JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Bekering is zo noodzakelijk voor mij geworden”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Bekering is zo noodzakelijk voor mij geworden”

steljevragen@cbgg.nl

7 minuten leestijd

Een hele tijd geleden mocht ik op zondag zo fijn naar de preken luisteren. Ik vond er dingen in, die me aan het werk zetten. Aan het bidden, zoeken. Ook in de Bijbel vond ik dit. Bij sommige preken, voelde ik me zo schuldig. Het ging dan over een bepaalde zonde, of over het oordeel dat we verdienen, of over het ongeloof, enzovoort. Een voorbeeld hiervan kan ik wel noemen. Een preek ging over Zacharia 6: 1-8. En daarvan het eerste vers in het bijzonder. Over de bergen van Gods trouw, alles ligt vast in Zijn handen. Dit mocht ik op dat moment ook vast geloven. Maar het ging ook over de wagens, de wagens van Zijn oordelen. Ik voelde het: voor God kan ik zo niet bestaan. Niet met al mijn kerkgang, niet met mijn nette kleding, niet met een beetje fatsoen, niet met mijn bidden, niet met mijn Bijbellezen. Ik ging op een doordeweekse dag naar deze kerkdienst om te luisteren. Er enige troost te vinden. Want daarvoor was ik al zo onrustig. Voelde dat ik voor God niet kon bestaan. Ik verlangde naar troost, rust in mijn hart. Maar dat heb ik niet gevonden. Het werd alleen maar erger. Soms mag ik goed luisteren tijdens de kerkdiensten, zie ik de weg haast liggen, en dan ondanks mijn schuldgevoelens is er toch een heel klein beetje hoop op Gods beloften. Psalm 103: 2 (berijmd) is voor mij enige tijd een grote houvast geweest, in zowel geestelijk als lichamelijk opzicht. Vaak dacht ik als we dat zongen: ook voor mij Heere? En dan mocht ik wel eens hopen dat de Heere het ook voor mij ooit eens zal waarmaken, al was het dan misschien niet op dat moment. Dan dacht ik: hoeveel zonden ik ook heb, God kan ze genadig vergeven (maar wil Hij het ook?). Hij kent mijn krankheên, weet precies waar het aan schort. Hij weet dat ik Hem niet kan dienen, Zijn geboden niet kan houden, hoe verdorven ik ben. Maar Hij geneest liefderijk...

Maar nu is alles zo duister. De Heere houdt zich zo ver bij me vandaan. Het is alsof zich een koude hand om mijn hart heeft gelegd. Nergens heb ik nog enige troost aan. Zelfs van Psalm 103 is niets over. Van alle andere preken waar ik zo naar mocht luisteren ook niet meer. Het enige wat er nog is, is schuld, leegte, verdriet. Ik kan alleen nog maar zuchten, roepen: Heere, hoort U me nog wel, wat is er van waar geweest. Heere, waren het wel vertroostende woorden van Uw kant? Het houdt me dagelijks, soms ook 's nachts, bezig. Van de kerkdiensten kom ik alleen maar schuldiger thuis; wanneer ik uit de Bijbel lees, vind ik ook alleen maar meer schuld in plaats van troost. En nu weet ik het niet meer. De Bijbel staat vol met belofte en troost voor Gods volk, maar daartoe durf ik me niet te rekenen. Ondanks dat verlang ik er toch naar om er eenmaal bij te mogen horen. Zonder God kan, wil en durf ik niet meer te leven. De bekering is zo'n levensnoodzakelijk iets voor me geworden. Mijn bede tot God is telkens: Heere, hoe moet ik nu verder? Ik weet het niet meer. Geeft U me dan onderwijs. Daar verlang ik ook naar, naar onderwijs om weer te mogen weten hoe ik verder moet. De mensen kunnen me zoveel aanpraten, zo goed bedoeld, en ook wel waardevol, maar als God het me zelf niet zegt durf ik het niet op mijzelf te betrekken. Ik ben zo bang dat ik mezelf maar bekeerd praat en dat ik mezelf dingen toeëigen die me niet toekomen. Met deze worsteling leef ik dagelijks. Daarom richt ik me tot u, in de hoop dat alles voor mij iets duidelijker zal mogen worden. Al kunt u me niet bekeren, u kunt me wel de weg wijzen...

Hartelijke groeten, een 18-jarige.


Uitvoerig heb ik jou aan het woord gelaten. Dat is ook het meest duidelijk.

...naar haar hart spreken. Hier vinden we een kernachtige aanduiding hoe de Heere de bekering werkt. Het gaat van Hem uit. Hij lokt door Zijn Woord en Geest. Die liefde verbindt aan de Heere en vervult met eerbied om ootmoedig te gehoorzamen.

En dan volgt: en zal haar voeren in de woestijn. Dat is niet aangenaam; en niet gemakkelijk. Daar leren we onszelf kennen. Wie zijn we toch en wie moesten we zijn? En dat tegenover zulk een goede en goeddoende Heere. Tegenover welk gebod staan we niet schuldig? Hoe vaak heeft de Heere ons genodigd, gewaarschuwd; en wat deden we ermee? Er blijft maar één ding over: eerlijk voor God belijden: ik heb gedaan dat kwaad is in Uw oog. En tegelijk kun je de Heere niet missen. Je verlangt naar Hem. Je leeft in droefheid naar God over de zonde, je hebt de waarachtige bekering nodig. Daarom: bid, ja smeek maar: Heere, bekeert U mij. Soms heb je hoop. Maar vaak moet je denken dat de Heere het helemaal niet verplicht is. Waarom zou Hij naar zulke mensen als jij en ik omzien? Dan wordt het zo onmogelijk. Want Hij is zo groot en zo heilig, en wij zijn zo nietig en zo zondig. En toch is er het verlangen naar Hem. Je hoeft Hem ook niet los te laten. Integendeel. Er staat: Ik heb tot het zaad van jakob niet gezegd: zoekt Mij tevergeefs. Maar we moeten wel leren Hem vrij te laten. Want Hij hebben geen rechten. En de Heere doet geen onrecht als Hij ons voorbijgaat.

Spréékt Hij naar het hart. Het is heel heilzaam dat het eens echt onmogelijk wordt van onze kant. Want we moeten leren dat het van de andere kant komt. Er is geen weg meer van ons uit naar God toe. Die deur hebben wij dichtgedaan. Het is van onze kant totaal verloren. Maar nu is het wonder dat God in Zijn grondeloze barmhartigheid een weg heeft uitgedacht bij Hem vandaan. Hij wil zondaren zaligmaken. Die weg laat Hij bekendmaken. In Zijn Woord, in de prediking van die ene Naam, de Naam van de Heere Jezus Christus. Wanneer de Heere ons zielsoog daarvoor opent, dan krijgen we hoop vanwege hetgeen buiten ons ligt. Wanneer de Heere die weg aan ons openbaart, gaan we geloven dat de Heere wil zalig maken omdat het in Zijn Woord staat, omdat de Heere Jezus gekomen is. En als ik door Woord en Geest eens geloven mag: ook voor mij, dan is de verwondering zo groot. En de verootmoediging en blijdschap. 'Heere, ook voor mij!' Dat is niet te begrijpen.

Wij weten het zo vaak niet. Maar de Heere zegt: Ik zal de blinden leiden door den weg dien ze niet geweten hebben; (...) Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, (...) en Ik zal ze niet verlaten (Jesaja 42: 16).

Wij moeten hartgrondig leren dat wij niets goeds aanbrengen. Ook geen liefde of verbrokenheid, alleen maar verlorenheid. Kom juist zo maar bij de Heere. Want rijken worden ledig weg gezonden, maar armen worden met goederen vervuld. En echt arm zijn wij niet zo gauw. Vraag daarom maar veel om het ontdekkend onderwijs van de Heilige Geest. Hij overtuigt van zonde en maakt plaats voor Christus. Die Geest brengt ook bij Christus.

Leg al je zonde en gemis maar aan de Heere voor, bedelend: "O, God wees mij de zondaar genadig." Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.

Er zou meer over te zeggen zijn. Er is zoveel (af) te leren. Wees van harte de Heere bevolen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 2003

Daniel | 16 Pagina's

“Bekering is zo noodzakelijk voor mij geworden”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 2003

Daniel | 16 Pagina's