Onder de vijgenboom
Meditatie
Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder den vijgenboom, zo gelooft gij. Johannes 1: 51 m.
De vijgenboom behoort tot dezelfde familie als de moerbeiboom en komt in het gehele Middellandse Zeegebied voor. In Palestina en in geheel Syrië groeit hij voortreffelijk en kan wel zes tot negen meter hoog worden, terwijl de vertakkingen in alle mogelijke richtingen plaatshebben. In de zomer worden stam en takken aan het oog onttrokken door de grote, dikke, hartvormige bladeren, die groter zijn dan van enige andere boom in Palestina. Zij vormen zo'n dicht bladerdak, dat men zich daaronder volledig onzichtbaar kan maken, vooral omdat de takken zich dikwijls naar de bodem buigen.
Nu wordt in de tekst gedoeld op het zitten onder de vijgenboom. Dit kwam in Israël vaker voor. Men zocht deze boom op om te rusten na de arbeid en men genoot daar ook in de dagen van rust en vrede. In het eerste boek der Koningen lezen we, dat tijdens de regering van Salomo, Juda en Israël zeker woonden; een iegelijk onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom (1 Koningen 4: 25).
Ook voor Nathanaël was de vijgenboom een plaats des gebeds, waar hij alles kenbaar maakte aan de Heere wat hoofd en hart vervulde. Daar beleed hij in ootmoed een overtreder te zijn van de wet Gods, schuldig aan al de geboden des Heeren. Daar werd gebeden uit de diepte van waar schuldbesef en gesmeekt om Gods genade. Daar waren de werkzaamheden betreffende de toezeggingen van het Koninkrijk Gods, die hun vervulling zouden verkrijgen met de komst van de Messias. De vijgenboom was voor Nathanaël dus een plaats, waar de overdenkingen aangaande dat wat tot zaligheid nodig is, vele waren. Hebben wij een vijgenboom, een plaats van afzondering, een bidvertrek? Zo'n plaats is onmisbaar en noodzakelijk, van het allergrootste belang!
Misschien denk je: De Heere moet de drang toch in mijn hart leggen om zo 'n plaats te zoeken. Hij alleen laat de noodzaak en het belang van zulk een plaats zien. Immers de Heere is toch de Werkmeester van dit alles?
Zeker is het waar dat de verborgen omgang met de Heere een werk des Heeren is. Laten we echter niet vergeten, dat een plaats van afzondering te hebben, een goddelijke eis is. De Heere wekt in Zijn Woord daartoe steeds op. Oprecht bidden is een genadegave en vrucht van de bediening van de Heilige Geest. Om die hemelse gave mag toch worden gevraagd. Betuigt de Heere niet in Zijn Woord: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden!
Bij Hem is te verkrijgen de Geest der genade en der gebeden. En op de plaats der afzondering wordt de Heere niet tevergeefs gezocht. Dat heeft ook Nathanaël mogen ondervinden. Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgenboom waart, zag Ik u. De Heere Zelf zorgt ervoor dat, wat in het verborgen wordt afgetobd, op de daken, van de kansel wordt gepreekt.
Ellendigen en nooddruftigen zal Hij bemoedigen met Zijn Woord. Op Zijn tijd en Zijn wijze worden ze van onder de vijgenboom geleid tot Hem, in Wie voor door onweder voortgedrevenen en ongetroosten alles is te vinden wat tot zaligheid nodig is. Zulke smekelingen zullen aanschouwers worden en Hem ziende met ogen des geloofs belijden: Gij zijt de zone Gods, Gij zijt de Koning Israëls.
Ook voor jongeren: laat je plaats onder de vijgenboom zijn. Daar houdt de Heere Zich niet onbetuigd en Hij wil erom gevraagd zijn. De Heere doe door Zijn Geest het binnenkamerleven veel beoefenen, opdat bevestigd worde wat Nathanaël uit de mond van Christus vernomen heeft, hier weliswaar ten dele en straks volmaakt: Gij zult groter dingen zien dan deze.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 2003
Daniel | 32 Pagina's