Dikke streep door 'alles kunnen'
"Ik mag soms echt wel zeggen: 'Heere, het Is goed, zoals het nu Is'"
"Het lijkt of ik niet meer meetel sinds ik in een rolstoel zit. Als mijn vader en moeder erachter lopen en een kennis een praatje begint: 'Dag meneer, mevrouw. Hoe is het met uw zoon?' Alsof ik zélf niets meer kan zeggen. Mensen denken dat ik het niet meer allemaal op een rijtje heb." Zomaar een pijnlijke ervaring van iemand die alles kon, maar waar een ongeluk een dikke streep doorheen heeft gezet. Wat betekent dit voor jou en voor je omgeving? Hoe leer je zo'n ingrijpende gebeurtenis verwerken?
Deze en andere vragen stelde ik aan Gerda Verhagen en aan Maarten. Gerda is 33 jaar en getrouwd met Arjan Verhagen. Zij wonen, samen met hun dochtertje Elke van anderhalf, in Rhenen. Maarten is 26 jaar en wil graag anoniem blijven. Het is ingrijpend om de levensverhalen van hem en Gerda en te lezen.
Kun je iets vertellen over het ongeluk dat je kreeg en hoe het daarna gegaan is?
Maarten: "Vijf jaar geleden overkwam mij een ernstig auto-ongeluk; waarschijnlijk door een hersenbloeding. Het gebeurde op een zondagmiddag toen ik uit de kerk naar huis reed. Gelukkig waren er geen andere mensen bij betrokken. Omdat ik er ernstig aan toe was, werd ik met een helikopter naar het ziekenhuis gebracht. Mijn ouders werd verteld dat er niet veel hoop meer voor me was. Drie dagen hebben zij en mijn broers en zussen bij mij gewaakt. Mijn toestand bleef kritiek. Door de verschillende operaties die ik kreeg, kwam daar verandering in en stabiliseerde mijn toestand. Ik heb echter zeven weken in coma gelegen. Daarna kwam ik heel langzaam bij. Dit proces duurde ongeveer drie weken. Zelf weet ik hier niets meer van. Mijn zus heeft een dagboek bijgehouden, omdat ze hoopte dat ik hieraan later een geheugensteuntje zou hebben. Na drie maanden mocht ik de weekenden naar huis. Toen ik later op de revalidatieafdeling kwam, bleek dat ik veel dingen weer opnieuw moest leren: praten, eten, lopen. Het leren lopen was het grootste probleem. Door de hersenbeschadiging ging dat, zelfs met twee krukken, heel moeilijk. Ik ben uiteindelijk zeven maanden verpleegd."
Gerda: "Bij mij gebeurde het ongeluk vijftien jaar geleden, toen ik achttien was. Ik heb toen een auto-ongeluk gehad, waarbij ik mijn nek heb gebroken. Hierdoor heb ik een 'hoge' dwarslaesie opgelopen. Eerst heb ik vijf weken in het Radboudziekenhuis in Nijmegen gelegen. Ik was vanaf mijn nek verlamd en had dus heel veel verzorging nodig. Al snel werd het duidelijk dat ik waarschijnlijk niet meer zou kunnen lopen, maar stiekem bleef ik hopen. Ik kreeg vrij snel mijn gevoel terug en daardoor kreeg ik hoop dat ik m'n beweging ook weer terug zou krijgen. Ik heb anderhalf jaar gerevalideerd in 'De Hoogstraat' in Utrecht."
Wat deed je voor je het ongeluk kreeg?
Maarten: "Vóór mijn ongeluk was ik automonteur. Na de LTS heb ik op het MBO de opleiding autotechniek gevolgd. Dat betekende vier dagen werken en één dag naar school. 's Avonds werkte ik voor mezelf. Ik was altijd bezig. In de week dat ik het ongeluk kreeg, had ik het MBO-examen moeten doen voor APK-keurmeester. Door mijn ongeluk werd dit een half jaar uitgesteld, maar na verloop van tijd bleek wel dat ik dit werk nooit meer zou kunnen doen. Ik had ook graag mijn vrachtwagenrijbewijs gehaald. Ik had al een proefles gehad. Helaas moest ik ook dit ideaal opgeven. Als ik nu terugkijk, kan ik niet begrijpen dat ik toen zoveel deed. Dat doet nog wel eens zeer."
Gerda: "Ik had net mijn MAVO-diploma behaald op de Van Lodenstein in Amersfoort. Daarna ben ik in een drogisterij gaan werken. Ik twijfelde nog of ik de drogisterijvakschool zou gaan doen of MDGO-AW (agogisch werk). Na een paar maanden kreeg ik toen het ongeluk."
Hoe ziet je leven er nu uit? Wat zijn je dagelijkse bezigheden zoal?
Maarten: "Mijn leven is door het ongeluk verschrikkelijk veel veranderd. Ik was altijd aan het werk met auto's. Mijn werk was mijn hobby. Nu is lopen mijn grootste handicap. Ook mijn korte-termijngeheugen is slecht. Ik geloof wel dat dit voor mijn ouders meer een probleem is dan voor mij. Ik heb er in ieder geval niet zo'n last van. Krijg ik het verwijt dat ik weer iets vergeten ben, dan maak ik er soms voor de grap wel eens misbruik van door te zeggen: 'Ja, dat komt door mijn slechte geheugen, hè'. Momenteel werk ik twee dagen per week op een zorgboerderij-kaasmakerij. Daar keer ik de kazen en moet ik nieuwe kazen plastificeren. Heb ik dit gedaan, dan moet ik wachten op een nieuwe klus. Omdat er de laatste tijd niet zo veel werk te doen was, verveelde ik me steeds. Daar kon ik niet tegen.
Ik had thuis nog een figuurzaagmachine staan en kwam op het idee deze mee te nemen naar het werk. Ik zaag nu dierfiguren uit, die vervolgens door een ander geverfd en daarna in de winkel worden verkocht. Dat loopt goed en het werk geeft me zo weer een beetje een doel in m'n leven.
Om zelfstandig naar buiten te kunnen heb ik een stepscooter in plaats van een rolstoel, een aangepaste fiets en een brommobiel. Voor volgende week heb ik een rijles aangevraagd in een 'gewone', aangepaste, auto. Ik heb het gevoel dat ik opgesloten zit in onze regio. 'k Wil graag - letterlijk - mijn grenzen verleggen."
Gerda: "Ik ben inmiddels moeder geworden. In juli 2002 hebben mijn man Arjan en ik een dochtertje gekregen, Elke. Zij is ons zonnetje in huis en we genieten samen intens van haar. Ik heb dagelijks van half negen tot half vijf hulp op afroep. Daarnaast heb ik drie ochtenden per week huishoudelijke hulp van de RST en komt de wijkverpleging vier keer per dag voor mijn lichamelijke verzorging. Ik werk nog tien uur per week op het dagactiviteitencentrum 'De Schakel' in Barneveld. In mei zijn we verhuisd naar een appartement in Rhenen. Ons appartement is op de begane grond en gelijkvloers. Verder is alles goed aangepast, zodat ik mezelf in huis gelukkig heel zelfstandig redden. Binnenkort hoop ik mijn rijbewijs te halen en kan ik dus in mijn eigen aangepaste auto rijden. Dat zal mij nog meer zelfstandigheid geven."
Besefte je direct dat je gedeeltelijk gehandicapt bent geworden of kwam dat pas later? Je moet al het gebeurde ook kunnen verwerken. Hoe is dat bij jou gegaan?
Maarten: "Het besef gehandicapt te zijn, is pas na enkele jaren tot me doorgedrongen. Eigenlijk wil ik het nog steeds niet zijn. Ik gebruik wel hulpmiddelen, maar ik kan overal komen. Dat is heel belangrijk voor me. Ik wil een 'vrij man' zijn. Ik ervaar het nog wel steeds als een strijd die ik moet voeren. Wordt er gepraat over verwerken, dan vind ik dat heel moeilijk. Ze zeggen dat je er veel over moet praten. Maar: verwerken moet je toch zelf doen. Natuurlijk wel met steun van bijvoorbeeld ouders. Als ik bij anderen ben, ervaar ik weer meer wat ik vroeger wel kon en nu niet meer. Toch heb ik er echt voor gevochten om andere mensen te blijven ontmoeten. Ik heb veel verloren, maar ook weer veel teruggekregen. Soms vind ik het nog wel moeilijk om bij kleine kinderen te zien dat ze zomaar leren praten en lopen. Aan de andere kant denk ik: het is gebeurd; ik heb geen keus. Ik moet verder."
Gerda: "Het revalideren vroeg veel van me. Ik was de hele dag met m'n eigen lichaam aan het stoeien. Ik deed mijn uiterste best om weer zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Ik kwam niet toe aan de vraag wat het voor mij zou betekenen om de rest van mijn leven afhankelijk te zijn van anderen.
Ik werd in het revalidatiecentrum wel geconfronteerd met vragen als: 'Geloof je nou nog steeds in die God van jou? Als Hij een God van liefde is, waarom overkomt je dit dan? Hij had er toch voor kunnen zorgen dat je nog gewoon kon lopen?'.
Ik had zelf natuurlijk ook heel veel vragen en twijfels. Aan de ene kant was ik heel blij dat ik nog leefde, maar aan de andere kant wilde ik ook weer gewoon lopen, fietsen en alles kunnen doen wat ik voor het ongeluk nog kon. Pas jaren later, toen ik weer thuis woonde in mijn aangepaste kamer, kwam ik echt toe aan de verwerking van het ongeluk. Ik heb toen een hele zware tijd gehad.
Na lang zoeken ben ik in groepstherapie gegaan. Dit heeft mij heel erg geholpen. Vooral het creatieve bezigzijn vond ik heerlijk. Voor mijn ongeluk was ik altijd aan het prutsen en naaien. Bij creatieve therapie ontdekte ik dat ik, ondanks mijn beperkte handfunctie, toch nog heel veel kon. Ik ben toen gaan aquarellen en olieverven. Dit gaf mij heel veel voldoening. Samen met een arbeidstherapeut ben ik gaan kijken of ik vrijwilligerswerk kon gaan doen. Zo ben ik op het dagactiviteitencentrum 'De Schutse' als vrijwilligster aan de slag gegaan. Later kreeg ik een vaste aanstelling. Mijn werk gaf weer invulling aan mijn leven. Ik had weer een goed dagritme en voor mijn gevoel is dit van groot belang in je leven. Door mijn werk kreeg ik behoefte om weer naar school te gaan. Ik ben toen de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk gaan doen. Ik liep stage bij 'De Schakel' in Barneveld, waar ik nog steeds met veel plezier werk."
Welke rol speelde het geloof en je persoonlijke omgang met de Heere bij het verwerken van het ongeluk?
Maarten: "Ik ben heel goed gaan beseffen dat het een wonder is dat de Heere mij nog gespaard heeft; dat ik nog leef en tot nu toe geholpen ben. Ik ervaar het als een waarschuwing. Dit is de tweede al, want toen ik jong was, heb ik ook nog leukemie gehad. Ik ervaar geen boosheid. Wel leeft de vraag 'Waarom ik?' nog altijd sterk bij me. Misschien komt dat vooral omdat het uit de kerk gebeurde."
Gerda: "Als ik geen geloof had, waar zou ik dan naartoe moeten met mijn vragen en verdriet? In de eerste periode na het ongeluk heb ik veel verdriet onbewust weggestopt. Dit moest er echter uit, wilde ik weer echt gelukkig worden en weer kunnen functioneren in het leven. Het was voor mij dan ook heel belangrijk om in therapie alles een plekje te geven.
Eerst ben je boos, maar tegelijk ook voel je jezelf machteloos. God had mij nog in het leven gespaard. Daar was ik ook heel dankbaar voor. Later heb ik heel veel gehuild en gepraat. Dat heeft mij ontzaglijk geholpen. De Heere weet op het allervolmaaktst wat wij nodig hebben en wat wij kunnen dragen. In Psalm 103 staat dat Hij weet wat maaksel wij zijn. Dat is voor mij een grote troost. Hij weet dus ook dat ik het er echt niet altijd mee eens was. Dat mag ik voor de Heere neerleggen. Was er geen zonde, dan zat ik niet in mijn rolstoel. Ik geloof zeker dat God niets voor niets doet in iemands leven. Maar, dat moet je voor jezelf eerst doorleven om te kunnen accepteren wat er in je leven is gebeurd. Hier is veel gebed voor nodig. Ik mag soms echt wel zeggen: 'Heere, het is goed, zoals het nu is'."
Hoe belangrijk zijn familie en vrienden voor je? Hoe is het om steeds bepaalde hulp te moeten vragen?
Maarten: "Vrienden en collega's vergeten je als je niet meer kunt meedoen. Van mijn familie heb ik wel veel steun en aanmoediging ontvangen. Het ongeluk is al een tijd geleden, maar ik blijf het soms moeilijk vinden om steeds hulp te moeten vragen bij zoveel dingen die je net niet alleen kunt."
Gerda: "Mijn ouders, broers en vrienden hebben heel veel voor mij betekend en hebben me veel gesteund en gestimuleerd. Maar vaak dacht ik: 'Hoe moet ik verder?' Al mijn vrienden studeerden of hadden een leuke baan, kregen verkering en gingen trouwen. Als je dan zelf hele dagen thuis zit, is dat absoluut geestdodend en leeg. Je krijgt medelijden met jezelf en zo draai je in een kringetje rond. Het heeft jaren geduurd voordat ik mijn leven weer een beetje op de rails had staan. Ik ervoer het wel als een zegen te weten mensen om me heen te hebben, waarmee ik kon praten; die voor me baden. Het deed me ook goed als vrienden me bemoedigden door te zeggen, wat ik nog allemaal wel kon."
Wat betekende het ongeluk voor hen?
Maarten: "Voor mijn ouders is het voornaamste dat ik er nog ben. Ik merk dat het voor veel mensen erg moeilijk is om met mijn beperkingen om te gaan. Alleen voor mijn neefjes en nichtjes is het niets bijzonders. Zij hebben mij niet anders gekend. Dit is voor mij makkelijk, al ben ik wel eens jaloers als er weer een geleerd heeft om te lopen."
Gerda: "Voor mijn man zijn mijn beperkingen 'gewoon', omdat zij bij mij horen. Hij heeft mij pas na het ongeluk leren kennen. Ik ben erg blij dat ik op dat moment de gebeurtenissen al voor een groot deel verwerkt had en dat ik 'lekker' in mijn vel zal. Voor mijn ouders en broers is het wel een heel moeilijke periode geweest. Vooral voor mijn vader. Hij werd er heel stil van en kon zich moeilijk uiten. Voor mijn moeder was het ook zwaar, maar op een andere manier. Zij heeft mij veel geholpen. Dat hielp haar in de verwerking."
Wat houdt steun voor jou in? Wat moeten anderen vooral wel of juist niet doen?
Maarten: "Voor mij is steun wanneer iemand gewoon, op een volwassen manier, met me praat. Net als tegen een ander. Ook wanneer iemand bewondering voor m'n hulpmiddelen heeft. Ik vind het heel pijnlijk wanneer anderen hier spottend over doen. Wanneer iemand bijvoorbeeld een deur voor me open houdt, vind ik dat op zich fijn. Ik zal er altijd voor bedanken. Alleen, soms kun je ook te snel worden geholpen. Het is juist fijn om zelf te doen wat je zelf kunt doen. Bied daarom hulp als het echt nodig is!"
Gerda: "Gewoon normaal doen, zoals je tegen iedereen doet. Hoe zeg je dat ook al weer? 'Hetgeen gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'. Het klinkt makkelijk, maar voor veel mensen is het dat niet. Het is ook niet fijn als anderen een zielige houding tonen. Natuurlijk zijn er ook voor ons moeilijke situaties en is begrip daarvoor fijn. Maar iedereen kan het moeilijk hebben. Anderen moeten niet direct denken: 'Wat hebben die het zwaar, zeg'. We hebben ons gewone leven, net als iedereen."
Heeft het ongeluk je ook dingen geleerd, of afgeleerd?
Maarten: "Ik heb door het ongeluk geleerd om te vechten voor mijn zelfstandigheid en om voor mezelf op te komen. Ik vind het ook heel belangrijk dat je vanuit je geloof weet waar de kracht om door te gaan vandaan komt."
Gerda: "Ook ik heb geleerd te vechten voor mezelf. Gelukkig heb ik een vrolijk karakter en een dosis gezonde humor. Daarnaast ben ik heel spontaan en maak ik snel contact met mensen. De Heere geeft ons zoveel, ook in ons karakter. Daar moeten we oog voor hebben; we moeten het willen zien. Ik geloof zeker dat alles wat ik heb meegemaakt mij dichter bij de Heere heeft gebracht. Ook ben ik veel bewuster gaan leven. Ik kan ervan genieten dat ik zelf ons dochtertje uit bed kan halen. Als je dit altijd hebt gekund, denk je hierover niet eens na. Zo zijn er zoveel dingen waar ik dankbaar om kan zijn, bijvoorbeeld dat ik getrouwd ben en dat ik zelf het eten kan koken. Ik ben ervan overtuigd dat je echt weer een gelukkig mens kunt zijn. Dit kan alleen niet zonder de Heere en ook niet zonder je omgeving."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004
Daniel | 32 Pagina's