Dubbel
Verhaal
Acht-komma-zes. Ja, er komt acht-komma-zes uit. Het staat echt op de display. Een rekenmachine maakt geen fouten. Britt hoort zichzelf ademen. Zijzelf kan natuurlijk wel een fout gemaakt hebben. Een intikfout misschien. Ze neemt het zekere voor het onzekere en tikt nog een keer de repetitie- en s.o.-cijfers in, die ze in de achterliggende periode voor Nederlands heeft gehaald. Langzaam en krachtig. Duidelijk wordt uiteindelijk de acht-komma-zes weer zichtbaar. Mooi zo, dat is dus echt haar gemiddelde. Het zou toch gaaf zijn, als ze voor Nederlands een negen op haar rapport krijgt. Ook voor Nederlands. Ze glimlacht. Ineens bedenkt ze dat ze wel heel goed moet scoren voor dat opstel, want als haar gemiddelde naar een acht-komma-vier zakt, komt er op haar rapport een acht te staan. Bovendien telt het mee als repetitie. Dubbel dus. Ze rolt op haar bureaustoel naar de metalen kast en legt de rekenmachine in één van de twee lades die de kast rijk is, zoals altijd ingeklemd tussen twee plastic opbergdoosjes.
In de andere lade bevinden zich haar schoolschriften. Erboven de schoolboeken. Keurig rechtop in een rij, allemaal even ver af van het randje van de plank en door een boekensteun gescheiden van de romans ernaast. Gelukkig had Lotte, haar oudere zus, voor de zolder gekozen. De zolder met zijn schuine dak, zware houten balken en kleine raampje. Sfeervol noemt Lotte dat. Britt houdt van haar eigen kamer.
Rechte muren, wit plafond, een groot raam dat het daglicht gul naar binnen laat vloeien over het bed, bureau, stoel en kast. Meer meubelstukken heeft ze niet nodig. Net zo min als veel prullaria. "Niet te vol", is haar devies. En opgeruimd, geordend. Overzichtelijk noemt zij dat.
Britt start de computer op en dubbelklikt op 'Word'. Terwijl milde lentezonnestralen haar rug verwarmen, zet ze aan de hand van een aantal punten, elk voorafgegaan door een sterretje, de lijn van haar betoog uit.
Ze hadden zelf de tien omgangsregels mogen bedenken. Dat wil zeggen dat alle leerlingen via de klassenvertegenwoordigers hun ideeën konden inbrengen. Er kwamen betrekkelijk weinig reacties binnen en bovendien verschilden die niet veel van elkaar. Na een korte vergadering waren de tien regels vastgesteld. Bondig en geldig voor alle niveaus en leerjaren.
Mevrouw Brandts van Nederlands had er meteen brood in gezien. Met haar weelderige, witte, opgestoken haar en rijzige gestalte troonde ze als een vorstin achter haar bureau. Tegen elkaar geduwde handen, waarvan de vingertoppen haar kin raakten, leken het gewicht van haar woorden te moeten onderstrepen: "Mensen, jullie kiezen allen één omgangsregel en in een heldere verhandeling laat je de inhoud van die regel en de consequenties van het wel en/of niet houden ervan aan de orde komen." Door haar oogharen keek ze de leerlingen aan. Ze tuitte haar lippen en vervolgde op hogere toon: "Zorg dat je zinnen, je argumenten..." De klas zuchtte. "... de beelden die je eventueel gebruikt, de schildering met woorden een logisch geheel vormen. Stijl en spelling moeten vanzelfsprekend correct zijn." Ze was inmiddels vanachter haar bureau vandaan gekomen en liep tussen de rijen door. Zwaaiend met haar agenda maakte ze duidelijk dat het opstel uiterlijk over een week ingeleverd moest zijn en als repetitie mee zou tellen.
"Nog vragen?" Ja, één vinger. Van het meisje dat die week voor het eerst in hun klas meedraaide.
"Carlien...? Zeg het maar."
"Hoeveel kantjes?"
"Goed dat je dat vraagt. Heel goed. Ik denk alleen niet in kantjes, maar in woorden: plusminus zevenhonderd woorden moet je inleveren."
Carlien knikte en glimlachte haar gave witte tanden bloot. Dikke donkere krullen omkransten het fijn gevormde gezicht, waarin twee diepbruine ogen werden neergeslagen. Mooie ogen, vond Britt. Van haar vingers weefde ze een net en liet haar kin erin rusten. Carlien is knap, concludeerde ze. En ze zal zich vast wel een boel verbeelden, dat heb je met zulke mooie meiden, dacht ze er achteraan, terwijl haar zich verhardende blik van het nieuwe meisje naar de affiche met de tien omgangsregels gleed.
"Niet over elkaar roddelen", luidde er één. Die koos ze in ieder geval niet. Die had een te hoog 'open-deur-gehalte', oordeelde ze. Net als "Wees behulpzaam" of "Nooit pesten."
Toen haakte haar blik zich vast in "Benader elkaar niet met vooroordelen". Hé gaaf, had ze daarover pas niet een stelling gelezen van een groot wetenschapper? Kon ze mooi verwerken. Stond wel wijs als je zo'n kopstuk aanhaalde.
Opgewonden als een kind op de avond voor zijn verjaardag, schoof ze op haar stoel heen en weer. Mevrouw Brandts, wier sperwerblik haar gemoedsstemming ving, voegde haar lachend toe dat ze veel van haar opstel verwachtte. Britt glunderde.
Weer suisde er een zucht door de klas.
Britt heeft het grote slaapkamerraam wijd opengezet om de lente uitbundiger binnen te kunnen halen. De geur van hyacinten vermengt zich met het rijke aroma van soep, door haar moeder gekookt en boven gebracht. Buiten rennen kinderen joelend achter een bal aan. Britt hoort het niet. In een berk zingen twee vogels hun hoogste lied. De klanken bereiken haar oren niet. De overbuurjongen mept op zijn drumstel. Het geluid knalt zijn huis uit. Het stoort haar niet. Ze werkt stug door. Ze is in staat een figuurlijke muur om zich heen te bouwen die haar afschermt van geluiden, zoals een geluidswal een woonwijk van snelweggeluiden. Aandachtig bladert ze in de dikke Van Dale. Eerst eens kijken hoe die het begrip 'vooroordeel' definieert. Haar vinger glijdt over de bladzijde: vooronderstellen, vooronderzoek, voorontsteking. Ja, vooroordeel: "niet op kennis of redenering, maar op neiging, traditie of navolging berustend oordeel omtrent iets of iemand". Dan tuurt ze naar het scherm, stuurt de muis, gebiedt de toetsen de titel te laten verschijnen: "Een vooroordeel is geen eerlijk oordeel."
Met blosjes op haar wangen typt Britt vervolgens een aantal voorbeelden van heersende vooroordelen, schetst de mogelijke oorzaken en gevolgen daarvan, in algemene zin en toegespitst op hun eigen schoolsituatie.
In de laatste alinea's gaat ze in op de hardnekkigheid van vooroordelen. "Het is gemakkelijker een atoom te splitsen dan een vooroordeel weg te nemen."
Mooi zo, dat is een citaat van de grote Einstein. Klinkt als een klok. Er speelt een triomfantelijk lachje om haar mond. Ze eindigt met de aanbeveling open te staan voor een schoolgenoot als persoon, hem of haar de kans te geven gekend te worden als individu. "Ervaring is de beste medicijn tegen vooroordelen."
Tevreden mailt ze na ruim drie uur haar verhandeling naar mevrouw Brandts en constateert ze dat haar soep koud is geworden.
"Zou mevrouw Brandts de cijfers al hebben?" vraagt Britt zich af als ze plaats neemt in de rij bij het raam. Ze laat haar rugtas op tafel zakken, legt haar hoofd ertegen en kijkt door de ruit. Buiten kleurt een fijne regen alles grijs. Ze ziet Lotte met haar vriendinnen al naar huis fietsen. Verstopt in oranje regenpakken, voorovergebogen, zich moeizaam vooruittrappend over de weg die glinstert als een rivier. Dan klinkt voorzichtig haar naam. Als een lasso werpt ze haar blik naar rechts. Carlien...
Britts ogen vliegen langs Carliens lichaam. Van top naar teen en vice versa. Ze registreren bij elkaar gekamde en met een grote glimmende speld vastgezette krullen, een truitje dat met zijn zachtzalme kleur Carliens iets getinte huid flatteert, een groen rokje, gestreepte over-the-knees. Verwaand nest, schiet het door haar heen. "Mag ik naast je komen zitten?" vraagt Carlien vriendelijk. Help, wat nu? De spieren in haar nek spannen zich. Nee zeggen kan ze natuurlijk niet maken.
"Goed", antwoordt ze afgemeten. Gelukkig krijgt ze de mogelijkheid haar aandacht naar mevrouw Brandts te verplaatsen die, met haar balpen tikkend op het bureau, om stilte vraagt. Vervolgens deelt mevrouw Brandts vergenoegd mee dat er over het algemeen heel aardige cijfers gehaald zijn voor de verhandelingen over de omgangsregels.
"De meeste cijfers zweven tussen de vijf-komma-vijf en zeven-komma-vijf. Er is echter één eenzame topper", meldt ze met een veelbetekenende glimlach richting Britt, die haar wangen tussen haar kiezen heeft gezogen en daarop zit te bijten.
"Britt heeft haar gedachten over de door haar gekozen omgangsregel weten te vangen in puntig geformuleerde zinnen die vloeiend in elkaar overlopen en samen een prachtige eenheid vormen."
Op Britt toelopend fluistert mevrouw Brandts het cijfer: "Een negen-komma-vijf, mensen".
Britt blaast de opgespaarde lucht uit haar mond en pakt haar cijferkaart uit haar agenda. Wauw... Een negen-komma-vijf! Dat betekent ook een negen op haar rapport. Haar wens is vervuld. Voldaan zoekt ze met haar vinger het goede hokje op de kaart en net als ze het cijfer wil noteren, fluistert Carlien haar toe: "Leuk voor je, zo'n hoog cijfer." Britts mond zakt langzaam open. Met grote kijkers staart ze haar klasgenootje aan. Zei ze dat echt? "Leuk voor je, zo'n hoog cijfer." Meende ze dat? Carlien kijkt met grote ogen terug, aarzelend, vragend, verlegen glimlachend. Verbaasd om Britts verbazing? Terwijl de vriendelijke opmerking nog naklinkt in het lokaal, wordt er geklopt. Abrupt draait Carlien haar hoofd en kijkt gespannen naar de deur, alsof haar blik een veer is waarmee ze de deur kan dichthouden. Voorzichtig wordt die deur toch opengeduwd. In de opening verschijnt de heer Lagersma. Na een ga-je-gang-gebaar van mevrouw Brandts knijpt hij zijn ogen tot spleetjes. Zijn blik glijdt zoekend langs de leerlingen en haakt zich uiteindelijk vast in die van Carlien. Een knikje is voldoende om Carlien op te doen staan. Ze graait haar spullen bij elkaar en stopt ze haastig in haar rugtas. Ze kucht, stoot haar voet tegen de tafelpoot en volgt dan meneer Lagersma het lokaal uit. Rug iets gebogen, rode vlekken in haar hals. Wat is er aan de hand? Waar gaat ze heen? vragen Britts ogen. "Faalangsttraining", gonst het. "Vast faalangsttraining, daar is die Lagersma van."
"Aandacht mensen", roept mevrouw Brandt. "We gaan snel verder." Britts aandacht wordt niet gevangen, maar blijft cirkelen rond de persoon van Carlien. Haar vriendelijke opmerking, verlegen glimlach, rode vlekjes. Faalangsttraining! Dat komt niet als een windvlaag op je af. Dat verraadt onzekerheid. En is het niet zo dat verwaandheid en onzekerheid elkaar moeilijk verdragen...?
Britt veegt een denkbeeldig pluisje van het tafelblad, verlegt haar cijferkaart, speelt met haar pen. Schaamte borrelt in haar op. Heeft ze behalve een muur, die haar afschermt tegen ongewenste geluiden, ook een muur om zich heen die haar afsluit van nuchtere feiten? Een geluidswal die makkelijker een vooroordeel door laat klinken dan een eerlijk oordeel?
Onthutst merkt ze ineens dat niet slechts de stem van Carlien door de geluidswal heeft weten door te dringen. Eén voor één breken andere stemmen erdoorheen op deze grauwgrijze dag, in dit door neonlampen helverlichte lokaal.
De man die in zijn rolstoel door hun Buurtsuper reed en haar de weg naar het postkantoor vroeg. Vanachter een stelling met blikken groente stapte een vrouw tevoorschijn die zijn vrouw bleek te zijn. Automatisch keek Britt over de man heen de vrouw aan en wees haar de gevraagde weg. Alsof iemand die kan lopen, dat beter kan bevatten dan een lichamelijk gehandicapte.
Haar buurmeisje dat met vochtige ogen vertelde over de kilo's die ze aankwam als gevolg van medicijngebruik. Hoort Britt nu haar eigen stem, die tijdens een straatbarbecue snerpte dat ieder pondje door het mondje ging? Alsof dikke mensen altijd veeleters zijn. En de vader van een schoolvriendinnetje. Hij kreeg een werkloosheidsuitkering. Zijn stem probeert haar bewering dat werklozen niet willen werken, dat ze profiteurs zijn, te overstemmen. Alsof dé werkloze bestaat.
De één na de ander. Het negende gebod in de hand. Het duizelt Britt. Gekoesterde vooroordelen. Vergeefs probeert ze ze weg te moffelen achter de muur. Vergeefs probeert ze de stemmen te smoren in de geluidswal. Verwarring in haar hoofd. Storm in haar hart. Bijtend op haar lippen tuurt ze minutenlang voor zich uit. Dan schuift ze de cijferkaart terug in haar agenda. Vandaag nog nodig ik Carlien uit om vrijdagavond met een groepje meiden bij mij thuis te komen. Ja, vandaag nog, neemt ze zich stellig voor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 2004
Daniel | 33 Pagina's