JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Opvoeden: oog krijgen voor de ander

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opvoeden: oog krijgen voor de ander

Opvoedingskatern

14 minuten leestijd

Een oudere meneer passeert een groepje jongens van een jaar of veertien. Zonder dat hij het merkt, glipt zijn handschoen uit zijn jaszak. De jongens zien het, maar zeggen niets. Aan de andere kant van de weg loopt een moeder met haar kind. "Mijnheer, u verliest uw handschoen", roept ze hem na. Blij en dankbaar vervolgt de man zijn weg.

De beste manier om je kind iets te leren is door zelf het goede voorbeeld te geven. Een moeder die gehaast doorloopt, geeft een heel andere boodschap door. Pech voor die man, maar wij moeten op tijd op school zijn. Mijn zaken zijn belangrijker. Ik hoef toch niet per se iets te zeggen. Ik kan er toch niets aan doen dat er iets valt; daar ben ik niet verantwoordelijk voor.

Hoe makkelijk is het om naast elkaar te leven zonder je teveel met elkaar te bemoeien. Vanuit een soort onverschilligheid: wat maakt het mij uit hoe het met een ander is. En dan daar gelijk achteraan: als het met mij maar goed gaat. Het lijkt moeite te kosten om aandacht te hebben voor een ander.Toch is er soms niet eens zoveel voor nodig - een simpele opmerking kan de dag voor een ander al goed maken. Vaak is het ook niet de tijd die ontbreekt, maar gaat het om welke je hebt.

Mensen zijn aangewezen op elkaar. Zonder relaties is er eenzaamheid en verliest het leven alle glans. Het is een Bijbelse opdracht om niet alleen voor jezelf te leven, maar vooral samen. Zoals zo mooi verwoord wordt in de Catechismus: dat ik daar waar ik kan het nut van mijn naaste bevordere. Dus niet alleen rekening houden met een ander omdat dat ik dat fijn vind. Maar vooral omdat God wil dat we elkaar liefhebben en oog hebben voor elkaar. Wat zegt de Bijbel hier concreet over? Dat je bereid bent te delen als een ander tekort heeft. Dat je de beperkingen van een ander accepteert en hem in zijn waarde laat. Dat je een eenzame een bezoek brengt.

Iets betekenen voor de ander geeft vreugde. Oog hebben voor elkaar is iets dat je leven verrijkt. De moeder uit het voorbeeld heeft vast verteld aan haar kind dat het zo vervelend voor die man is om thuis tot de ontdekking te komen dat hij zijn handschoen echt kwijt is. En dat het zo fijn is dat, doordat ze hem aangesproken hebben, hij thuis niet op zijn neus kijkt.

 

Het onvermogen van een klein kind

Als het goed is wordt een kind geboren in een gezin en ontvangt het daar de zorg die het nodig heeft. Het is de plaats waar een kind leert dat het niet alleen op de wereld is. Hij leert dat zijn belangen niet altijd op de eerste plaats staan. Binnen een gezin moet er geleerd worden te luisteren naar elkaar. Kinderen zijn uit zichzelf niet gericht op een ander. Sterker nog: kleine kinderen kunnen niet anders dan vanuit hun eigen perspectief denken. Het enige dat telt is of ze zichzelf prettig voelen. Als ze ergens hun zinnen op gezet hebben, is alles om hen heen onbelangrijk tot ze hun doel bereikt hebben.

Zo kan een kind van twee helemaal gespitst zijn op het pakken van de bal waarmee andere kinderen overgooien. Als het kind de bal eenmaal heeft, krijgt niemand hem meer. Dat de anderen balen omdat hun spel bedorven wordt, dringt helemaal niet door. Dat kan ook niet. Het zich verplaatsen in de ander komt pas later. Zolang kinderen nog volop bezig zijn met het ontdekken van hun eigen mogelijkheden en beperkingen, komt de ander totaal niet in beeld.

Betekent het dat je een klein kind altijd zijn gang moet laten gaan? Natuurlijk mag je grenzen stellen, maar verwacht niet dat het kind het begrijpt. Laat staan dat hij het onthoudt. Een kind dat steeds opnieuw moet horen dat hij niets af mag pakken, is niet ongehoorzaam. Hij is nog primair bezig met zijn eigen verlangens. Jij moet steeds opnieuw duidelijk maken wat de bedoeling is. Het kan helpen om steeds dezelfde eenvoudige boodschap te herhalen. Door de herhaling maakt een kind zich de regel na verloop van tijd eigen. Zoals: "Samen spelen, samen delen". "Eerst jij een poosje, dan mag hij". Als je bedenkt dat het geen onwil is, maar onmacht, is het al wat makkelijker om geduld op te brengen!

Vanaf vier jaar gaan kinderen er rekening mee houden dat een ander eisen kan stellen. Ze zijn meer in staat om het effect van hun zeggen of doen mee te laten tellen. Dat er straf komt als ze iets niet goed doen. En dat luisteren iets positiefs tot gevolg heeft. Clara van vijf ruimt soms uit zichzelf haar kamer op. Niet omdat ze bedenkt dat mama dan makkelijk kan schoonmaken. maar omdat mama haar dan zegt dat ze al zo'n grote meid is. Willem heeft geleerd van een nare ervaring. Van die keer toen hij zand in zijn ogen gekregen heeft toen hij begon met gooien naar andere kinderen. Hij kijkt wel uit om het weer te doen.

In deze leeftijdsfase kun je in de opvoeding "Als ..., dan..." zinnetjes gebruiken. Als je een snoepje bewaart voor je broertje, vind ik dat wel heel erg lief van je. Als je allebei vader wil zijn, dan is het spelen van vadertje en moedertje niet leuk, hè?"

 


* Je eigen voorbeeld is de belangrijkste les

* Bij jonge kinderen: herhaal korte regels

* Positieve aandacht lokt goed gedrag uit

* Houd rekening met de (on)mogelijkheid om zich in een ander te verplaatsen

* Benoem het gedrag dat je niet goed vindt

* Licht je eigen gedrag toe


 

Een ruimere blik

Tussen zeven en tien jaar groeit het besef dat anderen dingen wel of niet leuk vinden. Ze gaan merken als iemand ergens niet zo gelukkig mee is. Een vriendinnetje dat pijn heeft, krijgt een arm om zich heen. Helemaal belangeloos is die aandacht voor anderen niet. De gedachte heerst nog dat, als je iets doet voor een ander, je daar ook iets voor terug moet krijgen. Voor wat, hoort wat. Ik maak jou blij, dan krijg ik zeker wel iets.

Vanaf tien jaar kunnen kinderen hun eigen perspectief loslaten en gaan ze zich echt verplaatsen in anderen. Ze doen iets goeds dan niet om er zelf beter van te worden, maar gewoon omdat ze iets een goede zaak vinden. Om iets oneerlijks kunnen ze heel fel reageren. Helemaal boos vertelt Berdien uit school dat de meester een groepje kinderen straf heeft gegeven en dat Bianca helemaal niets heeft gedaan omdat ze er niet eens bij was. Ze is zo boos dat het lijkt of haarzelf dit onrecht is aangedaan.

In de opvoeding ben je vaak bezig het blikveld van een kind te verruimen.Je probeert het gezichtspunt van de ander te betrekken bij wat hij doet. "Nee, niet aan de haren trekken, want dat doet zeer bij Jantje". Soms zeg je er zelfs bij: Zal ik eens aan jouw haren trekken? Gedrag dat niet plezierig is voor een ander, noem je bij naam. Dus niet: "Als je zó doet, is het niet leuk". Maar: "Als jij een klap geeft, is het niet leuk".

Bij jonge kinderen moet je duidelijke regels stellen: dit of dat wil ik echt niet hebben. De uitleg doet er nog niet zoveel toe, omdat ze toch niet in staat zijn om zich te verplaatsen in een ander. Later betrek je er meer de overwegingen bij. Denk je eens in wat het is als anderen in jouw gezelschap zitten te fluisteren. Hoe zou je dat vinden? Nu kun je aandacht vragen voor de gevoelens van een ander. Hoe een ander zich voelt, is belangrijk voor wat je wel of niet zult zeggen. Voelt hij zich boos, blij of misschien teleurgesteld? Een boos iemand kun je soms beter even met rust laten. Terwijl iemand die zich buitengesloten voelt, het juist fijn vindt als je iets tegen hem zegt. Je kunt heel goed aanhaken bij wat het kind zelf plezierig zou vinden. Eigenlijk maak je op heel veel manieren een belangrijke gedragsregel duidelijk: "Als jij iets niet leuk zou vinden, moet je het ook niet bij een ander doen".

 

Met zichzelf in de knoop

Als we kinderen iets willen leren over het omgaan met elkaar, bedenk dan dat zeker jongere kinderen niet het ontwikkelingsniveau hebben om met een ander rekening te houden. En als het kind er wel oud genoeg voor is, maakt het ook uit hoe zij in haar vel steekt. Als iemand problemen heeft met zichzelf en bijvoorbeeld onzeker of boos is, is het nogal moeilijk om rekening met anderen te houden. Dat zie je ook terug bij je kind. AJs zij met zichzelf in de knoop zit, slokt dat alle aandacht op. Ze sluit zich op in zichzelf, zodat er totaal geen aandacht is voor de omgeving. Eerst moet er iets weer in het reine komen. Het is goed om als opvoeders in de gaten te hebben hoe je kind zich voelt. Als zij plotseling veel ruzie maakt of veel scheldt, is er vaak meer aan de hand. Probeer er dan achter te komen wat haar dwars zit. Vaak heeft dit ook weer te maken met hoe anderen met haar omgingen! Dat ze denkt dat anderen haar niet leuk vinden. Dat iemand haar ergens mee pest. Dat anderen iets hebben dat zij ook zo graag wil hebben. Is dit eenmaal uitgesproken, dan kan het enorm opluchten.

 

Niet iemand als persoon afwijzen

Mensen kunnen enorm van elkaar verschillen. leder heeft zijn eigen achtergrond. Kinderen hebben de neiging om alles wat afwijkt van wat zij gewoon vinden, gek of fout te vinden. Als je met je kind voor het eerst een lilliputter passeert, is er grote kans dat zij omkijkt en er een luide opmerking over maakt. Kinderen moeten leren dat niet iedereen gelijk is, maar ook dat het vervelend voor de ander is om daar de aandacht op te vestigen. Je kunt de regel afspreken dat de ander niet moet horen dat je het over hem hebt.

Moeilijker is het als mensen dingen doen die ingaan tegen Gods Woord en waar kinderen een hoorbare opmerking over maken. Kinderen kunnen zo puur zijn in hun afwijzing van verkeerd gedrag, maar zo hard in de afwijzing van iemand als persoon. Dit onderscheid is voor hen niet helder. Voor ouders is er de taak om te benadrukken dat je iemand niet als persoon moet afwijzen, ook al ben je het niet eens met wat hij doet. Als je buurman op zondag zijn auto wast. Of als een bekende sexy kleding draagt. Dan kun je als ouder met je kind nagaan wat Gods bedoeling is met ons leven. Dan mag het heel duidelijk worden dat je sommige dingen lelijk vindt of niet vindt kunnen. Als je maar niet negatief over anderen als persoon spreekt. Hoe makkelijk is een schampere opmerking gemaakt. Voor volwassenen is het ook een hele opgave om de ander in zijn waarde te laten! Hoe kun je dit toch doen? Door te vertellen hoe het komt dat iemand zo doet. Dat het moeite kost om niet mee te gaan in de zuigkracht van wat iedereen doet. En dat het heel jammer is dat iemand God niet kent, omdat hij er dan wel anders over zou denken. Wat het belang aanwijst om zelf een leesbare brief te zijn in ons dagelijks bezig zijn!

 

Geen individualisme

leder mens heeft zijn eigen opvattingen, zijn eigen mogelijkheden en zijn eigen omstandigheden.Vaak weten we best wat we zelf vinden. Of hoe het met onszelf is. Oog hebben voor een ander is rekening houden met wie die ander is. Wat hij kan en hoe hij iets vindt.Je zoekt de ander niet in verlegenheid te brengen. Rekening houden met elkaar is het vermijden van wat iemand vervelend vindt. Als je weet dat iemand niet kan zwemmen, vraag je haar niet mee naar het zwembad. Een vegetariër zet je geen vlees voor. Je gaat niet uitweiden over je vakantie bij iemand die niet op vakantie kon gaan omdat er geen geld was.

Gaandeweg het opgroeien ontstaat er meer ruimte voor de méns achter de persoon die je tegenkomt. Anderen hebben hun overwegingen om iets op hun bepaalde manier te doen. Dat wordt meer en meer duidelijk. En je probeert er rekening mee te houden.

Aandacht hebben voor een ander gaat niet vanzelf. We nemen allemaal iets mee van het individualisme waarmee onze samenleving doordrongen is. Welke boodschap horen we vaak? Je moet uitgaan van jezelf! Wat wil ik? Wat kan ik? Wat vind ik? Als ik iets leuk vind, dan doe ik het toch! En reken maar dat het in ons allemaal zit om vooral jezelf te bevoordelen of op een voetstuk te zetten. Zelfs al betekent het dat we anderen benadelen. We moeten zelf steeds leren om een ander lief te hebben als onszelf. Ook onze kinderen moeten dat leren. En wij moeten hen daarin voorgaan.

 

Daden en woorden

Hoe leer je kinderen oog te hebben voor een ander? Door zelf het goede voorbeeld te geven!

Ga eens na hoe je spreekt over mensen. Juist over mensen die je eigenlijk niet zo liggen. Geef je dan aan je kind door dat je een hekel mag hebben aan mensen en dat je zeker niet attent naar hen hoeft te zijn? Let je erop dat je geen negatieve dingen over een ander zegt? Hoe ga je om met hulpvragen uit je omgeving? Ben je wel eens zomaar attent voor iemand zonder dat er iets tegenover staat? Een kind zal wat jij doet normaal vinden.

Naast het geven van een goed voorbeeld, kun je er ook over praten. Vaak zijn er heel veel mogelijkheden om ook iets te zéggen over het omgaan met anderen. Zomaar op straat als je vertelt waarom je iemand hartelijk groet, ook al ken je hem maar amper. Of dat je het moeilijk vindt dat je een zwerver, die geld aan je vraagt, toch niets kunt geven. Je voelt een appèl waaraan je niet kunt voldoen. Of dat je op een verjaardag juist ging zitten naast iemand die wat stilletjes zat te kijken. Je geeft ook aan dat je met je eigen grenzen te maken hebt. Als je meer oog hebt voor de verlangens van anderen en daarbij jezelf voorbij loopt, gaat er iets mis. Zonder egoïstisch te zijn, mag je aangeven: "Het spijt me, maar ik kan dit niet doen".

Op zoveel manieren kun je aan je kind laten zien dat het leven meer is dan alleen te zorgen dat je het zelf goed hebt. Het moet normaal zijn om oog te hebben voor elkaar. Liefde en aandacht voor elkaar brengt ons dichter bij het doel waarmee we geschapen zijn. Onvermijdelijk brengt dat ons bij de vraag: "Wie is tot deze dingen bekwaam?" Geen mens. Gode zij dank staat hier geen punt. God heeft ons gezegd dat we alles wat we van onszelf niet hebben, mogen vragen aan Hem. Juist als het gaat om het opvoeden hebben we wijsheid nodig. "Indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden" (Jakobus 1: 5).

 


Discussievragen

1. Vind je dat je je kind uitleg moet geven over hoe jij met anderen omgaat?

2. Hoe betrek je als ouder het ontwikkelingsniveau in het omgaan met anderen?

3. Hoe toon je respect voor een ander? Hoe breng je dat over aan je kind?

4. Geef een paar voorbeelden van hoe je iemand als persoon niet afwijst, maar wel in zijn gedrag.

5. Welke algemene gedragsregels ten opzichte van anderen vind jij belangrijk?

6. Kun je ook te veel oog hebben voor anderen?


Reacties

Wilt u reageren op de inhoud van deze katern? Heeft u suggesties voor thema's die we aan de orde kunnen stellen? Uw reactie stellen we op prijs. Stuur uw brief naar: Werkgroep Daniël-opvoedingskaternen t.a.v. J. Leune, Postbus 79, 3440 AB  Woerden. Of mail naar j.leune@cbgg.nl.

Opvoedingskaternen

De opvoedingskaternen worden uitgegeven onder verantwoordelijkheid van de redactie van Daniël, die voor de uitvoering een werkgroep benoemd heeft, bestaande uit P.A.N. Hooglander-Bijvank, A.Teerds-Gertenbach, H. de Groot, J.H. Mauritz en J. Leune.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 2003

Daniel | 32 Pagina's

Opvoeden: oog krijgen voor de ander

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 2003

Daniel | 32 Pagina's