Onderzoekt de Schriften...
"De Bijbel is geen brief van een mens, maar van de allerhoogste Heere"
Nee, als het tot één groep van mensen niet gezegd behoeft te worden, dan wel deze! Daar staan ze, de farizeeërs en schriftgeleerden. Hele stukken uit de Bijbel kunnen ze opzeggen. Bijna heel de dag lezen ze erin en ze onderzoeken de punt en de komma! Het lezen van de Schriften is hun léven. Het lezen van Mozes, de Psalmen en de Proferen - het Oude Testament van die dagen - is hun dagelijks werk. Zij menen daarin het eeuwige leven te hebben! Zij denken dat dit is tot hun zaligheid. Zou het van jou kunnen worden gezegd? Zo'n omgang met Gods Woord?
Wanneer lees jij in je Bijbel? ik weet niet hoe het je vergaat als je 's morgens opstaat. De wekker gaat. Vlug je bed uit - aankleden - haasten! En Gods Woord dan? Het roept je vanaf het nachtkastje toe: onderzoekt de Schriften... Laten liggen? Dat Woord wil meer dan gelezen, overdacht, zelfs onderzocht worden. Daarvoor heeft de Heere het jou in handen gegeven. En welke ogenblikken van de dag zijn dan meer geschikt dan de stille ochtend en de momenten voor het slapen gaan? Waarom is dit zo belangrijk? De farizeeërs en schriftgeleerden wisten het antwoord: zij meenden daarin het eeuwige leven te hebben! Dat was een goede mening, zeggen de kanttekenaren. In Gods Woord wordt de weg ter zaligheid gewezen. Laten liggen?
Welke Bijbel?
Misschien vraag je je wel af waarom ik je deze vraag stel? Nu, omdat er zoveel verschillende 'Bijbels' zijn. De farizeeërs en schriftgeleerden hadden er maar één. En ze zagen bij het overschrijven er zeer nauwkeurig op toe dat er geen fouten werden gemaakt. Dat is in hen te prijzen. Het is immers het Woord van God? Stel nu eens dat je een brief van een goede vriend zou krijgen die je zeer na aan het hart ligt. Zou je het goed vinden als in die brief veranderingen werden aangebracht? Nee toch?
De Bijbel is geen brief van een mens, maar van de allerhoogste Heere! Dan mogen we wel helemaal oppassen dat we er niet iets aan toedoen of afdoen. Daar waarschuwt de Heere Zelf ook voor. Lees het maar in Openbaring 22: 18 en 19. Natuurlijk kunnen wij Gods Woord niet lezen zoals de farizeeërs dat deden, in de Hebreeuwse taal. Daarvoor hebben wij een vertaling nodig. Het is daarom van het grootste belang dat die vertaling zo nauwkeurig mogelijk is. Ik zou geen betere weten dan 'onze' Statenvertaling. Die is betrouwbaar. Als je die leest, weet je zeker dat je heei dicht bij het oorspronkelijke Woord van God bent.
Te moeiiijk?
Vind je die te moeilijk? Ik kan me dat best voorstellen. Alleen, ik durf jullie niet aan te raden om dan maar Het Boek te nemen, laat staan Het verhaal gaat van ds. N. ter Linden of iets dergelijks. Wanneer je eerlijk Het Boek legt naast de Statenvertaling, dan zul je zien dat er grote verschillen zijn! Ik zou zelfs aan kunnen wijzen dat er regelmatig iets heel anders staat dan Gods Woord oorspronkelijk heeft gezegd! Mag je het dan eigenlijk nog wel Gods Woord noemen?
Nee, als je Gods Woord wilt horen, moet je zorgen voor een betrouwbare vertaling. En gelukkig hebben de Statenvertalers heel veel uitleg gegeven bij iedere Bijbeltekst. Het is misschien een idee voor de zondag om de tekst waarover is gepreekt, eens na te lezen met de kanttekeningen erbij. Het thuis raken in de Biibei kan je in het verdere leven zo van dienst zijn. En op jullie leeftijd zijn jullie gewend om voor school bezig te zijn. Zou dit er niet bij kunnen?
Onderzoekt
De Heere Jezus zegt het tot die mannen die zoveel in de Bijbel lezen: onderzoekt. Eigenlijk overbodig... of toch niet? Zullen we eens op dat woordje letten: onderzoekt? Kijk maar vast eens mee in de kanttekeningen. Daar zeggen de statenvertalers in kanttekening 53 of: gij onderzoekt. Hiermee geven ze aan dat het ook op deze wijze kan worden vertaald. Dan zegt Christus: dat dóet u. Ga daar vooral mee door. Nergens zegt de Heere dat je er maar mee moet stoppen. Zeker niet, maar deze mensen - wij - worden voor de vraag gesteld hóe wij Gods Woord onderzoeken, in vers 37 staat dat zij nooit Gods stem hebben gehoord! Dat is wat. Onderzoeken... en de Heere niet horen spreken. Hoe komt dat?
Onze plaats
De farizeeërs en schriftgeleerden waren druk bezig met Gods Woord te onderzoeken. Het was hun dagelijks werk. Maar ze stonden zo hoog. Ze stonden boven de Schrift en er niet onder. Ze waren er wat mee geworden. Het is de oude zonde in het paradijs. Toen had de Heere ook gesproken: gij zult van die boom niet eten. De duivel zei: is het ook dat God gezegd heeft? En daarnaar is geluisterd. Hoogmoedige mensen, dat zijn we geworden. Mensen die menen wel te weten wat God in Zijn Woord moet zeggen en wat niet. Juist in onze tijd komt dat zo heel dichtbij. Steeds maar weer horen we die duivelse vraag: is het ook dat God gezegd heeft? We zullen eens naar een paar voorbeelden kijken.
Dat kan toch nieti
In het begin van je Bijbel lees je hoe de Heere in zes dagen hemel en aarde heeft geschapen en dat Hij op de zevende dag heeft gerust. Iedere zondag hoor je dat ook in de kerk als de wet wordt gelezen. Daarom hebben wij ook een week van zeven dagen; 24 uur. Maar wij hebben onderzocht en zijn erachter gekomen dat de wereld wel eens miljoenen jaren kan bestaan... Helaas klopt dat niet meer met wat in Genesis 1 staat, waar de Heere heeft gezegd hoe Hij heeft geschapen. Maar daar hebben we een oplossing voor: want, zou God dat nu werkelijk zo hebben gezegd? Is het ook dat God gezegd heeft? Die dagen, daar bedoelde de Heere lange perioden mee, misschien wel van duizenden, tienduizenden jaren. En gelukkig, dan klopt het weer met ons verstand. Dan kunnen we meedoen met de onderzoekers van deze eeuw en tegelijk zeggen dat we in de Bijbel geloven. Helaas, we hebben ondertussen Gods Woord aangepast aan ons verstand.
Nog een voorbeeld? Jona in de vis: onmogelijk! Dat is een verhaal geweest, dat moeten we natuurlijk niet letterlijk nemen. Is het ook dat God gezegd heeft? Waarom geloven we dat Jona in de vis was? Omdat de Heere dat heeft gezegd... en dat is het einde van alle tegenspraak.
En de archeologen dan?
Maar als we nu eens die opgravingen nemen, bijvoorbeeld Jericho. Uit die opgravingen blijkt dat Jericho helemaal geen muren heeft gehad. En in de Bijbel staat dat de muren van Jericho gevallen zijn. Natuurlijk hebben de archeologen gelijk, dat zijn onderzoekers. De Heere zal het wel anders hebben bedoeld, het is een verhaal... Wij geloven echter vast dat de Heere nooit liegt. En als Hij in Zijn Woord zegt dat Jericho muren heeft gehad, dan is het jammer voor die archeologen, maar dan weten wij dat ze ongelijk hebben. En misschien vinden ze later wel wat anders, waardoor ze hun onderzoek weer moeten bijstellen. Dat hoeft bij Gods Woord nooit.
Trouwens, we hoeven de Bijbel niet eens te bewijzen met archeologische vondsten. De Bijbel heeft bij voorbaat gelijk, want het is het Woord van de Heere Zelf! We zouden nog vele voorbeelden kunnen noemen.
Een aantal jaren geleden was het nog ver bij ons vandaan. Vrijwel alleen theologiestudenten kregen ermee te maken. Nu is het helaas dichterbij gekomen. Dr. B. Loonstra, iemand uit de Christelijke Gereformeerde Kerken, heeft een boek geschreven met voorbeelden zoals hier genoemd. In dat boek schrijft hij hoe wij Gods Woord moeten lezen. Dat boek van dr. Loonstra hebben wij niet nodig en je mist niets als je het ongelezen laat. De oude vraag van de boze: is het ook dat God gezegd heeft? wordt er alleen maar door gevoed in je toch al zo boze hart. En als de duivel Gods Woord kan ontkrachten, zal hij het niet nalaten, want daarin staat immers de weg ter zaligheid? Neem maar eenvoudig je Bijbel en lees onderzoekend, naspeurend, rnaar dan als een kleine 'leerjongere' onder dat Woord.
De praktijk
Schriftkritiek, zoals hierboven aangegeven, lijkt soms nog ver van ons vandaan. Toch begint het niet met kritiek op de Bijbeltekst zelf te leveren. Het begint veel sluipender. We kennen dat allemaal wel. Soms staan er dingen in de Bijbel die wij niet (meer) doen of die ons niet zo aanstaan.
Wat doen we dan? We zullen eens naar wat voorbeelden dicht bij huis kijken. In Leviticus 18: 22 worot gezegd dat wanneer een man bij een man ligt met vrouwelijke bijligging het voor de Heere een gruwel is. Dat betekent dat de Heere er een afschuw van heeft. Datzelfde woord gruwel wordt gebruikt in Deuteronomium 22: 5, waar het gaat over het aantrekken van een vrouwenkleed door een man en omgekeerd. Blijkbaar heeft de Heere daar ook een afschuw van. Wij weten en kennen heel goed allerlei redeneringen om dit wat af te zwakken. De rest van het hoofdstuk... de tijd is zo anders... het gaat toch niet om het uiterlijk. En toch staat het er, heel duidelijk zelfs.
Buigen wij voor het gezag van Gods Woord? Zo schrijft Paulus in 1 Korinthe 11 over het haar van de man en de vrouw, ook over het niet dragen van een hoed door de man en het wel dragen van een hoed door de vrouw in de eredienst. Zo schrijft Paulus dat ook als apostel die dit van de Heere ontvangen heeft om in de gemeente met gezag neer te leggen: Doch indien iemand schijnt twistgierig te zijn, wij hebben zulke gewoonte niet, noch de gemeenten Gods. Die tekst betekent, zegt kanttekening 37: om te twisten over zaken die zo klaar en bekend zijn. Het is zo duidelijk, daar zou je niet eens over hoeven praten. We wagen de stelling dat de ondermijning van het Schriftgezag begint in de praktijk: levensstijl, kleding, haardracht. Dat soort dingen. Daarna is de hoed aan de beurt. En op den duur de Schrifttekst zelf. De kerkgeschiedenis heeft het geleerd. Zullen wij er van leren? Ook hier geldt: onderzoekt de Schriften.
Eerbiedig Schriftonderzoek
Er is ook eerbiedig Schriftonderzoek. We vinden het in het plaatsje Berea. Paulus en Silas hebben Thessalonica moeten ontvluchten. Nu mag Paulus in Berea het Woord van God prediken. En deze mensen zijn 'edeler' dan in Thessalonica. De kanttekening zegt: van gemoed. Want dat is een recht, edel gemoed, dat zijn geloof niet op het zeggen van mensen, maar alleen op Gods Woord bouwt. Na de prediking hebben ze de Bijbel genomen en nagelezen wat Paulus had gepreekt. Niet kritisch, want ze hebben het Woord met alle toegenegenheid ontvangen. Ze onderzochten of deze dingen die Paulus preekte alzo waren. Paulus preekte Christus voor een arm zondaarsvolk. Dat was het eeuwige leven! En tot hun vertroosting vonden ze dat in de Schrift terug. Dat bond hen aan de prediking en aan het Woord thuis.
Dat zagen de hoge farizeeërs en schriftgeleerden niet. Hoe kwam dat? Omdat zij wei de Schrift in de hand en het hoofd hadden, maar niet in het hart. Dat lag niet aan de Heere! Christus heeft gewezen op het getuigenis van Johannes de Doper, op het getuigenis van Zijn Vader dat geklonken heeft bij Zijn doop in de Jordaan. In het bijzonder heeft Hij gewezen op het getuigenis van Hem in de Schriften, die zij onderzoeken! Maar zij wilden tot Christus niet komen, omdat zij meenden het leven reeds te hebben. Wat een waarschuwing! IJverig en godsdienstig in de Bijbel lezen, misschien menen al een heel eind een kind van God te zijn, maar nog nooit in het hart plaats gemaakt voor Christus waarvan de Schriften getuigen! Geen liefde Gods in het hart en zoeken van eigen eer.
Heb je al eens in die spiegel gekeken? Buig toch je knieën bij dat kostbare Woord van God, waarin de weg ter zaligheid beschreven staat. Vraag eenvoudig of Hij door Zijn Geest dat Woord in je hart wil neerleggen door waarachtige wedergeboorte, opdat wij van onze hoge tronen worden afgebracht en ais arme zondaren leren smeken om genade bij dit Woord. Opdat - en daar schrijft ds. M. Karens over twee weken over - er plaats in je hart komen mag voor Hem, de Christus der Schriften, waar dit Woord van getuigt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 2003
Daniel | 31 Pagina's