JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Als de zee en watergolven groot geluid zullen geven..."

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Als de zee en watergolven groot geluid zullen geven..."

5 minuten leestijd

Het gezin van wijlen ds. A. Hoogerland heeft tijdens de watersnoodramp in 1953 Gods bijzondere bewaring mogen ervaren. Mevr. M. Hoogerland-Vermeulen vertelde ons hierover toen zij een bezoek bracht aan haar zoon, ds. G. Hoogerland. Deze is in het verhaal een baby van zeven maanden oud.

"Arjaân, kom ni beneê! Alles sti onder waeter!" roept vader Hoogerland senior bevend van schrik onder aan de trap. Boven slaapt zijn zoon Arjaân met zijn vrouw en vijf kinderen bij wie hij inwoont. Arjaân was gistermiddag met zijn gezin op familiebezoek geweest in Westkapelle. Daar was het noodweer! Op de Westkappelse Zeedijk had hij gezien dat het water één kolkende massa was. De storm loeide en de wind bulderde. Huizenhoog rezen de golven! Onrust was opgeweld in zijn hart. Dit was niet slechts een 'natuurgebeuren', dit was de stem van Gods majesteit! Hij was blij dat hij 's avonds met zijn gezin terug kon naar hun eigen huis in Wolphaartsdijk...

Vader Hoogerland had weinig geslapen deze nacht. Adriaan had hem gisteravond verteld wat hij bij Westkapelle gezien had. Maar inmiddels gierde ook hier de wind om het huis, en de regen striemde tegen de ruiten. Alles kraakte en piepte. Keer op keer was hij wakker geschrokken. Hij was uit bed gestapt om naar buiten te kijken. De vloer was drijfnat! Hij had het gordijn weggeschoven, maar wat hij toen zag... Hun huis was omgeven door water! En Adriaan sliep boven met zijn gezin! "Arjaân, kom es kieke!"

Verschrikt komen Adriaan en zijn vrouw naar beneden. Ontzettend! "Brieng gauw ete en drienke ni bove. En dit mot ôk mee... en dat..." Veel kan er echter niet meegenomen worden. Het water stijgt snel en staat al vlug 1.40 m. hoog. Dan is het niet langer verantwoord naar beneden te gaan. De voordeur heeft het begeven...

Vader Hoogerland vraagt aan zijn zoon, die diaken is: "Arjaân, kun jie mie ôns bidde, jong'n?" Vanuit de nood van het hart wordt op de zolder geroepen tot God, 'Die geweldiger is dan het bruisen van grote wateren'. Diep in zijn hart voelt Adriaan Hoogerland dat de Heere geen onrecht doet als Hij doortrekt met Zijn oordelen. Toch smeekt hij vurig om behoud voor zijn vader, zijn vrouw en vijf kinderen. Sterven is immers God ontmoeten.

Na een lange, bange nacht gloort het eerste licht. Pas dan krijgen ze ook enig idee van de omvang van de ramp. Rondom zich heen zien ze niets dan water. De buurman roept dat een behoorlijk deel van Nederland is ondergelopen. O, wat is het een chaos. Het water sleurt van alles met zich mee: planken, meubelen, dode dieren.

Rondom de boerderij van de familie Hoogerland drijven balen stro. Het zijn ogenschijnlijk nietige voorwerpen, die een speelbal zijn van het water en de storm. Toch zijn het in Gods hand juist middelen waardoor dit huis bewaard zal worden. Zij vormen namelijk een soort muur die het geweld van het water breekt. En hoewel verschillende huizen in de buurt worden verwoest en anderen de verdrinkingsdood sterven, volvoert de Heere Zijn raad door het gezin Hoogerland op wonderlijke wijze te sparen...

's Zondagsmorgens probeert een zwager hen te redden, maar de kracht van het water is te groot. Alle pogingen zijn tevergeefs. Het wordt een zondag om nooit te vergeten! Angst en vrees bezetten het hart. De uren rijgen aaneen. Het begint al weer schemerig te worden. En nog steeds zitten ze zonder verlichting en verwarming op zolder. Zullen ze nog ooit verlost worden? Of zullen ook zij de verdrinkingsdood sterven? Alleen de baby van zeven maanden oud is zich niet bewust van het grote gevaar waarin hij verkeert. Hij ligt tevreden in zijn bedje. Hoogerland leest nog een gedeelte uit Gods Woord en smeekt de Heere om ontferming: "O, Heere, we hebben geen rechten, maar zou U uit enkel genade nog aan ons willen gedenken?"

Na een tweede bange nacht komt er 's maandagsmorgens uitkomst! Enkele boeren kunnen ondanks de storm met een reddingsboot bij het zolderraam komen. Er wordt een ladder vanuit de boot tegen de muur gezet. Eerst klimt moeder Hoogerland door het zolderraam. Daarna wordt het kleine ventje in een deken gewikkeld en doorgegeven aan de reddingswerker die op de trap staat. Hij probeert met de baby bij de boot te komen, maar door het wiebelen, kantelt de ladder! Er wordt geschreeuwd en geroepen! O, vreselijk, zal het jongetje dan toch in de golven omkomen? Maar de Heere regeert! Hij bestuurt het in Zijn voorzienigheid zo, dat de man het kind precies in de schoot van zijn moeder gooit! Daarna klimmen de andere kinderen, grootvader en Adriaan via de ladder in de reddingsboot. Hun hele gezin is gespaard, terwijl veertien mensen verdronken zijn in Wolphaartsdijk. De Heere zal Zijn raad volvoeren...

Het is maart 1953. In Wolphaartsdijk wordt de jaarlijkse biddag gehouden. Ds. M. Blok bedient het Woord uit Lukas 21: 25: ..als de zee en watergolven groot geluid zullen geven. Hij spreekt over de rechtvaardige oordelen van God. In de kerk zit Adriaan Hoogerland. De woorden van de prediker dringen diep door in zijn hart. Ze laten hem niet meer los. De ernst van het onbekeerd zijn als de oordeelsdag zou aanbreken, drijft hem uit totdat de Heere hem te sterk wordt...

Maar d' altoos wijze raad des HEEREN

Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht;

Niets kan Zijn hoog besluit ooit keren;

't Blijft van geslachte tot geslacht.

 


Ziet de rampen in de wereld,

sneeuwlawines, water, wind;

dikwijls doet God d' aarde beven,

wie is er dan die zich bezint?

Sprak de Heere kortgeleden,

nog niet door de watervloed;

heeft de Nederlandse natie,

niet uit menig' wond gebloed?

En nog staren heden velen,

op de zilte woeste grond,

waar voorheen het goudgeel koren,

op zijn stam te rijpen stond.

Vele kostb're mensenlevens,

zijn door 't oordeel weggemaaid,

en we hebben moeten oogsten,

'tgeen door ons is uitgezaaid.

 

citaat uit gedicht ds. A. Hoogerland, 1955

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 2003

Daniel | 32 Pagina's

"Als de zee en watergolven groot geluid zullen geven..."

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 2003

Daniel | 32 Pagina's