Lange zoektocht of gekoesterde wens
Kiezen van een beroep
Kiezen doe je elke dag. Zoveel, dat je er vaak niet eens bij stilstaat. Maar, het kiezen van een vervolgopleiding of een beroep dan? Vroeger wist je het wel: je werd óf brandweerman óf zuster óf je ging voor de klas. Maar nu? Vragen steiien lukt nog: 'Wat kan ik eigenlijk allemaal? Zou ik dit over vijf jaar nog ieuk vinden? Wat vraagt de Heere hierin van me?' Met het uiteindelijke antwoord op de vraag wat je later wilt worden, ben je vaak niet zomaar klaar. Twee decanen en zeven leerlingen van de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap in Apeldoorn over het kiezen van een beroep.
Het gesprek heeft plaats met de heer B.D. Pleiter, decaan voor het VMBO en mevrouw H. Paul, decaan voor HAVO en VWO. Zij reageerden op stellingen en enkele vragen over dit thema. Arianne, Erwin, Esther, Ferdinand, Gerard, Harmke en Rick gaven hun reactie.
Tegenwoordig zijn er veel verschillende opleidingen en beroepen. Bovendien is veel informatie te verkrijgen. Jongeren 'zien door de bomen het bos niet meer'.
Pleiter: Aan het begin van de vorige eeuw waren er zo'n 580 geregistreerde beroepen. Dit zijn er nu tien keer zo veel. Je spreekt overigens niet meer over beroepen, maar over functies.
Paul: Daarbij komt dat functies minder inzichtelijk zijn geworden. Vraag maar eens aan iemand wat zijn vader doet. Dan krijg je bijvoorbeeld te horen: "Precies weet ik het niet, maar hij doet iets met computers en is veel onderweg naar bedrijven." Ook worden er veel Engelse termen gebruikt, zoals consultant. Om de kramp er bij leerlingen uit te halen, zeg ik dat het voorai gaat om je niveau van denken en niet alleen om wat je in je vooropleiding precies gedaan hebt. Wij zitten in de situatie dat we bij veel functies waarschijnlijk ons hele leven cursussen moeten blijven volgen. Daarom staat in klas twee of drie wekelijks op het lesrooster: loopbaan- of beroepenoriëntatie.
Scholen doen er alles aan om leerlingen te krijgen. Overal zie je aankondigingen van Open Dagen. Zonder het bezoeken van zo'n Open Dag of het praten met iemand die de opleiding doet of al gedaan heeft, kom je er niet.
Paul: Heel erg mee eens. Vanaf klas 4 moeten HAVO- en VWO-leerlingen ook verplicht twee Open Dagen per jaar bezoeken. De presentatie is vaak wel wat opgeklopt, maar je krijgt op zo'n dag een goed overzicht van wat je allemaal met een bepaalde opleiding kunt doen. Meeloopdagen organiseren met iemand die de opleiding al doet, moet je zeker doen. Je proeft dan de sfeer op een school. Voel ik me hier thuis? Je kunt merken of je ergens 'naar toe trekt' of juist niet. Dat laatste kan óók belangrijk zijn bij je keus. Er vallen dan richtingen af.
Pleiter: Ja, het kan teleurstellingen voorkomen. Wat ook positief is, is dat dit je kan helpen al vroeg een keus voor een bepaalde opleiding te maken. Dan kun je je in de examenklas vooral richten op het examen. Dit kan rust geven. Je ziet ook vaak dat jongeren er meer voor gaan als ze weten waarvoor ze leren.
Rick Maljaars (4 VMBO-TL; 16 jaar)
Als ik mijn VMBO-diploma behaald heb, ben ik van plan om de opleiding MTS-bouwkunde te gaan volgen, niveau 4 (leren en stage). Ik heb voor deze opleiding gekozen, omdat ik op de lagere school al wist dat ik deze kant op wilde. De enigen die een rol hebben gespeeld bij mijn keus zijn mijn ouders. Zij deden er niet moeilijk over als ik thuis weer eens met een hamer en zaag bezig was. Ik neem het soms wel mee in het gebed, maar niet zo vaak. Dat komt denk ik ook omdat ik het al zo zeker weet. Weet je het nog niet, dan kan ik me goed voorstellen dat je het wel vaak doet.
Het gaat niet goed met de economie. In het onderwijs en in de zorg ontstaan steeds grotere tekorten. De bevolking vergrijst. Als je voor een opleiding op beroep moet kiezen, is het goed je door zulke ontwikkelingen te laten sturen.
Pieiter: Dat vind ik niet. Ik zeg altijd: weet jij zeker dat je een bepaalde richting in wilt, zorg er dan voor dat je zo goed mogelijk bent. Niemand kan bij de start van je vervolgopleiding zeggen hoe de situatie er na een paar jaar uitziet. Doe je eerst een MBO-opleiding en daarna een HBO-studie, dan ben je zo acht jaar verder. Twijfel je tussen twee keuzes, dan zou je het wel kunnen laten meewegen.
Paul: Kijk allereerst waar je motivatie en interesses liggen. Ben je ergens niet geschikt voor, dan word je er alleen maar ongelukkig van. Je kunt het wel meenemen in je overwegingen en de mogelijkheden bekijken. Denk je bijvoorbeeld aan de landbouw, realiseer je dan dat je je waarschijnlijk op het buitenland moet richten, omdat je in Nederland nauwelijks meer iets kunt starten. Je zag de laatste tijd dat veel jongens voor de ICT-sector kozen. Juist daarin vallen nu veel ontslagen. Je moet je dus ook niet te veel op 'modestudies' richten.
Hel kiezen van een beroep kunnen jongeren niet zonder hun ouders. Zij zijn de belangrijkste personen die meedenken en dragen ook verantwoordelijkheid voor de gemaakte keus. Bovendien kennen ouders hun kind het best. Jongeren hebben behoefte aan een actieve rol van hun ouder(s) bij het maken van hun keus.
Pleiter: Mee eens. Soms kunnen ouders een keus beter inschatten dan de jongere zelf. Over het algemeen vind ik het positief wat ouders op dit punt doen. Ik heb ook het idee dat er vrij veel meegaan naar Open Dagen. Ik zeg vaak tegen ouders: wil je zoveel mogelijk problemen over keuzes voorkomen als je kind in de examenklas zit, dan moet je je betrokkenheid bij het keuzeproces vanaf het begin tonen door mee te denken en mee te doen. Maar, er is ook een andere kant. Ouders moeten niet te snel willen dat hun kind tot een keus komt. Je moet er wel rijp voor zijn.
Paul: In principe maak je met je ouders je keuze. Ouders kennen zowel je positieve als je negatieve eigenschappen. Het is goed daar met elkaar over te praten en de dingen die je ouders noemen te combineren met wat vrienden, docenten en anderen van je vinden. Die kennen je vaak weer op een andere manier. Ben je slordig in het opruimen van je kamer, dan wil dat nog niet zeggen dat je niet geschikt bent voor bijvoorbeeld een administratieve baan. Het is positief als ouders hun kind kennen en een duwtje in de richting kunnen geven. Wat niet moet gebeuren is dat zij hun kind in een richting sturen die zij vroeger zelf hadden willen doen. In het algemeen zou ik tegen jongeren willen zeggen: ben je er nog niet uit, betrek dan je familie, docenten en anderen er actiever bij!
Esther Goossen (4 VMBO-GL; Verzorging; 15 jaar)
Ik ga de opleiding Verzorgende doen, niveau 3. Ik wist al vanaf groep 3 dat ik kraamverzorgster wilde worden. Ik kan niet zeggen wie daarin nog een rol gespeeld heeft. Of ik er ook weleens in mijn gebed mee bezig ben? Ja, want God zegt ook in Zijn Woord dat je je naaste moet helpen. De beroepenoriëntatie op school vind ik redelijk goed, maar je komt niet veel over de verschillende beroepen te weten. Mijn advies voor andere leerlingen zou zijn: maak van je hobby je beroep! Het kan natuurlijk ook iets zijn wat je 'gewoon' leuk vindt. Je keuze moet in elk geval iets zijn wat jij ziet zitten en wat niet is opgelegd door ouders, vrienden etcetera.
Wilt u een reactie geven op de volgende begrippen: beroepskeuze - leiding van de Heere - vrienden - (karakter)eigenschappen - dienstbaarheid aan God en de naaste.
Paul: Als je aan leiding denkt, kun je allereerst kijken naar je karakter en vaardigheden om te weten wat bij je past. Daarnaast is het belangrijk om biddend en in afhankelijkheid van de Heere hierin je weg te zoeken. Bid en werk. Ik zie dat jongeren zich nogal eens laten leiden door geld. Dan stel ik de kritische vraag of veel geld verdienen is wat de Heere van je vraagt. Pas las ik nog dat de kerk altijd de zorg voor zieken en armen op zich heeft genomen. Houd dat je nog bezig? Of vind je een pak, een mobieltje, een auto van de zaak het belangrijkste?
Pleiter: Ik denk dat het nadenken over Gods leiding in het begin niet zo bewust leeft bij leerlingen. Ook merk ik dat het grootste deel van de jongeren zich laat Ieiden door economische motieven. Soms denken ze dat het moeilijker is om de leiding van de Heere te zien als ze een baan in bijvoorbeeld de computerwereld proberen te vinden. Maar dat hoeft helemaal niet. Overal waar je werkt, heb je met mensen te maken. Je kunt ook mensen beschermen tegen gevaren die aan bepaalde dingen zitten. Je kunt als christen laten zien dat je een christelijke levenswandel hebt. Het is ook mogelijk dat je later in de gemeente diaken, ouderling of leider van een vereniging wordt. Dan kun je door deze ervaringen heel dienstbaar zijn voor jongeren.
Paul: Je hoeft het ook nu niet helemaal vast te leggen voor de komende tien of twintig jaar. Dat denken jongeren wel vaak. 'Als ik nu een foute keus maak, zit ik er voor mijn hele leven aan vast'. Binnen je studie kun je nog veel kanten op. In een gesprek probeer ik leerlingen wel de keus te laten zien. Stel dat iemand bij de landmacht wil gaan werken en straks voor drie maanden weg moet. Of, wat stelt een leerling zich voor bij de leefwereld in het leger? De invloed die vrienden kunnen hebben, stel ik ook wel aan de orde. Iemands eigen keuze kan daardoor namelijk in het gedrang komen. Denk alleen al aan het kiezen naar welke Open Dagen je gaat.
Harmke van Voorthuizen (6 VWO, 17 jaar)
Ik hoop rechten te gaan studeren. De keus hiervoor heb ik in januari gemaakt. Ik heb dat vooral zelf gedaan. Ik heb er wel veel met mijn vriendinnen en m'n ouders over gepraat. Ook mijn decaan heeft een rol gespeeld. Wat betreft Gods leiding in je leven denk ik dat je niet moet verwachten dat je altijd een speciale 'roeping' voor een beroep voelt. Ik denk dat ieder zijn talenten en interesses van de Heere heeft ontvangen. Dit zijn dingen die in je keuze een grote rol spelen. Wel denk ik dat je in je gebed aan de Heere mag en moet vragen of jouw keus juist is. Naast het doorspitten van brochures over verschillende opleidingen heeft vooral een Open Dag een grote rol gespeeld. Bezoek deze zelf ook en praat met mensen die de studie al volgen.
Wie heeft er tegenwoordig geen bijbaantje! Je mag al op je dertiende betaald werk doen. Jong zijn en een bijbaantje hebben kan zowel positief als negatief uitwerken ais het gaat om het nadenken over je toekomst.
Pleiter: Ik vind het positief als leerlingen werken, als het maar niet te veel uren kost. Soms vertelt een leerling me dat hij zestien uur in de week werkt. Dan denk ik: "Dat is puur voor het geld". Het positieve aan een bijbaantje vind ik vooral dat je dan zowel de leuke als de minder leuke kanten van het werken kunt ervaren. Hoe ga je er bijvoorbeeld mee om als de radio de hele dag aanstaat op de bouwplaats? Je ziet vaak ook dat bedrijven positief reageren op jongeren die al werkervaring hebben. Dan wordt er gedacht: "Dat zijn de aanpakkers, de doorzetters". Ik vind het met name positief als leerlingen een bijbaantje zoeken in de richting waarin ze verder willen. Het hebben van een bijbaantje geeft dan ook wel eens de mogelijkheid om daarin door te groeien naar een vaste baan als je je opleiding hebt afgerond.
Paul: Door een bijbaantje verdienen leerlingen al vroeg vrij veel geld. De verleiding om snel meer te verdienen kan dan ten koste gaan van een hogere opleiding die iemand zou kunnen volgen. Positief aan het hebben van een bijbaantje vind ik dat je kunt leren van je eigenschappen. Een mogelijkheid is ook om vakantiewerk te zoeken in de richting die je opwilt, bijvoorbeeld ais secretaresse, in een winkel of in een verzorgingstehuis.
Ferdinand van Leeuwen (4 VMBO; 16 jaar)
Ik wil graag militair worden bij de Luchtmobiele Brigade. Vroeger vond ik het leger al geweldig. Toen ik nog op de basisschool zat, ging ik wel eens naar een oefenterrein van het leger en daar heb ik veel aan militairen gevraagd. In de tweede klas begon ik serieuzer over het leger na te denken. Mijn ouders zijn meegegaan naar de Banenwinkel en van de decaan heb ik informatie gekregen. Je kunt nooit zonder Gods hulp. Als je in het leger zit en je wordt uitgezonden, dan heb je wel een groter risico. Dan zul je Zijn hulp ook nodig hebben. Ik vind de beroepenoriëntatie op school heel goed. Je wordt breed geïnformeerd. Ik heb ook veel aan mijn bezoek aan de Banenwinkel gehad.
Decaan zijn is een mooi vak! Je vervult een onmisbare rol bij het richting geven aan de toekomst van een leerling. Je bent ook dienstbaar aan de maatschappij en besteedt vooral aandacht aan die beroepsgroepen waarbij in de huidige samenleving grote tekorten dreigen te ontstaan.
Paul: Als decaan moet je onafhankelijk zijn. Je mag wel wijzen op iemands verantwoordelijkheid, vooral de verantwoordelijkheid die je als christen hebt. Maar, als decaan probeer ik allereerst te zoeken naar interesses en capaciteiten van leerlingen. Anders kun je niet goed begeleiden.
Arianne Rijneveld (6 VWO; 17 jaar)
Ik hoop straks Pedagogiek te gaan studeren in Leiden Deze keus heb ik in december 2002 definitief gemaakt. Mijn ouders hebben hierbij een belangrijke rol gespeeld. Zij hebben zich in verschillende opleidingen verdiept en samen met mij gekeken wat voor mij geschikt zou zijn. Ook een aantal beroepskeuzetests en informatie van de decaan hebben me geholpen. Je keus maak je niet zomaar. Ik heb er dan ook wel voor gebeden. Het is toch een keus voor een verdere invulling van je leven. Naast de beroepenoriëntatie zijn ook meeloopdagen belangrijk. Dan proef je de sfeer, zie je studenten en maak je kennis met de studie. Het is belangrijk om op tijd met je oriëntatie te beginnen, omdat dit nog wel eens aardig wat tijd zou kunnen gaan kosten!
Pleiter: Een onmisbare rol? Dat geldt misschien bij sommige leerlingen. Aan de andere kant moet je je rol als decaan zeker niet overschatten. Als decaan wil je leerlingen niet te veei sturen, maar wel stimuleren. Je wilt hen het gevoel geven dat het best wel zal lukken. Zij moeten echter zelf op pad gaan. Als decaan denk ik bijvoorbeeld niet: "Ik moet veertig procent van mijn leerlingen binnen het onderwijs zien te plaatsen, dus moet ik deze jongen extra stimuleren om de PABO te gaan doen." Ik probeer uit te gaan van het karakter, de voorkeur en dergelijke van de leerling. Het gesprek moet komen op de vragen: "Waar ben je goed in? Waar liggen je interesses?". Blijkt dat het onderwijs iets voor deze leerling is, dan zal ik dat wel aanmoedigen. Ik geloof dat het op voorhand stimuleren van een bepaalde richting heel slecht kan zijn.
Erwin van Huigenbosch (5 VWO; 17 jaar)
Ik wil dokter worden. Dat wist ik al in de derde klas. Niet mijn ouders hebben hierin een rol gespeeld, maar mijn zus die ook in de zorg werkt. Misschien mijn vrienden ook wel een beetje, doordat zij hetzelfde profiel en dezelfde interesses hebben. Ik ben er niet echt in het gebed mee bezig. Ik vind het wel belangrijk dat je een beroep kiest dat je kunt verantwoorden voor God. Ook mijn advies aan anderen is: probeer door middel van veel meeloopdagen en dergelijke een brede kennis te krijgen, zodat je niet uit een beperkt aantal richtingen hoeft te kiezen.
Een slotopmerking?
Paul: Probeer eerst helder te krijgen waar je interesses en capaciteiten liggen. Ga ook je motivatie goed na. 'Mismaakte doelen geven immers een mismaakt ieven': laat je niet leiden door geld en goed. Ken je verantwoordelijkheid, ook als christen. Nogmaals: bid en werk!
Pleiter: Laat je bij je keuze leiden door drie vragen: wat wil ik? wat kan ik? wat mag ik? Leg het ook voor de Heere neer in je gebed. Ken Hem in al uw wegen en Hij zal uw paden recht maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 2003
Daniel | 31 Pagina's