Voor een gesprek de klas uit
14 over twaalf
De les is nog geen vijf minuten begonnen en daar gaat de telefoon. "Ja, die is hier. Ik stuur hem direct naar je toe." "Oh, dat is voor mij", denkt Willem. "Willem, of je nu naar de spreekkamer op de eerste verdieping wilt komen." Als hij opstaat, schieten de reacties door de klas: "Weer gespijbeld?" "Zeker naar de 'spycholoog'!" Met een rood hoofd loopt hij naar de deur.
Je zult de enige niet zijn die onder de les weg moet voor een gesprek. Op veel scholen is het heel gewoon dat er een orthopedagoog of psycholoog werkt, die begeleidingsgesprekken voert met leerlingen. Het gaat dan over de problemen die zij op school of thuis ervaren. Toch zijn er nog veel leerlingen die het niet zo gewoon vinden als zijzelf of anderen voor een gesprek de klas uitgaan. Zij denken dat je dan een watje bent. Anne-wil (1 5 jaar, 4 vmbo) en Willem (13 jaar, 2 havo) vertellen over hun ervaringen met de orthopedagoog of psycholoog op school. Zij laten zien dat ze géén watjes zijn, maar echt iets aan hun problemen willen doen! Een 'kijkje achter de schermen'.
Anne-wil: "Ik werd in de tweede klas heel erg gepest. Mijn klasgenoten vonden mij vreemd en wilden mij uit de klas hebben, Het werd zo erg, dat ik niet meer naar school wilde en weken thuis bleef. Dit kon natuurlijk niet zo doorgaan; ik moest weer naar school. Afgesproken was dat ik al de eerste middag voor een gesprek naar de orthopedagoog zou gaan. Daar was ik heel blij mee. Ik moest gaan vertellen wat er gebeurd was. Eindelijk kon ik mijn verhaal kwijt."
Steeds duidelijker
Willem: "Ik kreeg gesprekken, omdat het helemaal niet goed met me ging: met mijn cijfers niet en met mijn gedrag niet. Ik haalde na de kerstvakantie alleen maar onvoldoendes, werd er in de klas vaak uitgestuurd en spijbelde ook veel. Ik ben zelfs een keer geschorst. Er moest iets gebeuren voordat het helemáál niet meer ging.
In het begin was ik weleens zenuwachtig als ik weer een gesprek had. Ik praat niet makkelijk over mezelf. Toch ging het steeds meer vanzelf. In de eerste gesprekken heb ik samen met de orthopedagoog gepraat over hoe ik het op school vond, over de problemen die ik in de klas had en over hoe het thuis met mij en de anderen ging. Ik moest een stamboom van ons gezin en onze familie maken en zo hebben we erover gepraat wie belangrijk voor mij zijn, wat anderen voor mij betekenen en wat ik voor hen beteken. Ik ontdekte dat mijn problemen op school een reactie waren op de spanningen bij ons thuis. Omdat ik me ervoor schaamde, praatte ik daar nooit met iemand over."
Anne-wil: "Na een paar gesprekken werd het voor mij ook steeds duidelijker wat er nu precies aan de hand was. Samen met mij en met mijn ouders besprak de orthopedagoog hoe ik het best geholpen kon worden. Ook de mentor werd erbij betrokken. Hij heeft met de klas gepraat en afspraken gemaakt. Dat heeft mij erg geholpen."
Hulp die bij je past
Anne-wil: "Voordat ik over een paar maanden op school misschien een sociale vaardigheidstraining zou gaan volgen, heb ik vijf gesprekken gehad met de orthopedagoog. Voor elk gesprek moest ik een hoofdstuk uit een boekje lezen en opdrachten maken. Dat boekje ging over hel beter leren omgaan met mezelf en met anderen. De opdrachten vond ik soms heel moeilijk, maar wel leerzaam. Ik leerde vooral hoe ik meer mezelf kan zijn, hoe ik moet omgaan met kritiek en wat ik in de omgang met leeftijdgenoten wel of niet moet doen."
Willem: "Tijdens de gesprekken heb ik voor het eerst verteld dat mijn vader een drankprobleem heeft. Door zijn agressiviteit naar ons leefde ik thuis veel in spanning. Die spanning kwam er op school vaak uit. Omdat de problemen zo ernstig waren, heeft de orthopedagoog, samen met mijn ouders, gezorgd voor hulp voor ons hele gezin. Het was toen niet meer nodig dat ik op school ook nog vaak op gesprek moest komen. Ik heb nog ongeveer drie keer met de orthopedagoog gepraat. Verder had ik elke week een gesprekje met mijn mentor. Ons gezin krijgt nu nog steeds hulp van een instelling bij ons uit de buurt."
Klasgenoten
Anne-wil: "Mijn klasgenoten wisten dat ik voor gesprekken naar de orthopedagoog ging. Zij zeiden er niets over. Wel keken ze erg naar me als ik na een gesprek weer de les inkwam. Dat zij niets vroegen vond ik eigenlijk wel fijn. Anders had ik erover moeten vertellen. Ik praatte er alleen over met mijn zus en mijn ouders. Met hen kon ik goed praten en zij begrepen mij. Ook mijn mentor praatte veel met me."
Willem: "Na een paar gesprekken heb ik het tegen mijn beste vrienden verteld. De rest van de klas wist alleen het belangrijkste. Dat had mijn mentor voor me gedaan. Niemand deed er gek over als ik weer een gesprek had. Het leek wel of de klas samen met mij opgelucht was dat het weer beter met me ging."
Anne-wil: "Eén ding vond ik heel moeilijk: aan de Heere vragen of Hij mij wilde helpen in de omgang met anderen op school. Toch heb ik het gedaan. De Heere heeft mijn gebed verhoord. Het ging steeds beter met me op school. In de klas heb ik nu zelfs vier vriendinnen."
Willem: "Pas toen ik mezelf weer meer ging begrijpen, heb ik er veel om gebeden."
Oplossing
Willem en Anne-wil hebben door de gesprekken ook wel geleerd dat zij niet de enigen zijn die hulp nodig hebben.
Anne-wil: "Twijfel je of je hulp moet zoeken, dan zou ik je aanraden om het wel te doen. De mensen die je helpen vinden haast altijd een oplossing voor je!"
Willem: "Ook als er niet direct een oplossing is, kan het helpen. Bijvoorbeeld om meer jezelf te zijn. of om over moeilijke dingen met anderen te praten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 2004
Daniel | 35 Pagina's