"Hier kunnen wij niet blijven; wij moeten weg!"
Fragmenten uit de Christinnereis
Bunyan's Christenreis is één van de meest gelezen boeken van de wereld. Zeker zo mooi en treffend is de Christinnereis. Gaat het in de Christenreis veelal over personen, bij wie het Godswerk helder blinkt; in de Christinnereis komen mensen naar voren, die wel waar werk mogen hebben, maar daarover erg bestreden worden. Het is bij hen allemaal niet zo krachtig en helder. We lezen over Vrezende en Gereed-tot-hinken en Wankelmoedig. En meer bange en vrezende mensen.
Als Christen de doodsrivier doorgaat, wordt hij ontvangen door de engelen, gebracht bij de hemelpoort en hij wordt door de Koning welkom geheten. De man van Christinne is gestorven. En wie is Christinne voor haar man geweest? Ze krijgt verwijt en als ze 's nachts droomt, ziet ze een perkament. Daar staan al haar zonden en schuld op. Schreiend wordt ze wakker. O God, wees mij zondaar genadig. Hier ligt het begin van de waarachtige bekering: een droefheid over zonden en schuld.
Christinne slaapt weer in en dan ziet ze haar man in een droom met een gouden kroon en een harp. En engelen - ze hoort zingen - zo gelukkig! Ze droomt verder en dan ziet ze dat er twee zwarte donkere mannen bij haar bed staan. Ze zeggen tegen elkaar: "Hoe kunnen wij deze vrouw terugkrijgen? Wij mogen haar niet kwijtraken!" Christinne voelt de macht van de hel. Ze krijgt kennis van haar schuld, ze wordt jaloers op Gods volk en voelt de macht der zonde. Dit kan niet zonder gevolg blijven.
De volgende dag zegt ze tegen haar vier jongens: "Hier kunnen wij niet blijven! Wij moeten hier weg. Als wij in de stad Verderf blijven, dan overkomt ons een eeuwig ongeluk." Dan besluiten ze 'op reis' te gaan. Want hier kunnen ze niet blijven. Wat is Bunyan gunnend: Christinne had vier jongens, en ze gaan alle vier mee!
Juist als ze gereed staan om te vertrekken, komen er twee buurvrouwen binnen. De ene heet Vreesachtig. Zij probeert Christinne van haar voornemen af te brengen door allerlei bezwaren en gevaren van de reis op te sommen. De andere heet Barmhartig. Zij zegt niets, maar in haar hart is ze erg jaloers op Christinne.
Nu wordt er op de deur geklopt en komt er een heer binnen. Een zeer net Persoon met de naam Geheim. Dat is een beeld van de Heilige Geest. Die komt het hart binnen als God zaligmakend gaat werken. Meneer Geheim overhandigt wenende Christinne een brief van de Koning. Hierin wordt zij hartelijk uitgenodigd, want Hij heeft gehoord dat zij zich bewust is van haar bedreven kwaad. Als Christinne de envelop opent, ziet ze allemaal gouden letters. Dat ziet op de nodigingen van het Evangelie. De weg naar de hemel is niet enkel droefheid! Juist niet! Christinne ruikt ook aan de brief mirre, wierook: een kostelijke geur. Zij ruikt hier iets van het werk en de Persoon van Christus, Die ze niet kent. Maar alles spreekt van nodiging en genade. Meneer Geheim zegt: "Steek deze brief bij u en overhandig hem aan de hemelpoort." En dan gaan ze. Christinne en haar vier jongens en juffrouw Barmhartigheid.
Juffrouw Barmhartigheid had geen persoonlijke uitnodiging om tot de Koning te gaan zoals Christinne. Toch gaat ze mee, omdat ze een betrekking op de Koning heeft. Ze kan niet achterblijven en gaat mee op het woord van Christinne. Maar zou de Koning haar wel willen ontvangen? Zou zij uiteindelijk wel aangenomen worden? Met deze vraag blijft ze de hele reis worstelen. Zo zijn er nog mensen die niet precies kunnen aangeven, waar een begin ligt in hun leven, maar die wel erg jaloers zijn op Gods Volk en dat gemis voor geen wereld zouden willen missen. Ze komen bij de poel Mistrouwen. Al Gods Kinderen kennen immers dagen en tijden van moedeloosheid en vrees. Is alles wel waar? In deze poel liggen stenen. Worden hier niet de Beloften in Gods Woord mee bedoeld? Als het groepje reizigers uiteindelijk door dit moeras heen is, komen ze bij een Poortje. Dit poortje wijst op Christus. Hij is immers De Poort des HEEREN. Ze spreken af wie er zal kloppen: Christinne. Zij is de oudste. Ze klopt, dat is al genade! Ze klopt en net als ze klopt hoort ze een hond achter zich blaffen en komt een geweldig groot dier aangerend. Van schrik durft ze niet meer te kloppen. Deze hond is natuurlijk een middel van de satan, die alles doet om arme zondaren af te schrikken om maar niet te roepen, te bidden, te zuchten en Gods Woord te onderzoeken. Toch klopt Christinne nog een keer, nu harder. En dan gaat de poort open. Klopt, en u zal opengedaan worden.
Er wordt trompetgeschal aangeheven, want er is blijdschap in de Hemel, en Christinne gaat met haar vier jongens naar binnen en de poort gaat voor juffrouw Barmhartigheid dicht... Genade is immers een persoonlijke zaak.
Juffrouw Barmhartigheid is overstelpt van verdriet, maar ze kan het eigenlijk goed begrijpen. Ze heeft immers niet verdiend dat de deur voor haar opengaat. Toch kan ze het kloppen niet laten, ja, het wordt zelfs heftiger. En na nog enkele harde kloppen op de poort gegeven te hebben, valt ze flauw. De Poort gaat juist dan open, de poortwachter grijpt haar hand en zegt: Ik zeg u, sta op. En als ze haar ogen open doet, is ze inmiddels binnen de poort. Wat een wonder! Wat is het toch een wonder als beleefd mag worden dat je nog zalig kan worden door Christus. Alleen door en in Hem. Hij is de Poort en de Poortwachter.
Daar staat nu juffrouw Barmhartigheid. Christinne zegt tegen de poortwachter: "Wij hebben zo'n smart over onze zonden, wij smeken om vergeving en onderwijs." De Poortwachter antwoordt - en daaraan is te zien dat ook de poortwachter een beeld is van Christus - "Ik schenk u vergiffenis in Woord en in daad." En ligt het zo niet in het leven van Gods Kinderen? Ze worden getrokken uit de stad Verderf. Ze mogen kloppen door het geloof op de Genadepoort. Ze mogen op Christus zien als Hij wordt geopenbaard, maar ook horen dat er vergeving is. Dat wordt ze verkondigd door het Woord, als de Heilige Geest dat persoonlijk toepast.
Alles begrijpen en verstaan doen ze nog niet. Maar de poortwachter zegt: "Kom maar mee." En dan neemt hij ze mee een trapje op naar de schans van de poort en zegt: "Kijk eens, daar in de verte!" En dan wijst Hij ze op het kruis. Is daar niet door de daad van het lijden en sterven van Christus de grond van de verzoening gelegd? Wat een daad. Daar moet het groepje reizigers heen. En jullie en ik ook, jongens en meisjes! Nu mogen ze door de Belofte en het Woord al iets proeven en zien van de vergeving, van verre! Maar het moet naar het Kruis. Naar het Bloed. Naar de Daad van de vergeving! Toegepast aan het eigen hart. Door Gods Geest. In de weg van het wonder. Wat een reis! Een gezegende reis! Waarheen ben jij op reis? Buiten God? Nog in de stad verderf? O, smeekt of de Heere, Die het verlorene zoekt, ook jou willen oprapen, reinigen en zaligen in Zijn Bloed. Eer dat het voor eeuwig te laat is en de poort voor eeuwig dicht is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 2003
Daniel | 32 Pagina's