JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Sneeuw en wolven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sneeuw en wolven

Verhaal

13 minuten leestijd

"Denk erom dames, heren, geen sneeuw en wolven...!" 

Duidelijk hoorbaar haalt Jaap zijn neus op. Uit zijn zak komt een gekreukelde zakdoek tevoorschijn. Omslachtig snuit hij zijn neus, terwijl hij ondertussen de jongere leden van de redactie indringend aankijkt. Inwendig moet Kobe lachen. Hij haalt een klein notitieboekje uit zijn zak. Susans wenkbrauwen gaan omhoog. Stilletjes schrijft Kobe een paar woorden op een klein, geel briefje. Jaaps zakdoek verdwijnt weer in zijn donkerblauwe broek. Hij veegt zijn lok uit zijn gezicht.

"We zijn een opinieblad en onze kerstbijlage moet een klapper zijn. We hebben onze naam hoog te houden. Mensen zien naar onze bijlage uit. Dus nogmaals, geen sneeuw en wolven..." Weer stilte. Weer een zakdoek. Jaap op zijn best. Niemand durft te vragen wat Jaap nu eigenlijk bedoelt met sneeuw en wolven. De jongeren uit ontzag, de ouderen uit ervaring. Elk jaar is er toch iemand die het vraagt. Daar gaat de vinger van Jeroen omhoog. Kobe grinnikt zachtjes. Hij leunt achterover. Als Jaap niet kijkt, schuift hij het briefje naar Susan. Ze leest de woorden stiekem en knipoogt naar Kobe. Er staat: "Kerstverhalencomplex".

 

Onder Kobe verdwijnen de laatste lichten van Nederland. Het lijkt wel, of er in deze dagen voor de kerst nog meer lichten zijn dan anders. Kerstfeest. Hij zal deze kerst niet vieren. Niet meer, na 24 december 2001.

"Kobe", zegt Susan. "Wat ga je doen met de kerstdagen?"

"Ik? Niets denk ik."

Susan kijkt opzij. Kobe klemt zijn lippen op elkaar.

Susan. De fotografe, die Jaap met hem meegestuurd heeft voor deze klus. Telkens probeert ze door de muur, die hij rond  zich opgetrokken heeft, heen te breken. Het irriteert hem een beetje. Hij heeft geen zin om zijn hart bij haar uit te storten.

Susan. Steeds komt haar gezicht in zijn gedachten, als hij aan Wietske terugdenkt. Steeds schuift haar blonde hoofd voor het donkere hoofd van Wietske. Hij betrapt zich erop, dat hij al dagen niet naar de foto van Wietske gekeken heeft. Is hij haar aan het vergeten? Dat nooit!

 

"... is in Rotterdam een jonge vrouw neergeslagen, die een tasjesdief probeerde tegen te houden. Ze is met ernstige verwondingen aan het hoofd opgenomen in het Dijkzigtziekenhuis. Voor haar leven wordt gevreesd. De dader was van Nederlandse afkomst. Hij is door de politie..."

Zo was Wietske. Altijd in de weer om iemand te helpen. Waar was God op 24 december 2001? "De Heere doet het nooit verkeerd, hoor", had zijn moeder gezegd. Kobe had gegromd: "Dat weet ik nog zo net niet, ma." Ongemerkt zucht Kobe. Hij fronst zijn wenkbrauwen. Zijn kaken kiemt hij op elkaar.

"Vrede op aarde" is de titel van de kerstspecial. Vrede, hij gelooft er niet meer in. Volgend jaar komt die vent op vrije voeten. Nog geen twee jaar voor een heel leven. De jongen had het gewaagd, hem brieven te schrijven. Keer op keer vond hij de nu al vertrouwde enveloppen, met zijn naam erop in de bekende hanenpoten. Iedere keer verdwenen de brieven ongelezen in de prullenbak. Eentje heeft hij zelfs door het raam naar beneden gegooid. Vrede op aarde? Nooit. Vergeven? Nooit. Wat maakt het uit, dat Jezus meer dan 2000 jaar geleden op aarde werd geboren? Niets. Er is geen vrede. Niet zo lang opgeschoten jongens onschuldige oude dametjes beroven. Niet zo lang zulk tuig onschuldige voorbijgangers mag doodslaan. Vrede? Niet voor hem. Nooit. Vergeven? Hij piekert er niet over.

 

Verwonderd heeft Susan gezien, hoe Kobe verstrakte, op haar onschuldige vraag. Ze heeft Kobe deze drie maanden leren kennen als een vrolijke collega. Heeft ze iets verkeerds gezegd? Echt hoogte krijgt ze niet van hem. Wat maakt het ook uit? Voor haar liggen een paar leuke dagen Curacao. Een reportage in een beruchte gevangenis. Ze hoopt dat de bewaking goed is, want de verhalen die ze heeft gehoord...! Elke dag vinden er verkrachtingen plaats. Dat bewakers worden uitgescholden, is normaal. Er wordt gestolen en soms zelfs gemoord. De ergste misdadigers van Curacao zitten hier bij elkaar.

Het leek op de redactievergadering wel, of Kobe het verhaal naar zich toehaalde. Ze glimlacht, als ze aan zijn briefje denkt. Sneeuw en wolven. Nou ja, wolven zal Jaap toch krijgen, als ze de verhalen over de Koraal Spechtgevangenis moet geloven. Sneeuw zal lastiger worden. Sneeuw. Ze houdt van sneeuw. Het doet haar denken aan vroeger. Niets leuker, dan 's morgens vroeg de sneeuw in hollen met haar broers en zussen en voetstappen te maken in de ongerepte sneeuwvlakte. Sneeuw. Het doet haar denken aan haar vader.

 

Samen staan ze voor het raam. Zij op de vensterbank. Ze kijken, hoe de vlokken rond dwarrelen. De bomen in de tuin worden wit. Over de rand van het schuurdak hangt een dikke deken. Hij slaat zijn arm om haar schouder. In zijn ogen glinsteren tranen. Zijn vinger wijst.

"Zie je die hulst? Eerst was hij groen hè, maar sneeuw verandert alies. Zie je die straat? Eerst was hij vies, maar de sneeuw bedekt alles. Witter dan sneeuw, hoor je Susie, witter dan sneeuw, wil Hij onze zonden maken." Dan pakt hij haar op. "Kleed je aan, we gaan sneeuwballen gooien!" Samen rennen ze naar buiten. Als Susan 's avonds uit het raam naar buiten kijkt, zijn al hun voetstappen weer bedekt met een nieuw pak sneeuw. "Zo doet Hij dat, Susie, bij Hem is sneeuw voor elke dag en voor elke tuin."

 

"Dames en heren, over enkele minuten zullen we landen op het vliegveld van Willemstad. Wij verzoeken u vriendelijk uw gordels vast te maken. We hopen dat u een prettige reis hebt gehad en wensen u een fijne tijd toe op Curacao. Ladies and gentlemen, ..."

Vlug pakken Kobe en Susan hun weinige handbagage bij elkaar. Curacao komt steeds dichterbij. "Heb je alles?" Kobe kijkt Susan vriendelijk aan. "Ik ben niet zo'n gezellige reisgenoot geweest, geloof ik." Hij glimlacht een beetje schaapachtig. Susan lacht terug. "Geeft niet joh, ik had genoeg om over na te denken."

"Dat zag ik. Had je last van binnenpretjes?"

"Eerlijk gezegd, ja. Ik dacht weer aan dat sneeuw- en wolvencompiex van Jaap. Sneeuw, dat zal niet lukken op Curacao, maar wolven lijken me geen probleem. Heb jij de achtergrondinformatie van die Koraal Spechtgevangenis gelezen? Wat een zootje zeg!"

"Ze noemen het nu 'Bon Futuro'. Er schijnen nogal wat gevangenen tot bekering te zijn gekomen. Daar geloof ik dus niet in. Eens een moordenaar, altijd een moordenaar, zeg ik altijd maar. Ze zouden zulke schoften levenslang moeten geven, voor elke moord die ze begaan. Er worden veel te veel onschuldige mensen het slachtoffer van hun praktijken." Kobes gezicht is al sprekend roder geworden. Mensen kijken achterom. Een stewardess doet ongerust een paar passen in hun richting. Susan legt haar hand op Kobes knie. "Rustig maar, Kobe, anders beland je eerder achter de tralies dan de afspraak is." Kobe laat zijn hoofd naar beneden hangen. Hij zucht. "Sorry, Susan."

 

"Jongens, je moet geen lafaard wezen. Het is makkelijk om kwaad te doen. Maar je moet jezelf de vraag stellen: wil ik de mensen in mijn afdeling laten zien, dat ik in Jezus geloof? Durf ik de mensen om me heen in het gezicht te kijken? Ik was op een andere weg, maar iedereen mag er getuige van zijn, wat ik jullie nu ga vertellen. Dat ik veranderd ben."

De woorden galmen door de ruimte. Tientallen gevangenen en bewakers luisteren naar Paulo. In eenvoudige woorden vertelt hij hoe hij tot geloof is gekomen. Er wordt uit de Bijbel gelezen. Gevangenen die eerst de meest grove dingen tegen elkaar en tegen de bewakers zeiden, zingen nu eensgezind.

Kobes pen vliegt over het papier. Hij komt ogen en oren tekort. Zacht knikt hij naar Susan, die met haar toestel heen en weer loopt. Ze probeert close-ups te maken van enkele gevangenen. Ze ziet Kobe wenken en knikken. "Die, probeer die op de foto te krijgen." Ze stelt haar toestel in. Dit wordt mooi. Schitterend. De grove gelaatstrekken van de man. Een klein oorbelletje. Een litteken onder zijn oog. Tatoeages op zijn arm.

"Ik zit hier al bijna zeven jaar. Ik heb een jongen doodgeschoten. Nog steeds was ik stoer. Maar de hand van God heeft me laten zien wie ik ben: een zondaar voor de mensen en voor God. Ik wilde niks van God weten. Ik bleef mijn rug omdraaien. God blijft mij achtervolgen. Je moet het opgeven. Je moet werkelijk een ander hart krijgen en vergeving van je zonden. Niet in de zonde blijven. Vroeger leefde ik gefrustreerd. Altijd boos, niet blij. God heeft verandering gebracht, beetje bij beetje. In het begin dachten anderen, dat het een spelletje was. Ze lachen je uit. Maar dan zien ze dat je serieus bent."

Een jongen doodgeschoten. Hij komt er wel makkelijk vanaf. Je belijdt even je zonden en dan begin je een nieuw leven. Kobe duwt zijn pen bijna door het papier heen. Hij zou zijn handen voor zijn oren willen houden. Hij ziet hoe tranen over de wangen van de gevangene stromen. Huil maar. Denk maar eens aan wat je de familie van die jongen hebt aangedaan. Nu is het jouw beurt om te huilen. Wietske, o Wietske. Woest slaat Kobe een blaadje van zijn kladblok om. Hij doet net alsof hij niet ziet, dat Susan naar hem kijkt.

 

"Dit proces, deze opwekking is ongeveer twee jaar geleden begonnen. Toen werden tijdens een doopdienst tientallen gedetineerden gedoopt. Het is niet opeens gekomen. Daar ging een lange periode van voorbereiding aan vooraf. Eerst moet je ploegen, dat hebben we acht jaar gedaan. Pas dan kun je zaad strooien. Toen ik hier pas werkte als sportleraar voor gedetineerden en hun bewaarders, verklaarden ze me voor gek. Ik begon de les met Bijbellezen en bidden. Er werd om mij gelachen. Mensen begrepen het niet. Maar ik wist dat dit mijn opdracht was. Je ziet een verandering. Eerst hoorde je scheldwoorden. Gedetineerden zeiden vieze woorden tegen bewaarders. Nu is er kalmte en rust. God heeft rust gebracht door middel van Zijn Woord."

Een vertegenwoordiger van de gevangenis leidt zijn bezoekers door de gangen van de gevangenis. "En zijn dit nu allemaal brave christenen?" vraagt Kobe. "Of het echt is, moet blijken als ze buiten de gevangenis komen", antwoordt de man. "De één sticht bij wijze van spreken een kerk, de ander zoekt zijn verkeerde vrienden weer op." Nieuwsgierig kijkt Kobe door een raam. Klaslokalen? "Wat wordt hier gedaan?" vraagt hij. "Hier krijgen gevangenen les. Algemene ontwikkeling, les over de gevaren van drugs. Hier krijgen ook zo'n vijftig, zestig gedetineerden Bijbelles. Wat God voor de mens wil zijn." De man doet de deur van een lokaal open. In schoolbanken zitten gedetineerden aandachtig te luisteren, naar wat de docent vertelt. Onwennig houden ze een pen in handen. Voor hen ligt een schrift, waarin ze aantekeningen maken.

"Wat krijgen deze mensen voor les?"

"Ze krijgen uitleg over wat de zonde in een mensenleven doet."

Zacht sluit Kobe de deur.

 

"Tot morgen, hoor. Verslaap je niet, want anders vertrekt het vliegtuig zonder je." Susan trekt de deur van haar kamer achter zich dicht. Kobe loopt door naar zijn eigen kamer. Op een tafeltje zet hij zijn laptop neer. Naast hem ligt zijn kladblok met aantekeningen. Hij zal direct maar iets uitwerken, nu is het nog vers. Hij kan toch niet slapen. Het bezoek van vandaag heeft meer indruk op hem gemaakt, dan hij toe wil geven. Vooral dat laatste gesprek, met die man die twee mensen had doodgeschoten. Hij slaat een paar bladzijden om in zijn notitieblok.

"... Ik heb iets slechts gedaan. Ik heb twee mensen doodgeschoten. Ik bleef tegen God vechten. Ik wilde niet luisteren..."

In gedachten verzonken staart Kobe naar buiten. Hij ziet de drukte van de stad. Boven hem vliegt een vliegtuig. Het wordt schemerig buiten.

"Ik ben twee keer gevlucht. De politie bracht me terug. De tweede keer brak ik een been. Ik begon te begrijpen, dat er iets aan de hand was. Het lukte nooit om te vluchten. Ik was alleen. Ik probeerde vrienden te bellen. Ze weten dat je lang moet zitten. Als je hier zit, raak je je vrienden kwijt. Ze willen niks meer van je weten. Toen ging ik naar de kapelaan. Ik zie andere gevangenen. Ik zie ze werken voor God, elke dag. Ik zie vrede in hun hart. Ze zijn net als ik gevangenen. Ze zijn niet heilig, ze hebben ook iets gedaan..."

Kobe legt zijn hoofd op zijn handen. Voor het eerst denkt hij aan die jongen die Wietske sloeg. Ook in de gevangenis. Ook vergeving nodig. Waarom zou hij eigenlijk blijven schrijven?

"Kom op, Kobe", spreekt hij zichzelf toe, "aan het werk." Hij start zijn laptop. Het wit staart hem aan. Vrede op aarde. Vrede in de Koraal Spechtgevangenis. Haat. Haat in zijn hart. Wietske. Joost. Voor het eerst denkt hij aan de jongen als een persoon. Joost, stond er achterop de brief.

'Wolven en sneeuw', zo zal hij het document noemen. Jaap zal wel niet akkoord gaan met die titel, maar als werktitel is het leuk. De volgende drie uur vliegen zijn vingers als een razende over het toetsenbord. Hij gaat helemaal op in zijn werk. Het lukt. De digitale wekker wijst na twaalven aan, als hij met een zucht zijn laptop dichtslaat. Nog een paar uur slapen, want het vliegtuig vertrekt vroeg.

 

"Je was gisteren fanatiek aan 't pennen, joh!" Ze heeft het dus toch gezien. Waar bemoeit ze zich mee? "Wat maakt jou dat uit?" Kobe hoort hoe stug hij klinkt, "'t Maakt me niet uit hoor, maar ik zie al langer dat je ergens mee zit. Weet je, je kunt soms zo cynisch doen. Denk je dat ik niet gemerkt heb, dat je het er niet mee eens was, dat de kerstspecial over vrede ging? Misschien moet je hem des te beter lezen."

"Lezen? Verscheuren bedoel je. Oud papier, daar is zo'n kerstspecial goed voor. Vrede, bah, vrede bestaat niet. Al dat zoetsappige gepraat. Moet Jaap ons nodig onder de neus wrijven, dat 'ie geen sneeuw en wolven wil. Weet je hoe afgezaagd het thema 'vrede' is?" "We hebben de vrede gezien. We hebben de wolven ontmoet. En de sneeuw in de gevangenis."

Met een ruk draait Kobe zijn hoofd opzij. "Sneeuw? Zag jij ergens sneeuw?"

"Al waren je zonden rood als karmozijn, ze zullen witter worden dan sneeuw. Die sneeuw heb ik gezien in de gevangenis. Jij hebt het toch ook gezien? Dat kan ook voor jou, Kobe. God wil je boosheid vergeven en wegnemen. Hij wil jou ook vrede geven. Het staat toch in je Bijbel?"

"Voor mij? Dan moet ik eerst die schoft vergeven die Wietske vermoordde en dat kan ik niet."

"Jij niet nee, maar Jezus kan het wel. Wat Hij vraagt, dat geeft Hij ook."

 

Met een zucht steekt Kobe de sleutel in het slot. Hij zet zijn koffer in de gang. Zo, nu eerst een biertje. Het wordt ai donker buiten. Hij doet een paar lampen aan. De buurvrouw heeft de post op de koelkast gelegd. Met een biertje in zijn ene hand, een stapel post in de andere, loopt hij naar de kamer. Daar ploft hij neer op de bank. Hé, weer zo'n brief. Hij bekijkt de voor- en achterkant nauwkeurig. Het handschrift herkent hij direct. Dan werpt hij een blik op de muur. Daar hangt de foto van Wietske. Nog een paar dagen, dan is het precies twee jaar geleden. Nog een jaar, dan komt Joost vrij. Wat zou hij hem, Kobe, te zeggen hebben? Hij weegt de brief in zijn hand. Zal hij? Langzaam scheurt Kobe de envelop open.

Die avond vindt Kobe Eijkhout de wolf in zijn eigen hart.

De dag voor het Kerstfeest valt er bij Susan een kaart in de bus. Op de voorkant staat een wolf. Op de achterkant één regeltje. "Ook voor mij, sneeuw genoeg. Een gezegend kerstfeest! Kobe."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2003

Daniel | 37 Pagina's

Sneeuw en wolven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2003

Daniel | 37 Pagina's