Regels zijn een zegen
"Dat maak ik zelf wel uit!"
"Wat je er ook van denkt kan mij niet schelen. Ik ga mijn eigen koers." Dat is ongeveer de toon van "Dat maak ik zelf wel uit!" Misschien ook: "Bemoei je met je eigen zaken. Denk je dat je het beter weet? Ik heb je mening of advies echt niet nodig." Maar misschien hebben we elkaar wel méér nodig dan we zelf denken! Zeker in tijden dat niet alles voor de wind iijkt te gaan, maar er over ons leven onweerswolken komen opzetten. Wat is eigenlijk een goede manier om met elkaar in het leven te staan? En wie heeft het toch in dit leven voor 't zeggen?
leder mens is uniek. Heel letterlijk geldt dat, want er is niemand zoals jij. En nooit zal er iemand zoals jij nog worden geboren. Dat uniek zijn gaat verder dan alleen maar je uiterlijk; ook hoe je denkt, praat en doet zijn jouw persoonlijke kenmerken. Net zoals je verlangens, idealen en wensen.
Op zich al iets om stil van te worden. Als je bedenkt dat de wereld overvol met mensen is en iedereen toch zo'n unieke schepping is. Wie moet dan de Schepper wel niet zijn?
Ontdekkingstocht
Door de jaren heen komt steeds duidelijker naar voren wie je bent als persoon. In je kinderjaren heb je nog veel afgekeken van je ouders en van de andere mensen en kinderen om je heen. Ook op school leren kinderen hun wereld èn zichzelf te (ver)kennen. Al heel jong moet een kind ieren kiezen: "Ga ik spelen of niet. Zal ik naar buiten gaan of blijf ik binnen. Luister ik naar wat er gezegd wordt of niet. Met wie wil ik vrienden worden?"
Kortom, al in de eerste kinderjaren gaat iedereen op weg naar zelfstandigheid. Het lijkt we! wat op een ontdekkingstocht Al doende wordt zichtbaar hoe je keuzes maakt in je leven. Daardoor krijg je zicht op wie jij bent als uniek mens. Maar dat is één kant. We leren dat niet op eilandjes, maar juist door samen te leven met anderen. 'Iemand worden' kan alleen groeien in het contact met anderen. Het is zelfs zo dat we zonder andere mensen helemaal niet kunnen leven; we hebben elkaar nodig om zelf mens te zijn. We hebben rekening te houden met elkaar. Dat is de andere kant.
Weegschaal
De meesten van ons kunnen zich niet meer goed herinneren wat onze ouders stimuleerden in de opvoeding bij ons. Maar we horen het dagelijks om ons heen hoe vaders en moeders hun kinderen aanspreken.
Tegen de kleintjes: "Geweldig dat je zelf je jas kunt aandoen. Jij wordt groot, je kunt je veters al strikken. Heb je zelf je bed opgemaakt, ... je bent mijn knecht vandaag!"
Allemaal opmerkingen die elk kind nodig heeft om zelf wat te durven experimenteren en te gaan ondernemen. Dat geeft een kind zelfvertrouwen. Het leert wat het al kan en wat nog te moeilijk is. Het zit er al jong in dat een kind zo veel mogelijk zelf wil doen.
Maar ook ander gedrag wordt gewaardeerd: "Je hebt goed geluisterd. Wat fijn dat je zonder te mopperen doet wat ik je vraag. Jij kunt echt goed op je broertje passen en lief met hem spelen!" In deze uitspraken hoort het kind dat het zijn ouders blij maakt. Het kind gaat goed met anderen om en is gehoorzaam. Dat wordt op prijs gesteld.
Zo ongeveer zal het ook wel gegaan zijn tussen ons en onze ouders toen wij klein waren. Maar hoe staat het nu je ouder bent met de balans tussen 'zelf iemand zijn, zelf dingen doen' en 'rekening houden met anderen, gehoorzaam zijn'? Is dat in evenwicht of... sla je naar één kant door?
Luchtkastelen
Twee broers, ze hebben dezelfde opvoeding gehad. Ze zijn totaal verschillend. De jongste komt op een dag bij zijn vader en zegt dat hij vertrekt. Het enige wat hij nodig heeft, is het geld van zijn vader. Hij heeft grootse plannen. Hij droomt van idealen ver bij huis vandaan. Vrijheid en plezier. Hij bouwt hele luchtkastelen. Maar: luchtkastelen eisen hoge onderhoudskosten! Daar komt hij achter als hij tot zichzelf inkeert bij het varkensvoer na een overdadig leven. Dat was het eindsaldo van alles.
Zijn vader hoort de plannen en ziet géén luchtkastelen, maar donkere wolken boven het leven van zijn zoon hangen. Toch geeft hij hem het gevraagde geld en hij laat zijn zoon met pijn in zijn hart gaan. Biddend kijkt hij hem na.
De andere jongen werkt op het bedrijf, doet alles wat zijn vader hem opdraagt. Maar niet van harte! Dat blijkt als zijn broer berooid terugkeert en er door zijn vader een feest wordt georganiseerd. Wat bij de gehoorzame jongen dan naar buiten komt, is afgunst. "Zo'n feest heb ikzelf verdiend door mijn trouwe arbeid", denkt hij. "Die wegloper krijgt het zo maar voor niets!" Beiden zijn ontevreden.
De jongste zoon reageert egoïstisch, ik-gericht in zijn verzoek om 't geld van zijn vader. Hij walst over de gevoelens en de zorg van zijn vader heen. Ook heeft hij het er niet over dat het bedrijf nu maar zonder zijn hulp verder moet draaien.
De oudste zoon beseft niet wat het betekent om altijd bij zijn vader te mogen zijn. Hij hééft alles, ook de liefde van zijn vader. En hij heeft het niet eens door. Zijn werk in huis en op het bedrijf was voor hem alleen maar een plicht, zonder liefde van binnenuit.
De jongste zegt eigenlijk: Wat ik doe dat maak ik zelf wel uit." De oudste: "Ik doe wat ik moet doen, maar wat ik eigenlijk wil, laat ik niet merken." Je kunt het nalezen in Lukas 15: 11-32.
Arend
De oudste zoon zat vast in zijn ontevredenheid. De jongste zoon zat vast aan zijn eigen plannen. Koste wat het kost ging hij zijn eigen gang. Beiden op weg naar hun eigen ondergang.
Het doet denken aan wat er met een arend gebeurt als hij een prooi te pakken heeft. Wanneer hij in volle vlucht een glibberige vis uit het water grijpt, gaan tegelijk de spieren van zijn klauwen in een spasme. Hij kan zijn slachtoffer daarna onmogelijk meer loslaten. Ook al zou het noodzakelijk zijn voor zijn eigen belang. Er is tijd voor nodig voordat de klauwen zich weer kunnen ontspannen. In zijn greep is de arend zelf dus eigenlijk niet meer de baas over wat er wel of niet met hem gebeurt. De vangst kan zijn dood inhouden.
Zo dacht de jongste zoon in vrijheid te kunnen doen wat hij zelf wilde, maar 'de vrijheid' werd echt zijn ondergang. Hij zat gevangen in zijn verkeerde keuze. Hij dacht vrijer en vrijer te worden, maar het tegendeel overkwam hem. En het duurde wel lang voordat hij tot zichzelf kwam en aan zijn vader dacht! De oudste van de twee zat ook vast, geketend in boosheid en zijn verkeerde, onredelijke gedachten.
Wij denken ook in vrijheid te kunnen kiezen, net zoals in het paradijs. Daar konden Adam en Eva het goede kiezen, ze wisten van het kwade niet af en wilden alleen wat de Heere wilde.
Deze vrijheid zijn we echter verloren door de zonde. We zijn slaven geworden van satan, onze eigen wil, ons eigen begeren, ons eigen hart. We kiezen vanuit onszelf niet voor het goede. Zo staan we in het leven, zo gebonden zijn we geworden!
En als we in de greep van de zonde blijven liggen, zal dat ook onze ondergang worden. Hier ligt voor ons een levensgroot probleem: Gods wil en onze wil sluiten niet meer op elkaar aan. Wie heeft het in jouw en mijn leven dan toch eigenlijk voor het zeggen?
Levensbron
Denk nog even aan het beeld van de arend. Dat beest volgt zijn instinct en daarom kan hij niet anders dan prooien vangen. Van ons mensen staat geschreven: Er is niemand die goed doet, ook niet één. Ons natuurlijke 'instinct' is dat we niet anders kunnen doen dan zonde. Wat een onvrijheid eigenlijk, als je het goed bekijktl
Maar de mens is meer dan een vogel, we hebben ook verstand. We kunnen denken. En wat nog belangrijker is, we hebben de Bijbel, Gods Woord ontvangen. Daardoor weten we wat de wil van de Heere is en we kunnen lezen wat tot ons heil, ons geluk nodig is. Die Bron kun je met recht de Levensbron noemen! Alles wat de Bijbel ons leert, staat er met één doel: om mensen weer de richting te wijzen naar het leven zoals het bedoeld is. In vrede met de Heere en met het uitzicht op een eindeloos leven vol van vrede in het Hemelse Paradijs. Aan Wie of aan wie vertrouwen we onszelf en ons leven toe?
Verticale lijn
Al schrijvend kan ik me voorstellen dat bij iemand de volgende gedachten boven komen drijven: "Hoe zit het nou? We leren al heel jong door onze opvoeding zelf keuzes te maken en dat is goed. We mogen steeds zelfstandiger worden. Dat is ook goed. Maar nu staat daar de opmerking, dat we in ons leven ons moeten laten gezeggen door de Bijbel, door de wil van God. Is dat niet tegenstrijdig?"
De vraag is wel logisch, maar toch... Zelf heb ik vee! gehad aan het beeld van een vis in het water. Alleen in water is een vis in zijn element en komt hij tot zijn recht. Op het droge gaat hij dood. Zo is het ook met ons, we zijn pas in ons element als we leven als kinderen van God. Dan pas wordt er iets echt zichtbaar van Gods bedoeling met ons. leder met zijn eigen gaven en talenten!
Het mag jouw en mijn gebed wel elke dag zijn of we Gods Woord mogen leren begrijpen. Of Zijn Geest ons hart, onze wil, ons verlangen, ons begeren, ons denken wil verlichten. Zodat we alles (onszelf) gaan zien zoals de Heere het ziet! En naar Zijn wil verlangen te leven. Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede. Dat is een wending van 180 graden; dat is sterven aan jezelf en alles verwachten van de Heere Jezus en Zijn reddingswerk. Zo sta je dan als mens onder het gezag van God, om je door Hem te laten gezeggen.
Horizontale lijn
Dat heeft ook gevolgen voor het leven van alledag. Want als Gods Woord het voor het zeggen heeft in je leven, dan mag je alles daaraan toetsen. Je verhouding tot je ouders, broers, zussen, vrienden, leerkrachten of werkgever en alle andere mensen vraagt om bezinning. Hoe ga je met jezelf en anderen om? Om het kortweg te zeggen: wordt je handel en wandel bepaald door de Bijbel?
Jouw wil, jouw denken, verlangen en begeren is niet doorslaggevend. Stel dat je vrienden je vragen ergens mee naar toe te gaan waar je wel zin in hebt, maar waarbij je ook aanvoelt dat het niet kan. Wat doe je dan? Of als je ouders je waarschuwen voor je muziekkeuze of drankgebruik? Hoe reageer je dan? Of je komt te staan voor een moeilijke beroepskeuze. Wat geeft dan de doorslag? Jouw wil of vraag je naar Gods wil?
Je ziet dat het leren kiezen heel belangrijk is. Maar naar Gods wil te kiezen, kun je niet in eigen kracht. In Christus alleen ligt de weg van de nieuwe gehoorzaamheid.
God sprak
Wil je eens bij jezelf te rade gaan over het verschil tussen 'eigen baas' te zijn en te leven naar Gods wil? Als iedereen zijn 'eigen baas' wil wezen, dan verwacht ik dat er grote chaos ontstaat in onze samenleving. Net als in het verkeer, wanneer er geen regels zouden zijn. Stel het je maar voor: de één rijdt links, de ander rechts, ... ergernis, ongelukken en boosheid alom. Het blijkt elke dag; in het verkeer zijn regels voor ons een zegen!
En in het maatschappelijke verkeer dan?
Wanneer ik soms de krant lees, vind ik onze samenleving wel wat op een chaos gaan lijken. ledereen doet maar wat goed is zijn eigen ogen. Krantenpagina's vol conflicten, scheuringen, ruzie en oorlogen krijgen we voorgeschoteld. Dag in dag uit.
Alsof we met z'n allen vergeten zijn dat God ook regels gegeven heeft, die richting geven aan ons leven. Zijn geboden! Regels die ons niet aan banden leggen, maar die voorkomen dat jouw en mijn leven veranderen in een chaos. Het is Gods liefde over jou en mij dat Hij zó duidelijk gesproken heeft over wat wel en wat niet goed voor ons is. Laten we ons door deze God gezeggen? Dat is dan ook te merken. Want dan wordt zichtbaar dat het in ons leven in de eerste plaats gaat om God en we gaan Hem liefhebben boven alles. Maar ook onze naaste als onszelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 2003
Daniel | 20 Pagina's