Kerkhervorming herdenken in 2003
Over de levensvraag en actuele discussies
Kerkhervorming herdenken in 2003: moeten we dan naar het verleden gaan zitten kijken? Is het niet belangrijker de vragen van vandaag onder ogen te zien? Er is zoveel gaande op het kerkelijk erf. Boeken verschijnen, onlangs nog dat van dr. K. van der Zwaag. Discussies zijn niet van de lucht. Over de prediking en over de toeëigening van het heil. Over het aanbod van genade en over standen in het genadeleven. Over het verstaan van de Bijbel en over het Schriftgezag. Over Samen op Weg en ons eigen kerkelijk verleden. Moeten we aan al die vragen voorbijgaan en ons in het verleden verdiepen? In dit artikel wil ik kijken naar het verleden en aandacht geven aan wat vandaag aan de orde wordt gesteld. Kerkhervorming was niet niks: van de geschiedenis kunnen en moeten we leren. En wat de actualiteit betreft: aan Samen op Weg en ons eigen kerkelijk verleden ga ik nu voorbij, in Daniël nummer 11 van juni j.l. heb ik daarover geschreven.
De centrale vraag voor Maarten Luther was: "Hoe krijg ik een genadig God?" Wat heeft hij met die vraag geworsteld. De roomse leer hielp hem er niet uit. De gangbare kerkleer zei dat, als je de sacramenten gebruikte, dan zouden die aan jou de genade meedelen. Maar Luther vond er geen rust door. De roomse leer zei ook dat je je zonden moest opbiechten bij de priester. Hij kon absolutie geven en dan had je ook echt vergeving. Maar Luther vond er geen vrede door. Die vrede vond hij ook niet door het doen van goede werken. Hij geselde zichzelf, deed gedroogde erwten in zijn schoenen. Zo pijnigde hij zich om betere, minder zondige gedachten te krijgen. Maar het hielp niet. Ook een reis naar Rome en het op zijn knieën beklimmen van de Pilatustrap bracht geen oplossing. Steeds meer ging hij in het Woord zoeken. Dat was in de rooms-katholieke traditie helemaal niet gebruikelijk. Van officiële kerkelijke zijde werd dat ook niet aanbevolen. Gelukkig waren er personen rond Luther die hem wel op het Woord wezen. Von Staupitz, zijn biechtvader bijvoorbeeld.
Na lang zoeken en een bange strijd ging Luther het licht op. Vanuit het Woord: de rechtvaardige zal door het geloof leven. Dat was voor hem de poort des hemels. Zijn moegestreden hart vond rust door het geloof in Christus. Dat geloof leert steunen op het Woord, en door dat Woord op Christus en Zijn volbrachte werk. Dat moest Luther leren. Beter: dat heeft hij van de Heere mogen ontvangen. Toen was zijn ziel gered, gerechtvaardigd.
Het hart
Dat is het hart van kerkhervorming: de rechtvaardiging van de zondaar alleen door genade. Alleen door Christus. En er deel aan krijgen, is een zaak van het geloof. Dat geloof is niet iets dat wij bewerken. Want dat geloof werkt de de Heilige Geest. Door het Woord.
Daarom is prediking van levensbelang. De prediking van zonde en genade, de verkondiging van Christus. Daar heeft Luther op gewezen. We mogen gerust zeggen dat Johannes Calvijn nog helderder dit licht van Gods Woord heeft doen schijnen. Hij liet bij uitstek het Woord spreken. Krachtig bracht hij naar voren de Bijbelse leer van Gods soevereiniteit, van onze totale verlorenheid en van Gods eenzijdige genade.
Opmerkingen
Laatst zei iemand: Iedereen mag toch de vergeving geloven? Kun je het zo zeggen? Wie nadenkt, weet dat vergeving hoort bij en volgt op schuldbelijdenis, op berouw, en op het als een strafwaardige vragen om vergeving. Vergeving is geen oppervlakkig gebeuren. Het is een groot wonder. Denk maar aan Luther en zijn worsteling. Maar iedereen mag toch komen? Dat is zeker waar. Maar de werkelijkheid is dat geen mens uit zichzelf komt. Zo erg is onze verlorenheid. De Heere Jezus zei het al: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke (Johannes 6: 44). Misschien hoor jij om je heen het wel anders zeggen. Zoals een jongere het voorstelde: "Het wordt ons gepredikt, we geloven en bidden. We doen Zijn geboden en wandelen met Hem." Je voelt zelf wel aan dat dan helaas een heleboel wordt overgeslagen.
Anderen zeggen openlijk: "Als ik niet uitverkoren ben, kom ik er toch niet." Ook dat is een houding die beslist onbijbels is. De Heere vraagt dat we serieus omgaan met de genademiddelen. We moeten Zijn Woord onderzoeken, biddend ons onder de prediking zetten.
Hij verlangt van ons dat we de zonde verlaten en belijden en Zijn Woord ter harte nemen; dat we Zijn evangelie geloven. Deze klem mogen we niet wegschuiven, maar ernstig werkzaam zijn met het Woord. We leven als verantwoordelijke mensen voor Gods aangezicht.
Actuele discussies
Misschien houden andere vragen jou meer bezig. Hoe moet de prediking zijn? Welke plaats moet het aanbod van genade innemen? Mag, moet er gesproken worden over standen in het genadeleven? Wat moeten we van onze oudvaders ieren?
In de prediking moet het gaan over de uitleg van Gods Woord en over de toepassing ervan. Dat is een goed reformatorisch uitgangspunt. De Schrift moet getrouw worden verklaard en van daaruit moet de toepassing plaatsvinden. Wat heeft het Woord, wat heeft dit Woord ons te zeggen?
De prediking komt van God. Daarom moet alles op Zijn eer gericht zijn. Hij heeft recht op hart en leven van alle mensen. ledereen moet concreet in zijn zonden aangesproken worden, met schuldigstelling en oproep tot bekering. Onze geestelijke doodstaat moet aan de orde komen, want wij zijn dood door de misdaden en de zonden.
Tot zulke mensen laat de Heere nu Zijn genadeboodschap brengen. God heeft Zijn Zoon gezonden. En Hij wordt gepredikt opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwig leven hebbe. Dit evangelie komt niet vrijblijvend tot ons. Integendeel: met klem worden wij tot bekering en geloof geroepen. Dat velen echter niet komen, daarvan ligt de schuld niet bij de Heere of Zijn Woord. Integendeel: de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht (Johannes 3: 19). Dat anderen zich wel bekeren en tot geloof komen, is alleen uit Gods genade. Deze genade is God aan niemand schuldig, maar heeft Hij de Zijnen van eeuwigheid gegeven in Christus. Deze genade wordt verkregen door het wonder van de werking van de Heilige Geest.
Veelzijdige prediking
In de prediking zal het daarom ook gaan over het werk van de Geest. Hoe Hij door het Woord levend maakt, overtuigt van zonde en tot Christus leidt. Ook zal het moeten gaan over de verdere leiding van Gods kinderen; hoe zij tot meerdere kennis van Christus komen. Hier kunnen we spreken over 'standen in het genadeleven'. De ene gelovige is verder ingeleid in de heilgeheimen van zaligworden dan de andere. De één leerde de toevlucht nemen tot de Heere Jezus, de andere heeft heldere geloofskennis van zijn verzoening met God door het bloed van het Lam. Terwijl er zijn die schuchter zeggen: "Och, dat ik het weten mocht dat Hij de mijne is." Er mag in de prediking vanuit het Woord leiding gegeven worden aan het geestelijke leven. Dan mag naar voren komen hoe de Heilige Geest plaats maakt voor Christus en hoe Hij Hem openbaart. Ook hoe dat bij de verdere geloofsoefeningen veelal gebeurt.
Intussen vraag jij misschien: En het aanbod van genade dan? Dat is in het gedeelte hierboven reeds aan de orde gekomen. Is dat jou niet opgevallen? Soms fixeren we ons te veel op een woord, op een term. Christus wordt allen gepredikt. De genade wordt in de prediking aangeboden aan aile luisteraars. Aangrijpend is de gedachte dat door deze lieflijke nodiging de schuld van degenen die onbekeerd blijven nog zwaarder wordt. Anderzijds wil de Heilige Geest door de prediking tot bekering brengen en door de lokstem van het Evangelie wedergeborenen verder leiden. Bekommerden, en ook meer bevestigden in de genade, worden dan gesterkt in het geloof.
Het Woord
Misschien vind jij dit allemaal maar moeilijk. Maar deze dingen kunnen we niet simplistisch maken. Dat deden de reformatoren ook niet. En de oudvaders evenmin, zo kunnen we uit het boek van Van der Zwaag leren.
Ten aanzien van oudvaders wordt wel eens opgemerkt, dat ze sommige zaken anders zeggen dan dat wij het doen. Dat is op zichzelf waar. We kunnen niet zomaar een is-gelijk-teken zetten tussen oudvaders en de Gereformeerde Gemeente. Trouwens, evenmin met de Oud Gereformeerden of de Gereformeerde Bond. We moeten bedenken dat er veel oudvaders zijn en met veel onderlinge verschillen. We moeten hen in hun tijd zien. Iedere tijd vraagt een eigen benadering; ook onze tijd. We moeten oudvaders al heel goed kennen om hen met een enkele typering of met een paar citaten echt recht te doen. Zelfs Van der Zwaag in zijn recente boek slaagt daar niet voldoende in. Aanhalen heeft dan iets van een persoonlijke selectie.
Vooral moeten we oudvaders maar niet gebruiken om ons gelijk te bewijzen. Oudvaders lezen is heel goed. En let dan vooral op het geestelijk onderwijs dat zij geven. Daarin ligt hun kracht. De meesten zijn sterk bevindelijk van aard. Zij willlen zielen leiden. Ze vertolken veel zielewerkzaamheden. Dat doen ze hartelijk; ook separerend. Ze onderscheiden nogal tussen wat het wel is en wat het niet is. Ze willen ons af hebben van de zonde en van het ongeloof en ze bevelen de dienst des Heeren aan. Ze verkondigen de rijkdom van Christus en nodigen tot Hem. Ze spreken van de verborgen omgang met de Heere.
Bij alle discussie over de prediking moeten we vooral eerlijk en Bijbels blijven denken. De prediking moet geen discussie-onderwerp worden. Dat is eigenlijk mijn grote bezwaar tegen een boek ais dat van Van der Zwaag. Het boek is op een bepaalde manier een bijdrage aan een theologendiscussie. maar, ook door de vele ondeskundige discussies eromheen, wordt het getrokken in de beoordeling, of zelfs veroordeling van de prediking. Dan wordt de prediking krachteloos. Terwijl de prediking juist is proclamatie van 's Heeren wege. Dat leren ook de reformatoren en de oudvaders ons. We moeten de prediking niet aan ons oordeel onderwerpen. Precies omgekeerd. De prediking oordeelt ons. En wij zullen naar de prediking en wat we ermee gedaan hebben door de Heere geoordeeld worden.
Ook als het over de toeëigening des heils gaat, moeten we naar de Bijbel luisteren. De Heilige Geest eigent het heil toe. Door middel van het (gepredikte) Woord; in de weg van bekering en geloof. De Heere Jezus leert, dat daarbij de wedergeboorte onmisbaar is. Want anders komen we niet in het rijk van God. We moeten niet om de noodzaak van dat wonder van God heenwerken. We kunnen dat doen door eenzijdig nadruk te leggen op het appèl, op moeten geloven, op Jezus' gewilligheid. Nu moet de verantwoordelijkheid van de mens zeker de volle nadruk krijgen. Maar tegelijk moet zijn totale, vijandige doodstaat aan de orde komen. Gij wilt tot Mij niet komen, zei de Heere Jezus. En Johannes leerde: Het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft Hetzelve niet begrepen. Het grote wonder van Gods genadeverbond is, dat Hij niet alleen het heil doet verkondigen, de genade aanbiedt, maar dat Hijzelf ook toepast. De Heere brengt Zelf door Zijn Geest en Woord het heil in het hart van de door Hem verkoren Adamskinderen. Als dat niet gebeurde, kwam er nooit één mens. Van dat wonder kan niet heerlijk genoeg gesproken worden. Daarom worden er mensen bekeerd; ook vandaag.
Tenslotte: herken je de vraag, de worsteling van Luther? Spreekt jouw geweten ook? Over je schuld bij God? Hoe ga jij daarmee om?
Bij de Heere is raad. Zoek die. En bij Hem is vergeving. Zoek die te leren kennen, als een verloren, schuldige zondaar. Of zegt dit je niets; zie je niet, in hoe groot gevaar je verkeert? Haast je toch.
Het is een onzegbaar wonder dat de Heere mensen bekeert en tot het geloof aangaande Zijn genade brengt. Daaruit spreekt Zijn ondoorgrondelijke zondaarsliefde. Hij gaf er Zijn Eigen Zoon voor; tot in de dood. En dat voor zo één. Dat zal tot eeuwige verwondering en aanbidding leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2003
Daniel | 22 Pagina's