14 Bijbelstudies over de prediking
Bijbelstudie 1
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar Zaad; Datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult Het de verzenen vermorzelen (Genesis 3: 15).
EERSTE PREDIKING VAN HET EVANGELIE
Op de drempel van het verloren Paradijs is de eerste preek gehouden. Adam en Eva, twee in zonde gevallen mensen, zijn de eerste hoorders. De Heere Zelf is de Verkondiger. God zoekt Adam en Eva op. Terwijl zij bevende voor hun Schepper zijn weggekropen, nadert Hij tot hen. Niet om hen te verpletteren, maar om hen te troosten. Want dit eerste beloftewoord uit de Bijbel, de moederbelofte, is een troostwoord! God belooft Zijn Zoon te geven, Die worden zou uit een vrouw, om de kop van de slang te vermorzelen en gevallen mensen weer gelukzalig te maken.
De gelukzaligheid van de in rampzaligheid gevallen mens zal een dure prijs hebben. Christus zal bitterlijk lijden en sterven. Maar Hij zal Satan overwinnen, de kop vermorzelen. God zet vijandschap tussen Vrouwenzaad en slangenzaad. Zo bewerkt Hij de vrede. Ook nu trekt de Heilige Geest mensen achter Christus aan. Dat gaat ook nu nog in de weg van vijandschap. Dan breekt de strijd aan tegen satan, zonde, wereld en eigen ik. We leven onze rampzaligheid in en, wonder van genade, op de bodem van onze verlorenheid, wordt de gelukzaligheid ons geschonken.
Lezen: Genesis 3: 1-15
Wat is het Evangelie in de moederbelofte? Lees ook artikel 17 Van de Nederlandse Geloofbelijdenis.
Bijbelstudie 2
Alles wat adem heeft, love den HEERE. Hallelujah. (Psalm 150: 6)
DOEL VAN DE PREDIKING
Het orgelspel en het zingen in de kerk functioneren als de lijst om het schilderij. De prediking is de schildering van zonde en genade, van hel en hemel, van Adam en Christus. Aan de ene kant is het gepredikte Woord dodelijk scherp, aan de andere kant ook onuitsprekelijk vertroostend. Daarbij gaat het uiteindelijk om het grote doel: dat God wordt verheerlijk in de zaligheid van de zondaar.
De lofpsalm van vandaag vertolkt dat doel op een indringende wijze: Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom. (...) Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah! Laat alle adem, dat is alles wat leeft, Hem loven. Wij krijgen onze adem van God, laat de adem dan ook voor Hem zijn! Alle adem..., want niet één mag er achterblijven. De mens moet immers weer tot zijn doel tomen, dat is de lof en eer van God. Dat hoge doel is ook de inzet van de prediking. Opdat onze adem Hem zou loven. Opdat wij gaan passen in de omlijsting van het gepredikte Woord.
Lezen: Psalm 150
Terecht hebben wij niet veel op met het zgn. juichend christendom. Aan de andere kant is klagen alleen niet het kenmerk van de ware christen. Wat zou de Bijbelse verhouding zijn tussen klacht en jubel?
Bijbelstudie 3
Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard? (Jesaja 53: 1).
SMART BIJ DE PREDIKING
De profeet Jesaja klaagt het uit: Wie heeft onze prediking geloofd? Het lijkt wel ploegen op rotsen! Ernstig en welmenend brengt de profeet de boodschap in de Naam des Heeren, maar ze stoppen hun oren dicht. Dit geeft de profeet diepe smart.
Het is niet alleen de profeet die hier klaagt, het is de Heere Zelf die hier klaagt over Zijn volk Israël. Hij zendt tot hen Zijn Woord, maar ze zien het niet, geloven niet wat Gods arm openbaart.
Net als Jesaja kent elke prediker van het Evangelie deze smart... dat leert de gezant van de Meester. Hij weende over Jeruzalem. Hij leed onder de onbekeerlijkheid en de verharding van de hoorders van het Evangelie.
Ongeloof... het is de minst gekende en beweende zonde en tegelijkertijd is het de grootste zonde. Wanneer de Heere met Zijn genade in ons leven kqmt, krijgen we zo' n last van het ongeloof. Dan gaan we de stem van de Heere horen in deze klacht. Het breekt je hart dat je zoveel preken, zoveel nodigingen en waarschuwingen van de Heere in de wind hebt geslagen. Wat een gezegende verandering als het Woord weerklank gaat vinden in ons hart: Ik geloof Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp.
Lezen: Jesaja 53
Ga eens na aan de hand dit hoofdstuk wat Gods hand heeft geopenbaard?
Waarom is ongeloof de grootste zonde?
Bijbelstudie 4
...alles wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken (Jeremia 1: 7b)
OPDRACHT VOOR DE PREDIKING
'Geen verhaaltjes op de preekstoel'. Natuurlijk kan een voorbeeld verduidelijkend zijn in de prediking, maar preken is geen verhaal houden, maar de Woorden van God verkondigen. Niet voor niets ligt de Bijbel open op onze kansels. Duidelijk krijgt de jonge, beschroomde Jeremia dit van de Heere mee. Op Zijn bezwaar dat hij te jong is en niet spreken kan, antwoordt de Heere dat hij ook zelf niet hoeft te spreken: Alles wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken.
Jeremia hoeft niet anders te doen dan Gods Woord bekend te maken. Hij moet nazeggen wat de Heere voorzegt, uitzeggen wat de Heere in Zijn mond legt. Hij wordt niet geroepen te preken naar eigen inzicht en wijsheid, maar datgene wat de Heere hem zal openbaren.
Alles wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken. Dat is ook vandaag de opdracht. Alles! Niets erbij en niets eraf. Wet en Evangelie, allebei het volle pond! De mens op het diepst vernederd en Christus op het meest verhoogd. Bij het Woord blijven, dat is de opdracht.
Op de kansel en onder de kansel wordt het gemerkt als gepredikt wordt alles wat God geboden heeft. Dan gaat het Woord spreken. Dat legt beslag. Onder zulke preken gebeuren wonderen. Herken je dat?
Lezen: Jeremia 1: 1-10
Wat is de inhoud van de zuivere prediking?
Moet in elke preek alles gezegd worden?
Bijbelstudie 5
...opdat zij levend worden (Ezechiël 37: 9).
VRUCHT OP DE PREDIKING
Gods hand zet Ezechiël neer in een vallei vol met zeer dorre doodsbeenderen. Wat een aangrijpend gezicht. Overal waar hij om zich heen kijkt, ziet hij de dood. Hier in de vallei is de dood al lang aanwezig, want de botten zijn droog en dor. Ze liggen overal verspreid... Ooit zijn dit mensen geweest, maar nu heerst de dood.
De dood, de geestelijke dood, is er al heel lang in deze wereld. Sinds het verloren Paradijs heerst de dood over ons. Ook al ademen we vandaag, binnen in ons hart is de dood vanwege de zonde oppermachtig. Hoe zullen dode zondaren ooit levend worden? Is dat geen onmogelijkheid? Voor de Heere niet! Ezechiël moet profeteren tot de dorre doodsbeenderen. Dat lijkt zinloos, maar het is Gods opdracht. Gods knechten moeten de woorden van het eeuwige leven brengen tot een schare dode zondaren. En de prediking doet wat! Maar niet alleen het Woord moet klinken, de Heilige Geest moet erbij komen. Dan bereikt de prediking het doel: Opdat zij levend worden.
De Geest van Pinksteren staat in voor de vrucht op de prediking. Dode zondaren worden levend! Dat kan ook voor jou! Vraag dan: 'Maak mij levend naar Uw Woord'.
Lezen: Ezechiël 37: 1-14
Wat zouden we bedoelen met tweeërlei vrucht onder de prediking?
Wat betekent 'levendmaking'?
Bijbelstudie 6
...zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken die geloven (1 Korinthe 1: 21).
DWAASHEID VAN DE PREDIKING
Is preken eigenlijk geen onbegonnen werk? Bereik je daar nog iemand mee? Het is toch niet meer van deze tijd om op een preekstoel te staan en een stroom van woorden van één kant te laten komen? Je moet in gesprek gaan, discussiegroepen vormen, de dialoogmethode toepassen! Paulus weet ook dat de prediking in de ogen van velen dwaasheid is. Het kruisevangelie is volgens velen zo armetierig en onaanzienlijk... moet je daar de wereld mee overwinnen? De prediking van het Evangelie staat haaks op alles wat er in een mensenhart omgaat. De Joden ergerden zich aan de prediking van het kruis. De Grieken vonden het dwaasheid. Maar Paulus laat zich niet van de wijs brengen. Hij predikt Christus de Gekruisigde. Want Hij weet dat er voor vastgelopen en omkomende zondaren geen andere weg is dan die van het Evangelie. Alleen in de doorboorde handen van Christus is zaligheid. Onder de dwaasheid van de prediking gebeurt het, dat een verloren zondaar zich laat vallen in de handen van Christus om de toekomende toorn te ontvlieden en met God verzoend te worden. Hoe dwaas preken ook mag zijn in de ogen van de mensen, het is de wijsheid van God om daardoor zalig te maken die geloven.
Lezen: 1 Korinthe 1: 17-30
Denk eens na over het verband tussen prediking, geloof en zaligheid?
Kritiek op de prediking is een gevoelig onderwerp. Hoe moeten wij daar op een goede manier mee omgaan?
Bijbelstudie 7
Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het woord der prediking Gods van ons ontvangen hebt, gij het aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft (1 Thessalonicensen 2: 13)
DANKBAARHEID VANWEGE DE PREDIKING
'Ik ben blij met onze dominee'. Gelukkig hoor je mensen dit wel eens zeggen. Toch gaat het vandaag niet over blij zijn met de dominee en zijn bezig zijn in de gemeente. Het gaat om dankbaarheid vanwege de prediking. Paulus denkt aan het werk van de Heere in Thessaloniki. Het komt hem in gedachten hoe de Heere daar gewerkt heeft en de prediking heeft willen gebruiken om mensen te bekeren. Daarvoor wil de apostel de Heere danken. Hij dankt voor wat er onder de prediking is gebeurd. Ze hebben het aangenomen. Het kwam niet tot hen als mensenwoord maar als Cods Woord. Ze hoorden het met hun oor maar vooral met hun hart. Het Woord deed kracht. Het veranderde hun leven. Er waren mensen die hartelijk gingen buigen onder het veroordelend en vrijsprekend Woord van God. Het is echt iets om voor te danken als het Woord kracht doet en vrucht draagt in mensenlevens. Van nature staan we bol van kritiek, dan zijn we niet gewillig om te buigen. Zalig als het Woord gaat bezinken in mensen harten. En dat gebeurt ook vandaag nog, want het Woord is het werkzame Woord. Zo wordt het geloof geboren en gevoed.
Lezen: 1 Thessalonicenzen 2: 1-16
Wat is het verschil tussen blij zijn en dankbaar zijn? Hoe staat het met jouw dankbaarheid vanwege de prediking?
Bijbelstudie 8
Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht (Johannes 1: 23m).
De eerste prediker die we in het Nieuwe Testament tegenkomen, is Johannes de Doper. Hij noemde zich de stem des roepende in de woestijn. Zo had Jesaja hem aangekondigd als de wegbereider voor de Messias. Hij riep het volk op om de weg des Heeren recht te maken. De zonden wees hij concreet aan en krachtig riep hij op tot bekering. Hij trok de mensen als het ware voor het gericht van God: het oordeel is aanstaande. Velen kwamen tot inkeer en bekeerden zich. Mensen die hun zonden beleden, werden door hem gedoopt. Dan komt de Heere Jezus onder zijn gehoor. Nu mag Johannes echt heraut van de Koning zijn en Hem aanwijzen: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. In het eerst gaat op die prediking niemand naar Jezus toe. Als de volgende dag Johannes weer zo preekt, gaan twee discipelen de Heere Jezus volgen. Hoe luister jij naar de prediking?
Lezen: Mattheüs 3: 1-12; Johannes 1: 19-37
Hoe zou het komen dat eerst niemand en de volgende dag slechts twee luisteraars de Heere Jezus gaan volgen? Zou in ons leven de boodschap van Johannes ook een plaats moeten hebben, ook voorafgaand aan de aanwijzing van het Lam Gods?
Bijbelstudie 9
Ik ben het, Die met u spreek (Johannes 4: 26b).
De Heere Jezus is in gesprek met een Samaritaanse vrouw. Eerst wil Hij met haar spreken over Hemzelf als het levende water. De vrouw is niet vatbaar voor deze evangelieprediking. Dan ineens stelt de Heere Jezus de grote zonde van haar leven aan de orde: ze leeft in overspel. Daar kan ze niet omheen. Ze gaat beseffen dat ze met een Profeet spreekt. Ze belijdt Hem in godsdienstig opzicht het niet goed te weten: is de Samaritaanse godsdienst wel goed? Waar moet je bidden? Ze erkent dat de Messias nodig is. Als de Heere Jezus, Die duidelijk de leiding heeft van het gesprek, haar zo bij haar zonde en onkunde gebracht heeft, gaat Hij Zichzelf aan haar openbaren als de Messias. Ik ben het, Die met u spreek. Dan breekt het geloof door in haar hart. Ze gaat ootmoedig haar dorpsgenoten vertellen van deze Messias: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb. Hoe denk jij over deze Profeet?
Lezen: Johannes 4: 1-30 en 39-42.
Toen de Heere Jezus met deze vrouw sprak over het levende water, had ze er geen echte geestelijke belangstelling voor. Hoe zou dat komen?
De Heere Jezus zoekt deze vrouw op; Hij maakt Zich echter niet meteen bekend. Wat kunnen we daaruit leren?
Bijbelstudie 10
Deze rede is hard; wie kan dezelve horen? (Johannes 6: 60b).
De Heere Jezus is in gesprek met de scharen. Hij houdt hen voor dat ze Hem zoeken omdat ze van de broden gegeten hebben en niet omdat ze geestelijk onderwijs nodig hebben. Dan gaat Hij met de mensen juist over geestelijke zaken spreken. Ik ben het Brood des levens, (...) zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft hem trekke. Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. De Geest is het Die levend maakt; het vlees is niet nut. Dat onderwijs over hoe het gaat in het Koninkrijk Gods staat de mensen niet aan. Hun reactie op de prediking van Jezus is heel afwijzend: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen? Van toen afgingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem. Dat is erg. Wat doe jij?
Lezen: Johannes 6: 24-59
Toen Jezus op aarde was, kwamen velen tot Hem. Niet aan allen schonk Hij Zich weg als Zaligmaker. Wanneer deed Hij dat niet; wanneer deed Hij dat wel?
De mensen ergerden zich eraan toen Jezus zo duidelijk leerde dat zaligmaken het werk is van God, van de drie goddelijke Personen. Wat wilden de Joden dan? Hoe zou dat bij ons zijn?
Bijbelstudie 11
Heere, tot wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens (Johannes 6: 68b).
Veel mensen willen de Heere Jezus niet meer volgen; ze vinden Zijn rede hard. Dan vraagt Hij aan de discipelen wat zij ervan vinden. Wilt gijlieden ook niet weggaan? Petrus heeft zijn antwoord meteen klaar: Heere, tot wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Petrus heeft de woorden, die Jezus zojuist gesproken heeft, ingedronken. Voor zijn hongerend hart waren deze woorden geest en leven. Voor hem was het Evangelie te horen dat de Vader trekt naar de Zaligmaker toe. Inderdaad, anders was hij nooit bij Jezus gekomen. En dat Jezus dan het eeuwige leven geeft aan zulken die tot Hem getrokken worden. Want met zijn eigen zonden, zo leert hij steeds meer, is hij doodschuldig. En de Geest maakt levend. Dat vindt hij een wonder. Want hij leert het steeds weer dat hijzelf zo vleselijk is en dat hij niets goeds voor de Heere doet. Daarom: woorden van eeuwig leven. Zeg jij, stamel jij dat ook?
Lezen: Johannes 6: 60-71
Het geloof van Petrus richt zich op het Woord en op Christus. Vergelijk antwoord 21 van de Heidelbergse Catechismus. Lees Lukas 1: 53. Hoe gaat dat woord hier in vervulling?
Bijbelstudie 12
Ik bid (...) ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven zullen (Johannes 17: 20).
In Johannes 17 lezen we het Hogepriesterlijke Gebed. Daarin bidt de Heere Jezus voor Zijn discipelen en voor degenen die door hun woord in Hem geloven zullen. Achter de prediking staat het gebed van Christus. Daarom mag er verwachting zijn op de prediking. Want God de Vader heeft aan Zijn Zoon loon beloofd op Zijn arbeid. En Christus vraagt in de hemel om de toebrenging van dit loon. Daartoe wordt het Woord gepredikt. De prediking is een heel belangrijke schakel. Want het geloof is uit het gehoor. Onder de prediking werkt de Heilige Geest het geloof, en zo wil Hij ook het geloof versterken.
De prediker, hoe boeiend hij ook weet te spreken, is niet bij machte het geloof tot stand te brengen. Maar omdat Christus bidt en de Heilige Geest het Woord toepast, daarom gebeuren er wonderen onder de prediking. Laten we dit genademiddel bij uitstek nooit verwaarlozen maar altijd biddend waarnemen.
Lezen: Johannes 17
De prediking horen, brengt verantwoordelijkheid met zich mee. In Johannes 1: 11 en 3: 19 staat wat de mensen toen met de prediking deden. Is dat met ons beter? Hoe komt dat? Vrucht op de prediking komt er dankzij het werk van de Heilige Geest. Lees in Johannes 14: 26; 15: 26; 16: 7 e.v. hoe Hij werkt. Vergelijk ook D.L. 111/IV, 8-12 en V, 14.
Bijbelstudie 13
Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis (Johannes 5: 24m).
De prediking is bij velen vandaag niet in. Al gauw duurt een preek te lang. Sommigen zijn kritisch over de inhoud van de preek. Velen willen liever zelf aan de slag met het Woord en denken dat ze er dan meer aan hebben. Paulus had daar ook mee te maken. Voor de een was de prediking een dwaasheid, voor de ander een ergernis. Maar, zegt hij in 1 Korinthe 1: 21: Het heeft Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven.
Christus is de inhoud van de prediking. Voor degenen die inwendig geroepen worden is Hij de wijsheid Gods en de kracht Gods. Door Hem worden ze behouden van het eeuwig verderf en gebracht tot het eeuwige leven. Zoek jij dat? Die het Woord echt hoort, richt zich door het geloof op God Die Zijn Zoon zond. Zo vindt de gelovige om Jezus' wil gemeenschap en vrede met God.
Lezen: Johannes 5: 20-24; 1 Korinthe 1: 17-31
Wat houdt het eeuwige leven in en wanneer begint het?
Het gaat er ten diepste om dat we met God verzoend worden. Wat betekent dat voor de orde in het verkrijgen van Godskennis, zelfkennis en Christuskennis?
Bijbelstudie 14
De ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven (Johannes 5: 25m).
Wij zijn van nature geestelijk dood door de misdaden en de zonden. Daarom staan we vanuit onszelf buiten het rijk van God. Alleen door wedergeboorte komen we in het Koninkrijk. Die wedergeboorte, die opwekking uit de geestelijke dood, gebeurt door het inwendig horen van de stem van de Zoon van God. Als we de prediking wel met onze oren horen, maar niet met ons hart, blijven we in de geestelijke dood. Hoe zit jij onder de prediking? Hoort zijn stem en leeft. Verhard je toch niet. Want in het laatste oordeel zal erop worden teruggekomen. "Wat hebt u, wat heb jij met Mijn Woord gedaan?" Want er komt een Dag waarop allen Zijn stem zullen horen.
Dan zullen degenen die het goede gedaan hebben, opstaan tot de opstanding des levens en die het kwade gedaan hebben tot de opstanding der verdoemenis. Beslissingen vallen nu, in het heden der genade, onder de prediking.
Lezen: Johannes 5: 25-47
De Heere Jezus predikte wet en evangelie. Vergelijk Mattheüs 11: 20-30 met Mattheüs 19: 16-21. Noem enkele verschillen en ook overeenkomsten tussen deze benaderingen.
De prediking heeft tweeërlei uitwerking; lees 2 Korinthe 2: 14-17. Waartoe strekt de prediking ten diepste?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 2004
Daniel | 36 Pagina's