Als broer of zus de kerk de rug toekeert
Niet iedereen blijft trouw aan de kerk. Zo nu en dan vallen er gaten. Jongeren die eerst niet meer naar JeV komen, af en toe een catechisatieles overslaan en 's morgens liever uitslapen. Om na verloop van tijd helemaal niet meer te verschijnen op 'cat', niet meer in de kerk komen en uiteindelijk zelfs het doopbewijs opvragen. Kerkverlating is een moeilijk probleem. Maar als het om een broer of zus gaat? Een 'ervaringsdeskundige' aan het woord.
Je kent vast wel de uitdrukking: 'Het gezin is de hoeksteen van de samenleving'. Het gezinsleven is van groot belang en het heeft veel waarde om binnen de veiligheid van het gezinsleven op te groeien. In het gezin is als het goed is geborgenheid, en vorm je met elkaar, broers, zussen en ouders een hechte sociale groep. Er is aandacht voor elkaar. Wat is het fijn als je ouders een luisterend oor voor je hebben, of als er tussen broers en zussen een goede band is. Dat wil niet zeggen dat bet altijd pais en vree moet zijn. Het kan ook wel eens flink stormen onderling, maar dat lucht soms op en het kan de onderlinge verhoudingen zelfs verbeteren. Als het goed is, moet de familieband tegen een stootje kunnen. Dan weet je dat je op elkaar aan kunt en dat er niet zómaar een familieband is. En toch: er zijn situaties waarin de onderlinge band beschadigd is. Er is verwijdering ontstaan, doordat één of meer broers of zussen niet meer mee willen naar de kerk. Omdat ze de godsdienst de rug toekeren. Het kan moeilijk zijn om in zo'n situatie op een goede en eerlijke manier met je broer of zus om te gaan.
Eenheid in het gezin
Er zijn meerdere factoren die de harmonie in een gezin bepalen. Een heel belangrijke factor is de eenheid over wezenlijke zaken. Het bindt samen als er eenheid is in het denken over bijvoorbeeld geloof en bekering, maar ook over de praktijk van het christelijk leven. Als daarin grote verschillen ontstaan, kan dat de onderlinge verhoudingen verkoelen en zelfs blijvend beschadigen. Hierdoor ontstaat regelmatig spanning in gezinnen. Ouders kunnen er door uit elkaar groeien, maar ook de broers en zussen onderling. Dat kan vervreemding en eenzaamheid geven. Misschien herken je dat wel.
Een gezin in de branding van de tijd
Laat ik het met een voorbeeld duidelijker maken. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw kwam er heel veel op ouders en kinderen af. Het was de tijd van de opkomst van de popmuziek en de vrije moraal. Veel ouders waren daar niet op voorbereid en wisten niet goed hoe ze hun kinderen hiertegen moesten wapenen. Reformatorische scholen waren er nog niet zo veel en het jeugdwerk kwam pas langzaam op gang. De beslotenheid van onze kring werd in snel tempo opengebroken en in veel gezinnen kwam de vloedgolf van de moderne tijd binnen. Zo ook in het gezin waar ik het over wil hebben. Het gezin telde elf personen en woonde in een stadje in het westen van ons land. Het behoorde daar bij de plaatselijke, niet al te grote Gereformeerde Gemeente. De gemeente was sinds de oprichting vacant, maar - wat heel belangrijk is - er was aandacht voor de jeugd. Het verenigingsleven was net opgestart.
De jeugdvereniging liep vrij goed. Van de meeste gezinnen uit de gemeente zaten er kinderen op de vereniging. Omdat de gemeente klein was, kende iedereen elkaar goed. Er was daardoor een grote sociale controle. Als je niet op de vereniging zat, dan stond je er eigenlijk een beetje buiten. En dat gold helaas voor het grootste deel van dat gezin. De meeste kinderen moesten er niet veel van hebben. Was het dan zo'n opvallend gezin? Nee, want met elkaar gingen ze elke zondag twee keer naar de kerk, en de kinderen gingen naar de catechisatie. Als er een doordeweekse kerkdienst was - en dat was vrij regelmatig het geval - dan ging alleen vader naar de kerk en een eventuele liefhebber. En dat was er meestal maar één... Hij ging uit eigen beweging mee. De rest voelde zich niet verplicht om er naar toe te gaan.
Verder werd er na de maaltijden uit de Bijbel gelezen, en werd er gebeden voor en gedankt na het eten. Over godsdienstige zaken werd echter nauwelijks gesproken. Zelfs niet als het over uiterlijke dingen ging. Als er al over gesproken werd, dan was dat in een min of meer gespannen sfeer. De aanleiding was dan vaak de kleding, of het wel of niet meedoen aan bijvoorbeeld een klassenavond op school. Ongelukkig genoeg zaten vader en moeder in zulke situaties niet helemaal op één lijn. Wat voor moeder nog wel kon, was voor vader vaak niet acceptabel. En daar werd door de kinderen misbruik van gemaakt. En dat is best begrijpelijk. Je kiest in zo'n situatie nu eenmaal graag voor de partij die het meest in je straatje past. Dit alles had natuurlijk gevolgen voor de eenheid in het gezin. Eigenlijk was die er al niet meer.
Bij het opgroeien en volwassen worden van de kinderen ging het langzamerhand mis. Er ontstonden vriendschappen met jongeren buiten de kerk, en de plaatselijke volleybalvereniging kwam voor de meesten in de plaats van de jeugdvereniging. Door de vriendschappen met jongeren buiten eigen kring en het deelnemen aan activiteiten in de vrije tijd die van huis uit eigenlijk niet goed gevonden worden, ontstond er verwijdering. Ouders en kinderen gingen langs elkaar heen leven, en er werden zelfs dingen voor moeder en vooral vader verzwegen. Dat wil niet zeggen dat het er heel ongezellig werd, dat er geen gesprek meer werd gevoerd of dat er geen oog meer voor elkaar was. Je blijft tenslotte wel familie van elkaar en dat geeft, hoe moeilijk soms ook, toch een onderlinge band.
Hoe het verder ging met dit gezin? Van de negen kinderen zijn de oudste zeven getrouwd, de twee jongste hebben eerst samengewoond... en zijn daarna toch nog getrouwd. Slechts één is er tenslotte bij de kerk gebleven, de anderen hebben een ander kerkelijk onderdak gevonden met een oppervlakkiger prediking, of de kerk en het geloof van thuis de rug toegekeerd.
Wat doe je in zo'n situatie, als je wat kerk en geloof betreft alleen komt te staan? Hoe ga je om met broers en zussen als ze een andere weg gaan? Als je voelt dat het zondig is om een andere weg te gaan en de wereld eigenlijk helemaal niet trekt? Als je weet en voelt dat de prediking die je zondags hoort de waarheid is en je ziet dat je zonder genade niet gelukkig kunt worden? Dan zul je je eigen weg moeten gaan. En dat kan veel eenzaamheid en verdriet geven.
Er dreigt echter ook een gevaar. Het gevaar dat je jezelf beter gaat voelen dan de anderen. Zij zijn het die in jouw ogen het verkeerde pad op zijn gegaan. En andersom kunnen ze jou gaan zien als het vrome zusje of broertje dat hun leven afkeurt en zelf een braaf leventje leidt. Er kan zelfs wantrouwen groeien. Zij zien jou als degene die hun doen en laten overbrieft naar je ouders; terwijl je zelf wel weet dat het niet zo is. Je wilt het niet, maar je hebt de schijn tegen je...
Denk in zo'n situatie eens aan Jozef en zijn broers. Ze zagen hem echt als een verrader, omdat ze wisten dat hij hun zonden niet goedkeurde en hen er ook over aansprak... Zelfs sprak hij erover met zijn vader Jakob. Was dat verkeerd van Jozef? Nee, hier sprak veel meer zijn zorg uit over zijn broers. Zijn broers konden het niet waarderen. Hij werd erom gehaat. Ze konden die meesterdromer niet meer luchten of zien. Zo kan het nu nog gaan in een gezin. Het niet mee kunnen doen kan verstrekkende gevolgen hebben. Het gevoel er buiten te staan, is een heel pijnlijke ervaring die heel veel verdriet kan geven. Maar het meest pijnlijke is het wel, als je dat in gezinsverband moet ervaren. Dat is juist de plek waar je veiligheid en geborgenheid mag verwachten.
Een goed advies over hoe je het beste met dit soort dingen om kunt gaan, is moeilijk te geven. De omstandigheden kunnen nogal verschillend zijn. Toch wil ik je een paar tips geven, waar je misschien je voordeel mee kunt doen:
Probeer met je ouders, of met één van je ouders, in gesprek te blijven en vertrouw je zorgen aan hen toe. Als het goed is, worden door hen die zorgen met je gedeeld.
Neem nooit tegenover je broers of zussen de houding aan van de betweter, die wel eens even komt vertellen hoe het moet. Het gevaar is groot dat jij je broer of zus eens even gaat vertellen waar hij of zij fout zit. Je bent geneigd om ze eens flink de wacht aan te zeggen. Fout, het werkt niet en het loopt hooguit op een fikse ruzie uit, met als gevolg: verwijdering! Daarbij komt dat het in de eerste plaats de taak van je ouders is om hen hier op aan te spreken. Als ze dat in jouw ogen niet goed invullen, dan mag je dat in alle voorzichtigheid met je ouders bespreken, maar daarmee houdt het ook wel op.
Kom eerlijk voor je mening uit, maar doe het altijd vanuit de houding dat je het goede voor hen zoekt. Dat kan toch de band goed houden, ondanks de verschillen die er zijn. Het kan zelfs respect geven en er blijft een opening voor een gesprek met elkaar.
Bespreek je problemen ook eens met iemand buiten het gezin, waar je je vertrouwen aan kunt geven. Bijvoorbeeld een ouderling of de predikant van de gemeente waar je bij hoort. De nood en het verdriet kunnen zo hoog gaan dat je het met anderen moet delen. Zij kunnen je advies geven, hoe je ermee om moet gaan. En ze kunnen vooral ook met je meeleven. Daar kan veel steun van uitgaan en dat heb je in zo'n geval hard nodig.
Tenslotte wil ik ook op het gebed wijzen. Gebed voor je broer of zus die een andere en zondige weg gaat. De Heere kan op jouw noodgeschrei wonderen doen. We zien het ook bij de broers van Jozef. Als ze om koren komen in Egypte, zijn ze veranderd, Jozef ziet en hoort hun bezorgdheid om Benjamin en vader Jakob. Zo waren ze vroeger niet. Juda verwoordt dat namens al zijn broers als Benjamin 'voor straf' in Egypte moet blijven: Want hoe zou ik optrekken tot mijn vader, indien de jongeling niet met mij was? Opdat ik de jammer niet zie, welke mijn vader overkomen zou (Genesis 44: 34). Hier spreekt liefde uit, zowel voor zijn broer Benjamin als voor vader Jakob. Zo kan het ook gaan. Er zijn wel ruim twintig jaar overheen gegaan, maar dan staan er toch andere broers tegenover Jozef. De Heere kan op Zijn tijd, veel later, ingrijpen en afgedwaalde broers en zussen terugbrengen bij Zijn Woord en inzettingen. Je mag nooit twijfelen aan Gods genade en barmhartigheid. Hij is een genadig en vergevend God. Daarom is een aanhoudend gebed noodzakelijk. Er zijn voorbeelden bekend dat de Heere na jaren verhoring schonk, op Zijn tijd en wijze. Soms tegen alle menselijke berekening in. Dat is Gods vrijmacht en Zijn trouw. Wie zal Zijn wijs beleid doorgronden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 2003
Daniel | 20 Pagina's