Verlegen om vergeving
Ds. Hakvoort: God zegt niet 'zand erover', maar 'bloed erover'
De Apostolische Geloofsbelijdenis. Oeroud zijn ze en van grote helderheid en kracht. Of men nu Grieks-orthodox is, koptisch of calvinistisch, ieder houdt de Twaalf Artikelen des geloofs in ere. Maar hoe vaak staan we bij deze kernpunten van het geloof werkelijk stil? En wat hebben we persoonlijk van de rijke inhoud ervan ervaren? In Daniël denken we over elk van de twaalf artikelen na door middel van interviews met predikanten.
In deze wereld is er veel dat ons in beslag neemt. Voor we het weten, vergeten we één van de voornaamste vragen: of God onze zonden wel vergeven heeft? Over dit belangrijke geloofsartikel ("Ik geloof de vergeving der zonden") stelden we ds. E. Hakvoort enkele vragen.
Het achterliggende jaar overdachten we in een serie interviews in Daniël de Twaalf Artikelen van het Geloof. Inmiddels zijn we aangekomen bij het tiende artikel: Ik geloof de vergeving der zonden. Hierover hadden we per email een interview met ds. Hakvoort, sinds kort beroepbaar in onze gemeenten.
Kun je dit artikel het hart van het Christelijk geloof noemen? Met andere woorden: Is dit (de vergeving der zonden) datgene waar alles eigenlijk om draait?
"Ik zou daar een paar dingen van willen zeggen. Enerzijds kun je stellen dat het in het leven ten diepste moet gaan om de vergeving der zonden. Want, wat is eigenlijk zonde? Zonde is niet... dat je een onvoldoende haalt voor een repetitie. Zonde is niet... dat je iets kapot laat vallen. Die uitdrukking kun je dan immers nogal eens in zulke verbanden horen: 'dat is ook zonde'! Dat is toch het beeld niet?
Want dat is zonde nu juist niet! Nee, in de Schrift betekent het woord 'zonde' letterlijk: doelmissen. Een woord dat ons herinnert aan de boogschutterswereld. Een pijl wordt richting het doel afgeschoten, maar... mist het doel. Wat dan het doel van ons leven is? De Heere heeft ons geschapen om te leven tot Zijn eer.
Maar dat doel hebben we gemist toen we door eigen schuld in de zonde vielen. Nu bedoelen we ten diepste alleen nog maar onze eigen eer. Dat is het wezen van de zonde. Zonde is dus dat we niet Gods eer bedoelen maar alleen eigen eer. Hoe ontdekkend! En nu zal die zonde tussen wieg en graf vergeven moeten worden willen we straks zonder verschrikken voor God kunnen verschijnen.
Anderzijds moeten we ook zeggen dat we dit tiende artikel van onze geloofsbelijdenis niet los kunnen denken van alle andere artikelen. De Apostolische Geloofsbelijdenis vormt immers een eenheid. Vergeving van zonden gaat immers niet buiten het werk van God de Vader om. Het gaat ook niet buiten het werk van God de Zoon om. En het gaat ook niet buiten het werk van God de Heilige Geest om. Hij is het immers, Die in het hart van Gods kinderen plaats maakt voor de vergeving der zonden. Daarom staat artikel 10 ook na het artikel: 'Ik geloof in de Heilige Geest'."
Hoe kan een heilig en rechtvaardig God de zonden vergeven?
"Terecht wordt in de vraag gesteld dat God de zonden vergeeft. Want we hebben in het Paradijs niet zozeer tegen de Zoon of tegen de Heilige Geest gezondigd, maar we hebben tegen God gezondigd toen we naar de stem van de boze luisterden.
En nu is God heilig en rechtvaardig. Heilig wil zeggen: zondeloos, vlekkeloos, volmaakt. En rechtvaardig wil zeggen dat Hij naar recht handelt. En nu 'eist Zijn gerechtigheid dat de zonde, welke tegen de allerhoogste Majesteit Gods gedaan is, ook met de hoogste, dat is met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft worde' (HC, zondag 4). De Heere stapt dus - met eerbied gesproken - niet over de zonde heen. Hij zegt niet: zand erover. Nee, Hij zegt: bloed erover! Want: ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven. Begrijp je nu dat de mens niet zelf voor de zonde kan betalen? Want dan moet hij voor eeuwig sterven! God kan immers de zonden niet vergeven buiten Zijn heilig recht om! En toch wil God zondaren zaligen. Hoe dat kan? Alleen door Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. Hem heeft de Heere naar de aarde gezonden om voor al Zijn volk die straf te dragen. En dat heeft Hij gewillig willen doen. 'Zie, Ik kom, om Uw wil te doen.' Op Golgotha's kruis is de schuld van Zijn volk Hem toegerekend opdat er een volk zou zijn, dat van schuld en straf verlost zou worden. Is dat geen eeuwig wonder?"
Vergeeft God de zonde alleen na berouw en bekering?
"Ik denk dat we de vraag niet zó moeten stellen. Want dan zou de indruk gewekt kunnen worden, dat berouw en bekering voorwaarden zijn waaraan wij moeten voldoen voordat de Heere de zonden vergeeft. Maar zó is het niet. Integendeel. Berouw en bekering zijn geen voorwaarden voor vergeving, maar zijn de weg waarlangs de Heere de zonden vergeeft.
Want als de Heilige Geest een zondaar van geestelijk dood levend maakt, dan werkt Hij berouw en bekering. Hoe? Wel, Hij 'overtuigt van zonde'! Dat betekent: ik leer zien dat ik tegen een heilig en goeddoend God gezondigd heb. Zo werkt de Heere droefheid over de zonde en tegelijkertijd het verlangen om met God in gemeenschap hersteld te worden. Dan leren we met David belijden: 'k Bekend' o HEER' aan U oprecht mijn zonden, 'k verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden, maar ik beleed na ernstig overleg, mijn boze daân. Opdat in die weg ook waar mag worden: Gij naamt die gunstig weg. Hoe de Heere dat doet? We gaan leren dat we voor die heilige en rechtvaardige God niet kunnen bestaan, maar waardig zijn om voor eeuwig om te komen. En we leren dat vonnis ook toestemmen. Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig. En toch, weet je wat het wonder is? Dat volk kan de Heere niet loslaten. Want de liefde tot die onbekende God is in hun hart uitgestort. Daarom roepen ze met Jakob: Ik laat U niet gaan tenzij Gij mij zegent. En met de tollenaar: O God, zijt mij zondaar genadig. Dat is de weg waarlangs de Heere de zonden vergeeft. En waarvan Hij door Zijn Geest getuigenis geeft in het hart als Hij zegt: Zoon, zijt welgemoed, uw zonden zijn u vergeven. Zijn wij om die vergeving ook al heilig verlegen geworden?"
Komt u dat vaak tegen: een diep verlangen naar vergeving en verzoening? Zo nee, hoe zou dat komen?
"De vraag wekt de indruk dat we dit verlangen vandaag niet veel meer tegenkomen. En zo kan het inderdaad ook wel lijken. Want als we om ons heen zien, dan kan de vraag opkomen: wie worstelt er nog met zijn onverzoende schuld voor God? Zijn er nog, die ongelukkig over de aarde gaan en die geen rust hebben voordat ze op goede gronden mogen weten dat hun zonden vergeven zijn? Kan dat van ons gezegd worden?
Er is immers ook zoveel wat ons in beslag neemt. De wereld trekt. De zonde lokt. En is het niet waar: een arme tijd in het natuurlijke gaf veel rijkdom in het geestelijke? Dat gaf veel meer afhankelijk leven. Maar een rijke tijd in het natuurlijke geeft veel armoede in het geestelijke! We kunnen het immers zelf wel. De rijkdom trekt ons van de Heere af. We willen niet langer afhankelijk zijn. Maar we weten niet dat we arm zijn.
Toch zijn ze er nog wel, die met hun zonden worstelen voor Gods aangezicht. Die hun zonden als schuld leerden kennen en daarover hartelijk bedroefd zijn. Gelukkig wel! De Heere gaat door met Zijn werk, totdat de laatste is toegebracht. Dat geeft moed, ook voor onze jongeren. Laten we niet zeggen: ze zijn er bijna niet meer, want ze zijn er gelukkig nog. De Heere werkt nog Godskennis en zelfkennis als vrucht op de prediking. Dat we, jong en oud, de Heere zouden aanlopen als een waterstroom om daarin te mogen delen. We zien er zo naar uit dat er nog jongeren en ouderen gevonden worden, die hun nood en ellende recht en grondig leren kennen en die een diep verlangen naar vergeving en verzoening mogen leren kennen!"
Is het goed om vaak aan je zonden te denken of mogen we - als God ze vergeven heeft - ze ook zelf vergeten?
"Vergeven en vergeten, dat wordt vaak samen genoemd. Als iemand wat tegen ons gedaan heeft en om vergeving vraagt, dan zeggen - of denken - we vaak: ik wil het je wel vergeven, maar vergeten doe ik het nooit! En helaas, als er dan weer iets voorvalt, worden die 'oude koeien' weer uit de sloot gehaald en het 'vergeven' kwaad weer opgehaald: ja maar, toen en toen heb je dat en dat ook al gedaan! We begrijpen wel, dat is dus niet vergeven en vergeten. Want dat hoort samen te gaan. Als we elkaar werkelijk mogen vergeven, moeten we er ook nooit meer op terugkomen. Dan moet het ook vergeten worden. Zo wil de Heere het. Want zo doet Hij het ook. Als Hij vergeeft, vergeet Hij het ook. Dan komt Hij daar nooit meer op terug. Dan werpt Hij al die zonden in de diepten der zee. En Hij haalt ze nooit meer op. Hij komt er nooit meer op terug. Hij verwijt het Zijn kinderen nooit meer. Maar weet je wat het wonderlijke is? Al vergeeft de Heere het Zijn kinderen wel, zij kunnen het zichzelf niet vergeven! Want ze hebben gezondigd tegen een goeddoend God. Zij hebben tegen zoveel goed van Gods kant zoveel kwaad gedaan. En dat kunnen ze zichzelf niet vergeven. Daarom kunnen ze het ook niet vergeten. Geloof maar dat Paulus zichzelf nooit heeft kunnen vergeven dat hij de gemeente Gods vervolgd heeft, al heeft de Heere het hem wel vergeven. Daarom kon hij het ook niet vergeten en schrijft hij: Mij, de grootste der zondaren, is barmhartigheid geschied. Begrijp je?"
Het steeds weer moeten vechten tegen dezelfde zonden kan heel moedbenemend zijn... Kunt u daarop reageren?
"Inderdaad, daar zijn in het leven van Gods kinderen nog zoveel overgebleven zwakheden die tegen hun wil in hen zijn overgebleven. Want als de Heere het hart vernieuwt, begeren ze de zonde te haten en te laten. En dan begeren ze weer te mogen beantwoorden aan het scheppingsdoel: leven tot Zijn eer. Ja, dan wordt het onze bede: Leer mij naar Uw wil te hand'len, 'k zal dan in Uw waarheid wand'len. Echter, hoe vaak vallen ook Gods kinderen nog in de zonde waartegen ze door genade juist begeren te strijden. Dat kunnen bepaalde boezemzonden zijn. Zonden, waar we eerst zo'n smaak in hadden. Maar waarvan we leerden walgen en waar we smart over kregen. En dan toch nog zo vaak in zonde vallen. Hoe is dat mogelijk? Omdat Gods kind nog een oude mens in zich omdraagt. Dat is dat oude levensbeginsel dat naar God niet vraagt. Dat naar de wereld en de zonde trekt. En als dat nieuwe levensbeginsel, dat de Heere in de wedergeboorte in hun hart legt, de vreze des Heeren, niet beoefend wordt, vallen ze zo gemakkelijk in de zonde. En wat kan dat moedbenemend zijn. Dat we er de zonde maar niet onder krijgen. Dat geeft zoveel strijd in het genadeleven. Maar zo moeten we leren dat we niet in eigen kracht tegen de zonde kunnen strijden. Zo leert de Heere steeds meer in afhankelijkheid te leven. En zo leren we steeds meer de knieën te buigen en te smeken of Zijn kracht in onze zwakheid mag worden volbracht, om zo tegen de zonde, de duivel en de wereld te strijden. Totdat de strijd straks overgaat in de eeuwige overwinning en dat volk eeuwig mag zingen: Gij, HEER', alleen, Gij zijt Verwinnaar in den strijd, en geeft Uw volk den zegen. Zouden we dat leven niet begeren?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 2003
Daniel | 32 Pagina's