Alweer 50 jaar geleden...
Enkele maanden geleden woedde op zondag over Nederland een zeer hevige storm.
Bij vele ouderen onder ons zullen bij zulke weersgesteldheid de gedachten teruggaan naar de belevenissen rondom het rampjaar 1953. Zo ook bij mijn moeder, die toen ruim dertig jaar oud was en in Sint-Annaland woonde. Dit dorp ligt in Zeeland, op het eiland Tholen.
Ook toen was het zondag
Reeds op zaterdag 31 januari ging het steeds harder waaien. In die tijd was er geen stormvloedwaarschuwingsdienst. Mijn moeder was die zaterdagavond naar haar verloofde geweest. Toen ze werd thuisgebracht, kwamen ze langs de haven waar de vloedplanken in de coupures (doorrijdopeningen in de dijk) gezet waren. Het zou laag water moeten zijn, maar 't leek wel vloed!
Ook de wind werd al onstuimiger. Er woedde een pal noordwester storm met windstoten van 120 kilometer per uur (orkaankracht). De draden van het elektriciteitsnet klapperden tegen de palen, zodat vonken zichtbaar waren. En... het was springtij...
Mijn moeder vertelt verder...
Na deze bange tocht kwam ik thuis bij mijn vader. We maakten ons zorgen om mijn broer en zijn vrouw die op een laag punt van het dorp en vlak achter de dijk woonden. Thuis konden we het niet uithouden; we moesten naar mijn broer om te zien hoe de toestand daar was. Het was heel beangstigend te zien hoe onstuimig de zee was, en er moest nog meer water komen: het was immers nog geen vloed! Dit zou pas om vijf uur zijn! Voor vader en mij was dit het sein: snel naar huis en spullen in veiligheid brengen! We hebben samen zoveel mogelijk huisraad naar boven gebracht. In de schuur hadden we nog twee biggen. Die hebben we met wat stro naar de schuurzolder verhuisd. Ook de dieren voelden aan dat het ernst was.
Een mens vecht voor 't aardse goed, maar men weet niet of 't blijft... Toen hoorde ik het water komen. Het bruiste door de sloot achter onze schuur. Ongeveer vier uur 's nachts brak de dijk door. De coupures bij de haven werden door het watergeweld weggevaagd; een kraan waarmee bieten in de schepen geladen worden, was losgeslagen en werd in de golven meegesleurd naar de polder waar mijn broer woonde. Dat er wat gebeurd was, begreep ik, maar wat? Het water kwam snel opzetten.
Moederziel alleen, doornat, koud en zonder enig licht zat ik op de zolder (mijn vader was de omgeving gaan verkennen). Wat gaat er dan veel door je heen! Tussen het huisraad had ik wat droge kleren en een zaklantaarn gevonden. Komt het water weer een trede hoger of blijft het staan? Op dat moment weet je niet hoe of wat, je hoort alleen het geweld van het water. Doordat de dijken op meerdere plaatsen doorbraken, verspreidde het water zich en zakte op den duur het waterpeil in het dorp. Tegen zes uur kwam mijn vader terug. Hij had een adres gevonden waar geen water stond en waar ik naartoe mocht. Ik werd bij vader op zijn rug genomen en naar deze plaats gebracht.
Nog steeds is mijn moeder aan het woord
We zijn die zondag niet naar de kerk geweest. De mannen hielpen zoveel mogelijk om de gaten in de dijken te dichten. Onze eigen spullen zijn bewaard gebleven, het huis van mijn broer en vele anderen daarentegen is verwoest. Intussen was ik bij familie ingetrokken. In de loop van de tijd kwam bij eb openbaar wat verwoest was. Bij vloed liep echter alles weer onder water, totdat de gaten in de dijken weer gedicht waren.
In Sint-Annaland heeft deze watersnoodramp geen mensenlevens geëist. Reddingswerkzaamheden mochten baten en het feit dat velen zich op zolder of op hoger gelegen plaatsen in veiligheid konden brengen, is nog onbegrijpelijk. Het water bereikte een hoogte van 4.70 meter N.A.P. In ons dorp alleen al zijn in die periode 550.000 zandzakken verwerkt. In zulke tijden wordt de betrekkelijkheid van het aardse ervaren, wonder boven wonder zijn alle dorpsbewoners bewaard gebleven!
Nu, na vijftig jaar, mag dit nog herdacht worden. Wie anders dan de Heere heeft dit, toen en nu, geschonken? Met de woorden van Datheen uit Psalm 46: 4 willen we dit nazeggen:
In zulke stormen ende baren
Is met ons de Heer der heirscharen;
God Jacobs is ons een burgt vast
Tegen geweld en overlast;
Komt toch al, wilt zien en bemerken
Onzes Gods groote wonderwerken;
Die Hij hier op der aarde doet,
Naar Zijne groote wijsheid goed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 2003
Daniel | 32 Pagina's