JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Lezing ds. G.J. van Aalst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lezing ds. G.J. van Aalst

"Het 'levende Brood' maakt Zich bekend door Zijn woorden én Zijn daden"

11 minuten leestijd

De Heere Jezus heeft wel meer dan honderd namen. Het levende Brood is er één van. Je kunt Judas heten, dat betekent 'Godlover', maar de werkelijkheid kan er ver vanaf zijn. Maar zo is het bij de Heere niet: zoals Hij heet, is Hij ook. Hij beantwoordt helemaal aan Zijn namen. Dus Hij geeft niet alleen het levende Brood, maar Hij is het ook!

Zijn naam, 'het levende Brood', maakt Hij bekend: door Zijn woorden en door Zijn daden. Deze daden van de Middelaar zijn bijvoorbeeld Zijn wonderen, die ook wel tekenen genoemd worden. Goddelijke daden, wonderen, tekenen. Er is hier vanmiddag een groep dove vrienden en vriendinnen. Wanneer ik mijn middelvinger leg in het midden van mijn handpalm en ik zeg er helemaal niets bij, dan weten zij, wat ik bedoel: dit teken is de naam van de Heere Jezus! Alleen je moet de tekentaal verstaan, kunnen volgen, anders zegt het je helemaal niets. Dus de wonderen van de Heere Jezus zijn een woordenloze prediking, die als tekenen wijzen op Zijn goddelijke afkomst, Zijn zending, Zijn werk, Zijn wezen, Zijn genade. Op deze manier onderstrepen en bevestigen de wonderlijke tekenen Zijn prediking. Zo is het ook met 'het levende Brood'. Bij de broodvermenigvuldiging, in het begin van Johannes 6, laat Hij zien, wat hij verder in het hoofdstuk in de synagoge preekt. Zo zijn daden en woorden één in Christus.

 

Geen tekort

Het is voorjaar, het gras is mooi groen, kort voor Pasen, het Joodse bevrijdingsfeest. Onbeperkt brood en vis eten door 5000 mannen alleen al aan de oostkant van het Meer? Jezus onderkent het voedselprobleem al vóórdat de menigte voor hem zit. Hij weet allang wat Hij doen zal. Volgelingen rekenen: wat het niet allemaal kost, onbetaalbaar voor de beperkte discipelenkas. Volgelingen inventariseren: wat schamel beetje, veel tekort, de aanwezige voedselvoorraad minimaal, ook nog maar simpel gerstebrood. Duizenden gasten! Echter, waar het woord van God wordt gehoord, heerst geen tekort aan voedsel: waartoe Christus' woord en macht in staat is! Jezus maakt het minimum tot het maximum en dan houdt men nog over ook. De Gastheer begint de maaltijd met een tafelgebed. Dan doet God door Jezus' handen brood te voorschijn komen. Johannes heeft het zelf gezien en doorgegeven wat hij van Jezus kreeg. In plaats van tekort, een overschot: elk van de twaalf apostelen hield een mand vol over. Na afloop was er nog meer dan aan het begin. Jezus schept ware overvloed!

De enthousiaste menigte is het er over eens: Hij is meer dan Elia en Elisa. Maar minder dan Mozes. Helaas, de liefde gaat in Galilea door de maag. Een nieuwe Leider, een Godsman, ja. Maar: wij hebben Zijn heerlijkheid als de beloofde Gezalfde aanschouwd (Johannes 1: 14, 2: 11)? Nee, dat niet. Ze willen Hem wel Koning maken: Eén Die gratis voedsel uitdeelt als een vorstelijke daad. Maar Hij wil geen Koning gemaakt worden, want Hij is het al. Dat zal ook bij Pilatus blijken!

De verklaring van deze wondermaaltijd volgt de volgende dag. De gretige gasten van gisteren zijn de leergierige hoorders van vandaag. Aan de westkant van het Meer, in de synagoge van Kapernaüm, zijn we getuige van de openbaring van het hemelse Brood, het Brood des levens. De verzamelde gemeente krijgt van de Rabbi gezaghebbend onderwijs. Het uitgangspunt is vers 31b: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.

 

Pijnlijke scheiding

In de synagoge is de Rabbi met de gasten van gisteren in gesprek. Wel twaalf keer wordt zijn onderwijsgesprek onderbroken door hun vragen. Heel betrokken zijn ze bij het thema: broodnodig! Ook onderling praten ze erover. De hoorders zijn heel verschillend: van heel geïnteresseerd tot heel kritisch. Straks zal er een pijnlijke scheiding vallen tussen afvalligen en trouwe belijders, tussen de menigte en de twaalf, waarvan er nog één een verrader is. Scheidslijnen door het leerhuis worden tijdens de preek getrokken; beslissend is de persoonlijke kennis van het levende Brood! De beslissende keus valt onder Zijn spreken: Zijn broodrede maakt een ontroerende scheiding onder de mensen. Zullen we eens verder mee gaan luisteren? Want diezelfde scheiding valt ook nu! De rede over het levende Brood valt in drieën uiteen: In vers 25 tot en met 34 vinden we een dialoog over het ware hemelse Brood, over Zichzelf dus. In vers 35 tot en met 47 lezen we een discussie over de hemelse afkomst van dit Brood: uit de hemel nedergekomen. Tenslotte kunnen we in vers 48 tot en met 58 lezen over een discussie over het aardse bestaan van dit Brood: om aan de wereld het leven te geven. Let erop dat vers 35 en 48 duidelijk het uitgangspunt zijn en blijven: Ik ben het Brood des levens, ons thema voor vanmiddag.

Met belangstelling achtervolgen zij Hem. Hun goed gevulde maag vraagt om méér. Hoewel ze gisteren het teken niet doorzien hebben, in het uiterlijke brood zijn blijven hangen, gaat de geduldige Profeet met Zijn hemels onderwijs van het aardse naar het eeuwige brengen. Amen, Amen, voorwaar, voorwaar... zo klinkt het vol gezag en ernst. "In en door Mij raken hemel en aarde elkaar. Daarom doe Ik tekenen, opdat mijn Persoon en werk door de Vader zal worden gestempeld. Ik mag de honger wegnemen, en Ik kan en zal dit doen. Ik zorg voor lichaam én ziel, voor je tijdelijke en eeuwige welzijn." De mensen in de synagoge willen zich best door Hem laten verbeteren. Er ontstaat een echt leergesprek. "Zeg maar waar wij werk van moeten maken", zo vragen ze. "Maar het gaat niet om doen en laten, om werkheiligheid in allerlei vorm, maar het gaat om de band van liefde en geloof aan Mij, het hemelse Brood. Alle moeite en inspanning die men zich getroost zal vruchteloos blijken. Alleen maar menselijke inspanningen en aardse voorstellingen schieten eeuwig tekort. Laat het je eerste zorg zijn om Mij, het énige hemelse Brood, te leren kennen en beminnen."

 

Groot geduld

Dat komt iets te dichtbij, Men stelt Hem daarom maar een wedervraag: "Wie bent U eigenlijk, wat doet U eigenlijk?" Discussiëren om Jezus van je lijf te houden. Ze willen iets bijzonders zien om te geloven. Iets zoals vroeger, de voorouders in de woestijn. Het teken van gisteren was niet genoeg: meer moet U doen, duidelijker moet U zijn. Het manna, dat was nog eens wat: een héél volk en 40 jaar lang onderhouden. Daarmee was dat van gisteren maar niets... En rechtstreeks uit de hemel, zonder door mensenhanden aangeraakt te worden. Zonder Uw handen en twaalf helpers met manden.

Met groot geduld gaat Hij onderwijzend op dit onredelijke verwijt in. Zó doet Hij nog! "Het manna kwam niet van Mozes, maar van Mijn Vader; het voedde maar tijdelijk, niet eeuwig. Maar in en door Mij is de vervulling van het mannawonder door Mijn Vader gegeven: écht voedsel uit de hemel, dat het eeuwige leven schenkt, dat aan de wereld beschikbaar wordt gesteld". Uit de reactie blijkt wel respect, maar geen geloof: dit hemels voedsel willen ze wel; men erkent dat Hij het geeft, maar men gelooft niet dat Hij het is. Het wonderbrood uit de woestijntijd kan ze wel bekoren, maar Jezus als het levende Brood niet. Ze willen er wel eeuwig op teren, maar... zonder Jezus.

De tekst Ik ben het Brood des levens is de eerste van de zeven 'Ik ben'-uitspraken in het vierde Evangelie:

1. Ik ben het Brood des levens -Johannes 6

2. Ik ben het Licht der Wereld - Johannes 8

3. Ik ben de deur der schapen - Johannes 10

4. Ik ben de goede Herder - Johannes 10

5. Ik ben de Opstanding en het Leven - Johannes 11

6. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven - Johannes 14

7. Ik ben de ware Wijnstok - Johannes 15

"Ik ben het Brood des levens, het hemelse voedsel dat eeuwig leven schenkt." Zoals brood een noodzakelijke levensvoorwaarde is, zo is Jezus Degene Die de onverzadigbare levenshonger kan stillen. Dit voedsel nuttigen is: tot Hem komen en in Hem geloven. Dan alleen zul je niet meer hongeren en niet meer dorsten: genoeg aan Hem en nooit genoeg van Hem. De rust des levens in Hem. Deze machtige Weldoener zien we wel; deze mogelijke Koning horen we wel, maar het ware geloof ontbreekt... Nu gaat Hij in vers 37 wijzen op de zekerheid dat de gegevenen van Zijn Vader zeker tot Hem zullen komen. Gods eeuwige vrijmacht trekt de scheidslijn.

 

Leerschool

Ook daar in de kerk ontstaat hierover onvrede; men gaat op Hem mopperen. Waarom komt Hij als het Brood des levens nu met de verkiezing? Is dat wel gepast, wel tactisch? Mopperend wordt er kritiek geuit op Jezus' verklaring van het hemelse Brood in Zijn afkomst en werking. Door wat men méént te weten over Hem heeft men Hem niet nodig, verwerpt men Hem eigenlijk.

Om hun hart toch te bereiken gaat Hij een paar stappen terug in het leerproces; Zijn herhalingen zijn bedoeld tot je bekering! Nieuw is dat Hij gaat spreken over trekken: de almachtige en onwederstandelijke kracht van God blijkt beslist nodig om in Christus te geloven. De soevereine Godsdaad, die altijd aan het geloof en geloven voorafgaat. Uit eigen beweging komen we niet tot Hem; wij voelen ons niet tot Hem aangetrokken. Van onszelf geen honger noch begeerte naar dit Levensbrood. De Vader zond de Zoon en de Vader trekt tot de Zoon om tot geloof in Hem te brengen. Tot Jezus komen is onmogelijk zonder de trekking van de Vader Die de Zoon zond. In eigen kracht kom je er niet. Met eigen wijsheid leren we het nooit. En toch zullen al uw kinderen van de HEERE geleerd worden (Jesaja 54: 13)! Hij trekt door te leren, Hij brengt op de leerschool van de Heilige Geest. Dit als reactie op hun gemopper: Ik ben Dezelfde, het Levensbrood voor hongerigen; Ik stuur niemand terug. Hoeveel huurlingen van mijn vader hebben overvloed van brood en ik verga van honger...

Als laatste van de drie punten van de synagoge-preek spreekt Christus over het aardse bestaan van dit Brood: de broodrede. Ik ben het Brood des levens. Opnieuw spreekt Hij ze aan over de manna-etende voorouders uit de woestijntijd. Hij blijft aansluiting zoeken bij je hart vol boosheid en ergernis. Het manna heeft hen niet kunnen behoeden voor de dood. Wonderlijke dingen in je leven zijn tekort voor de eeuwigheid. Heel anders is het met dit Brood, de Gave en de Gever ben Ik tegelijk: het is voor jou van levensbelang. Ik ben de Bron van het onvergankelijke leven. De onuitputtelijke Bron.

 

Genadebrood

Dan gaat Hij ook nog spreken over Zijn aanstaande kruisdood, hoe Zijn lichaam en bloed gegeten en gedronken zullen worden. Er ontstaat een woordenstrijd. Ze zijn het niet langer eens. Zijn krasse uitspraken vinden ze maar stuitend. Met weerzin werden ze vervuld daar in de synagoge. We zijn toch geen kannibalen, mensenvleeseters? Ze voelden wel aan wat Hij bedoelde, maar naar hun gevoel was dit absurd, Hoe kan dat nu? Toch onmisbaar als brood, levensnoodzakelijk! Toch houdt Hij vol dat dit eten een absolute levensvoorwaarde is voor ieder mens. Broodnodig! Dit leergesprek eindigt: blijvende levensgemeenschap alleen in Mij, eeuwige voedingswaarde alleen in Mij. Door het werk van de Geest alleen maar levensonderhoud en levensverwachting alleen maar door Mij. Leven van genadebrood! Anders verga je van honger.

Het einde van het leergesprek is dat er een tweespalt ontstaat: veel leerlingen keren Hem de rug toe. Ze ergeren zich aan Zijn harde en onbegrijpelijke woorden. Men vindt het eigenlijk aanstootgevend, onverteerbaar. Ondanks de ergernis neemt Hij niets terug van Zijn onderwijs. Zijn woorden zijn uit God. Zijn woorden zijn geladen door de Geest. Onverteerbaar voor ons vlees, maar niet door de (Pinkster)Geest. Geërgerde volgelingen gaan (eigen) weg; intriest laten ze hun Weldoener in de steek.

En de twaalf? Hij houdt oog voor de enkeling: die Brood nodig hebben. Jezus rekent niet, ook al gaan er duizenden weg, Hij trekt. Daarom kunnen de elf niet weg. Alleen al vanwege deze woorden. Scherpe woorden zijn ware woorden. Woorden waaronder in liefde gebogen wordt. Ook door jou? Betrokkenen lopen weg, vroeg of laat. Maar getrokkenen kunnen niet weg... Trekken door leren: En als hij nog ver was zag hem zijn vader... Deze woorden des eeuwigen levens spreekt Hij, werkt Hij wederbarend in het hart: hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest! Jouw dagelijks voedsel? Tot wien zullen wij heen gaan? Gij alleen zijt het Brood des levens!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 2003

Daniel | 28 Pagina's

Lezing ds. G.J. van Aalst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 2003

Daniel | 28 Pagina's