Kerstfeest is het feest van Gods liefde
In gesprek met ds. F. Harinck
Wat betekent kerstfeest voor jou als jongere? Wat verwacht jij van het kerstfeest? Is er in deze adventsweken een uitzien naar het kerstwonder? Naar Zijn komst in je hart? Van nature is dat er niet. Toch laat de HEERE ons in het Kerstevangelie nog horen van het wonder van Zijn onpeilbare liefde. Echt kerstfeest wordt het als de Heere door Zijn Geest woning maakt in je hart en je door het geloof op de Zaligmaker mag zien. Over de betekenis van het kerstfeest sprak ik met ds. F. Harinck.
De emerituspredikant woont in Nieuwerkerk aan den IJssel. Ds. Harinck is ernstig ziek. Hij zal binnenkort weer in het ziekenhuis worden opgenomen voor een chemokuur. Veertig keer heeft hij het kerstevangelie mogen preken. Hij zou ook op het komende kerstfeest graag over dat wonder willen spreken. Gods weg is echter anders. Nu mag dit artikel zijn preekstoel zijn.
Wat betekent het kerstfeest voor u?
Kerstfeest is het feest van Gods liefde tot gevallen en verloren mensen. De Heere Jezus zegt daarover: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Johannes 3: 16).
Over die liefde kom je nooit uitgedacht. Om echt te verstaan wat die liefde is, moet je terug naar het paradijs. Daar is de mens onder leiding van satan tegen God opgestaan. Waarom toch? Wat wilde Adam? Het antwoord vinden we in de Schrift: Hij wilde aan God gelijk zijn.
In plaats van liefde is er ontrouw, vijandschap, opstand tegen God. En dat is doorgegaan tot alle mensen. Nu zijn we allerhande ellende, ja zelfs de verdoemenis onderworpen. Hoe groot is onze ellende. Na een moeitevol leven zinken we weg in de buitenste duisternis. En wie heeft er medelijden met ons? Wie zal de mens redden? Niemand! Zelfs de engelen kunnen niet een mens behouden. Zo liggen we met alle mensen verloren in zonde en schuld. Hoe donker is ons leven geworden. Deze donkere achtergrond tekent ons hoe groot en heerlijk het Licht is dat nu ontstoken is door de geboorte van de Zaligmaker. De geboren Zaligmaker toont ons de grote en onuitsprekelijke liefde van God tot gevallen en verloren mensen.
Hoe hebt u die liefde van Christus leren kennen?
Ik was negentien jaar en ik had altijd in de wereld geleefd. Door mijn broer was ik met de kerk in aanraking gekomen. En toen ik de prediking van ds. A.F. Honkoop hoorde, was het voor mij verloren. De Heere liet me zien dat ik vanwege mijn zonden tijdelijke en eeuwige straffen verdiende. Ik kon daar niet meer onderuit. Als de Heere inbreekt in een mensenleven, dan worden je ogen geopend voor wie je bent ten opzichte van de Heere. Voor mij werd de val in Adam werkelijkheid. Ik was verloren, in zonden en ongerechtigheid geboren, een zondaar, een goddeloze, zonder God en zonder hoop in de wereld.
Nooit meer vergeet ik hoe ik in Goes zo onder de prediking zat en ds. A.F. Honkoop ging preken over de voorstelling in de tempel: En als de ouders het Kindeken Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen, zo nam hij Hetzelve in zijn armen en loofde God. Toen heb ik mogen zien dat Jezus het ware Lam van God was. Mijn ogen werden ervoor geopend, ik kon nog zalig worden. Toen werd mijn hart zo vervuld met liefde tot Hem. Hij alleen kon mij redden en zaligmaken. Toch duurde dat niet zo lang. Mijn schuld was er nog. De Heilige Geest overtuigde me van de grootte van mijn schuld en verlorenheid. Had Jezus ook voor mij voldaan? Opnieuw wilde de Heere Zijn Woord voor mij gebruiken. Ik las over de lijdende Jezus, Die Zijn kruis droeg naar Golgotha. Daar heb ik gezien dat Jezus mijn eeuwige verdoemenis aan het kruishout voor mij heeft gedragen. Daar werd het Pasen in mijn ziel. De liefde was overweldigend. En met hartelijke banden ben ik toen aan Christus verbonden.
Hij met mij en ik met Hem! Niemand kan begrijpen hoe diep Zijn liefde is.
En als ik u vraag om nog iets meer van deze liefde te zeggen?
Zijn liefde is eenzijdige liefde. Ze is er niet om iets in ons, want dan zou ze er nooit kunnen zijn. Heel ons leven, vanaf onze geboorte tot aan ons sterven, roept om de toorn van God. Maar God is liefde. Hij begeerde dat mensen naar Zijn welbehagen in die liefde zouden delen. Daarom was er Zijn liefde voor mij. Hij trok mij met koorden van liefde uit de macht van de duisternis en bracht mij tot het Koninkrijk van Zijn licht.
En dat doet de Heere nog! God wekt zondaren op uit hun doodstaat en brengt hen in een weg van schuldontdekking tot de gemeenschap van Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus.
De liefde van Hem tot de Zijnen verandert nooit. Soms openbaart deze liefde zich heel sterk, maar ze kan ook voor een tijd verborgen zijn. Maar hoe groot en duidelijk deze liefde van God in het leven van Zijn kinderen ook gezien wordt, toch heeft Gods liefde zich nooit zo geopenbaard als in het Kind van Bethlehem.
Het rijkste, het liefste wat God bezat heeft Hij aan de wereld niet onthouden. God gaf Zijn eniggeboren Zoon, in de beestenstal van Bethlehem, maar ook aan het kruis op Golgotha.
Hoe groot is Gods liefde. Het streven van de mens is om aan God gelijk te zijn en los van God zelf uit te zoeken wat goed of kwaad is. Maar Christus vernedert Zich voor zulke mensen aan het vloekhout des kruises. Onpeilbare liefde.
De vraag moet gesteld worden: wat is ons antwoord op deze onpeilbare liefde? Let eens op Herodes: hij wilde het Kind van Bethlehem doden. En de Joden riepen tenslotte: weg met Dezen, kruis Hem.
Toch zal Zijn liefde niet onbeantwoord blijven. Daar zorgt Hij ook voor. Kijk eens naar de herders in de velden van Efratha. Zij kwamen met haast! Vele voorbeelden zijn er in de Schrift. Zelfs van een kruiseling naast Jezus. Heere, gedenk mijner als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
Moet deze liefde van God ook gepreekt worden aan onbekeerden? Heeft het wel zin om deze boodschap aan alle hoorders te preken?
Ja, zeker! Christus doet dode zondaren Zijn stem horen. En die ze gehoord hebben, zullen leven! Zoals Hij in de wereld gekomen is zonder dat iemand naar Hem vroeg, zo komt Hij nog en zegt: zie, hier ben Ik. God houdt Zijn liefde niet verborgen. Hij laat ons door Zijn Woord en in de prediking bekend maken dat er onnaspeurlijke liefde is. Vanuit onszelf willen we met wat godsdienst onze vijandschap tegenover deze liefde goedpraten. Maar als we iets gaan verstaan van onze nameloze ellende, dan buigen we en gaan met de herders op zoek naar de geboren Zaligmaker.
Waarom? Omdat er geen andere weg meer is om behouden te worden. Dan is er maar Eén die ons redden kan en dat is Christus alleen.
En als we met de herders door het geloof op het Kind van Bethlehem mogen zien? Wat zien we dan? De Schoonste van alle mensenkinderen! De grote Middelaar Gods en der mensen! Daar wordt de mens voor de eerste maal met de grote liefde van God vervuld.
De Heere wil dat we ons geheel en al aan Christus toevertrouwen voor tijd en eeuwigheid.
We mogen dan met onze schuld, vloek en zonden op Christus rusten, als het enige Fundament van de zaligheid. Alleen in deze weg leren we de liefde van God in Christus kennen, zoals de apostel daarvan spreekt in Efeze 3 Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en bekennen de liefde van Ghristus, die de kennis te boven gaat.
Er zijn mensen die moed hebben gekregen uit de belofte van de komst van de Zaligmaker, bijvoorbeeld uit Maleachi 4: 2 "Ulieden daarentegen die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan", maar toch weer zo bevreesd zijn. Wat zou u tegen hen zeggen?
Als de Heere Zijn beloftewoord doet horen, wordt het hart vervuld met liefde tot God. Hoe geeft de Heere de vervulling van de belofte? Heel eenvoudig. Net als bij de boetvaardige zondares. Zij bleef liggen aan Jezus' voeten. Ze gaat niet bij Hem weg voor Hij tot haar sprak: "Uw zonden zijn u vergeven." Daarna: "Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede." Daarom wil ik zeggen: je moet niet opstaan, maar aan Jezus voeten blijven liggen. Velen staan te vroeg op en zoeken het leven buiten Hem. Straks mogen we weer kerstfeest vieren. Wie dan mag buigen bij de kribbe zal Zijn grote liefde en genade ervaren. Zijn liefde is zo groot en zo overweldigend. Hij is de Schoonste van alle mensenkinderen. Waarom? Omdat Hij de last van de zonden, waardoor ik eeuwig zou moeten verzinken, heeft gedragen!
Hoe ervaart u dat nu in uw ziekte?
Toen ik in het ziekenhuis lag en hoorde dat ik weer geopereerd moest worden, zag ik daar erg tegen op. De dokter vertelde dat er veel uitzaaiingen waren van de ziekte die heb. Ik wist niet hoe het verder moest. Hoe moest het met mijn vrouw en kinderen? Zou ik nooit meer kunnen preken? Toen mocht ik door het geloof zien op de wenende Jezus. Dat Hij mede-lijden heeft met mijn zwakheden en ellende.
Toen ik nog jong was, heb ik Hem leren kennen als het Lam dat mijn schuld wilde dragen. Hij is voor mij ook de Opgestane Levensvorst geworden. Ik mocht met heel mijn hart omhelzen dat ik niet meer verloren kon gaan. Hij heeft voor mij de dood overwonnen en een volkomen voldoening aan de rechtvaardigheid van God gegeven. Hij is ook voor mij de grote Voorbidder in de hemel, die dag en nacht voor mij bidt, met dezelfde liefde waarmee Hij voor mij gestorven is.
En nu in het ziekenhuis was Hij er opnieuw om mij in mijn zwakheden te hulp te komen. Hij openbaarde Zich als de wenende Jezus. En Hij is al die tijd bij mij gebleven. En steeds als ik mijn hand vouwde, verbrak mijn hart bij het zien op een wenende Jezus.
Mijn grootste verdriet is dat ik niet kan beantwoorden aan Zijn liefde en trouw. Soms is zelfs mijn hart voor Hem gesloten. En Zijn hart staat altijd voor mij open. Het is zo'n wonder dat Hij mij door de operatie heeft gedragen en ook door de ernstige complicaties die daarna kwamen. De Heere is goed voor mij. En als ik straks opnieuw een chemokuur moet ondergaan, kan het alleen als ik achter Hem aan mag komen.
Is er wel eens een heimwee om altijd bij de Heere te zijn?
Soms is er een verblijden en een uitzien om altijd bij de Heere te zijn. Toch hoop ik dat het ziekteproces nog wat vertraagd mag worden. Dan bid ik met David: Zijt mij genadig, HEERE, want ik ben verzwakt, genees mij, HEERE (Psalm 6).
Paulus kende ook om van deze twee gedrongen te worden. Dan zegt hij: Maar in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil (Filippenzen 1: 24). Zo ervaar ik dat ook. Er zijn aardse banden die trekken en er is soms ook een heimwee om altijd bij Christus te zijn.
Dominee Harinck, als deputaat bent u ook een aantal jaren betrokken geweest bij het jeugdwerk. U hebt liefde voor de jeugd van de gemeente. Ik denk dat veel jongeren dit gesprek zullen lezen en ik hoop van harte dat het hen jaloers mag maken. Wat is uw wens voor de jongeren van de gemeenten?
Toen ik negentien was, stond ik op een tweesprong in mijn leven. Toen sprak de Heere door Zijn Woord: Ga gij uit uw land en uit uw maagschap en Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u. Ik heb er toen nog niet zoveel van begrepen. Ik wist niet eens dat God zo door Zijn Woord tot een mens kon spreken. Maar ik mocht de goede keuze doen: verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben. Toen begon de pelgrimsreis. Dat is tegengevallen wat mijzelf betreft. Ik had ook nooit kunnen bedenken dat ik zo schuldig en zo verkeerd was. En dat God niet anders kon doen dan mij voorbij gaan. Dat was moeilijk om te aanvaarden. Maar toen alles in mij om Christus schreeuwde, toen heeft Hij geantwoord, mij gered. En dat wil de Heere nog doen.
Toen ik als jongeman van 24 jaar als ouderling onder aan de kansel in Goes stond, wist ik niet hoe het moest. Ik kwam uit de wereld, was niet bij het Woord opgevoed en ik had nog nooit in het openbaar een gebed gedaan. Ik zei daar onderaan de kansel: Heere, U legt een te zware last op mij. Maar de Heere heeft mij er doorheen geholpen. Hij heeft dat steeds weer gedaan. En dat wil Hij nog doen!
En toen heeft de Heere mij geroepen om predikant te worden. Ongeveer 38 jaar heb ik mogen preken. Vaak heb ik gedacht: ik kan het niet. En toch heeft de Heere geholpen.
En ik mag geloven dat ik, als ik straks bij de Heere mag zijn, er niet alleen zal staan. Er zullen er ook zijn die de Heere mij gegeven heeft als vrucht op de prediking.
De oogst is ook vandaag groot. Daarom bid ik de Heere om jonge mensen die mogen dienen in het ambt. Jonge mensen: de Heere is het zo waard om Hem je leven te geven. Om Hem te dienen in je jonge leven. Dat maakt van een mislukt leven, een leven dat aan z'n doel gaat beantwoorden. Het is 48 jaar geleden dat ik op de smalle weg gebracht ben. Toen ik daar in het ziekenhuis over nadacht, werd ik overweldigd door de liefde van God. Hoe groot en hoe goed is de Heere! Hij zegt ook tot jou: Zoekt en gij zult vinden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 2002
Daniel | 34 Pagina's