Opwekking: nodig en belangrijk
"Christus in tijden van opwekking rijk en heerlijk aangeboden"
"Mag ik oneindig laag liggen voor God." Dit zijn woorden van Jonathan Edwards (1703-1758). Deze bekende opwekkingsprediker begeerde laag te liggen voor God en was zo dienstbaar in het koninkrijk van God. Door middel van zijn prediking van Gods vrije genade in Christus aan verloren zondaren verwekte de Heilige Geest een opwekking. Edwards predikte in 1735 in Northampton te Nood-Amerika. Nadat in december 1733 een goddeloze vrouw krachtdadig tot bekering kwam, werden ook vele anderen opgewekt tot een nieuw leven. Er kwam een krachtige opwekking. In enkele maanden werden tientallen mensen getrokken uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht. De Heilige Geest werkte krachtig en duidelijk. Er was sprake van een herleving van dorre doodsbeenderen. Welke oprechte Christen zou daar anno 2004 niet naar verlangen? Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten (Jesaja 64: 1).
De bekering van deze goddeloze vrouw maakte in Northampton zoveel indruk dat velen de Heere oprecht gingen zoeken. Edwards schrijft over die tijd: "Hun enige oogmerk was om het koninkrijk der hemelen te verkrijgen. leder leek daarnaar te jagen. Met heel hun hart waren ze daarmee bezet. Dat kon niet verborgen blijven. Het werd zichtbaar op hun gezichten.
Het was toen onder ons iets vreselijks om zonder Christus te zijn en gevaar te lopen om iedere dag in de hel te kunnen vallen. De harten van de mensen waren erop gezet om te ontkomen voor hun behoud en om te vlieden van de toekomende toorn. (...) Er was nauwelijks een jongere of ouder iemand in de stad die niet ernstig bekommerd was over de dingen van de eeuwige toekomst. (...) Het werk van bekering ging op een bijzonder verbazingwekkende manier voort en groeide meer en meer. Zielen werden als sneeuwvlokken gebracht tot Christus. Van dag tot dag - en dat maandenlang - kon men duidelijke voorbeelden zien van zondaars die uit de duisternis gebracht werden tot het wonderbare licht, die bevrijd waren uit een ruisende kuil en uit modderig slijk en die op een rots gezet waren met een nieuw lied van Gods lof in hun monden.
Dit werk van God ging voort, en het aantal van ware heiligen vermeerderde, zodat die spoedig een heerlijke verandering in de stad teweeg bracht. In de volgende lente en zomer van bet jaar 1735 leek het alsof de aanwezigheid Gods de stad vervulde."
De Heere werkte. Wat is dat nodig en belangrijk. Ook vandaag.
Bezeten wereld
Er is in onze samenleving heel wat aan de hand. Nederland is langzamerhand een post-christelijk land geworden. Velen komen nooit in de kerk. Veel mensen zijn ook niet meer bekend met de Bijbel. De kennis van de heilsfeiten als Kerstfeest, Goede Vrijdag of Pasen is minimaal geworden. Hooguit weet men zich te herinneren dat deze dingen te maken hebben met de Bijbel, maar verder strekt de kennis van vele Nederlanders niet. Ook zijn veel mensen en vooral veel jongeren niet gedoopt. Ons land, dat voorheen gestempeld werd door christelijke normen en waarden, is een heidens land geworden. Een droevige ontwikkeling. In de kerk is het helaas niet veel beter. Ook daar zien we veel verval en verdeeldheid. Als we letten op de grote kerken in ons land, is daar een heel verdrietige ontwikkeling aan de gang. Ook daar lijkt soms de Bijbel niet meer het hoogste Woord te hebben. Schriftkritiek heeft zijn intrede gedaan. Verwoestend zijn de gevolgen. In plaats van de scheppingsleer zijn er velen, ook in de kerk, die de evolutietheorie aanhangen. Ook wordt de persoon van Christus omlaag gehaald. Velen zien in Hem nog wel een bekend en vermaard leraar, maar niet meer de Zoon van God, Die naar de aarde kwam om te betalen voor de schuld van Zijn volk.
In kerk en wereld staat alles op zijn kop. Het is erg om dat vast te stellen. Het is echter wel de realiteit. Reeds vele jaren geleden schreef een bekend historicus daarover de volgende woorden: "Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken." Een bezeten wereld: wat een treffende typering voor de huidige situatie in de wereld en de kerk. Wat een drukkende gedachte ook. Is er een uitweg?
Gods Woord
De oorsprong van een geestelijke opwekking ligt in God. Een opwekking is een gave van de Heilige Geest. Op de Pinksterdag zien we dat de Heilige Geest wordt uitgestort: Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort dat gij nu ziet en hoort (Handelingen 2: 33). Deze komst van de Heilige Geest was reeds in het Oude Testament voorzegd en uitgebeeld. In Ezechiël 37 wordt Israël, als beeld van de Kerk van God, voorgesteld onder het beeld van een vallei vol doodsbeenderen. Deze beenderen zijn zeer dor en zeer veel (Ezechiël 37: 2). Op de vraag: Zullen deze beenderen levend worden? geeft de Heere het antwoord: Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden (Ezechiël 37: 5). De vrucht van een opwekking is: En gij zult weten dat Ik de HEERE ben (Ezechiël 37: 13).
In de Bijbel wordt steeds gewezen op de werkelijkheid van opwekkingen in de geschiedenis der mensheid. De Pinkstergeest zal en kan krachtig doorwerken in kerken, landen, volken en gezinnen. Steeds opnieuw zijn er zulke opwekkingen in de geschiedenis aan te wijzen. In de Bijbel zien we dat op de Pinksterdag. In de kerkgeschiedenis zien we dat in de zestiende eeuw, als de Heere Luther en Calvijn gaat gebruiken om Zijn kerk weer terug te brengen naar het Woord. In Amerika had in de jaren 1740 tot 1745 de zogenaamde 'Great Awakening' plaats. Ook toen was er een krachtige doorwerking van Gods Geest in de kerk. In Nederland is bet Reveil, aan het begin van de negentiende eeuw, zo'n krachtige opwekkingsbeweging geweest. Mannen als Da Costa, Groen van Prinsterer en Kohlbrugge werden door de Heere gebruikt om een herleving te geven in kerk en samenleving. Wat is zo'n opwekking belangrijk en gezegend. Gods Woord spoort ons daarom aan om naar een opwekking uit te zien. De dringende en herhaalde oproep tot bekering wijst daarop. Het doorlopende getuigenis van de Schrift behelst een indringende oproep tot wederkeer. Hoe moeilijk en duister de situatie ook moge zijn, deze oproep blijft staan. Van de gemeente van Sardis bijvoorbeeld wordt gezegd: Gij hebt de naam dat gij leeft, maar gij zijt dood (Openbaring 3: 1). In die situatie waarschuwt de Heere: Zijt wakende, en versterk het overige, dat sterven zou; want Ik heb uw werken niet vol gevonden voor God (Openbaring 3: 2). En tegen de lauwe gemeente van Laodicea wordt gezegd: Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt (Openbaring 3: 18). Bij Jesaja lezen we de belofte dat God water zal geven op het droge: Want Ik zal water gieten op den dorstige en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen. En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken (Jesaja 44: 3 en 4). Uit kracht van die belofte mogen we de Heere smeken om het werk van Zijn Geest.
Prediking
Wat zijn de middelen die de Heere daarvoor wil gebruiken? De Heere voert op aarde Zijn raad uit. Alles wat er gebeurt is van eeuwigheid door God bepaald. Dat is een indringende gedachte. Duidelijk heeft Paulus daarop gewezen in de Efezebrief: Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil (Efeze 1: 11b). De Heere maakt echter bij de uitvoering van Zijn raad gebruik van middelen. De prediking is het belangrijkste middel dat de Heere wil gebruiken om Zijn raad uit te voeren. De prediking heeft daarom een belangrijke plaats in de Bijbel. Paulus noemt de prediking: de dienst der verzoening. Paulus noemt zichzelf een gezant van Christus. Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: Laat u met God verzoenen (2 Korinthe 5:20).
In het boek Handelingen kunnen we verschillende grote toespraken van de apostelen lezen. Denk maar aan de toespraak van Petrus op de Pinksterdag. Het is ook opvallend dat er in dit Bijbelboek zoveel bekeringen worden gemeld. We lezen van drieduizend bekeerlingen (Handelingen 2: 41), van vijfduizend bekeerlingen (Handelingen 4: 4) en van een grote schare der priesters (Handelingen 6:7). Kennelijk is er dus een verband tussen de prediking en het werk van Gods Geest.
We zien dat trouwens ook in de kerkgeschiedenis. Calvijn en Luther zijn vooral krachtig geweest in hun prediking van Gods Woord. In de Dordtse Leerregels kunnen we lezen dat "door de vermaningen de genade Gods wordt medegedeeld; en hoe vaardiger wij ons ambt doen, des te heerlijker vertoont zich ook de weldaad Gods, Die in ons werkt, en Zijn werk gaat dan allerbest voort" (DL 3/4, 17). Laten we dus de prediking van Gods Woord niet gering achten. Het is de sleutel waardoor de gelovigen het Koninkrijk Gods wordt ontsloten. Het is ook de sleutel waardoor de ongelovigen het koninkrijk van God wordt toegesloten. Laten we daarom onze plaats niet leeg laten in de kerk.
Eeuwigheid
Niet elke prediking is naar het Woord van God. Helaas zijn er predikers die onbijbelse prediking brengen. In die prediking staat de mens centraal. Maar van de mens valt niet veel goeds te zeggen. De Bijbelse prediking is de boodschap van zonde en genade. Het is de boodschap van dood en leven. Het eerste wat in de ware prediking altijd opvalt is het grote gewicht van de eeuwigheid. Mensen zijn op reis naar de eeuwigheid. De Heere Jezus heeft voortdurend gewezen op wijze en dwaze maagden; op een wijze en een dwaze bouwer; op een brede en een smalle weg. De twee wegen zijn zo belangrijk in de prediking. Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve ingaan; Want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die denzelven vinden (Mattheüs 7: 13 en 14).
Calvijn schrift in de Institutie, dat wij onze harten moeten opheffen naar Gods rechterstoel. Het treft iedere keer weer in preken van Boston, McCheyne en anderen, hoe veel gewicht de eeuwigheid legt. Laten we dat ook vandaag de dag toch voluit benadrukken. Elke opwekking begint met het besef dat wij voor een eeuwigheid zijn geschapen. Dat wij God zullen ontmoeten. Die wetenschap bracht de apostel tot de indringende aansporing: Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden; doch ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn (2 Korinthe 5: 11). Weegt dat besef van de eeuwigheid ook in jouw leven? Kunnen we daar maar gemakkelijk aan voorbij leven?
Zonde en genade
De Bijbelse boodschap klinkt in tijden van opwekking weer onverkort. In die prediking wordt ook niet gezwegen over de totale ellende van de gevallen mens. In de Heidelbergse Catechismus wordt daar in de zondagen 2, 3 en 4 nadrukkelijk opgewezen. De gevallen mens is onmachtig en onwillig om tot God terug te keren. Hij vraagt niet naar God. Hij is een vijand van God. In de Dordtse Leerregels kunnen we daarover indringende zaken lezen. Laat ik slechts een enkel artikel noemen. "Overzulks zo worden alle mensen in zonden ontvangen, en als kinderen des toorns geboren, onbekwaam tot enig zaligmakend goed, geneigd tot kwaad, dood in zonden en slaven der zonde. En willen noch kunnen tot God niet wederkeren, noch hun verdorven natuur verbeteren, noch zichzelf tot de verbetering daarvan schikken, zonder de genade des wederbarenden Heilige Geestes" (DL 3/4, 3). De ellendestaat mag in de prediking niet verdoezeld worden. Laten we elkaar maar eerlijk behandelen.
Aan de andere kant mag ook gewezen worden op de genade Gods in Christus. Zonde en genade is de grote inhoud van de bediening der verzoening. Hel en hemel. Christus en Adam. Het is de taak van de prediker om de hoorders de boodschap te brengen van de levende Zaligmaker. Hij mag en moet aangeven hoe de Christus der Schriften Zichzelf openbaart in het leven van Zijn kinderen. De grote opwekkingpredikers hebben daar rijk en ruim van gesproken.
Christus
De prediking is altijd christocentrisch. In Christus is de geschonden gerechtigheid van God hersteld. In Christus is een volkomen verzoening voor verloren zondaren. En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door Wwlken wij moeten zalig worden (Handelingen 4: 12). Het opmerkelijke in tijden van opwekking is dat ook Christus in de prediking rijk en heerlijk mag worden aangeboden. De grote opwekkingspredikers hebben gewezen op de heerlijkheid en de noodzakelijkheid van Christus en Zijn verzoenende werk voor ellendige zondaren. Zij hebben Christus voorgesteld en aangeboden in zijn noodzakelijkheid, gepastheid, schoonheid en dierbaarheid. Christus is het ware brood des levens. Christus is de Rots der eeuwen. Alleen in Christus is er behoudenis. In de prediking worden zondaren genodigd om tot Hem de toevlucht te nemen. "O, geliefden, heden wordt u uitgenodigd om u te laten verzoenen. U hebt lang in zonden doorgebracht. Is het geen tijd om u met God te verzoenen? Laat u verzoenen o zondaar. O kom, kom oude zondaar! O kom, jonge zondaren! Onthoud dat u gesmeekt wordt te komen. Ik smeek u geliefden om te komen... Geliefden, het is God Die u op dit ogenblik smeekt..." zegt ds. McCheyne in De Ark der behoudenis (pagina 28). Het is deze prediking die door de Heilige Geest wordt gebruikt om zondaren op te wekken uit de slaap des doods; om zondaren te trekken uit de duisternis van de zonde; om zondaren te brengen tot de gemeenschap met God door Christus. Gij geest, kom aan van de vier winden en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden (Ezechiël 37: 9b).
Gebed om de Geest
Wij leven in een moeilijke tijd. Helaas is er veel waarover we bedroefd moeten zijn. Ook in de kerk. Toch blijft de Heere dezelfde. Hij heeft zijn discipelen een rijke en troostvolle belofte gegeven: En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen (Mattheüs 28: 20). Laten we daarom ook vandaag die Zaligmaker bidden om Zijn genade. Bij Hem is geen tekort. En Zijn Geest werkt onweerstaanbaar. Ook in de 21e eeuw. Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten! (Hooglied 4: 16). Die Geest kan ook vandaag een opwekking schenken aan Zijn kerk. Tot roem van God en tot zaligheid van arme zondaren.
Bij de Jeugdbond zijn twee Mivo's te bestellen over dit thema: de mivo 'Opwekkingen, vroeger en vandaag' en de mivo 'George Whitefield'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 2004
Daniel | 33 Pagina's