Vonnis
LeesWijzer
Hij die zichzelf uitgiet als water
en twaalf paar voeten wast,
de slaaf, hij handelt ongepast
door plaats te nemen aan de tafel:
een gastheer die verhalen opdist
en brood en wijn en een geroosterd
lam, het lijdt geen twijfel,
hij eet en drinkt zichzelf een oordeel,
het recht neemt, God zij dank, zijn loop,
hij wordt gevonnist door de letter,
het tweesnijdend zwaard van de wet,
de lans van tittel en jota,
en wat er stroomt is bloed en water,
een doodsrivier, een Rode Zee,
en wie zijn handen wast in onschuld,
hij niet, hij reinigt heel een volk.
Jaap Zijlstra
De dichter Jaap Zijlstra beschrijft in dit gedicht een heel bekende gebeurtenis. De beschrijving is echter zo gekozen, dat je erop een heel bijzondere manier naar gaat kijken. Het gedicht geeft niet bij eerste lezing al zijn geheimen prijs. Dat is trouwens nooit zo bij poëzie. Bij herlezen en nog eens lezen zullen je echter steeds meer mooie dingen in het taalgebruik opvallen. Ik geef je een paar aanwijzingen om te beginnen.
Het gaat hier om de Heere Jezus, die het slavenwerk van de voetwassing verricht. Inderdaad, Hij heeft de gestalte van een dienstknecht, een slaaf aangenomen, zegt Gods Woord. Maar wat gebeurt er dan? Nadat het slavenwerk verricht is, gaat Hij aan de tafel zitten. Ongepast voor een slaaf! En daar blijft het niet bij. Hij neemt ook nog eens de leiding van de maaltijd op zich en deelt het voedsel rond: verhalen (lees maar eens in Johannes 13 t/m 17 wat Hij daar allemaal gesproken heeft) en brood en wijn en een geroosterd lam (viering Pascha en instelling Avondmaal).
En dan volgt een wat raadselachtige conclusie in r. 8: Hij eet en drinkt zichzelf een oordeel! Klopt dat wel? Jazeker, juist in het Pascha en het Avondmaal wordt toch afgebeeld hoe Christus in Zijn lijden en sterven het oordeel voor Zijn volk op zich genomen heeft!
Zijlstra gebruikt trouwens prachtige beelden in dit gedicht. In r. 1 doet hij dat al direct: Jezus goot water uit om de voeten te wassen, maar Hij goot Zichzelf uit om Zijn volk volkomen te reinigen. Zo gebruikt hij in r. 5 "opdissen" dubbelzinnig: hij dist niet alleen verhalen op, maar ook brood en wijn! In de derde strofe lijkt het even of er een zucht van verlichting opgaat: hierover moet een oordeel uitgesproken worden. Hij wordt ook gevonnist: door Gods tweesnijdend zwaard van de wet en de lans van tittel en jota. Gods wet moet immers volkomen vervuld worden.
Als dan in de laatste strofe wordt beschreven, hoe dat vonnis uitgevoerd wordt, gebruikt Zijlstra opnieuw zeer suggestieve taal. Hij ontleent al zijn beeldspraak trouwens "gewoon" aan de Bijbel, maar weet die op een heel mooie manier te hanteren. Er stroomt bloed en water (verzoening en reiniging), een metafoor die hij nog verder uitwerkt in een climax tot 'een doodsrivier, een Rode Zee': door deze voigorde gebruikt hij hier ook nog de stijlfiguur chiasme (kruisstelling).
In de voorlaatste regel lees je een fijnzinnige verwijzing naar Pilatus: die durfde geen schuld of verantwoordelijkheid op zich te nemen. Jezus deed dat juist wel. Daarna sluit de dichter het gedicht af met een heel mooie regel. Die bevat niet alleen de boodschap van het hele gedicht, maar is ook nog eens heel expressief door de herhaling (hij) en de alliteratie (op de h) die de dichter hier gebruikt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 2003
Daniel | 16 Pagina's