JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ruimtereizen zijn risicovolle avonturen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ruimtereizen zijn risicovolle avonturen

Ds. Silfhout: Op weg naar beheersing heelal of op weg naar ondergang?

12 minuten leestijd

Zeven levens kostte de ramp met de Columbia op 1 februari. Bijna twintig jaar eerder verloren op 28 januari 1986 zes astronauten - Amerikaanse ruimtereizigers - het leven. En nog eerder stikten drie kosmonauten - Russische heelalverkenners - tijdens hun terugkeer naar de aarde, sloeg één kosmonaut te pletter en verbrandden drie astronauten tijdens een test. Hoe verantwoord is ruimtevaart als één op de vijftig ruimtevaarders het leven laat?

Al eeuwen dromen mensen van reizen naar de ruimte en - mooier nog - naar de maan. Jules Verne, een beroemde Franse schrijver, verzon zelfs een verhaal waarin mensen met een kanon naar de maan worden geschoten. Maar het bleef bij dikke duimenwerk tot in de Tweede Wereldoorlog door Duitsland onbemande raketten werden gebruikt, de beruchte V1 en de V2.

De Russen en de Amerikanen, die nazi-Duitsland versloegen en tegelijk zo'n beetje veroverden, haastten zich dan ook om zoveel mogelijk Duitse kennis te pakken te krijgen. Duitse raketgeleerden werden afgevoerd naar Moskou of naar de andere kant van de oceaan.

Rusland won de race om de ruimte. Op 4 oktober 1957 werd de eerste satelliet, de Spoetnik ('Kameraad'), de ruimte in geschoten. Een simpele bol, met een paar sprieten, die af en toe vanuit het heelal een piepje gaf. Een maand later werd de Spoetnik II gelanceerd met het hondje Laika aan boord. Toen de Russen op 12 april 1961 de eerste mens in de ruimte brachten, de kosmonaut Joeri Gagarin, moesten de Amerikanen opnieuw toekijken. Pas een jaar later cirkelde de eerste Amerikaan, astronaut John Glenn, om de aarde.

Vastbesloten waren de Amerikanen om als eerste een mens op de maan te brengen. Op 20 juli 1969 was het zover: "De Eagle is geland", zo klonk het in het commandocentrum in Houston, Texas. Neil Armstrong was de eerste mens die op de maan liep. "Een kleine stap voor een mens", zei hij, "maar een reusachtige stap voor de mensheid."

 

Glamour

De race om de ruimte was daarmee eigenlijk voorbij. Nog steeds werden en worden ruimtereizen uitgevoerd. De Russen lanceerden wel een ruimtestation, de Amerikanen bedachten aan het begin van de jaren '80 de space shuttle, maar de spanning van de eerste jaren was verdwenen. Een klein berichtje in de krant, meer aandacht wordt er niet meer gegeven aan de lancering van alweer een raket of space shuttle. En de wedijver tussen de Amerikanen en Russen is ook verdwenen na afloop van de Koude Oorlog. Tegenwoordig bouwen beide landen samen aan een internationaal ruimtestation en wordt veel wetenschappelijk onderzoek verricht in de ruimte. Al blijft de concurrentie een beetje bestaan.

Jan Reijnoudt is hoofd van de wetenschapsredactie van het Reformatorisch Dagblad en weet veel van ruimtevaart. Hij bracht zelfs een bezoek aan de Russische raketbasis Bajkonoer. "Veertig jaar na de maanlanding mogen Russen en Amerikanen dan voor het oog broederlijk samenwerken in het internationaal ruimtestation ISS, onderhuids is er nog altijd sprake van prestige en concurrentie."

Volgens Reijnoudt is "de glamour eraf. En dat is om meer dan een reden niet verwonderlijk. De eerste bemande ruimtereizen waren in de jaren zestig van de vorige eeuw natuurlijk spectaculaire gebeurtenissen. Mensen die in een vliegtuig boven de aarde suisden dat was tot daaraan toe, maar mannen die zich op de top van een raket lieten afschieten tot buiten de aardse dampkring, die werden als helden vereerd. De afgelopen tien, twintig jaar vertrekken mensen met de regelmaat van de klok vanaf de aarde voor een verblijf van enkele dagen, weken of maanden in een baan om de planeet. In dat laatste aspect schuilt ook een belangrijk verschil met de jaren zestig. Toen waren Russen en Amerikanen verwikkeld in een race om de eerste man op de maan. Uiteindelijk zetten Amerikanen in 1969 voor het eerst voet op de maan, op een slordige 375.000 kilometer van hier. Na de laatste Apollo-vlucht, nummer zeventien in december 1972, is er niemand meer op de maan geweest. Nog sterker: vanaf toen heeft de bemande ruimtevaart zich afgespeeld op een hoogte van zo'n vierhonderd kilometer boven de aarde. En daarmee zelfs binnen het zwaartekrachtveld, zeg maar in de invloedssfeer, van de aarde."

 

Verschrikkelijk einde

Het hoogtepunt is en was volgens Reijnoudt nog steeds de landing op de maan. "Een absoluut toppunt, gezien vanuit technisch oogpunt, is het moment dat de eerste mannen op de maan stappen, in 1969; de Amerikanen Armstrong en Edwin Aldrin." Dieptepunten zijn er ook genoeg, want reizen naar de ruimte was niet ongevaarlijk. Niet alleen kwamen veel astronauten en kosmonauten om, het ging ook een aantal keren bijna mis. Met de Apollo 12 bijvoorbeeld, die door de bliksem werd geraakt. En de Apollo 13, waar de zuurstoftank in de ruimte ontplofte en de astronauten de vlucht ternauwernood overleefden. Wetenschapsredacteur Reijnoudt: "Dramatische dieptepunten zijn ook de ongevallen met de Amerikaanse space shuttle Challenger, in januari 1986, waarbij, evenals met de Columbiaramp, alle zeven astronauten omkwamen. En op 23 oktober 1960 komen bij een explosie op een Russisch lanceerplatform in Kazachstan 92 mensen om. Precies drie jaar later gaat het daar weer verkeerd en vallen er opnieuw tientallen doden."

Gevaarlijk dus. Spelen met het leven, zeggen sommigen. Ds. W. Silfhout, predikant in Capelle aan den IJssel, was geschokt door het nieuws van de ramp met de space shuttle. "Mijn eerste gedachte was: wat een verschrikkelijk einde voor deze zeven astronauten. Zo plotseling werd het voor hen eeuwigheid. Zij moesten voor God verschijnen."

Hoe denkt ds. Silfhout over ruimtevaart? Een "best moeilijk vraag", moet hij bekennen. "Ik kan mijn mening daarover slechts vragenderwijs geven. De scheppingsopdracht spreekt over het vervullen en het onderwerpen van de aarde. Het rentmeesterschap van de mens lijkt in de Heilige Schrift beperkt te zijn tot deze aarde. Het is gevat in de woorden: heersen, bewerken en bewaren."

 

Veel vooruitgang

Maar ruimtevaarders willen meer dan de aarde. De predikant van Capelle aan den IJssel heeft er dan ook wat gemengde gevoelens bij. "In de ruimtevaart zien we een verregaande overstijging van deze grenzen. Er komt voor mijn gevoel iets in openbaar van het 'als God willen zijn'. De mens heeft niet genoeg aan de kaders die hem God gesteld heeft. Zijn nieuwsgierigheid prikkelt hem om door te dringen in de geheimen van het universum. Daarin zal overigens de maat die God heeft gesteld niet kunnen worden overschreden, al lijken er voor de moderne mens geen grenzen te, bestaan."

Terwijl het heelal groter wordt en dichterbij komt, wordt de figuurlijke afstand tot de aarde kleiner. En verdwijnt God uit beeld. Ds. Silfhout: "De ruimtevaarten tonen de aarde in al haar kwetsbaarheid. Ik bedoel daarmee te zeggen, dat als we de aarde van een vergelegen punt beschouwen, we ons de vernietiging van de aarde voor de geest kunnen roepen. Naarmate de mens meer de kaders van deze aarde overstijgt, wordt de aarde niet meer dan een klein ruimteschip waarop wij allen de passagiers zijn. Mensen worden medereizigers op de planeet die aarde heet. Ze putten die uit en gebruiken die aarde, want afstanden zijn er niet meer. De wereld wordt steeds kleiner. Als men alles bereisd heeft, zoekt men de ruimte. Andere planeten bieden dan wellicht de mogelijkheden waar de mens op aarde op is uitgekeken. Maar God is er niet meer. 'Want die vind je in de ruimte niet!'"

Toch is de predikant niet alleen negatief, want "we kunnen aan de andere kant niet ontkennen dat de ruimtevaart veel vooruitgang heeft gebracht op medisch gebied, op het terrein van de communicatie en met betrekking tot de meteorologie. Daarvoor moet echter wel een hoge prijs worden betaald. Niet alleen in geld, dat misschien beter had kunnen worden besteed aan de zorg voor de arme en kansarme groepen in deze wereld. Die afweging is moeilijk te maken als je onvoldoende zicht hebt op de implicaties daarvan. Ook in mensenlevens moet voor deze kennis veel worden betaald. Dat laatste moeten we echter wel in verhouding blijven zien. Er zullen bij de aanleg van de Birma-spoorIijn meer doden gevallen zijn dan bij de verschillende reizen naar en in de ruimte. Dat zeven astronauten op deze wijze om het leven komen, spreekt sterk tot de verbeelding. Dat doen de dagelijkse dodelijke slachtoffers in het verkeer al lang niet meer. Het afwegen van aantallen dodelijke slachtoffers tegen de voordelen, die zowel het een als het ander heeft gebracht, is niet eerlijk; het gaat om onvergelijkbare dingen."

Wel vraagt de voorganger zich af of alle ruimtevaart nodig is. "Kan de kennis niet op een andere wijze verkregen worden? Door onbemande ruimtevaart? Waar liggen de grenzen? Ik weet het niet."

Al is en was ruimtevaart vooral in het begin een prestigekwestie, één van de belangrijkste doelen van ruimtevaart is het verwerven van kennis. Kennis van de aarde, die betere weersvoorspellingen mogelijk maakt. Kennis van materialen, die bijvoorbeeld de anti-aanbaklaag in pannen heeft opgeleverd. Maar misschien ook kennis die verkeerd kan worden gebruikt. Een van de eerste astronauten zei dan ook in een toespraak tot het Amerikaanse parlement: "Nu onze kennis van het heelal steeds groter wordt, moge God ons wijsheid schenken om die kennis verstandig te gebruiken."

 

Spionage

Toch twijfelen deskundigen op het gebied van ruimtevaart soms openlijk aan bet nut van de bemande ruimtevaart. Eén van die experts verklaarde kort na het ongeluk dat bemande vluchten eigenlijk niet nodig zijn. Het wetenschappelijk onderzoek dat astronauten aan boord van zo'n space shuttle verrichten, kunnen computers in onbemande ruimtevoertuigen ook. En de experimenten waarbij mensen onmisbaar zijn, zijn vooral onderzoeken naar het gedrag van mensen in de ruimte... Die onderzoeken lijken dus niet nodig als er geen mensen het heelal in gaan.

Reijnoudt: "Het huidige weer- en klimaatonderzoek is ondenkbaar zonder ruimtevaart. Satellieten scannen dag en nacht de aarde en dat levert een schat aan gegevens op over de samenstelling van onze dampkring en de veranderingen daarin. Het gat in de ozonlaag boven het zuidpoolgebied bijvoorbeeld is ontdekt door een fotograferende shuttlebemanning. Nu cirkelen er satellieten om de aarde die dat gat, maar ook de dunne ozonlaag op het noordelijk halfrond, in de gaten houden. De huidige (mobiele) telefonie is eveneens ondenkbaar zonder de satellieten die door raketten in de ruimte zijn afgezet.

Ook spionage is een belangrijke tak van sport die al jaren garen spint bij de ontwikkelingen in de ruimtevaart. Satellieten nemen spionagediensten tegenwoordig heel wat gevaarlijk werk uit handen.

Sterrenkundigen kunnen zich hun vakgebied ook niet meer voorstellen zonder ruimtevaart. Hier geldt eveneens dat satellieten de waarnemingen doen. Voor astronomische waarnemingen is het bijvoorbeeld een groot voordeel dat die buiten de dampkring kunnen worden gedaan. De trillende lucht levert altijd verstoring van het beeld op.

Kennis over andere planeten verzamelen sterrenkundigen tegenwoordig hoofdzakelijk met satellieten, die ze inmiddels al sinds tientallen jaren op pad sturen naar die hemellichamen. Voor bet lanceren van satellieten zijn tegenwoordig geen astronauten meer nodig. Zelfs de meest complexe kunstmanen vertrekken nu met onbemande raketten richting ruimte. 

Dat kan niet gezegd worden van veel ingewikkelde biologische, medische of scheikundige proeven. Om die in een ruimteveer of het internationaal ruimtestation ISS te doen, zijn tot nu toe nog steeds astronauten nodig. En wetenschappelijke instellingen staan nog altijd in de rij om hun proefjes in de ruimte, waar zwaartekracht zo goed als afwezig is, uitgevoerd te krijgen. Bijvoorbeeld op het gebied van botontkalking of spierverslapping. Op dat gebied zijn de astronauten vaak zelf onderwerp van studie."

Commentaar is er genoeg, bevestigt de RD-journalist. "Niet alleen na het ongeval met de Columbia, maar ook eerder, zetten veel wetenschappers vraagtekens bij het nut van bemande ruimtevaart. Veel onderzoek zou ook onbemand gedaan kunnen worden, is dan de redenering,"

 

Toren van Babel

Ruimtevaart spreekt tot de verbeelding. Zeker voor jongeren. Astronauten zijn helden. Veroveraars van de ruimte. Ontdekkingsreizigers. Rick Husband, de omgekomen gezagvoerder van de Columbia, vond dat te weinig. In een interview zei de astronaut op een typisch Amerikaans-religieuze manier: "Als ik aan het eind van mijn leven alleen maar kon zeggen dat ik astronaut was geweest en mijn gezin daaraan had opgeofferd, of als ik op een manier had geleefd die God de eer niet gaf, zou ik met verdriet op mijn leven terugkijken en zou het feit dat ik astronaut was geworden helemaal onbelangrijk zijn. Ik ging me realiseren dat wat werkelijk het meest voor mij betekent, is dat ik moet proberen mijn leven te leven op de manier die God van me vraagt. En dat ik moet proberen een goede man voor Evelyn te zijn en een goede vader voor mijn kinderen."

Is ruimtevaart verantwoord? Reijnoudt: "ledereen weet en wist dat een reis met een Amerikaanse shuttle een risicovol avontuur is. Zeker in vergelijking met de huidige stand van zaken in de luchtvaart met nog geen twee 'crashes' met dodelijke afloop per een miljoen vluchten..."

Ds. Silfhout: "We maken met elkaar gebruik van de resultaten van de ruimtevaart. Al zou het alleen maar zijn op het gebied van de telecommunicatie. Ik denk dat het met de ruimtevaart net is als met de uitvinding van de boekdrukkunst: een stap naar de hemel en een stap naar de hel. Het heeft vele voordelen gebracht, vooral ook in de medische wereld. Over de vraag of het in Gods gunst is of onder Zijn toelating hoor je niet zoveel mensen spreken. Wat we wel zien is dat de mens zich steeds minder afhankelijk acht van God. We kunnen het allemaal zelf. We kunnen zelfs de ruimte veroveren. Dat dit slachtoffers eist nemen we op de koop toe. En over God, de Schepper van het heelal, maken we ons niet druk. De astronauten vinden God immers niet in de ruimte. Daarom bouwt men de toren van Babel maar verder. De mens op weg naar de beheersing van het heelal? Of op weg naar zijn eigen ondergang?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 2003

Daniel | 32 Pagina's

Ruimtereizen zijn risicovolle avonturen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 2003

Daniel | 32 Pagina's