Ik zie een merel
Ik zie een merel vluchtig onder 't wroeten
rondom zich zien naar mogelijk gevaar.
De dood loert overal en poezenvoeten
zijn zacht, totdat de klauw opeens slaat naar
zo'n vogel die, onschuldig, heel zijn leven
naar voedsel zoekt; dit is zijn bange lot,
behalve als hij, boven 't stof verheven,
zijn Schepper looft en zingt tot eer van God.
Diep schaam ik mij als ik zijn zang hoor klinken:
zo zonder schroom, zo zuiver en zo schoon!
Hoe hoger dat hij zingt, hoe dieper ik moet zinken.
Ik, die gezondigd heb en die in vrede woon,
en van genade hoor en eeuwig leven,
kan als die merel God Zijn eer niet geven.
Uit: Uw staf vertroost mijn hart (Houten: Den Hertog 2002)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 2003
Daniel | 32 Pagina's