Psychosociale nood
Weer wat nieuws...
Maatschappelijk werkers en sociaal hulpverleners zijn niet meer weg te denken uit onze moderne samenleving. Bijna iedereen kent in zijn omgeving wel iemand die hun hulp kortere of langere tijd nodig had - als het al niet om jezelf gaat. De psychische nood is kennelijk groot, en dus is er nauwelijks nog uitleg nodig over de vraag waar een stichting als De Vluchtheuvel goed voor is.
Eind juni vierde 'onze' organisatie voor psychosociale hulp zijn vijfentwintigjarig bestaan. Bij die gelegenheid verscheen het boekje In vertrouwen, waarin vijfentwintig (ex-)cliënten vertellen over hun problemen en de hulp die ze daarbij ontvingen. Een mooie en moedige bundel. Met op de achterflap de pakkende zin: "Vijfentwintigjaar hulpverlening betekent evenzovele jaren psychosociale nood."
Eigenlijk wel een denkduwtje, die zin. Zeker als de redacteur van de bundel er in het Woord Vooraf aan toevoegt dat "de omvang van deze problematiek nog steeds jaarlijks toeneemt." Is dat echt waar? vraag je je af. En waarom? Wat is er loos met onze maatschappij? Waarom was er 26 jaar geleden nog geen Vluchtheuvel, en ontbraken ook zoveel andere organisaties op dit terrein? Was er destijds nog geen nood?
Natuurlijk, 25 jaar geleden was er ook depressiviteit en psychisch lijden, waren er evenzeer relatieproblemen en communicatiestoornissen, en geestelijk en lichamelijk misbruik kenden we helaas ook allang: Adams zondeval is ten slotte ouder dan 1975. Toch lijken de psychische problemen de laatste decennia hand over hand toegenomen. Alleen al de statistieken wijzen dat uit.
Er is dus echt iets loos. Maar wat?
Tijdgeest
Inzicht in de aard van de hulpvragen die bij een stichting als De Vluchtheuvel binnenkomen, brengt ons een hele stap dichter bij het antwoord. Een spreker op het jubileumcongres, dat De Vluchtheuvel op 25 juni belegde, harkte ze globaal in drie categorieën samen: huwelijksmoeiten, opvoedingsproblemen en psychische nood. In elke categorie zou je ongeveer een derde van de hulpvragen kunnen onderbrengen.
Kijken we naar de afzonderlijke categorieën, dan is de link met algemene maatschappelijke trends (zeg maar: tijdgeest) gauw gevonden. Neem de huwelijksmoeiten. Het is tegenwoordig in onze samenleving niet vanzelfsprekend meer dat je altijd bij elkaar blijft of volledig trouw bent. Bovendien zijn de verwachtingen veel hoger gespannen, terwijl om schijnbaar elke hoek de seksuele verleiding op de loer ligt. Dat zet natuurlijk zware druk op de echtparen.
Neem de opvoedingsproblemen. Mensen zijn mondiger geworden, natuurlijk ook de jongeren. Meer dan ooit roept het leven om eigen keuzes en zullen keuzes botsen met de verwachtingen van ouders. Veel sterker dan vroeger ook, heeft de wereld met zijn lange tentakels de beslotenheid van het christelijke gezin doorboord. Denk alleen maar aan de moderne media. Dat geeft extra strijd en moeite.
En de psychische nood? Wat denk je, zou de jachtige kapitalistische samenleving hier zijn tol niet eisen? Werk, werk en nog eens werk. Vooruitgang, vooruitgang en nog eens vooruitgang.
Haast, haast en nog eens haast. Het lijkt de darwinistische survival of the fittest wel. Wie niet mee kan op de snelweg van het leven, wordt al gauw opzij gedrukt. Met alle gevolgen van dien, voor individuen en gezinnen.
Maatschappijkritiek
In 1989 leek het gelijk van het kapitalistische systeem voor altijd bewezen. Het Oostblok viel om en de hele invloedsfeer van de Sovjet-Unie was bankroet. Wij westerlingen, de good guys, hadden gewonnen. Sommigen voorspelden zelfs dat nu een soort liberale heilsstaat zou doorbreken. In 1992 schreef Francis Fukuyama daarover zijn beroemde, optimistische werk Het einde van de geschiedenis.
Misschien zijn we als christenen door de Koude Oorlog en de afloop daarvan te weinig kritisch over onze eigen maatschappij geweest. Hoe vaak draaien we niet haast kritiekloos mee in de kapitalistische hectiek? Hoe benaderen wij kapitalistische waarden als verdienen, vernieuwen en carrière maken?Vaak zijn die ons maar al te zeer op het calvinistische lijf geschreven.
Maar betalen we niet een te hoge prijs? Zouden we niet vaker geheel anders moeten zijn? Laten we toch de tijd nemen om het hoofd te kunnen bieden aan de toegenomen druk. Tijd voor onszelf en voor elkaar, voor familie en voor vrienden. Ook als dat ten koste gaat van maatschappelijke prestaties, van inkomen of aanzien, van carrière of eigenbelang. Wat het zwaarst is, moet toch het zwaarst wegen?
Je zou het kunnen typeren als een herwaardering van het goede, door God ons gegeven. Hoe zinvol dat kan zijn, weet de ex-cliënt die pagina 44 van het Vluchtheuvel-boekje heeft volgeschreven. "We kregen ook leuk huiswerk mee", vertelt ze. "Al jaren waren we niet aan leuke dingen toegekomen. Nu kregen we als opdracht om er samen op uit te gaan. Wat voelde dat goed!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 2004
Daniel | 31 Pagina's