De generatiekloof gedicht; het gezag voorbij?
Gedachten over gezagsverhoudingen
Het lijkt vaak zo: de generatiekloof is voorbij, althans als je let op de manier waarop ouderen en jongeren met elkaar omgaan. En vooral de manier waarop ouders en kinderen met elkaar omgaan. Tegelijk lijkt het gezag voorbij; de jongere gaat dan zijn eigen weg en de ouder heeft er geen grip op of kijkt er nauwelijks wezenlijk naar.
Gezag heeft, zeker vandaag, vaak een wat nare klank. Eigenlijk willen wij geen gezag over ons. Dat was al zo in het Paradijs, waar Adam en Eva Gods gezag niet wilden aanvaarden, maar als God wilden zijn. Zelf wilden uitmaken wat goed en kwaad was.
De bekende leus tijdens de Franse Revolutie luidde "vrijheid, gelijkheid en broederschap". De doorwerking van dit gedachtegoed is er tot op vandaag. In de postmoderne samenleving is vrijheid een groot goed. Vrijheid op seksueel terrein, op religieus terrein, vrijheid voor de mens en zijn wil.
Die vrijheids- en gelijkheidsdrang heeft grote gevolgen voor de intermenselijke relaties. Denk aan de verhouding tussen overheid en onderdaan, ouder en kind, werkgever en werknemer, leraar en leerling, catecheet en catechisant, verenigingsleider en verenigingslid.
Ook in de Gereformeerde Gezindte is de invloed van het moderne streven naar vrijheid merkbaar. Niet dat men altijd expres modern wil zijn of eigentijdse denkpatronen bewust wil volgen. Maar het is wezenlijk onderdeel van de geest van onze tijd. Het hangt in de lucht; onze tijd is ervan doortrokken en dat gaat ons geen van allen voorbij.
Een andere ontwikkeling die invloed heeft op het gezag is het ontstaan van het zogenaamde 'media-gap'. Ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie zijn voor veel ouderen moeilijk bij te houden. Gevolg daarvan is dat zij vaker dan vroeger jongeren te hulp moeten roepen. Niet alleen zijn jongeren veel handiger met de computer. Heel ons staan in het leven ondergaat zijn invloed van de flitsende werkelijkheid die vooral in het beeld en in het digitale uitdrukking vindt. Het is een stuk geest van de tijd. Mensen veranderen erdoor. Net zo goed als dat mensen veranderd zijn door de komst van de auto, door de komst van de boekdrukkunst, door de aandacht voor het internationale.
Relaties tussen ouders - kinderen, docenten - leerlingen en leidinggevenden - jongeren veranderen onder invloed van de cultuur. Vandaag zou je kunnen denken: de generatiekloof is gedicht en het gezag is voorbij. Bezinning op gezag is daarom nodig.
Bijbelse gezagsverhoudingen
Het woord 'gezag' is afgeleid van 'zeggen', 'gezeggen'. Iemand heeft iets over ons te zeggen. In de diepste zin van het woord is God de Grote Gezagsdrager. Hij heeft hef voor het zeggen. Alle gezag is daarom afgeleid gezag, ontleend aan het gezag dat God gegeven heeft.
God oefent Zijn gezag uit door middel van mensen die met gezag bekleed worden. Dat is de grondgedachte van het vijfde gebod: Gij zult uw vader en uw moeder eren. De Catechismus zegt daarover "Dat ik mijn vader en mijn moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze, en mij hunner goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe, en ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebbe, aangezien het Gode belieft ons door hun hand te regeren." We kunnen denken aan Romeinen 13: 1 en 2, aan Efeze 6, Kolossenzen 3: 20 en 22.
Jacobus Koelman, één van onze oudvaders, schreef in 1679 het boekje De plichten der ouders. In één van zijn hoofdstukken schrijft hij: "Scherp de kinderen van jongs af aan goed in, dat het Gods wil is dat zij hun ouders in alle dingen die God niet verbiedt, gehoorzamen". Koelman noemt dan een aantal van de teksten die zojuist zijn genoemd en gaat dan verder: "Het is dus zo dat de kinderen aan God Zélf ongehoorzaam zijn, als ze u niet gehoorzamen" (Koelman, De plichten der ouders, Hoofdstuk 4, punt 74).
Gezagsdragers zijn door God gegeven. Wij hebben hen niet voor het uitkiezen. Wij kiezen onze ouders niet uit, als jongeren kiezen we niet wie ambtsdrager zijn, wij kiezen niet wie onze leraar wordt en vaak ook niet wie de leiding in handen heeft op de vereniging.
Doel van het gezag
Het doel van dit gezag is in de eerste plaats gericht op het gehoorzamen van Gods geboden. Het tweede belangrijke doel betreft de verhoudingen tussen mensen. Er moet ordening onder de mensen zijn. Dat is in het verkeer nodig; anders wordt het een chaos. Dat is op school nodig en op het werk, dat is in gezin en kerk, in heel de samenleving vereist.
God oefent zijn gezag uit door middel van anderen, door middel van mensen. Gezagsdragers staan daarmee op een verantwoordelijke plaats. Ook gezagsdragers zijn gebonden aan Gods normen en wetten. Zij zijn verantwoording schuldig aan God. Daarom voegt Paulus aan de tekst Gij kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam in den Heere; want dat is recht, toe: En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren (Efeze 6). En in Kolossenzen 3: 21: Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. Daarin ligt tevens een begrenzing van het gezag. Gezag mag nooit trekken gaan vertonen van heerszucht of vormen aannemen van tirannie. Gezag heeft het goede te bevorderen en zal het kwade moeten weren en indammen. In die zin heeft gezag een dienende functie.
Gehoorzaamheid wordt van ons gevraagd ten opzichte van de Schepper, maar ook ten opzichte van degenen die over ons gesteld zijn. Overigens is aan dat laatste wel een grens. We moeten Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen. Want ook een gezagsdrager kan iets vragen van degene over wie hij gesteld is dat tegen Gods Woord en geboden ingaat. Dan mag er zelfs niet gehoorzaamd worden.
Gezag ter discussie
We spreken ervan dat in de jaren '60 van de vorige eeuw het gezag in een crisis terechtkwam. Jongeren accepteerden vaak het gezag van ouderen niet meer. Velen vertoonden anti-autoritair gedrag. De jongeren van toen, zijn de (groot-)ouders van vandaag. Wat hebben die bijgedragen aan de opvoeding van vandaag? Welke gevolgen heeft de gezagscrisis gehad voor de jongeren van vandaag?
In het algemeen kun je stellen dat gezag altijd aan erosie onderhevig is. Dat komt in de eerste plaats vanwege de zonde. De in zijn aard zondige mens heeft het in zich van onder het gezag weg te willen. Maar daarin is ook een element dat door de cultuur wordt versterkt en mede bepaald. In de huidige cultuur is minder plaats voor gezag. Velen vinden gezag benauwend. Men ervaart het zo dat gezag een mens niet vrij laat. Terwijl vrijheid zo ongeveer het grootste goed is geworden in de maatschappij.
Ook in thuissituaties lijkt gezag minder: ouders onderhandelen over de bestemming van de vakantie, over de kleding en over het geldgebruik. En soms ook wel over het tijdstip van thuiskomen op zaterdagavond, zelfs over kerkgang en catechisatiebezoek. Het wordt ouderwets gevonden om te zeggen: Iets mag niet of iets moet omdat ik het zeg.
In onze gezinnen wordt geprobeerd gezag te hanteren en te handhaven, omdat het een Bijbelse gedachte is. Toch is daar ook verandering in merkbaar, blijkt uit een artikel van het Reformatorisch Dagblad. De postmoderne cultuur speelt een rol. ledereen mag meepraten; je moet mondig zijn en al jong je mening uiten. Heel veel wordt betrekkelijk gesteld en er is over van alles en nog wat anders te denken, kritisch mee te praten.
Daar komt nog iets bij. Het feit dat kinderen soms voorlopen op ouders. Jongeren die ouders moeten onderwijzen in het omgaan met bijvoorbeeld computers, zullen minder makkelijk dingen accepteren van diezelfde ouders, dan kinderen die door ouders worden geleerd. Sociologen noemen dit het media-gap, en zien hierin wel een nieuwe generatiekloof.
Nu hoeft deze madia-gap mijns inziens niet in alle situaties gezagsondermijnend te werken. Dat zal wel zo zijn als de media een zeer grote plaats innemen in het gezin en heel bepalend zijn in de omgang tussen ouders en kinderen. Maar als de media slechts een deelplaats innemen en er nadrukkelijk vele andere en ook belangrijker zaken het gezinsleven bepalen, dan ligt dat anders. Daarom is zo onmisbaar dat het gezinsleven gestempeld wordt door de waarden en normen vanuit het Woord van God en dat niet het hier en nu en de media de centrale plaats innemen.
Belangrijk is verder ook dat er in het gezin goede verhoudingen zijn, zodat het gesprek mogelijk blijft. Juist ook dat is voor het functioneren van het gezag onmisbaar.
Jong geleerd - oud gedaan
De pedagoge mevrouw W. Bakker-Huizinga merkt terecht op: "In de pedagogiek en psychologie willen veel wetenschappers niet weten dat ouders en kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn. Men spreekt liever van mondige kinderen en falende ouders. Christenen geloven echter dat ouders iedere dag falen." Maar ook, zou ik eraan toe willen voegen, dat ze evenwel tot gezag geroepen zijn. Omdat je weet zelf een zondig mens te zijn, weet je dat van je kind ook. En daarom te beter weet je dat gezag en het letten op Bijbelse waarden en normen onmisbaar noodzakelijk is.
Dat kinderen en jongeren vaak gezag niet op de juiste wijze willen aanvaarden, is ook op scholen en in het jeugdwerk nadrukkelijk aan de orde. Wat zich in gezin en samenleving voordoet, dat is ook in onderwijs en jeugdwerk werkelijkheid.
Kinderen zetten de eerste stapjes aan de hand van hun ouders. Dat is letterlijk zo; en ook figuurlijk. Via hun ouders leren kleine kinderen wat goed en kwaad is. En wat gezag inhoudt. De eerste levensjaren zijn in deze van enorm groot belang. Eénduidigheid, ordening en liefde zijn van wezenlijke waarde. In liefde en verbondenheid moeten kinderen leren luisteren. Wat is moeder, en ook vader, van enorme waarde. Laten christenouders hun schone en waardevolle taak in de eerste levensjaren van hun kinderen trouw behartigen en deze niet onnodig en onverantwoord delegeren.
De school is hierbij van geweldige waarde. Van voorwaardelijk belang is dan ook dat school en ouders eensgeestes zijn.
Tieners zoeken vaak de grenzen van het gezag. Jongeren kunnen ertegen aanschoppen vanuit eigen onzekerheid. Daaraan toegeven zou wel heel slecht zijn. Jongeren hebben er recht op en hebben er behoefte aan dat wij hen waarden en normen, en ook gezag, aanreiken. Dat wij uitleggen en voorleven. We moeten niet terugschoppen. Ook niet weglopen of meebuigen. We moeten recht neerzetten waar het om gaat en wat goed is.
Aan +16 jongeren wordt vaak veel verantwoordelijkheid gegeven. Daarbij moet in kerkelijk en levensbeschouwelijk opzicht aangesloten worden. Men moet zelf gaan aangeven waar men voor staat. In confrontatie met andersdenkenden is dat niet altijd eenvoudig. Dan moet men zelf keuzes aangeven en motiveren. Bijvoorbeeld het niet meegaan naar de bioscoop. Het is uiterst waardevol wanneer jongeren deze zaken kunnen bespreken en delen, met hun vragen en zelfs twijfels mogen komen, en tegelijk sturing ontvangen, argumenten aangereikt krijgen, en voorleving zien, thuis, op de JeV.
Leiding geven blijft belangrijk
Een belangrijke voorwaarde voor gezagsuitoefening is een goed gezagsklimaat: aandacht, begeleiding, contact, duidelijkheid.
Gezag is niet meer vanzelfsprekend: jongeren zijn mondiger geworden. Dat heeft nadelen; er zijn ook voordelen.
Meer dingen zijn bespreekbaar, juist ook omdat jongeren er zelf mee komen. Daar moeten we eerlijk en gemotiveerd op ingaan. Jongeren hebben argumenten nodig. Vanuit de Schrift en de belijdenis der kerk. Vanuit Bijbels-ethische overwegingen. Vanuit kerkelijke kaders. Laten wij die aanreiken.
Soms is correctie in de vorm van straf nodig. Waar gezag in diskrediet is, is ook de straf impopulair. Wij moeten niet op die stroom meedrijven, maar duidelijk zijn ook als het om straf gaat. Bij overtreding hoort erkenning van fout te zijn geweest. Al jong moet de praktische zijde geleerd worden van het belijden en laten van de ongerechtigheid (Spreuken 28: 13). Dan is er ook barmhartigheid. Hier overheen werken, is funest. In geestelijk opzicht; ook in pedagogisch, intermenselijk, maatschappelijk en kerkelijk opzicht.
Ons eigen leven en ons omgaan met onze jongeren moge gestempeld zijn door de vreze des Heeren. Die doet wijken van het kwade, en die doet het wezenlijke goede voor elkaar zoeken. Namelijk de nieuwe geboorte die uit God is. Dan zal ook ons gebed in overeenstemming zijn met ons staan temidden van onze jongeren. Het gebed om de werking van de Heilige Geest, tot wezenlijk heil, tot bekering van jongeren. Samen zijn we op weg naar de grote eeuwigheid. Samen leven we voor Gods aangezicht. Alleen die door genade de Heere kennen mag, heeft toekomst en heeft houvast. Laat dat vanuit ons leven mogen spreken: "Kom ga met ons en doe als wij."
Dit artikel is een bewerking van de lezing, zoals uitgesproken tijdens de Jaarvergadering van de Jeugdbond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 2004
Daniel | 37 Pagina's