JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Strijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Strijd

Verhaal

9 minuten leestijd

"Jurrian Maasland, je werkt toch hoop ik wel door, hè?" 

Oef, wat een donkere stem. Ik draai mijn hoofd en kijk Havinga door mijn wimpers aan. Hij kijkt terug met zo'n blik van: "Het is weer goed mis met je, jochie." En gelijk heeft hij. Het is weer goed mis met me. Dat merk ik zelf ook. "Je werkt toch hoop ik wel door, Jurrian Maasland", herhaalt hij zuchtend, terwijl hij zich wat verder onderuit laat glijden op zijn bureaustoel.

"Ja, meneer." Waarom zou hij mijn voor- en achternaam vrijwel altijd noemen als hij iets aan me vraagt of tegen me zegt? Dat doet hij bij andere leerlingen lang zo sterk niet. Wat een flitsende bril heeft hij trouwens op. Zulke kleine ronde glazen zijn erg in tegenwoordig. Waarom zit Manon me zo onderzoekend op te nemen? En die trui van haar? Is die echt zo felrood of verbeeld ik me dat? Het lijkt wel of hij tegen mijn ogen aan knalt. Hé, hoe komt Ralph aan zo'n bont en blauwe kin? Zeker gevochten of misschien keihard gevallen.

"Jurrian Maasland!" 

Weer een knal, nu tegen mijn oren. Dit is geen moedeloze zucht, maar een uiting van aanzwellende boosheid. Havinga buigt zich over zijn bureau naar me toe. Met zijn handen ondersteunt hij zijn wangen, duwt ze zo ver omhoog dat zijn groene ogen zich tot spleetjes vernauwen.

"Hoofd erbij, Jurrian Maasland", sist hij. 

"Hoofd erbij, hoofd erbij." De woorden dreunen als het geluid van heipalen na in mijn gekwelde hersens. Hoofd erbij, dat is het nu net. Mijn hoofd kan zo moeilijk bij iets anders blijven. Het heeft genoeg aan zichzelf. Meer dan genoeg.

Ik heb er heel mijn leven al last van. Toen ik klein was, zeiden mijn ouders vaak dat ik druk was. Zó druk. Zó ver weg met mijn gedachten. Later de jufs op school. "Wiebel niet op je stoel, Jurrian. Niet zomaar van je plaats lopen, Jurrian. Dat blauwe potloodje heb je toch net ook al geslepen? En waar zijn je rode en gele potloodjes gebleven? Kwijt, zeg je? Alweer iets kwijt? Niet voor je beurt praten, Jurrian. Vinger opsteken als je iets wilt zeggen. Waarom gooi je snippers weg? Je plakwerkje is toch nog lang niet klaar. Wat zeg je? Vind jij van wel?"

Vaak kreeg ik door dit alles bonje in de klas met de jufs. Op het plein bonje met de andere jongens als ik rende waar zij knikkerden. Thuis had ik ook regelmatig bonje met mijn ouders. Na die bonje vaak spijt. Vooral als ik in de roodomrande ogen van mijn moeder keek.

Toen ik in groep 4 zat, zijn er een paar keer mensen in de klas geweest om mij te observeren. Een dokter heeft met mijn ouders en mij gepraat. Via mijn moeder kwam ik later te weten dat ik ADHD heb. "ADHD... eindelijk een naam voor Jurrians gedrag", hoorde ik haar tegen een vriendin zeggen. "Er is echt iets met hemzélf aan de hand. Het zit in hem." Klonk er opluchting in haar stem?

Vanaf die tijd werd ik op school anders behandeld. Het leek wel of er een gebruiksaanwijzing op me geplakt was. De juf werd minder gauw boos, als iets me niet ineens lukte. Geduldig herhaalde ze voor mij haar uitleg. Als we aan het rekenen waren, zette ze een wekker op mijn tafel en wees waar de wijzers moesten staan om te mogen stoppen. Per dagdeel kon ik een sticker verdienen door niet onnodig van mijn stoel te lopen. Tien stickers leverden een plaatje op, uitgereikt na schooltijd bij haar bureau. Een plaatje met een pluim van de juf erbij. Ze hielp me mijn wereld beter te kunnen overzien.

"Beste jongen."

Ik schrik me ondersteboven van Havinga's fluisterstem. Een fluisterstem dicht bij mijn oor. Bah, wat eng, het hoofd van een leraar zo akelig dicht bij het mijne. En dat "beste jongen" vertrouw ik niets. Eerst klonk hij moedeloos, toen boos en nu vriendelijk. Vreemde volgorde. Hij weet zeker niet wat hij met me aan moet. Een schop tegen mijn stoelpoot. Als door een wesp gestoken, draai ik me om. Mijn bril vliegt rakelings langs Havinga's modieuze glazen en helpt me Luuks treiterende grijnslach scherp waar te nemen. "Benen thuis houden, Luuk van Oosten!" schreeuw ik, terwijl ik zo hard mogelijk op zijn tenen trap.

"Rustig, Jurrian Maasland, rustig jongen, beste jongen."

Havinga's hand op mijn schouder. Ik ril en maak dezelfde beweging als een hond die het regenwater van zijn lijf schudt. De hand verdwijnt. Op zijn hurken gaat Havinga naast mijn tafel zitten. Erger je niet, prent ik mezelf in. Niet aan deze leraar, niet aan Luuk. Tel tot tien voor je reageert. Diep inademen, rustig uitademen.

Hoewel het niet helemaal stil is in de klas, werken de meesten weer gewoon verder. Havinga weet mijn aandacht naar het bord te leiden, waar met grote letters het woord 'winter' staat geschreven. Daaromheen een dikke cirkel waarop begrippen te lezen zijn die wij als klas hadden moeten noemen. Begrippen die wij met 'winter' associeerden: koud, vorst, ijs, kale bomen, stamppot boerenkool, enzovoorts.

"Kijk", probeert Havinga. "Weet je nog wat de bedoeling was?"

Ik zucht en schuif mijn blaadje heen en weer. Leeg voel ik me. Leeg als een uitgeperste sinaasappel. Wat is het trouwens warm hier. Even het klapraam open zetten. Zo, ik zit weer en luister.

"Een stukje schrijven over wat de winter voor jou zoal betekent. )ouw gevoel bij de winter. De woorden op de cirkel kunnen je daar bij helpen." Langzaam staat hij op en rekt zich uit. Met een pijnlijke trek op zijn gezicht wrijft hij over zijn benen. "Beetje stijf", grinnikt hij terwijl hij moeizaam terugloopt naar zijn stoel.

Ik begin nu echt en schrijf op: "De winter is voor mij het gaafste jaargetijde." Zo, die zin staat en klinkt als een klok. Beweegt mijn stoel nu weer? Mijn nagels boren zich in de palmen van mijn tot vuisten gebalde handen. Met alle energie die in mij is, probeer ik mijn blik te hechten aan de woorden op de cirkel. IJs, schaatsen... Het moet lukken. Ik ben dol op schaatsen. Toen ik vier was, gleed ik al op die gevallen met dubbele ijzers. Op mijn tiende reed ik voor het eerst een lange tocht. Met mijn vader en oudere broers. Kilometers schaatsen door witte weilanden en verlaten dorpjes. 's Avonds bleek ik de enige zonder blaren.

"Effe je pen lenen, Jurrie." Luuks hand grist mijn pen weg. Ik spring op en stoot mijn tafel onderste boven. Wat een dreun. Zonder me een ogenblik te bedenken, ruk ik de pen tussen Luuks vingers vandaan en pak vervolgens een liniaal van zijn tafel. Ook Havinga springt op. "Ophouden Luuk", vermaant hij. "Rustig blijven, Jurrian Maasland." De op- en neergaande beweging van zijn armen en handen duidt aan dat ik er goed aan doe te gaan zitten.

Langzaam zet hij mijn tafel overeind. "Hij heeft mijn liniaal!" roept Luuk verontwaardigd. Aanmoedigend gejoel uit de klas. Vertwijfeld slaat Havinga zijn handen voor zijn gezicht, trekt zijn wenkbrauwen over zijn ogen en sist hees: "Alle spullen waar ze horen." Verraadt zijn stem dreiging, vermoeidheid of radeloosheid? Ik weet het niet. Maar één ding weet ik wel: er moet wat op papier komen! Anders ben ik weer mislukt.

IJs, schaatsen, boerenkool. "Schaatsen is voor mij echt een hobby." Zo, een tweede zin. Hé, een vlek op mijn papier. Mijn hand is er zeker over heen gegleden, of lekt mijn pen? Ja, dat zal het zijn. Even een papieren zakdoekje uit mijn tas pakken. O, ik heb geen zakdoekjes bij me. "Meneer, mag ik naar de w.c.?" vraag ik, terwijl ik de klas uitsjees.

"Voortaan eerst je vinger opsteken, Jurrian Maasland!" roept Havinga me na.

"Ja, meneer." Geregeld. Zo kan ik mooi wat toiletpapier meenemen voor die pen.

"Nu al terug?" vragen Havinga's ogen als ik de klas binnenstuif. Ik ga zitten en wikkel het toiletpapier om mijn pen. Nu moet ik wel verder gaan met de verwoording van mijn wintergevoel. Eerst het raam dicht om het geluid van de auto's op de snelweg buiten te houden. Twee zinnen nog maar. Bitter weinig. Ik weet niet hoe het komt, maar het is vandaag wel heel erg met me. Ik hoor die auto's trouwens nog steeds en waarom maaien ze juist nu het gras?

Had ik mijn Ritalin maar bij me. Hoewel, stel je voor dat Luuk merkt dat ik een tabletje inneem. Een grijns van oor tot oor, ik zie het helemaal voor me. "Nog twee minuten, dan gaan we deze opdracht beëindigen", galmt Havinga door het lokaal.

Nee hè, hoe moet dit? Het lukt echt niet. Het is zo druk in mijn hoofd... Ik zou wel willen dat ik een knopje om kon draaien. Zou Havinga wel weten dat het in mijzélf zit?

De bel. Voorbij. Geschuifel van stoelen en gepraat van klasgenoten die het lokaal verlaten. Niet af. Nou en? Nou ja, nou en...

Alles wat ik denk, zie, hoor en voel, kolkt in mijn hoofd als lava in een vulkaan.

"Jurrian." Havinga's stem. Geen achternaam?

"Jurrian." Een kuch. "Ik wil nog wat met je bespreken."

Papier en etui prop ik in mijn rugtas en ik schuifel naar zijn bureau. Liever geen gesprek. Nu alsjeblieft niet. Waarom prikt het zo vreemd achter mijn ogen?

"Jurrian, morgen heb jij het derde een tussenuur, hè?" Ik knik.

"Kom je dan hier je werk afmaken? Morgen gaat het vast beter. Ik help je op weg", voegt hij er met een knipoog aan toe. "Enne... nog bedankt voor je goede zorg voor de vissen tijdens mijn ziekte. Het aquarium zag er prachtig uit. Helder water, voldoende voedsel. Met liefde gedaan zeker?" Ik voel mijn wangen kleuren. "Ja, meneer. Bedankt. Dag meneer."

Langzaam loop ik richting trappenhuis. Aardig van hem dat hij me morgen de gelegenheid wil geven dat stukje af te schrijven. Nieuwe dag, nieuwe kansen. In gedachten herhaal ik dat andere wat hij zei: "Bedankt voor je goede zorg, met liefde gedaan zeker?" Zei hij dat echt? Bedankt voor je goede zorg. Met liefde gedaan zeker? Zulke woorden na zó'n lesuur. Ze voelen als een warme jas om koude schouders. Had mijn moeder dan toch gelijk, toen ze pas zei dat ik meer ben dan alleen ADHD?

Meer dan vier letters. Een schepsel van God met mogelijkheden en gebreken. Met een grote sprong beland ik in de garderobe en ik betrap mezelf erop dat ik zacht loop te fluiten. Meer dan vierletters.

Bedankt voor je goede zorg, met liefde gedaan zeker?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 2003

Daniel | 32 Pagina's

Strijd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 2003

Daniel | 32 Pagina's