JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Verslag van de Bondsdag, 8 april 2003

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag van de Bondsdag, 8 april 2003

Pagina's voor haar

14 minuten leestijd

Komt, laat ons samen Isrels HEER',

Den rotssteen van ons heil, met eer,

Met Godgewijden zang ontmoeten...

Zo klinkt het aan het begin van de 56e Bondsdag in de 'Adventkerk' te Veenendaal.

Na het lezen van Numeri 17 en Lukas 23: 26-32 gaat ds. C.A. van Dieren ons voor in gebed. Hij bepaalt ons bij dor hout en groen hout... Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden? "In Numeri 17 wordt gesproken over het hout van opstand, in Lukas 23 over het hout van opstanding. In het paradijs was geen dor hout. Adam, u en ik, wij waren een vruchtbaar hout. Maar de val heeft ons ontworteld. En nu het wonder: in plaats van de overgave van het dorre hout in het vuur, wijst de Heere op een hout dat in zijn aanzijn dor is, maar dat door de dodigheid en de dorheid heen leven zal voortbrengen. Als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben... Hij zou het vruchteloze vloekhout aanvaarden en wegdragen om de oorzaak van alle vruchteloosheid van Zijn ganse Kerk weg te nemen. Op Golgotha stond het vruchteloze hout opgericht, wijzende naar de hemel. Door de gehoorzaamheid van Christus gaat - door de nacht van Jozefs hof heen - die Staf heerlijk bloeien in de geestelijke vrucht, opdat dode, onvruchtbare zondaren uit en door deze ene Hogepriester vruchten zouden gaan voortbrengen...

Dor hout kan een aangename gedaante hebben. De vrouwen van Jeruzalem weenden en klaagden. Toch was het slechts vrucht van onvernieuwd hout. Christus heeft tot hen gezegd: Weent niet over Mij, maar weent over uzelven en weent over uw kinderen. We moeten door het zaligmakend geloof ingeplant worden in de Levensboom Christus. De vrucht daarvan is dat we gaan wenen over onszelf. Dan ligt er een afgekeurd en vruchteloos leven achter ons. Maar door de levensvereniging met Hem zal het waar zijn: Uw vrucht wordt uit Mij gevonden. Dan komen er tranen in een evangelische bewogenheid. Dan wordt gezien wat het Hem gekost heeft. Kennen we dat wenen over de rechte oorzaak? Wenen we ook voor dat volk der Joden? Christus gaat het dorre hout wegdragen, opdat, en dan trek ik de lijn van Numeri 17 via Lukas 23 naar Romeinen 11, opdat degenen die om der heidenen wil uit de olijfboom uitgehouwen zijn, opdat die wederom in die olijfboom, in die amandelroede, in dat groene hout ingeplant zullen worden. Want dat zal in vervulling gaan. Er zal een overblijfsel van Israël naar de verkiezing worden ingeënt. Ze zullen komen met smeking en met geween, en zij zullen eenmaal ingezameld worden. Zullen wij daar dan ook bij zijn?"

 

Brief aan Hare Majesteit, Koningin Beatrix

Na het zingen van Psalm 130 vers 4 leest ds. Van Dieren de groet voor die aan Hare Majesteit, Koningin Beatrix, verzonden is namens bestuur en leden van de Bond van Vrouwenverenigingen. Daarin tonen zij hun oprechte aanhankelijkheid aan onze Koningin en wensen haar toe dat het drievoudig snoer: God, Nederland en Oranje ook in de toekomst bestendigd mag blijven.

 

"Zonder Israël geen toekomst" door ds. C. Sonnevelt

"Geen toekomst zonder Israël... Is dat niet te sterk uitgedrukt? Kun je dat volhouden met je hand op de Bijbel? Als het gaat over de toekomst, dan is Israël toch niet doorslaggevend? Er staat in Gods Woord: Tot de Wet en de getuigenis! Indien zij niet spreken naar dit Woord, het zal zijn dat zij geen dageraad (geen toekomst) zullen hebben! En we lezen van de Farizeeën dat ze voor de vraag gesteld worden: Wat dunkt u van de Christus? Niet: Wat dunkt u van Israël? We zouden bijna zeggen dat het thema moet luiden: 'Geen toekomst zonder Jezus Christus...!'

We moeten echter geen valse tegenstelling maken. Christus is gegeven van Israëls God! Hij is geboren als een Jood in Bethlehem en groeide op als Jezus van Nazareth. In het gesprek met de Samaritaanse vrouw zegt Hij: De zaligheid is uit de Joden.

Zo is het dus met Christus en het Evangelie. Zo is het ook met de Heere en Zijn wet. Zonder een kinderlijk betrachten van de wet en de getuigenis zal er geen dageraad zijn. Zeker! Maar wij hebben die wet ontvangen uit handen van het Joodse volk. Jesaja zegt: Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEEREN woord uit Jeruzalem. In de Bijbel kom je overal het volk Israël tegen. Bijna alle schrijvers van het Oude en Nieuwe Testament zijn Joden. Als er geen toekomst is zonder Israël, dan spreekt in ieder geval het verléden van Israël!

Genade maakt gunnend. Als het goed is, zal een christen ook bewogen zijn met het heil van Israël. Bij Paulus was de verharding en het lot van Israël een oorzaak van grote droefheid. Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees. Kennen wij die droefheid ook? Stelt u zich eens voor dat uw oudste zoon - als u die hebt - wegliep van huis. Zou dan uw hart niet bloeden? Die oudste zoon is ook Israël. De Heere zegt in Exodus 4: 22: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene is Israël. Wij zijn de jongste broeder van onze oudste broeder Israël, wij zijn gekomen uit een vergelegen land. Zijn wij ook werkelijk getrokken door de krachtdadige vernieuwing van ons hart en leven? Dan is het toch ondenkbaar dat we die oudste broer vergeten kunnen?

Het gaat in het leven der genade toch niet alleen om de zaligheid? Het gaat toch ook en allermeest om de ere Gods? Wat heeft dit alles met het Joodse volk te maken? Wel, als wij niet méér dan hemelzoekers zijn, dan zullen wij ook geen belang stellen in de verheerlijking van God in deze wereld. Dan zullen wij niet vragen om de komst van Gods Koninkrijk onder het Joodse volk. Maar anderzijds, als de eer van God ons liever is geworden dan onze eigen zaligheid, dan zullen we uitzien naar de toebrenging van Jezus' bruid uit de 'beminden om der vaderen wil'. Dan gunnen we Koning Jezus het loon op Zijn Middelaarsarbeid en is het onze bede: Uw Koninkrijk koom' toch, o HEER'...!

Is er grond voor in Gods Woord om te mogen hopen dat er toekomst is voor Israël? Jazeker! Leest u Romeinen 9 tot en met 11 eens met kanttekeningen erbij. Paulus heeft er wél mee geworsteld. Maar de Heere heeft het hem opgeklaard. God heeft Zijn volk niet verstoten. Dat zij verre! Paulus is er zelf een levend bewijs van, en hij niet alleen. Zoals er in de bange tijd van Elia nog 7000 waren die de knie voor Baäl niet gebogen hadden, zo was er ook nu een overblijfsel naar de verkiezing der genade. En in dat overblijfsel houdt God vast aan Zijn oude bondsvolk. Vele takken van de edele olijfboom zijn afgehouwen, maar niet alle takken. En God heeft de boom niet omgekapt. Kijk maar naar mij, zegt Paulus, want ik ben ook een Israëliet!

Dat overblijfsel is er te allen tijde geweest. Ook in ons land. Denk aan Christiaan Salomon Duytsch, Sara Ephraim Diamant, de zusters Rebekka, Lea en Belia Harst, Izaäc da Costa en Abraham Capadose. Zij mochten allen in Jezus van Nazareth de Beloofde der vaderen vinden. Dat overblijfsel is er ook nog vandaag. Soms maakt de Heere ze ongedacht openbaar. Ook het Deputaatschap voor Israël mag wel eens Joodse christenen ontmoeten waarin de tere vreze Gods te bespeuren is. Alleen het Joodse volk heeft de belofte dat de Kerk er nooit zal wijken, hoe gering ze ook mag zijn. Mogen wij een nationale bekering voor Israël verwachten? Ik noem u de namen van oude godgeleerden die deze vraag bevestigend beantwoord hebben: Justus Vermeer, Jacobus Koelman, Samuel Rutherford, ds. Elias Fransen, en om niet meer te noemen, de onder ons bekende en geliefde ds. Lamain. Hij zei eens in een vraaggesprek: 'Wat de godzalige Theodorus van der Groe heeft geschreven over de wederaanneming van dat volk, onderschrijf ik van harte.'

Er staat in Romeinen 11: 12 En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen, hoeveel te meer hun volheid! Onze kanttekenaar schrijft hierbij: 'Dat is, wanneer de Joden met grote hopen en menigte het Evangelie zullen aannemen'. In Romeinen 11: 25 en 26 zegt Paulus: Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (...), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israël zalig worden. Nogmaals de kanttekeningen: 'Dat is, niet enige weinigen, maar een zeer grote menigte, en gelijk als de ganse Joodse natie'.

Als we Gods Woord en de oudvaders goed verstaan, is de bekering van het volk Israël een van de grote tekenen van de eindtijd. In Mattheüs 24 zegt de Heere Jezus: En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken... Te midden van allerlei oordelen en ellende gaat het Evangelie voort tot aan de einden der aarde. Het zal ook weer terugkeren naar het uitgangspunt. Straks is de cirkelgang weer rond.

Nóg gaat de Ruiter op het witte paard rond en trekt Hij van volk tot volk. We maken opmerkelijke dingen mee in onze dagen. Wat staat er nog te gebeuren? Wij weten het niet. Maar één ding is zeker: er is geen toekomst zonder Israël! Als er niets is te hopen voor Israël, valt er ook niets te hopen voor onszelf.

De toekomst van Israël ligt verankerd in het welbehagen Gods. Daar eindigt de apostel mee in Romeinen 11. Hij wijst de heiden-christenen binnen de gemeente van Rome op de wonderlijke weg die de Heere met hen houdt. Het is een weg waarin alle verdienste van de mens wordt afgesneden en de grote ontferming Gods verheerlijkt wordt. Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn (vs. 32). Met 'hen allen' worden de heidenen en de Joden bedoeld. De heidenen van wie de ban reeds opgeheven is, en de Joden van wie de ban straks opgeheven wordt.

Hoezeer heeft de kerk van de oude dag uitgezien naar de bekering der heidenen en gebeden om de vervulling van de profetieën! Zouden wij dan geen liefde hebben tot het volk Israël?

Opdat zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen, zegt Paulus. Ligt hier geen opdracht voor de vrouwenverenigingen binnen onze gemeenten? De Heere mocht Zijn Geest rijkelijk uitstorten over het huis van David en de inwoners van Jeruzalem! Dan zullen ze zien op Hem Die zij doorstoken hebben. Dan zal het land rouwklagen, elk geslacht in het bijzonder. Maar dan zal ook worden ervaren dat er in de wonden van Christus een Fontein geopend is voor het huis van David en de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid. Zo zal Gods ontferming worden geprezen door Jood en heiden. En zo zal God zijn alles in allen!"

 

Afdracht actie 'Vrouwen voor vrouwen'

De secretaresse van het Bondsbestuur, mevr. De Blois, heeft voor deze gelegenheid een bijzonder knap gedicht gemaakt. Door het optellen en aftrekken van actiedagen, jaartallen, handdoeken, bezoekers bondsdag, gevlogen kilometers enzovoorts, blijkt het uiteindelijke resultaat gelijk te zijn aan de netto opbrengst van de actie! Terwijl mevrouw Teerds en mevrouw Van Wolfswinkel dit gedicht voorlezen, rekent mevrouw De Blois deze som uit. Door het verwijderen van de wrappers uit Nigeria maakt de heer B. Zijl van het Zendingsbureau het bedrag bekend: € 41.466.52! In hartelijke bewoordingen brengt hij de dank over namens de Zending voor deze geweldige opbrengst! Het stemt tot dankbaarheid dat naast het mooie bedrag dat bij elkaar gebracht is, ook opgemerkt mag worden dat de liefde tot het werk van de zending een nieuwe impuls gekregen heeft. Hij verzoekt te zingen Psalm 18: 15

Daarom, o HEER', zal ik U eer bewijzen, 

bij 't heidendom Uw Naam eerbiedig prijzen.

De morgenvergadering wordt besloten met mededelingen en dankgebed.

Ds. A. Bac opent de middagvergadering met het lezen van Psalm 46 en gebed, waarna ds. Sonnevelt ingaat op de schriftelijk ingediende vragen.

 

Slotmeditatie

Nadat het gemengd koor 'Met hart en stem' voor ons gezongen heeft, overdenkt ds. Sonnevelt nog kort de eerste drie en de laatste drie verzen van Psalm 69.

"Deze psalm is geschreven in een tijd van grote verwoesting. Jeruzalem en de steden van Juda lagen in puin. Maar op de puinhopen mag de dichter het uitwonderen: Want God zal Sion verlossen en de steden van Juda bouwen; en aldaar zullen zij wonen en haar erfelijk bezitten. Wie had het kunnen denken in de ballingschap in Babylon dat de Heere die verwoeste steden weer op zou bouwen? Wie had het zestig jaar geleden kunnen denken, midden in de Tweede Wereldoorlog, dat de steden van Juda herbouwd zouden worden en dat het oude bondsvolk terug zou keren naar het land waar hun voorvaderen hebben gewoond?" Dominee vertelt het ontroerende verhaal van Abigaïl en haar familie, een veertienjarig meisje dat enkele weken geleden overleed toen een Palestijnse zelfmoordenaar explosieven in een bus tot ontploffing bracht. Ze was als zeven maanden oude baby uit Amerika met haar ouders naar Israël verhuisd, omdat haar vader zich geroepen voelde om Gods Woord te brengen onder het oude bondsvolk.

"Want God zal Sion verlossen en de steden van Juda bouwen; en aldaar zullen zij wonen en haar erfelijk bezitten. Straks daalt het nieuwe Jeruzalem neder van God uit de hemel, zoals een bruid versierd is voor haar man. Zult u, zal ik daar binnengaan? Dat zal toch het grootste wonder zijn!"

 

Dankwoord door mevrouw Teerds

"Wat gaat zo'n dag snel voorbij. Moet u dat ook niet verzuchten? We zijn aan het einde gekomen van deze Bondsdag, die in het teken stond van twee woorden: Israël en toekomst. Ja, voor Israël is er verwachting. Ds. Sonnevelt heeft ons daarover aan het denken gezet. Ik wil u heel hartelijk danken, dominee, voor wat u ons hebt meegeven in het referaat wat u hield. Ook in de vragenbeantwoording was u heel duidelijk. De Heere geve, dat waar mag worden, dat alle knie zich voor Hem zal buigen en alle tong God zal belijden. Dat is een zekere toekomst! We weten niet wat ons te wachten staat. Maar één ding is zeker: alle mensen moeten sterven! Hoe zal dan ons einde zijn? Hoe is ónze toekomst? Wij mochten zo samen deze 56e bondsdag beleven. Dat we hier zo in alle rust mochten vergaderen, is niet vanzelfsprekend. Wat is er door de zonde in de wereld veel gaande!"

Zij spreekt een hartelijk woord van dank tot allen die een bijdrage geleverd hebben aan het welslagen van deze dag. In het bijzonder tot de gemeente van Veenendaal. "Voor de vierde maal mochten we in de prachtige 'Adventkerk' onze Bondsdag houden. De kerkenraad van Veenendaal wil ik daarvoor dan ook hartelijk danken. Koster Waasdorp en allen die u terzijde staan, bestuur en leden van de vrouwenvereniging van Veenendaal. Wat hebt u met elkaar weer veel werk verzet. Het doet ons goed dat het mogelijk is om op deze manier met elkaar samen te kunnen werken. We danken u allen hartelijk voor uw gastvrijheid!

'Zonder Israël geen toekomst' - met die woorden gaan we naar huis. De Heere moge over het gesprokene Zijn Zegen willen geven. Hij schenke ons Zijn genade. Dan zullen Filistijn, Tyriër of Moor, Nederlander of Nigeriaan, door de Heere geteld worden en als in Israël worden ingelijfd. Dan mogen ze één naam, de naam van Sions kinderen dragen. Dan is het één kudde en één Herder. Zullen wij - u, ik, ieder persoonlijk - bij die kudde horen? Hoe zal ónze toekomst zijn?"

 


De morgencollecte ten bate van de onkosten heeft opgebracht € 8.900,00.

De middagcollecte ten bate van de vakantieweken voor onze medemensen met een handicap heeft het mooie bedrag van € 8.891,55 opgebracht. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 2003

Daniel | 32 Pagina's

Verslag van de Bondsdag, 8 april 2003

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 2003

Daniel | 32 Pagina's