?
"Het is een goede gewoonte om, voor we de handen vouwen en de ogen sluiten, na te denken over de zaken die we bij de Heere willen brengen. Als kind leerde mijn moeder ons het gebed voor de predikatie, dat achter in ons psalmboek staat, opdat we dat gebed iedere dienst tijdens het stille gebed zouden bidden. Dat was dan hetzelfde voor de morgen- en de middagdienst. Vóór de dienst zul je niet (altijd) weten welke boodschap er komt. Laat je persoonlijke gebed toch tenminste betrekking hebben op je persoonlijke omstandigheden. Hierbij is het altijd goed om te vragen of je de boodschap mag aanvaarden als van God komend, ook als het je niet naar de zin is."
Hoe kun je je goed voorbereiden op de Catechismuspreek?
"Het is niet onbelangrijk hoe je naar de kerk gaat. Voor een Catechismuspreek is het goed thuis de zondagsafdeling door te lezen en na te gaan welke vragen er bij dit lezen bij je bovenkomen. Het zal je ongetwijfeld je aandacht doen spitsen op mogelijke antwoorden tijdens de preek. Verder zul je dit toch ook in het gebed aan de Heere voorleggen, biddend om Zijn licht en waarheid opdat die je geleiden?"
In het gebed voor ná de Catechismuspreek klinkt door dat de ontvangen uitleg van het Woord de gelovige wijzer heeft gemaakt. Als belangrijk doel wordt genoemd dat - in het vertellen van Gods lof - de wijzen van de wereld beschaamd zullen worden. Wat betekent dat? Wat kunnen andere vruchten zijn?
"Als onze vaderen spreken over de beschaming van de wijzen van de wereld, door de wijsheid die Hij Zijn kinderen schenkt, dan denken ze ongetwijfeld aan Bijbelse woorden, zoals: De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; zie, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben (Jeremia 8: 9). Of: Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God. Want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid (1 Korinthe 3: 19).
Het blijkt dus wel hoe Bijbels onze vaderen waren als ze bidden om de beschaming van de wereld. Overigens lijkt de zinsnede uit het formuliergebed een verwijzing naar de achtste Psalm, waar we lezen: Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest om Uwer tegenpartijen wil; om den vijand en wraakgierige te doen ophouden (Psalm 8:3). De Heere Jezus citeerde deze woorden na Zijn intocht in Jeruzalem en sprak ook van "lof toebereid". Dit mag en zal de vrucht van de prediking zijn: dat Hij verheerlijkt wordt in de Zijnen, Die door Hem gesterkt worden in de goede strijd."
Wat betekent het 'in Christus toenemen en wassen'? Wat zegt dat over de inhoud van de preek?
"Johannes de Doper heeft de indrukwekkende woorden gesproken: Hij moet wassen, maar ik minder worden (Johannes 3:30). Het woord 'wassen' is een oudnederlands woord dat 'groeien' betekent. Ook Paulus schrijft hierover: Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen; Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus (Efeze 4: 14-15). En Petrus besluit zijn algemene zendbrief met: Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen (2 Petrus 3: 18). Het is goed om in de woorden van Paulus en Petrus te zien dat het gaat om een opwas in Christus! Tegenwoordig hoor je nogal eens spreken over 'een groeien in het geloof'. Gaat het er nu om dat ik een 'groot gelovige' word, of dat Christus groot in mij wordt? Als dit laatste het geval is, dan zal het zijn in de zin van Johannes de Doper: Hij wassen en ik minder worden. Zo moet de preek er ook op gericht zijn om geen goed van de mens, maar wel van Christus te doen horen."
De predikant bidt in dit gebed ook voor zichzelf. Waarom is dit belangrijk? Hoe doet u dit?
“Het gebed dat je als voorganger doet in de gemeente is allereerst voor de gemeente zelf. Je moet proberen voor jezelf kort te bidden, maar dan wel zo, dat de gemeente zich ook in dat gebed herkent. Je bent immers hun stem tot God. Daarom bidt een predikant in het openbare gebed in de derde persoon - de 'hij'-vorm - voor zichzelf. Inderdaad mag dan de begeerte naar persoonlijke geloofsoefeningen en opwas in de genade vergezeld gaan van de begeerte dat dit dienstbaar mag zijn voor de gemeente. Deze zaken krijgen evenwel het meest een plaats in mijn persoonlijke gebed voor de preek en onderaan de kansel. Ook in het consistoriegebed, dat door een ouderling gedaan wordt, klinkt deze bede door."
Zoals het goed is je voor te bereiden op de preek zou je ook na (het beluisteren van) de preek stil moeten staan bij wat je gehoord hebt. Hoe zou je dat bijvoorbeeld - alleen of met elkaar - kunnen doen?
"Willem Teellick, de bekende predikant uit de tijd van de Nadere Reformatie, verbleef enige tijd in Engeland in een puriteins gezin. Hij beschrijft later in de inleiding van zijn Huysboeck (Middelburg, 1639) over de plaats die de godsdienst daar in het dagelijks leven innam en ook hoe men zich voor de kerkdienst voorbereidde en erna het gehoorde verwerkte. Wat dit laatste betreft - en het is voorbeeldig - lezen we dat men in de kerk goed probeerde te luisteren, omdat thuis het gesprokene werd overhoord. Door sommigen werd de preek uitgeschreven. Thuisgekomen zonderde men zich eerst af om de preek voor zichzelf toe te passen en om te bidden. Vóór de middagdienst zonderde men zich ook af, evenals erna. 's Avonds was er een samenzijn met preekbespreking. De nadruk viel vooral op memoriseren. Aandacht was er voor een bijzondere betekenis voor het gezin in bepaalde omstandigheden. Men lette op of men iets verbeteren kon. Daarna was er een gezamenlijk gebed. Over het algemeen was er veel aandacht en vermaan voor ontspoorden en een meeleven met zieken. We mogen daar ons 's zondagse bezig zijn wel naastleggen en er lering uit trekken!"
Er wordt gebeden voor het verstoren van het rijk van satan en het versterken van het rijk van Jezus Christus. Hoe wordt Zijn rijk in de gemeente versterkt? Wat kunnen jongeren hiervan leren?
"De versterking van dit rijk van Christus vindt plaats door de bediening van Gods Woord en van de sacramenten. Gods kinderen ervaren dat zij 'kleine kracht' hebben, maar de Heere geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft. Als we vertrouwen op eigen kracht - wat ieder mens eigen is te doen, maar waar jongeren bijzonder toe neigen - dan zullen we hier niets van ervaren. In Jesaja 40 staat: De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen. We moeten het afleren het van onszelf te verwachten en het van de Heere alleen leren verwachten. Daarom vervolgt Jesaja: Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen en niet moede worden; zij zullen wandelen en niet mat worden (Jesaja 40: 29-31)."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 2004
Daniel | 32 Pagina's