Wij hebben merkelijk gezien... een voorbeeld?
Pagina's voor haar
Dit voorjaar zijn de tweejaarlijkse regiodagen weer gehouden. Fijn dat ze zo goed bezocht werden! In Geldermalsen was de leiding in handen van ds. J.J. van Eckeveld, in Yerseke van ds. J.W. Verweij en in Genemuiden van ds. E. Hakvoort. Zij verzorgden tevens de meditatie. De meditaties zijn te beluisteren op de cassettebandjes van de regiodagen. Ds. C.A. van Dieren hield op de verschillende dagen een referaat getiteld 'Wij hebben merkelijk gezien... Een voorbeeld?'. In de middagpauze was er gelegenheid tot groepsdiscussie waar velen gebruik van maakten. De vragen werden plenair behandeld in de middagvergadering.In deze Daniël vindt u het verslag van de lezing van ds. C.A. van Dieren (te Geldermalsen); in de volgende Daniël leest u een verslag van de middagvergaderingen.
Wij hebben merkelijk gezien dat de HEERE met u is; daarom hebben wij gezegd: Laat toch een eed tussen ons zijn, tussen ons en tussen u, en laat ons een verbond met u maken (Genesis 26: 28).
Iedere dag om acht uur 's morgens en om half tien 's avonds luidt de klok in de stad Rijssen. Dat herinnert aan de tijd dat de stadspoorten 's morgens opengingen en 's avonds weer werden gesloten. Overdag kon men in- en uitgaan. Via de stadspoorten was daar toezicht op. Ook in Nederland zijn de afgelopen dertig jaar van alle kanten mensen binnengekomen. We leven in een multiculturele samenleving. leder heeft zijn eigen leefwereld, cultuur en godsdienst meegebracht. We zijn inmiddels gewend geraakt aan de ramadan, de moskee, de buurtwinkel en de islamitische slagerij. Gewenning...
Bunyan noemt onze ziel ook een stad met poorten, 's Morgens gaan de oog- en oorpoorten van de stad Mensenziel open. Allerlei reizigers komen ongevraagd de stad binnen. Uiterlijk zijn we gewend geraakt aan het multiculturele karakter van de samenleving; de stad Mensenziel went ook aan alle vreemdelingen met hun eigen gedachtegoed. Ze krijgen een plaats in de stad. Een mens wordt voor een groot deel gevormd door de dingen die van buitenaf tot hem komen. Denk aan de uitdrukking 'hij of zij is een kind van zijn tijd...' Gewenning....
Er hoort harmonie te zijn tussen ons spreken en handelen. Paulus schrijft: Die dan een ander leert, leert gij uzelven niet? Die predikt, dat men niet stelen zal, steelt gij? (...) Die op de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet? Want de Naam Gods wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is (Romeinen 2). Hij zegt: uw belijdenis deugt wel, maar de praktijk van uw leven is daarmee niet in overeenstemming! Het is schokkend als dat geconstateerd moet worden. Degenen die tot een voorbeeld gesteld zijn, moeten dit zijn in woord en in daad. Dat betreft vanzelf niet alleen het zevende en het achtste gebod, maar alle geboden Gods. Anders zijn wij rechters in plaats van daders van de wet geworden.
In ons leven is gezag nodig. Ouders zijn gezet tot een natuurlijke norm. Wat vader en moeder in een gezin doen (ook vader!) is voor kinderen normaal. Zij zien merkelijk wat wij doen en hóé we het doen. Hoe doen we bijvoorbeeld ons werk? Lopen we de kantjes eraf? Mogen we het doen met lust en inzet? Of is ons werk een jacht naar geld, eer, carrière en goed? Het gaat in alle gevallen over werken. Maar hoe wij het doen, daarmee zetten wij een merkelijk voorbeeld voor onze kinderen. Dit geldt zowel de eenvoudige dingen van alle dag, als de principiële zaken. U stelt een merkelijk voorbeeld als uw kinderen uit school komen en u leest de Libelle of een goed boek. Mijn eenvoudige, godvrezende grootmoeder had altijd een preekje uit Overjarig Koren op haar nachtkastje liggen als ze 's middags een uurtje rustte. Daar leefde ze bij. Overlopen uw kinderen u wel eens wanneer u op de knieën ligt in het verborgene? Hebt u als ouder een vermaak in de zondag? Is er een uitzien, een voorbereiding op de dag Gods? Dat wordt merkelijk gezien!
In mijn studententijd hoorde ik ouderling Verstraten uit Westkapelle met eerbied lezen uit Gods Woord en een kinderlijk gebed doen. Daarmee zette hij een onvergetelijk voorbeeld neer. Ik kwam ook eens in een gezin waar de kinderen hun gebedje nog moesten bidden voor het eten. En terwijl moeder het hardop voorzei, smeerde ze een boterham met jam...
Waar wringt toch de schoen in onze dagen? Er zijn zorgen over de opvoeding van kinderen, de jeugd, de wereld om ons heen. Veel tijd wordt er geïnvesteerd om een dam op te werpen. Er worden boeken en artikelen geschreven om ons een handvat te bieden in alle vragen en moeilijkheden die zich voordoen. Maar zou dat nu de problemen werkelijk oplossen? Moeten we ons niet eens afvragen wat de oorzaak daarvan is? Wij hebben wel allerlei theorieën in de strijd gebracht, en die zijn heel waardevol, maar ze blijken uiteindelijk niet de kern te raken. Hoe komt het toch dat we zulke immense problemen hebben?
In de eerste plaats: heel de wereld om ons heen is losgeraakt van de wortels van Gods Woord. Daar zijn we aan gewend geraakt (moskee, ramadan). Gewenning leidt vroeg of laat tot acceptatie. We hebben bet aanvaard. 'Dat moet ieder voor zich weten...!' Nog een stap verder is, dat het blijkbaar geen zonde meer is wanneer iedereen het doet. Het hoort bij onze maatschappij... Was abortus vroeger kwaad in de maatschappij, nu is het geaccepteerd. En al wordt het dan onder ons 'in den brede' nog niet gepraktiseerd, we hebben het als maatschappelijk verschijnsel wel geaccepteerd. We zijn er aan gewend geraakt, evenals aan euthanasie en homofilie. Jaren geleden was er een gezamenlijke actie tegen de abortuswetgeving, nu is er gewenning gekomen. De kerk gaat uiteindelijk de wereld achterna. Ook in onze Gereformeerde Gemeenten. De duivel kiest ook onder ons de weg van de geleidelijkheid. Hij laat zijn tijd niet voorbijgaan, maar hij néémt wel de tijd.
In de tweede plaats: missen we niet steeds meer de godzalige voorbeelden? Izak was een stille, onopvallende figuur, tussen Abraham en Jakob in. Van Jakob staat beschreven wat hij gesproken heeft in allerlei omstandigheden. Van Izak niet. Maar juist van hem wordt gezegd: We hebben merkelijk (opmerkenswaardig) gezien... Abimelech, de koning der Filistijnen, en Pichol, zijn krijgsoverste, hebben de eenvoudige vreze Gods en het tere leven van Izak gezien. Daar is zoveel van uitgegaan, dat deze Filistijn daarom een verbond wilde sluiten met Izak.
Hoe was Izak aan zijn vrouw gekomen? Zomaar stil. Merkelijk gezien: iedere avond in het veld, knieën gebogen. Hoe was zijn huwelijksleven? Twintig jaar lang was hun huwelijk kinderloos. En Izak bad de HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw. Dat was zijn kracht. Merkelijk gezien... Hoe was het met zijn gezin? Wanneer Izak terugkeert, bouwt hij eerst zelf een altaar. Dat laat hij niet aan anderen over; allen zien dat bij Izak de dienst des Heeren het zwaarste weegt. Daarna bouwt hij een tent. Hij draagt de zorg voor zijn gezin en daarna graaft hij een put. De schapen komen dus op het derde plan. We horen geen woorden van Izak, maar... we hebben merkelijk gezien.
Dames, zien ze aan ons ook wat? Nee, geen woorden, maar zien ze dat ons leven doordrenkt is van de eenvoudige godsvreze, van de beoefening van de genade? Is die harmonie van alle dingen in ons persoonlijk leven, in ons huwelijksleven, in ons gezin en in onze arbeid merkbaar? Bij Izak was daar geen frictie in. Hoe is dat bij ons? Begeert uw buurvrouw - misschien wel een moslimvrouw - ook een verbond met u om uw godsvreze, omdat ze proeft en ziet dat u iets hebt wat zij misschien helemaal niet begrijpt, maar waaraan ze ziet dat dat het ware geluk is? Of... sluiten wij omgekeerd een verbond met onze wereldse buurman om de dingen van hem over te nemen? Izak had geen handboeken, geen artikelen, en die man stond ook middenin een Kanaänietische, heidense wereld. Wat was zijn kracht? Izak vertoonde in zijn daden de tere vreze Gods.
Christus zegt dat de vruchten tonen wat de wortel van het leven is. De apostel Jakobus zegt: Toon mij uw geloof uit uw werken. Van de apostelen wordt gezegd na de Pinksterdag: ...en kenden hen dat zij met Jezus geweest waren (Handelingen 4). De zalfolie van de Geest, de goede reuk van Christus werd door het leven van de apostelen uitgedragen. Wij hebben merkelijk gezien...
Wat is er aan u, wat is er aan mij te zien? Christus zegt in de Bergrede, waar Hij spreekt over de heiliging van het leven: Gij zijt het zout der aarde (Mattheüs 5). Zout was een kostbaar bezit. Het bracht smaak aan en bewaarde tegen bederf. Christus zegt: Zó is Mijn Kerk. Zij moet het bederf van de wereld tegenhouden, zij moet als een zoutend zout het leven der genade bewaren. Dat is de kostelijke schat die op deze aarde bewaard wordt. Zij moet de poorten bewaken, zodat niet alles ondergaat onder de vreemde invloeden van buiten. Zijn wij een zoutend zout? Ook in het werk van de vrouwenverenigingen? Als er zulke Izaks in alle eenvoudigheid en in stilte hun weg gaan en als een merkbaar voorbeeld leven, dan zijn ze meer waard dan alle kerkelijke theorieën bij elkaar. Daar is behoefte aan in onze tijd!
Merkelijk gezien... De Heere stelle ook ons werk in deze tijd nog als een bewarend zout.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2004
Daniel | 32 Pagina's