JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Luisteren aan de deur van de binnenkamer van onze vaderen"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Luisteren aan de deur van de binnenkamer van onze vaderen"

Serie Formuliergebeden (1)

11 minuten leestijd

Achter de Geloofsbelijdenis van Athanasius en vóór de formulieren voor kerkelijke handelingen, staat een aantal gebeden: ook wel de formuliergebeden genoemd. Bijvoorbeeld het Gebed na de leer van de Catechismus en het Gebed voor kranke en aangevochten mensen. De formuliergebeden zijn onder te verdelen in drie groepen. De eerste groep is die voor de gemeentelijke samenkomst. De tweede groep bestaat uit gebeden voor ambtelijke vergaderingen. Daarbij gaat het dan om alle soorten kerkelijke vergaderingen en niet alleen om kerkenraadsvergaderingen. De laatste groep wordt gevormd door de gebeden voor de huiselijk sfeer en het dagelijkse leven. In deze serie worden deze formuliergebeden toegelicht.

Zelfs de discipelen wisten niet hoe ze moesten bidden. Daarom vroegen ze het hun Meester: 'Heere, leer ons bidden'. En zoals bij kleine kinderen sprak hun Meester hen voor en zij spraken Hem na. Woord voor woord. Zo leerde Christus Zijn discipelen bidden. Het Onze Vader is het enige volmaakte formuliergebed. En dat gebed namen de opstellers van de formuliergebeden als uitgangspunt en leidraad. "Laten wij onze eigen gebeden allereerst eens naast het Onze Vader leggen, maar ook naast deze formuliergebeden", stelt dominee G.J. van Aalst voor.

"De formuliergebeden achter in je Bijbeltje zijn onze tijd en ons onderzoek meer dan waard. Het is jammer dat ze zo onbekend zijn geworden. Dat geldt ook onze jongeren. Ook jullie roep ik op: neem er kennis van, jongelui. Lees bijvoorbeeld vóór de kerkdienst deze gebeden met regelmaat aandachtig door. De Heere werkt tenslotte middellijk. Het kan je gedachten ordenen, die vaak zo vol zijn met de zonde, de aarde en de wereld, zodat er voor het Woord geen plaats is.

Je vindt in deze gebeden stof voor je eigen gebed vóór de dienst. Het is goed als ouders ook het bidden voor de dienst thuis ter sprake brengen. Begin daar jong mee, want de Heere is het waard om aangeroepen te worden. Wek elkaar op om ook thuis Gods aangezicht te zoeken om Zijn zegen af te smeken over Zijn Woord. Daarnaast is het ook goed om direct voor de dienst nogmaals daarom te vragen. Allereerst mag je dan bidden om je eigen bekering. Daarnaast om hulp van Boven voor de dienaar en om een zegen voor anderen. Als teken van eerbied gaan veel mannen en jongens staan. Dat is op zich een goede gewoonte. Maar het belangrijkste is, dat je het doet. Niet hoe je het doet."

 

Kunt u iets vertellen over het ontstaan en de herkomst van de gebeden?

"De formuliergebeden stammen uit de tijd direct na de reformatie. Datheen heeft een belangrijke rol gespeeld bij de uiteindelijke vaststelling van deze gebeden en heeft uit heel diverse bronnen geput. Zo nam hij in zijn psalmboek voor de gebeden van de gemeentelijke samenkomst veel over van de formulieren en gebeden die Calvijn gebruikte. Ook heeft hij gebeden gebruikt uit de liturgie van de Palz - waar ook de Heidelberger Cathechismus is ontstaan - en van de vluchtelingengemeente van Londen waar ds. Micron preekte.

Net als bij de liturgische formulieren bleef Datheen dicht bij de Schrift en nam hij veel over van anderen. Hij had niet de bedoeling om origineel te zijn, maar wel om de dienst des Heeren zo Schriftuurlijk en ordelijk mogelijk te laten verlopen. In een tijd van het ontstaan van de kerk en veel verwarring en de grote onkunde onder het gewone kerkvolk is dat zegenrijk geweest."

 

Hoe komt het dat de gebeden nu bijna niet meer gebruikt worden?

"Helaas zijn de gebeden in onbruik geraakt. Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen. Het heeft te maken met de weerstand van de reformatoren tegen formuliergebeden. De roomse geestelijken waren verplicht dagelijks op vaste tijden de door de kerk officieel vastgestelde getijdengebeden te bidden. De reformatoren waren wars van alle sleur en vormendienst waarin men wat woorden prevelde, zonder enig besef van de inhoud. Een andere reden was dat men uitdrukkelijk de voorkeur gaf aan 'vrije' gebeden. Men was bang dat de formuliergebeden snel en onnadenkend uitgesproken zouden worden. Ook zijn we wat voorzichtiger met het gebruik van de Vadernaam. Al met al ging men in de kerk de formuliergebeden minder gebruiken. En nu zijn ze helaas voor velen geheel onbekend. Dat is heel jammer en tot onze schade en niet de bedoeling geweest van de reformatoren.

Zij wilden door middel van de formuliergebeden onderwijs en herderlijke leiding geven voor het gebed van onkundigen: 'Als je niet weet wat je bidden moet, zeg het dan zó maar. Vooral de achtenswaardige ds. Jac. Koelman had moeite met het vaste gebruik van formuliergebeden. Zijn bezwaren hadden meestal geen betrekking op de inhoud, maar op de geesteloze praktijk eromheen. En natuurlijk blijven we mét hem van harte de voorkeur geven aan de vrije gebeden, ook op vaste tijden en bij bepaalde gelegenheden. Dat is Schriftuurlijk. Maar onze vaderen wisten ook dat we dan nog niet van de sleur in ons bidden af zijn."

 

De opstellers gebruiken opvallend veel Bijbelteksten. Heeft dat een reden?

"De opstellers hebben heel nauwkeurig naar de Schrift geluisterd bij het formuleren van de gebeden. De kern van de vele gebeden die in de Bijbel staan, spreekt men na. Je herkent bijvoorbeeld het gebed van Daniël, van Salomo, vele woorden uit de Psalmen, het gebed van de tollenaar uit Lukas 18. En telkens keert de belijdenis terug: 'Wij zijn niet waardig' van de verloren zoon uit Lukas 15. Elk gebed mondt uit in het volmaakte gebed dat Christus Zelf Zijn discipelen leerde. Het Onze Vader was voor onze ouden duidelijk de norm of het ijkpunt voor hun eigen gebeden. Ik zou willen zeggen: laten wij nu onze gebeden ook eens eerlijk leggen naast het Onze Vader en déze gebeden die onze vaderen ons hebben nagelaten. Ze zijn toch voor mensen die niet bidden kunnen?

Het is waar dat onze vaderen de Vadernaam vaker gebruikten dan wij gewend zijn. Maar zij gebruikten de Vadernaam nooit oppervlakkig of gemakkelijk, alsof je een zaag over een spijker hoort gaan. Ze doen dat altijd vanuit het diepe besef van afhankelijkheid en in verootmoediging. Je luistert in deze gebeden als het ware aan de deur van de binnenkamer van onze geoefende, godvruchtige vaderen. We krijgen antwoord op de vraag hoe onze godzalige voorvaders hun noden voor de Heere brachten."

 

Hoe komt het dat de verootmoediging zo'n grote plaats inneemt in de gebeden?

"Onze vaderen hadden blijkbaar veel te belijden, omdat ze zoveel zonden hadden. Men had levende indrukken van wat bidden nu werkelijk is. Hoe is dat bij onze gebeden? Men ervoer de tere nabijheid in de aanroeping van de Vader, maar tegelijkertijd ook de afstand tot Hem 'Die in de hemelen is'. Men besefte dat men de alwetende God aanriep, van Wie men zowel voor de rechtvaardigmaking als voor de heiligmaking volkomen afhankelijk was. Dat maakt de soberheid en eerbied uit in de gebeden. Je proeft de diepe eenheid tussen de woorden die men spreekt, en de zaken die men doorleeft. Of moet ik zeggen: de band tussen het Woord en de zaken?

In de gebeden vind je geen herhaling en ook geen omhaal van woorden. De gebeden zijn vragend en niet beschrijvend. De aanhef is geen opsomming van Gods deugden of dat men zomaar begint zonder zelfs een eerbiedige aanspraak. De aanhef is telkens zó mooi. In het tweede gebed roept men God als Vader aan in het diepe besef dat de Heere tegelijk ook de rechtvaardige Rechter is, Wiens oordeel men zich waardig keurt. Direct aansluitend belijden onze vaderen hun erfzonde, zonde met de daad en de zonde van nalatigheid en verootmoedigen zij zich diep voor de Heere. Ze belijden dat het getal van hun zonden meer is dan de haren van het hoofd. Een hemelhoge schuld van tienduizend talenten en niets om te betalen, 'waarom wij niet waardig zijn Uw kinderen genoemd te worden, noch onze ogen op te slaan naar de hemel en onze gebeden voor U uit te spreken'.

Men had in de diepte der ellenden, zoals Psalm 130 daarvan spreekt, geleerd wat de ongerechtigheden inhouden. Alles van de mens wordt afgesneden.

En dan klinkt het wonderlijke 'nochtans' van het geloof. Men wist dat alles verzondigd lag, maar men kon en wilde hier niet eindigen. Daarom klinkt het: 'Nochtans, o Heere God en barmhartige Vader...' Of: 'Maar, o Heere...' En dan ontleent men de vrijmoedigheid aan Gods deugden en roept men de Heere aan in het geloofsvertrouwen op 'onze Middelaar Jezus Christus, Die het Lam Gods is, dat de zonde der wereld wegneemt'.

Onze vaderen hadden een duidelijke orde in hun gebed. Opvallend daarbij is dat men altijd God aanroept en nooit rechtstreeks tot de Middelaar bidt. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat er niet rechtstreeks tot de Middelaar gebeden mag worden, maar ik stel alleen maar vast, dat onze vaderen dat hier duidelijk niet doen. Ze zijn daarin heel consequent trinitarisch. Dat betekent: zij roepen de drie-enige God aan. Men kende de enige en waarachtige God, in het aangezicht van het Lam, door de werking van Zijn Geest. Onze vaderen hadden geleerd op de leerschool van de Heilige Geest hoe deze drie onderscheiden zaken met elkaar verbonden waren. Tegelijk zijn de gebeden ook zo schoon christocentrisch. Dat wil zeggen dat Christus bij de opstellers in het middelpunt stond van hun gebeden. Of moet ik zeggen van heel hun leven? Men wist vanuit de grond van het hart: een gebed zonder Jezus is geen gebed. Men neemt de toevlucht tot de zuivere fontein van Christus' bloed. Je proeft hier de bevinding waarvan de laatste verzen van Hebreeën 4 spreken. Men had bevindelijk de grote Hogepriester leren kennen en voortdurend nodig. En in Hem wordt de kinderlijke vrijmoedigheid gevonden om tot de troon der genade toe te gaan. De lofprijzing in de gebeden is vooral verbonden aan de overdenking van de verzoening in Christus. Omdat God het meest verheerlijkt wordt als Zijn Zoon benodigd wordt."

 

In beide gebeden wordt direct na de verootmoediging aansluitend voor de prediking gebeden. Deed men dat bewust?

"Dat komt omdat onze vaderen wisten dat de Bloedfontein geopend wordt door de verkondiging. Daarom voelden de opstellers zich zó diep afhankelijk van de ambtelijke onderwijzing. Men wist dat God niet alleen het werk der genade door de prediking van het Evangelie begint, maar het ook door diezelfde prediking bewaart, achtervolgt en volbrengt, zoals in de Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, 14 staat. Het beschreven Woord en het vleesgeworden Woord zijn door het werk van de Heilige Geest onlosmakelijk aan elkaar verbonden. En omdat ze zo veel waarde hechtten aan de prediking, was het ook het innig gebed of de Heere getrouwe dienaars in Zijn oogst wilde zenden die trouw in hun dienst zouden staan. Hier vind je het 'Uw Koninkrijk kome' terug. Er wordt gebeden voor de overheden in alle geledingen. Voor de kerk in de verdrukking, voor persoonlijke nood voor tijd en eeuwigheid, naar lichaam en geest. Men vraagt of de kastijding tot bekering mag leiden, of dat daaruit lijdzaamheid geleerd mag worden. Men bidt voor het goddelijk beroep, voor mensen die veel onderweg waren voor kerk, vaderland of zaken. Kortom, men wist zich in alles diep afhankelijk van de zegen des Heeren. Men had zeker ook oog voor het dagelijks leven en voor de naaste. Opvallend is dat er niet één keer 'ik' in de gebeden voorkomt. Er staat altijd 'wij' en 'ons', net als in het Onze Vader. Daaruit spreekt ook de liefdevolle gunning."

 

Wat heeft u zelf het meest getroffen in de inhoud van de formuliergebeden?

"De inhoud van de formuliergebeden is zó rijk en diep. Ik ben in m'n leven meermalen diep geraakt door de rijkdom van de inhoud van deze gebeden. Als ik voor de dienst als een veroordeelde in de bank zat, als een rover van Gods eer - net als in Psalm 74 - temidden van Zijn kwijnend volk, schuldig en waardig dat God het Woord voor mij en om mij zou toesluiten. En als je dan hier leest hoe mensen die de Heere als hun Vader hebben leren kennen en zó geoefend waren, toch zó diep bogen en beleden: 'Dies hebben wij gruwelijk gezondigd, o Heere, en U grotelijks vertoornd, zodat wij, zo Gij met ons wilde handelen naardat wij verdiend hebben, niet anders zouden te verwachten hebben dan de eeuwige dood en verdoemenis, waarom wij ook niet waardig zijn Uw kinderen genaamd te worden, noch onze ogen op te slaan ten hemel om onze gebeden voor u uit te spreken...' Dat gaf dan zo'n wonderlijke band en een uitzien voor de dienst die nog beginnen moest. En dan dat onuitsprekelijke: 'Maar, o Heere...' Dat: 'nochtans in het Lam'. Alleen de zuivere fontein van Zijn bloed kan wassen van alle onreinheid. En die bloedfontein wil de Heere ook vandaag nog openen door de verkondiging van het Woord. Daarom mogen we ook nu nog verwachting hebben van de Woordbediening. Want er is naar Jeremia 31 'verwachting voor de nakomelingen'. Die verwachting van de God van het verbond spreekt ook uit de formuliergebeden. Hij is nog steeds Dezelfde als in de 16de eeuw. Zucht maar met déze woorden tot deze God van wonderen. Want Hij hoort ook nu het gebed van jonge mensen, die niet bidden kunnen. Laat je vuile, lege en hulpeloze handen zó de Heere maar veel zien."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 2004

Daniel | 32 Pagina's

"Luisteren aan de deur van de binnenkamer van onze vaderen"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 2004

Daniel | 32 Pagina's