Een geïsoleerde samenleving
Regionale vergadering te Drachten op 17 oktober 2002
Drachten is een verafgelegen gemeente en velen moeten een lange reis maken om de regionale vergadering bij te kunnen wonen. Verblijd zijn we dan ook met de goede opkomst.
Ds. G. Hoogerland opent de avond met de woorden uit Efeze 2: 4 en 5 over de grote liefde en barmhartigheid Gods. Barmhartig, dat betekent: een brandend hart met een ellendig en verloren voorwerp. De Heere verlost ellendigen en bevrijdt hen uit satans macht. Gods algemene barmhartigheid blijkt onder andere uit de oproep tot bekering die tot ons allen komt. Gods bijzondere barmhartigheid wordt bewezen aan hen die eenmaal behoren tot de schare die niemand tellen kan. Hun vuile zonden zijn weggedragen op de kruisheuvel Golgotha, waar Christus het recht Gods heeft verheerlijkt. Wat een onbegrijpelijk wonder van vrije genade. Het is door U alleen, om het eeuwig welbehagen.
De heer G. van de Breevaart, evangelist te Leeuwarden, spreekt met ons over een geïsoleerde samenleving. Wat is onze plaats in deze samenleving? Na de diepe val in het paradijs is er een verbroken band met de Schepper en Zijn schepsel. Daar ligt de oorzaak van de Gode-vijandige samenleving. Genesis 3: 15 is de blinkende ster op de zwarte bladzijde. De vijandige strijd is direct daarna begonnen: Kaïn sloeg Abel dood. Onder Gods algemene genade bleef samenleven tussen mensen nog mogelijk. De onwedergeboren mens kan nog wel natuurlijk goed doen maar is onbekwaam tot enig geestelijk goed.
Legde het Woord vroeger nog beslag op de gehele samenleving, na de Tweede Wereldoorlog kwam er een kentering. De uitroeiing van de Joden en de kerkscheuring in de Gereformeerde Kerken hebben diepe sporen in het Godsbesef en de samenleving getrokken. In de jaren '60 werd vooral het gezag van de Heilige Schrift betwist. Velen raakten in verwarring. Een grote verscheidenheid van Bijbelvertalingen deed een kamerlid vragen: "Meneer, uit welke Bijbel citeert u, en welke groep christenen vertegenwoordigt u?" Voelt u de verdeeldheid? Als gevolg van de uitholling van het gezag en de huidige wetgeving is de christelijke invloed op onze samenleving drastisch afgenomen. Bezinning hierop is beslist noodzakelijk. Hoe heeft het zover kunnen komen? Te gemakkelijk wordt gewezen naar hen die buiten de kerk zijn. Maar wij? Wij leven in een tijd van de mondige mens, die zelf bepaalt wat goed en slecht is en onder ons wordt ook gehoord: "Ik denk, ik geloof, ik meen, ik gevoel...". Daarnaast breekt in ons land ook nog de islam door. Diepe vrees moet ons bevangen. Zal het ons vergaan zoals de zeven gemeenten van Klein Azië? De strijd op aarde is de strijd tussen het Koninkrijk van God en het koninkrijk van satan. De vraag voor een ieder van ons is: van welk koninkrijk ben ik een onderdaan? Begeren wij oprecht voor Gods aangezicht te leven? Maar we willen graag door de wereld voor vol worden aangezien en niet achterlopen. Daarom dringt de verwereldlijking ook zo diep in de kerk door.
Kort na de oorlog stonden christenen veel meer geïsoleerd in de samenleving. Onze plaats zou nu niet anders moeten zijn. Is de kerk nog een heilige (dat is afgezonderde) gemeenschap van ware gelovigen? De kerk wordt door God bewaard en staande gehouden tegen het woeden der wereld, zoals staat in artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Waarom wordt gij een christen genaamd? is de vraag van de Heidelbergse Catechismus aan ieder persoonlijk. Als de pijn van het afwijken van de wegen des Heeren gevoeld wordt en als dat tot een hartelijke schuldbelijdenis mag brengen, dan begeren wij het isolement. Groen van Prinsterer heeft daarvan gezegd: In het isolement ligt onze kracht.
Zoals u weet, werden de volgelingen van Jezus te Antiochië voor het eerst christenen genoemd. Zij noemden zichzélf zo niet, maar ze werden als christenen herkend! Hun manier van leven viel op. Zij waren lijdzaam in een weg van beproevingen, beoefenden zelfverloochening, waarvan Jezus hen Zelf het voorbeeld in de voetwassing heeft gegeven.
Wil dat alles nu zeggen, dat we voor de wereld geen boodschap meer hebben? Daarvan lezen we in Mattheüs 13: 38 En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen. Vanuit deze Gode-vijandige wereld komen mensen tot het geloof: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden. De kerk moet getuigen tot hen die buiten zijn. Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. Aldus heeft de Heere Jezus gesproken.
Na het lezen van een gedicht door mevrouw A. Naberman-de Boer beantwoordt de heer Van de Breevaart nog verschillende vragen, zoals over het evangelisatiewerk in Leeuwarden. Zo hebben we met elkaar, in onderlinge verbondenheid, veel mogen horen en ook 'huiswerk' meegekregen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 2002
Daniel | 30 Pagina's