Natuurlijk voel ik me anders
Veertien over twaalf
"Ik heb alleen maar witte mensen, om me heen en die begrijpen er niks van, " vindt Kitty Visser. De vmbo-leerlinge van de Fruytier is geadopteerd toen ze acht maanden was. In dit gesprek vertelt ze wat anderen dan wél zouden moeten begrijpen en wat er anders is als je geadopteerd bent.
"Ik ben geboren in Calcutta in India. Ik heb een heel jonge moeder gehad van een jaar of vijftien. Zij heeft me naar een weeshuis gebracht. Daar kwamen mijn adoptie-ouders naar me kijken. Het maakte zeker indruk op hen: allemaal zwarte kindertjes, van wie er één met hen meemocht, terwijl de anderen moesten achterblijven. Omdat er nog van alles geregeld moest worden, kon ik niet direct met hen mee. maar later, toen ik acht maanden was. hebben zusters me naar Nederland gebracht."
Wennen
"Ik weet van mijn ouders dat ik helemaal niet kon wennen: het klimaat, het eten. de geuren, alles was anders. Ik heb hele nachten gehuild, echt van heimwee. M'n ouders hebben wat met me afgetobd, volgens mij hebben ze in het begin niet veel plezier aan me beleefd. Ik heb altijd moeite met taal gehad en ik denk dat ik dat aan mijn adoptie heb overgehouden: je hebt al acht maanden dat gekwebbel in een andere taal om je heen gehad, dat zit in je."
Ouders
"Ik heb het heiemaal niet meer door dat mijn ouders niet mijn echte ouders zijn. Toch ben ik me er ook wel bewust van. Ik weet natuurlijk ook dat ik bruin ben en zij blank. Van kinds af aan hebben ze tegen mij en mijn broer en broertje verteld dat wij niet uit hen komen en dat vind ik echt supergoed! Ik vind ze ontzettend lief. maar als ik een erge bui heb. denk ik wel eens: 't zijn toch niet m'n echte ouders.
Mijn echte moeder ken ik niet. We weten alleen haar naam. haar leeftijd en dat ze lief voor me was. We zijn naar haar op zoek en schrijven regelmatig brieven naar de zusters van het weeshuis, maar we krijgen steeds te horen dat ze verder niets weten. Ik zou haar graag ontmoeten: ze heeft me negen maanden gedragen! Eigenlijk denk ik elke dag aan haar. Als ik bijvoorbeeld een plaatje zie met zwarte mensen denk ik: "Misschien staat ze er wel tussen". De zusters hebben me een brief in het Engels meegegeven waarin staat wat mijn moeder gezegd heeft: dat ze niet voor me kon zorgen, maar geen abortus wilde en dat ze me een fijn leven gunde. Ze wist dat het Gods plan was dat ik als een geschenk in een goed gezin terecht zou komen en goed voor mijn familie zou zijn. "Bid voor mij en voor jezelf en vraag Jezus of Hij jou en mij verhoren wil." Ik ben dus niet boos op haar omdat ze me weggegeven heeft, soms wel omdat ze niets van zich laat horen. Ik vind dat ze dat zou moeten proberen. Maar die woorden doen me nog steeds goed. Als ik iets te weten kom, wil ik er heen. Ik ben jaloers op mijn broer die net terug is uit zijn geboorteland. Ik loop al drie jaar rond met allerlei vragen waar nooit antwoord op komt."
Ruimte
"Ik denk er veel aan, vooral 's avonds in bed. Ik weet zeker dat elk adoptiekind erover nadenkt waar 'ie vandaan komt. Je kunt het ook wegduwen, maar ik praat erover, vooral met m'n moeder. Mijn ouders geven daar echt veel ruimte voor; ik kan alles aan hen vragen. Ik vind het altijd zo mooi dat ze hun best doen om mijn echte moeder te zoeken. Ze hielden er al meteen rekening mee dat ik groter zou worden. Mijn moeder voelde aan wat belangrijk voor mij is, al voordat ik er zelf over nadacht. Ze zegt altijd: "Wij hebben gekozen voor adoptie en daar hoort bij dat wij jouw ouders opzoeken." Doordat ze haar best doet voor haar kinderen, zet ze zichzelf dus eigenlijk op de tweede plaats."
Anders
"Natuurlijk voel ik me anders. Ik heb een andere huidskleur en zie elke dag witte mensen om me heen. Ik merk dat iedereen altijd naar me kijkt. Mensen spreken me aan: "Hé. waar kom je eigenlijk vandaan?" En ze vragen naar mijn moeder, nooit naar m'n vader. Als ik mensen niet goed ken. vind ik dat best vervelend. Ik houd altijd eerst even de boot af. maar ik geef wel eerlijk antwoord. Ik neem ze niets kwalijk, maar ze moeten niet pesterig doen. Als ze zeggen: "Hé zwarte!" dan zeg ik: "Ben je kleurenblind? Ik ben bruin. Kun je me daar alleen op pakken?" Ik zit er niet mee, hoor, dat ik donker ben.
Toch trekken 'lotgenoten' aan. Bij mij op school is een meisje dat echt sprekend op me lijkt. Toen ik haar eens in de spiegel zag, schrok ik, omdat ik dacht dat ik het was. Ik wil haar zeker een keer aanspreken. En later ga ik wel op een adoptievereniging, om te weten hoe anderen erover denken en ermee omgaan. Ik heb alleen maar witte mensen om me heen en die begrijpen er niks van. Gek hè? Ik wil bejaardenverzorgster worden. maar ik denk toch altijd dat ik daar in het tehuis zal gaan werken bij de zusters. Zij hebben mij toen geholpen en dat wil ik ook doen."
Moeten weten
'Wat andere jongeren zouden moeten weten? Ik wil dat ze weten dat ik geen asielzoeker ben, maar dat ik hier hoor. Ze zien ook wel snel aan mijn rok dat ik geadopteerd ben. En nog iets: sommigen praten over 'pleegkind' of 'stiefouders', dat moeten ze dus niet zeggen. 'Adoptieouders' zeg ik dan."
Niet altijd blij
"Om eerlijk te zijn, ben ik niet altijd blij dat ik geadopteerd ben. Natuurlijk mag ik dankbaar zijn: als ik daar was, was ik misschien arm geweest, maar dat kan ik natuurlijk niet inleven. En ik heb nu lieve ouders, maar het blijft een feit dat iedereen naar me kijkt omdat ik anders ben. Als ik daar gebleven was. was ik waarschijnlijk Rooms geweest. Nu ben ik hier gedoopt, dat is wel bijzonder, maar daar heb ik nog niet zo over nagedacht.
In de brief van de zusters wordt wel over Gods plan gesproken, maar ik zie het niet echt als besturing. Natuurlijk heeft God het wel bestuurd, ik ben hier niet voor niets gekomen. Toch begrijp ik er niets van: waarom ik juist wel en die dertig andere kinderen in het weeshuis niet? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 2004
Daniel | 32 Pagina's