JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Plaatsen gereserveerd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Plaatsen gereserveerd

Toespraak ds. J.J. van Eckeveld

14 minuten leestijd

Is er nog plaats? Zou er voor ons nog plaats zijn? Dat zijn vragen, die wij nogal eens stellen. Er zijn soms evenementen, waar heel veel mensen op af komen. Of we moeten tijdens de spits met de trein mee. Dan vragen we ons af, of er voor ons nog plaats zal zijn.

Is er nog plaats? Als ik die vraag hier vanmorgen stel, dan heeft die vraag een veel diepere betekenis. Het gaat vandaag over de vraag of er voor ons plaats is bij God. Dat is de belangrijkste vraag, die we ons kunnen stellen. Is er voor mij een plaats bij God? Daarover sprak Jezus met Zijn discipelen. Hij sprak tot hen over Zijn komende Hemelvaart. De discipelen hebben Hem horen zeggen in Johannes 14: 2 In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen, anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. De Heere Jezus zou heengaan naar het huis van Zijn Vader, naar de hemel. In dat Vaderhuis zijn vele woningen. Daar is volop ruimte. En de discipelen mogen het horen, dat er ook voor hén plaats zal zijn. Christus zal in de hemel voor hen die plaats klaarmaken. Er zijn gereserveerde plaatsen voor al de Zijnen in de hemel. Kinderen van God hoeven niet bang te zijn, dat er voor hen geen plaats zal zijn. Voor ieder van Zijn uitverkorenen heeft de Heere een plaats gereserveerd in het Vaderhuis. Als er ergens een plaats voor je gereserveerd is, dan hoef je je toch niet af te vragen of er wel plaats is. "Ik ga heen om voor ú, Mijn discipelen en al Mijn kinderen, een plaats te reserveren en klaar te maken." Dat is het, wat Jezus hier zegt.

Wonderlijk toch, dat er in de hemel plaats is bij God voor gevallen mensen. Wonderlijk toch, dat gevallen zondaren bij de Heere mogen wonen in Zijn huis. Teer en intiem is dat. Daaruit spreekt de rijkdom van Gods genade.

 

Onbegrijpelijk wonder

Maar zal er voor mij een plaats zijn? Ik durf niet te zeggen, dat ik een kind van God ben. Ik weet niet of ik uitverkoren ben. Is er voor mij wel plaats? Ik heb die plaats toch niet verdiend? Laten we er eens dieper over nadenken met elkaar. Bij de schepping had de mens een plaats bij God. De mens was het pronkstuk van de schepping, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. De Schepper had voor de mens de hoogste plaats in de schepping gereserveerd. De mens leefde zo dicht bij de Heere, dat hij wandelde in het paradijs als een klein kind aan de hand van zijn hemelse Vader. Om jaloers op te worden. De Heere gaf de mens die gereserveerde plaats, opdat hij Zijn Schepper op die plaats zou loven en prijzen. Waarom zijn we op de wereld? Dat is een vraag, die in je hart zo naar boven kan komen. Deze wereld is zo chaotisch en het leven kan zo zinloos schijnen. Waarom ben ik er? Ik ben er om God te verheerlijken en te dienen, om voor Hem te leven.

Het is zo aangrijpend, dat de mens niet tevreden was met de plaats, die de Heere voor hem had gereserveerd. De mens wilde meer. Zo is hij in zijn hoogmoed van God afgevallen. De mens geloofde immers het woord van de duivel boven het Woord van God. Dat is altijd weer het diepste van onze zonde, dat we God niet op Zijn Woord geloven, dat we zelf willen uitmaken wat goed en kwaad is. In onze ontkerstende samenleving wordt dat uitgeleefd. De publieke opinie maakt uit wat goed en wat kwaad is. En met God rekenen we niet. Maar zo hebben we onze plaats bij God verspeeld. Door mijn zonde, door mijn hoogmoed, door mijn ongeloof heb ik geen plaats meer bij God. Is dat jouw grootste nood al geworden? Ik heb gezondigd, ik heb de Heere niet gegeven wat Hem toekomt, en daarom ben ik mijn plaats bij God kwijtgeraakt. Maar ik kan de Heere niet meer missen. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Hoe zal er nog ooit voor mij een plaats zijn bij God? Weet je wat zo'n onbegrijpelijk wonder is? Dat de Heere niet tot die gevallen mens gezegd heeft: "Uit Mijn ogen. Ik wil niets meer met je te maken hebben". Dat zouden we toch verdiend hebben? Dat was toch recht geweest?

Het wonder is, dat God die gevallen mens weer heeft opgezocht. Die mens was in de hof weggekropen voor God. Die mens kon God niet meer onder de ogen komen, want hij had zijn plaats bij de Heere verzondigd. Heb je het al voor de Heere beleden: "Heere, ik heb geen plaats bij U verdiend"? Heb je al gezien, dat je ook altijd maar bezig geweest bent om weg te kruipen voor God, om weg te kruipen van onder de klem van Gods Woord? Maar toen Adam en Eva weggekropen waren voor God, heeft de Heere hen opgezocht. Niet om hen te verstoten en te verbranden in Zijn rechtvaardige toorn, maar om hen bekend te maken met de belofte van de komende Christus.

Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt zo mooi in artikel 17, dat de Heere "Zichzelf begeven heeft om hen te zoeken, toen hij al bevende voor Hem vlood, en heeft hem getroost, belovende hem Zijn Zoon te geven, Die worden zou uit een vrouw, om de kop der slang te vermorzelen, en hem gelukzalig te maken". Waar je niet anders verwachten zou dan Gods brandende toorn, daar gaat de Heere spreken over Jezus. Dat is het wonder. Ook in je hart, als dat waar mag worden in je leven. De Heere heeft Zijn eigen Zoon gezonden naar deze gevallen wereld, om voor verloren mensen weer plaats te bereiden.

 

Klaarzetten

Toen Jezus op aarde kwam, was er voor Hem geen plaats. Geen plaats in Bethlehem, daarom maar in die beestenstal. Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen - dat wil zeggen Zijn eigen volksgenoten - gaven Hem geen plaats. Hem werd iedere plaats ontzegd. De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij het hoofd nederlegge, zo heeft Jezus Zelf gezegd. Voor Hem geen plaats. Men had geen behoefte aan Zijn Persoon. Men had geen behoefte aan Zijn werk. Men had geen behoefte aan Zijn boodschap. Hij was veracht, zo zegt Jesaja, en wij hebben Hem niet geacht. Misschien vraag je jezelf af, of er bij God plaats is voor jou. Maar vraag jezelf ook eens af of er bij jou plaats is voor Jezus. Als je eerlijk bent, moet je zeggen: "Ook ik heb Jezus Zijn plaats ontzegd, ook ik heb Hem veracht". Voor Jezus geen plaats. In deze wereld. Onder Zijn eigen volk. Bij jou en bij mij. Geen plaats voor Hem. Zie Hem dan hangen aan het kruis tussen hemel en aarde. Geen plaats voor Hem op aarde, want ze hadden geroepen: Kruist Hem, weg met Dezen. Geen plaats voor Hem in de hemel, want de toorn van God vanwege de zonden van al Zijn kinderen brandde in Zijn ziel. Geen plaats! Maar zó, in die weg, heeft Jezus een plaats verworven bij God voor diep gevallen mensen. Zó heeft Hij de zonde verzoend, Gods recht genoeggedaan, Gods toorn gestild en de weg gebaand naar het hart en het huis van Zijn Vader, want Hij heeft uitgeroepen: Het is volbracht. En Zijn Vader was tevreden met Zijn werk. Daarom is Hij opgestaan uit de dood. Daarom is Hij opgevaren naar de hemel. Aan de rechterhand van de Vader kan Hij de plaatsen opeisen voor aI de Zijnen. Het zijn betaalde plaatsen, Hij heeft ze betaald met Zijn bloed. Het zijn gereserveerde plaatsen. Hij maakt die plaatsen klaar. Want Hij is niet werkeloos in de hemel, maar Hij is daar steeds bezig. Hij is niet opgevaren om alléén in de hemel te wonen, maar Hij zal Zijn kinderen eeuwig bij Zich heben. Het Vaderhuis zal niet leeg blijven, maar het zal vol worden. Al die gereserveerde plaatsen zullen straks bezet zijn. Hij zal Zijn werk afmaken. "Ik ga heen om ú plaats te bereiden."

Ik las over een verstandelijk gehandicapte jongen. Toen gevraagd werd, wat Jezus nu in de hemel doet, zei hij: "Stoelen klaarzetten". Al die stoelen zullen bezet worden, er zal geen stoel leeg blijven. Het zal worden een schare, die niemand tellen kan uit alle volken. Het is de schare van allen, die de Vader heeft verkoren, die Jezus heeft betaald en die door de Heilige Geest wordt geleid.

En nu kom ik weer tot die vraag: "Zal er ook voor mij een plaats zijn bij God?". Dat is toch een vraag van het allergrootste belang? Dat is toch een vraag die betrekking heeft op je eeuwige toekomst? Is er voor mij nog plaats? Misschien zeg je wel: "Wist ik maar, dat ik uitverkoren ben". Want die gereserveerde plaatsen in het Vaderhuis zijn alleen voor de uitverkorenen bestemd.

Dat is waar. Maar bedenk, dat er verschrikkelijk misbruik gemaakt wordt van de leer van de uitverkiezing. De uitverkiezing is geen muur, waar je op te pletter loopt, maar een poort, waardoor het wonderlijke licht van Gods genade naar buiten komt. De uitverkiezing is het hart van de kerk. In het Vaderhuis zullen ze eeuwig zingen van Gods verkiezende liefde.

 

Niets mee te maken

Weet je wat de duivel wil? Dat we beginnen met de uitverkiezing. Als ik niet uitverkoren ben, dan heeft mijn kerkgaan en Bijbellezen geen enkele zin.. Als er voor mij geen plaats gereserveerd is, dan kom ik er toch nooit. Met alle klem wil ik hier zeggen: als je zo denkt over die gereserveerde plaatsen, als je zo spreekt over de uitverkiezing, dan maak je misbruik van de leer van Gods verkiezing. Calvijn zouden we de theoloog van de uitverkiezing kunnen noemen. Maar juist Calvijn heeft in dit verband gewezen op die bekende tekst uit Deuteronomium 29: 29, waar staat dat de verborgen dingen voor de Heere zijn, maar de geopenbaarde voor ons en onze kinderen. Wij mogen niet rekenen met die verborgen dingen. Dat er een uitverkiezing is, leert de Bijbel duidelijk, maar wij weten niet wie die uitverkorenen zijn.

Wij weten niet welke namen er staan op die gereserveerde stoelen hierboven. Dat hoort bij de verborgen dingen. Luther zegt: "Daar hebt u niets mee te maken". Daar mogen we niet indringen. We mogen niet zeggen: Als ik nu eerst maar eens wist, dat ik uitverkoren ben. Als je zo redeneert, dan klapt de duivel in zijn duivelse handen. Want dan ga je God de schuld geven. Ik kan er eigenlijk ook niets aan doen, als de Heere mij niet heeft uitverkoren, als de Heere voor mij geen plaats heeft gereserveerd. Mis, helemaal mis, als je zo denkt en zo spreekt.

Wij hebben te maken met de geopenbaarde dingen. Daarmee hebben we te rekenen. Wat zijn dan die geopenbaarde dingen? Dat de Heere jou roept en jou tot Zich nodigt. Dat Hij jouw ondergang niet zoekt, maar jouw behoud.

Daarom ben je gedoopt. Daarom mag je leven onder het licht van het Evangelie. Je zult God nooit de schuld kunnen geven. In het Woord van God word jij genodigd en dan hoef je je daarbij helemaal niet af te vragen of je wel uitverkoren bent. leder die het Evangelie hoort, wordt door de Heere ernstig geroepen. En het is de Heere aangenaam, zeggen de Dordtse Leerregels, dat de geroepenen tot Hem komen. De Heere ziet zo graag, dat je komt! Dat zijn de geopenbaarde dingen. Daarmee heb je te maken. En die roeping door het Evangelie gebruikt de Heere dan op Zijn Goddelijke wijze om het besluit van Zijn verkiezing tot werkelijkheid te maken. Zó zullen al die gereserveerde plaatsen in het Vaderhuis vol worden. Laat dat nu maar aan de Heere over. Daar zal Hij Zelf voor zorgen.

 

Twee ogen

Het hoort tot de geopenbaarde dingen, dat de Heere je roept tot Hem, dat Hij je laat horen dat het genadetijd is en dat er nog plaats is. Echt waar, er is nog plaats. Daar hoef je echt niet aan te twijfelen. Want als de Heere je nodigt, dan meent Hij dat. In de prediking van Zijn Woord strekt de Heere Zijn handen naar jou uit en Hij meent het. Hij heeft jou, en vul je eigen naam maar in, Hij heeft jou op het oog als Hij zegt: Wendt u naar Mij toe en wordt behouden. Is er bij God plaats voor mij? Er is nog plaats, ook voor jou.

Maar bet hoort ook tot de geopenbaarde dingen, dat het niet gaat zonder wedergeboorte, zonder bekering, zonder geloof. leder die het Evangelie hoort, wordt ernstig geroepen en genodigd, maar met bevel van bekering en geloof, zeggen de Dordtse Leerregels.

Bekering, dat betekent een droefheid over je zonde, een innerlijke breuk met de zonde. Bekering, dat wil zeggen, dat je niet verder kunt in je oude leven zonder God, dat je niet verder kunt in de zonde. Bekering, dat is het schreeuwen naar God. Keer op keer zegt de Heere: Bekeert u, bekeert u. Bekering en geloof. Geloof, dat wil zeggen, dat je leert afzien van je eigen werk, je eigen waardigheid en je eigen verdiensten. Maar het wil ook zeggen, dat je leert heenzien naar Christus, de enige en volkomen Zaligmaker. Petrus Immens zegt, dat het geloof twee ogen heeft. Het ene oog ziet op zichzelf, maar het andere oog ziet op Christus.

De Heere roept en nodigt je, maar met bevel van bekering en geloof. Zonder bekering en geloof is er géén plaats bij God. Als je de zonde liefhebt en blijft liefhebben, dan zal er geen plaats voor je zijn. Als je Christus veracht en blijft verachten, dan zal er geen plaats voor je zijn. Dat hoort ook tot die geopenbaarde dingen. Met bevel van bekering en geloof. De Heere eist het. Wat stelt Gods eis ons dan schuldig. Maar laat Gods eisen dan jouw gebeden mogen worden. "Heere, bekeer U mij, dan zal ik bekeerd zijn."

 

Nog is er plaats

Maar heeft het wel zin om de Heere te vragen om een plaats bij Hem, als al die plaatsen toch al gereserveerd zijn? Heeft het wel zin om bekering te vragen als je toch niet uitverkoren bent? Het is waar, in Zijn verkiezing heeft de Heere besloten voor wie die plaatsen zijn gereserveerd. Maar je gelooft toch dat de Heere alles besloten heeft? Zonder Zijn wil valt er toch geen haar van ons hoofd? Laat ik een voorbeeld gebruiken. Als je examen moet doen, dan heeft de Heere besloten of je slagen zult. Maar daarmee zeg je toch niet, dat het dan geen enkele zin heeft om voor je examen te studeren? Als je niet studeert, zak je zeker voor je examen. De Heere werkt middellijk. De middelen, die de Heere gebruikt vallen niet buiten Zijn besluit. Lees daarom trouw je Bijbel, kom daarom trouw onder de prediking, buig daarom je knieën en vraag de Heere om een plaats bij Hem. Dat zijn de middelen, die de Heere gebruiken wil om mensen tot Zich te trekken en een plaatsje te geven bij Hem. Hij zegt het: Doe uw mond wijd open, en Ik zál hem vervullen. Of geloven we de Heere niet op Zijn Woord?

Buig dan je knieën. Doe het vandaag nog. Stel het niet uit. En zeg: "Heere, wilt U mij tot U trekken". En als de Heere je trekt, dan ga je zien, dat het je zonde is, dat je Hem nooit de hoogste plaats in je hart hebt gegund. Dan ga je zien, dat je het waard zou zijn als er voor jou geen plaats bij de Heere zou zijn. Dan word je zo bedroefd over je zonde. Maar dan maakt de Heere in je hart ook plaats voor de Zaligmaker.

Dan word Jezus je zo dierbaar. En als je dan door Jezus gebracht wordt bij het wonder van Gods verkiezende liefde, dan mag je geloven, dat er ook voor jou een plaats is gereserveerd. Dan mag je met al Gods kinderen eindigen, niet beginnen, maar wel eindigen in Gods verkiezend welbehagen, waarin Hij een plaatsje voor je heeft gereserveerd. Wat een wonder dat er een verkiezing is. Als er geen verkiezing was, dan was er geen genade, geen Evangelie, geen enkele plaats in het Vaderhuis. Ik ga heen om u plaats te bereiden. Wat een wonder, voor zó één als ik ben! Dan krijgt de Heere alleen al de eer. Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. Maak er ernst mee. Nog is er plaats.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 2004

Daniel | 31 Pagina's

Plaatsen gereserveerd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 2004

Daniel | 31 Pagina's