JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kreta eertijds en Kreta nu

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kreta eertijds en Kreta nu

Bijbelstudie

5 minuten leestijd

Vermaan hen dat zij den overheden en machten onderdanig zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn; Dat zij niemand lasteren, geen vechters zijn, maar bescheiden zijn, alle zachtmoedigheid bewijzende jegens alle mensen. Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde en elkander hatende. Maar wanneer de goedertierenheid van God onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes; Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker; Opdat wij gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens.Lezen: Titus 3: 1-7

Wanneer schittert een diamant het meest? Als wij hem houden tegen een zwarte achtergrond. Zo is het ook in de genade. Tegen de zwarte achtergrond van ons zondaarsbestaan gaat Gods genade schitteren. Daar waar wij onszelf hebben leren kennen in onze zonden en schuld en God Zich in Zijn genade over ons kwam te ontfermen, daar blijft alleen verwondering over. Paulus gaat in deze woorden getuigen van de genade van God tegen de zwarte achtergrond van zijn eertijds in de zonde. De apostel gaat hier zingen van Gods goedertierenheid en Zijn liefde verschenen tot de mensen. Het is als een kleine dogmatiek.

Wie waren we vroeger zelf? Dat is de grondtoon van Paulus wanneer hij schrijft over de verhouding van de christen in een heidense samenleving. In de eerste twee verzen van Titus 3 heeft hij aangegeven hoe de christen op Kreta moet staan in de samenleving. Hoe hij moet staat tegenover een heidense overheid en tegenover ongelovige mensen. Tenslotte had hij gezegd: ...alle zachtmoedigheid bewijzende jegens alle mensen. Daarbij herinnert hij Titus en de gemeenteleden op de achtergrond en het verleden. Als we weten wie we zelf geweest zijn in ons eertijds, dan kunnen we ons niet boven anderen verheffen. Dan is er geen reden tot zelfverheffing, maar wel stof tot roemen in Gods genade.

Want ook wij. Dat geldt voor Paulus. In zijn eertijds een vervolger der gemeente. Een vijand van God en een hater van Zijn volk. Dat geldt ook voor Titus, van nature een heiden. Dat geldt ook voor de Kretenzen. De eilandbewoners op Kreta. Lees nog eens het getuigenis: altijd leugenachtig, kwade beesten, luie buiken (1: 12). Wat een verschil: Kreta eertijds en Kreta nu. Van nature zijn wij allen Adamskinderen. Er is geen onderscheid. God heeft uit de hemel nedergezien om te zien of er iemand goed was. Er is niemand gevonden (Romeinen 3).

Dan gaat Paulus het wat concreter maken. Dan lezen we in vers 3: Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde en elkander hatende. Het is welgeteld een opsomming van zeven ondeugden. Als we dit zo lezen, dan zeggen we misschien: is het werkelijk zo erg? Het valt toch nog wel mee? Maar als God ons gaat ontdekken dan zullen we het beamen. Maar dan gaat Paulus getuigen van het wonder vanaf vers 4: Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, heeft Hij ons zalig gemaakt... Het woordje 'maar' spreekt van een onbevatttelijk wonder. De goedertierenheid van God staat tegenover de schuldige mens. De Zon der genade is gaan schijnen over Kreta. Dat is historisch zo. Dat gebeurde in de prediking. Maar dat is persoonlijk ook waar geworden. In het Grieks lezen we het woord 'filantropia', dat is: mensenliefde. Deze liefde staat tegenover het hatelijk zijn van de mens.

Dan komt Paulus met een tussenzin ...niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid... Genade sluit onze verdiensten uit. Kennelijk was dit de leer van de dwaalleraren (1: 10-16). Zij benadrukten de noodzaak van besnijdenis. Ze kwamen met geboden van mensen. Ook Gods kinderen moeten leren alleen uit genade zalig te worden.

Door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes; Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker. De meeste verklaarders zien hierin een heenwijzing naar het doopwater. Dat doopwater wijst ons op de vuilheid van de zonde, maar ook naar de waskracht van Jezus' bloed. Paulus weet waar hij over schrijft. Immers heeft hij het doopwater ontvangen in Damaskus nadat God hem stilgezet had. Wat een wonder als we als een vuile zondaar tot die heilsfontein mochten leren gaan om gewassen en gereinigd te worden van al onze zonden.

Vernieuwing des Heiligen Geestes. Naast vergeving schenkt God de Zijnen ook vernieuwing. Vernieuwing van ons hart en van ons leven. We worden nieuwe schepselen. In beginsel herschapen naar Gods beeld. Dat badwater is uitgegoten. Dat wijst op overvloed (Kanttekeningen). Zoals een emmer wordt leeggegoten. Er wordt verwezen naar Jesaja 44: Ik zal water gieten op den dorstige en stromen op het droge. Het is de Heilige Geest Die op de Pinksterdag werd uitgestort in de harten van de discipelen. Door Jezus Christus. Daar ligt de grond: Jezus' bloed, gestort op Golgotha. Het is alleen vanwege Zijn offer aan het kruis (2: 14).

Tenslotte lezen we in vers 7: Opdat wij gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens. Wat een eeuwig wonder. Mensen die de dood verdiend hebben, ontvangen het eeuwige leven. In de rechtvaardigmaking ontvangen Gods kinderen vrijspraak van schuld en straf, maar ook een recht op het eeuwige leven. Wat een erfenis: het eeuwige leven. Dat is geen vage hoop. Dat is niet meedoen met de loterij. Dat is een gegronde hoop. Dat is een levende hoop. Onwankelbaar. De wereld heeft geen hoop, maar Gods kerk heeft toekomst. Wat is onze hoop?


Vragen

1 Waaraan herinnert Paulus de christenen en waarom?

2 Hoe getuigt Paulus van de genade van God?

3 Kennen al Gods kinderen een duidelijk 'eertijds'?

4 Wat betekent 'filantropie'?

5 Wat kan vers 6 ons leren t.a.v. de bediening van de doop?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2004

Daniel | 32 Pagina's

Kreta eertijds en Kreta nu

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 2004

Daniel | 32 Pagina's