Die geleden heeft
Ds. C.G. Vreugdenhil: Christus' lijden niet te vergelijken met dat van martelaren
De Apostolische Geloofsbelijdenis. Oeroud zijn ze en van grote helderheid en kracht. Of men nu Grieks-orthodox is, koptisch of calvinistisch, ieder houdt de Twaalf Artikelen des geloofs in ere. Maar hoe vaak staan we bij deze kernpunten van het geloof werkelijk stil? En wat hebben we persoonlijk van de rijke inhoud ervaren? In Daniël denken we over elk van de twaalf artikelen na door middel van interviews met predikanten.
In de moderne filosofie staat het menselijk lijden centraal. In dat denken wordt God als het ware ter verantwoording geroepen. Als God bestaat, waarom laat Hij dan zoveel ellende in de wereld toe? Hij is toch almachtig!? Met ds. Vreugdenhil denken we na over het lijden van de mensen en van Christus naar aanleiding van het vierde artikel van de apostolische geloofsbelijdenis: Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
In onze westerse, welvarende wereld staan we er niet voortdurend bij stil, maar toch is de wereld vol lijden. In de derde wereld, in oorlogsgebieden. In ons eigen land wordt er wat afgeleden in ziekenhuizen en inrichtingen.
De moderne mens weet met dat lijden geen raad, stelt de Groningse predikant ds. C.G. Vreugdenhil. "Voor hem is het lijden zinloos." Een oprechte christen daarentegen "mag weten dat de Heere regeert, ook over het lijden dat hem overkomt. Het komt hem toe uit Gods vaderhand. Het lijden brengt hem op de plaats waar hij moet zijn. Denk aan de gelijkenis van de verloren zoon."
Door het lijden dat hem overkomt, wordt hij ook bepaald bij de diepste oorzaak ervan, namelijk de zondeval. "Het lijden verootmoedigt en geeft zelfkennis." Maar is er meer. "De zin van het lijden is ook dat we oog zullen krijgen voor onze lijdende medemens."
Wat eigenlijk nog belangrijker is, is dat het lijden ons als het goed is, brengt bij het lijden van Christus, zegt ds. Vreugdenhil. "Je gaat dan zien welke pijnen Hij leed. Je gaat Zijn lijden en je eigen lijden tegen elkaar afwegen. En je komt tot de conclusie dat je eigen lijden nog niets is vergeleken bij Zijn verzoenend en plaatsbekledend lijden, dat bedoeld is om ons leven te heiligen."
Wat is het verschil tussen het lijden van mensen en het lijden van Jezus Christus?
"Die vraag brengt me op een bekend voorbeeld uit de kerkgeschiedenis in de tijd van de felle christenvervolgingen onder keizer Valerianus, namelijk op de bekende en later als martelaar vereerde diaken Laurentius, die op 10 augustus van het jaar 285 in Rome een wrede marteldood is gestorven. Op een speciaal daarvoor bestemd martelrooster heeft hij ondraaglijke pijnen moeten doorstaan.
Het is bekend dat deze Laurentius in zijn marteldood standvastiger en kloekmoediger is geweest dan Christus geweest schijnt te zijn in Zijn lijden voor de verlossing van de wereld. Christus is immers benauwd geweest en Hij heeft dat geuit: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe. We lezen van Hem, dat Hij beangst en verbaasd was in Gethsémané.
Hoe kan dat? Waarom schreeuwde Christus wel aan het kruis: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Er zijn martelaars geweest, die onder de gruwelijkste folteringen niet gevraagd hebben: Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van mij voorbij gaan. Zij gingen onverschrokken, God lovend, de dood in. Denk eens aan Polycarpus, de oude bisschop van Smyrna, die levend werd verbrand. Denk ook aan de moedige houding van Guido de Brès. Wat ging hij God lovend en zonder verschrikking de strop tegemoet. Vergelijk dat nu eens met de dood van Christus. Vanwaar dat verschil? Was Jezus dan minder moedig?"
U bedoelt: Jezus was geen martelaar maar Middelaar...'.?
"Precies! Jezus was geen martelaar. Daarom is er dat verschil. Hier is eigenlijk geen vergelijking te trekken. Het lijden van Christus was van geheel andere aard. Ik zal eens een paar verschillen noemen. Veel martelaren werden meestal alleen lichamelijk gepijnigd, maar Christus heeft het diepst geleden in Zijn ziel. Dat lijden gaat veel dieper. Let ook op de oorzaak van het lijden. De martelaren leden onschuldig, niet om hun zonden of om de zonden van anderen. Christus leed wel om de zonde. Niet Zijn eigen zonde, maar Hij droeg de zonde van de wereld (Johannes 1: 29). Hij droeg de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijk geslacht (Heidelbergse Catechismus antwoord 37).
We moeten ook letten op het doel van het lijden. De martelaren leden om hun belijdenis van het Evangelie, maar Christus moest aan de Vader het rantsoen geven voor de verlossing van Zijn volk. Zijn lijden was borgtochtelijk, plaatsbekledend.
Toen Laurentius op het martelrooster lag, heeft hij die vreselijke, ondraaglijke last van Gods toorn over de zonde niet ervaren, zoals Christus door die verschrikkelijke toorn is geperst en geprangd en de dood heeft gevreesd. God betoonde Zich aan Laurentius niet als een vertoornd Rechter, zoals bij Christus, maar als een verzoend en genadig Vader. Ook heeft Laurentius niet de verschrikkingen van de dood en de hel ervaren, zoals Christus, maar hij is vertroost geweest door Gods nabijheid, omdat hij onschuldig leed om de naam van Christus."
Waar bestond het lijden van Christus, gedurende zijn hele leven, uit?
"Hij leed naar lichaam en ziel. Wij zijn zo gauw geneigd om het lijden van Christus alleen te concentreren rond Zijn levenseinde, en dan met name te zien op de lichamelijke pijnen: de wrede gevangenneming in Gethsémané, dat Hij gebonden werd en met vuisten geslagen, Zijn gekromde rug, die aan de geselpaal werd vastgebonden en de zwiepende striemen, die Zijn lichaam openreten. We zien op de doornenkroon, die op Zijn hoofd werd gedrukt en het bloed dat langs Zijn gezicht afliep.
Maar... dit alles is nog slechts de buitenkant. Dit is nog met het oog waarneembaar. Je zou het nog kunnen vastleggen op een schilderij. Als je naar deze buitenkant kijkt en je vergeet daarbij waarom Hij zo leed, zou je medelijden met Hem krijgen. Net als de vrouwen in Jeruzalem. Maar... veel zwaarder is voor Christus geweest Zijn zielenlijden. Dat zegt de catechismus ook: Dat Hij naar lichaam en ziel geleden heeft. Wat heeft Christus diep geleden met Zijn ziel. Dat is onvergelijkbaar en onnavolgbaar. Want Christus was zondeloos. Hij had zo'n tere ziel. Wij hebben daar zoveel eelt op.
Wat is Hij miskend. Wat heeft Hij veel smaadheid geleden: haat, lastering, vervolging en de verwerping door Zijn eigen volk. Hij is tot het Zijne gekomen... en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
In Nazareth wilden ze Hem van de steilte afwerpen. Wat een zielenlijden! Wat een onbeantwoorde en versmade liefde. Hoe meer Hij zegende, hoe meer men Hem haatte. Hij genas zieken, gaf blinden het gezicht, reinigde melaatsen en wekte doden op, maar ze zeiden: Hij doet het door Beëlzebul, de overste van de duivelen. Na de opwekking van Zijn vriend Lazarus besloten ze Hem te doden. Wat een tegenspreken van zondaren heeft Hij moeten verdragen."
Deden alleen Zijn vijanden Hem al dat lijden aan?
Nee, ook Zijn vrienden. Wat de Joods-godsdienstige wereld Hem aandeed, was erg. Maar Zijn zielenlijden is nog meer verzwaard door de houding van Zijn eigen discipelen. Ze werden immers allen aan Hem geërgerd. Hoe heeft Petrus Hem verloochend en hoe heeft Judas Hem verraden. En dat waren nu Zijn vrienden. Daardoor was Zijn ziel het meest ontroerd. Toen sprak Hij uit: Mijn ziel is geheel bedroefd (Mattheüs 26: 38).
Het was ontzettend, dat Zijn vijanden Hem haatten. Erger nog was het, dat Zijn discipelen vreemd stonden tegenover Zijn verlossingswerk. Maar het allerzwaarste is voor Hem geweest, dat de toorn van God op Hem rustte.
Daarom was dat lijden niet alleen een lichamelijk lijden, want Christus voelde in dat alles de toorn van Zijn Vader. Dat bereikte wel een hoogtepunt in de duisternis van Golgotha. Daar houdt God de lichtglans van Zijn goedertierenheid in. Daar keert de Vader Zijn vriendelijk aangezicht van Hem af. Daar wordt de hemel voor Hem toegesloten en de hel geopend.
Hoe eeuwig en onpeilbaar diep dat lijden voor Christus geweest is, zal nooit iemand kunnen begrijpen. Geen mens zal ooit bij machte zijn om dat te verwoorden. De volheid van Gods toorn is over Hem uitgegoten. Het Lam Gods droeg daar de zonden der wereld. Wat moet de afgemartelde ziel van de Heere Jezus in die drie lange bange donkere uren - dat leek wel een eeuwigheid - hebben afgeworsteld. Want dat was toch wel het ergste voor Hem, dat Hij Gods gemeenschap moest missen. Waar Hij ook om Zich heen greep naar steun in die inktzwarte duisternis, Hij vond alleen maar toorn. Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?"
Waarom moest Christus nu per se die wrede kruisdood sterven? Was dat de ergste lichamelijke foltering uit die tijd of gaat het daar helemaal niet om?
"De Joden kenden heus wel andere manieren om de doodstraf uit te voeren. Misdadigers werden vaak door steniging terecht gesteld. Sabbatsschenders en vloekers werden altijd gestenigd. Moordenaars werden door het zwaard gedood.
De kruisdood was bij de Joden juist onbekend. Dat was een wrede marteldood, die de Romeinen hadden uitgevonden. Pilatus zou zelf niet eens op dit vonnis gekomen zijn, als de Joden het niet aan hem hadden voorgesteld. Waar het hier om gaat is dat in dit alles Gods raadsplan wordt vervuld. Want de Schrift zegt: Vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt (Galaten 3: 13). Daarmee wordt niet in de eerste plaats de kruisdood bedoeld, maar deze tekst slaat op het vonnis dat een gestenigde (zijn dode lichaam dus) aan een paal gebonden moest worden. Dat was een vloek. Dat maakt dus de kruisdood alleen nog maar erger, want daarbij wordt niet een dode, maar een levende aan het vloekhout gehangen. De kruisdood was door God vervloekt. Zo heeft Christus in Zijn kruisdood de vloek van God moeten ervaren en dragen."
Als het gaat om de vrucht van het lijden en sterven van Christus in het leven van de gelovige wordt vaak gewezen op de kruisiging van onze oude mens. Wat moeten we daaronder verstaan?
"Met de uitdrukking 'kruisiging van de oude mens' bedoelen we de heiligmaking, als vrucht van Christus' lijden en sterven. De Bijbel spreekt over dit verband tussen de kruisdood van Christus en de kruisiging van onze oude mens op vele plaatsen. Als de Heere ons leven vernieuwt, krijgen we een nieuw levensbeginsel. Dat richt zich op God en op een heilig leven voor God. Want Christus verlost niet alleen van de schuld van de zonde en de straf op de zonde, maar Hij breekt ook de macht van de zonde in het leven van Zijn kinderen.
Dat noemen we de heiligmaking. Dat nieuwe leven gaat niet meer uit naar de wereld, maar naar de Heere. Alleen... na die inlijving in Christus is onze 'oude natuur' nog springlevend. Daardoor blijven we zonde doen. Is dat voor jou ooit bitter geworden? Is dat ook jouw smart? Dat je iedere dag die oude mens weer tegenkomt? Dat je met Paulus moet zuchten: O God, het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik (Romeinen 7: 19). Dat is een strijd. Dan breken al je zondige daden je hart in duizend stukken. O God, ik wil U zo graag liefhebben, maar ik doe steeds weer het kwade. Help me toch. Geef mij kracht om te strijden tegen al die zondige begeerten en lusten.
Die kruisiging van onze oude mens is niet mogelijk in eigen kracht. Als we niet op Christus zien door het geloof, komt er van de heiliging niets terecht. Als we wel op Hem mogen zien, roeren onze vleselijke lusten zich nog wel, maar ze regeren niet meer over ons."
Welke troost ligt er voor een gelovige in de dood van Christus?
"Het lijden en de vernedering van Christus gaan door tot in de dood. Tot in het graf en de hel. Maar waarom toch tot in die diepte? Kon dat dan niet anders? De catechismus zegt daarvan: Er kon niet anders voor onze zonde betaald worden, dan door de dood van Gods Zoon (antwoord 40). Hier zien we zo duidelijk wat onze zonde teweeg bracht. Het kon niet anders. Het moest. Waarom dan? Vanwege de gerechtigheid en de waarheid van God. Vanwege Gods deugden dus. God is rechtvaardig. De wereld moge dat ontkennen en de godsdienstige mens moge denken dat het allemaal wel mee zal vallen, maar de Bijbel zegt: In Hem is geen onrecht (Psalm 92: 16). De Heere heeft het recht lief. Naar goddelijk recht staat op de zonde de doodstraf. De bezoldiging der zonde is de dood (Romeinen 6: 23). Dus als de zonde niet met de dood wordt gestraft, wordt Gods recht gekrenkt. Daarom zien wij de Zoon van God Zich zo gewillig vernederen tot in de dood."
Ligt er ook troost voor een christen in de begrafenis van Christus?
"Jazeker! Daardoor heeft Christus het graf voor Zijn Kerk geheiligd. De duivel is de macht over de dood kwijt. Het 'geheiligd zijn' wijst op de toewijding tot een geheel nieuw leven voor God. De oude mens blijft in het graf achter en de nieuwe mens zal door de opstanding heen volmaakt aan de Heere zijn toegewijd en voor Hem alleen leven. Dan zullen alle gevolgen van de zondeval in onze menselijke natuur verdwenen zijn. Christus ging de Zijnen daarin voor. Zo is het graf niet alleen een bewijs van Zijn dood, maar vooral een bewijs van Zijn liefde tot Zijn Kerk. Hij wil hiermee zeggen: Ik heb niet alleen uw wieg gedeeld, maar ook uw graf. Ik ben ten volle uw Borg, uw Plaatsbekleder, ook in het graf. Denken jullie wel eens aan je graf? Je bent nog jong en de dood lijkt misschien nog heel ver weg, maar je kunt ook sterven als je twintig bent. Is het graf voor jou een beklemmende gedachte? Dat je tot stof zult wederkeren. Is dat dan het einde? Nee, zegt Christus tot allen die Hem liefhebben, wees niet bevreesd, Ik heb al in uw graf gelegen en Ik heb het geheiligd, eens, tweeduizend jaar geleden. Ik ben niet alleen gestorven, maar ook begraven. En Ik heb de verdervende macht van het graf en de dood overwonnen. Het graf is voor een christen geen bodemloze put, waar je voor altijd in wegzinkt. Integendeel, het is een akker, een dodenakker. Het zaad wordt gezaaid om te ontkiemen tot de oogst en die oogstdag komt. Heb goede moed. Niet het graf en de dood hebben het laatste woord, maar Jezus."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 2002
Daniel | 30 Pagina's