JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe verwerk je het?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe verwerk je het?

Over het verlies door een sterfgeval

10 minuten leestijd

Dagelijks sterven vele mensen op de hele wereld. Dat lijkt allemaal zo ver weg. Je ziet het wel in de krant of je hoort het via de media. Toch sta je er sneller bij stil als er iets ergs gebeurt in ons land, in je eigen woonplaats, in je familie, of nog dichterbij: in je eigen gezin. Wat geeft dat een schok, een verdriet, een leed, een gemis en rouw. Dat grijpt dieper in dan de Bijlmerramp, de gebeurtenissen op 11 september vorig jaar, of de aanslagen in Israël. Daar sta je niet onverschillig tegenover, maar je persoonlijke ervaringen gaan veel dieper. Dat verandert je leven totaal.

De dood is zo onherroepelijk. Het is een definitief einde. Dan denk ik aan die vader, die het die dag erg druk had, verschillende vergaderingen, vele uren op de weg, maar zijn gedachten waren al bij zijn vrouw en de kinderen. Straks zou hij de verhalen vertellen, die hij had meegemaakt. Maar... vader kwam 's avonds niet meer thuis.

Of die jongen, net geslaagd voor zijn vwo-diploma. Nog een paar jaar studeren en dan een baan als groepsleerkracht op de basisschool. Een ongeluk met de fiets maakt hier abrupt een einde aan.

En dan dat gezin dat op vakantie ging en waarvan slechts een kind terugkeerde: zonder vader, geen moeder meer en ook twee zusjes overleden. Dat is toch niet om door te komen? Dat kun je toch niet dragen? Nee, niet alleen. Dat is onmogelijk. En vaak kunnen anderen je ook niet troosten, want alle woorden, hoe goed bedoeld ook, klinken hol, leeg en lijken geen waarde te hebben. Wat is het dan rijk, als in de grootste smarten, je hart in de Heere gerust mag zijn. Zijn woorden hebben eeuwigheidswaarde. Hij kan troosten, meer dan een moeder troost! Of zoals Psalm 103 het zegt: Geen vader sloeg met groter mededogen, op teder kroost ooit zijn ontfermend' ogen, dan Isrels HEER' op ieder, die Hem vreest!

In dit artikel geven drie jongeren van school hun reactie op het overlijden van een broer of zus. Alle drie hebben ze korter of langer geleden een geliefde af moeten staan door de dood. Zij geven vanuit hun beleving weer wat ze meemaakten en hoe ze dit sterven hebben verwerkt, beter: nog aan het verwerken zijn. Want het is een proces, dat eigenlijk niet overgaat. Je neemt dit mee tot aan je eigen sterven. Toch zie je in deze reacties ook duidelijk, dat de Heere kracht naar kruis geeft. Als je in droeve omstandigheden mag weten dat Hij zorgt, ook als leed, droefheid, rouw en gemis gekomen zijn, dan kan er, bij de grote stormen die over je komen, rust zijn in Hem, de grote Rustaanbrenger. En voor ons allen geldt de ernstige roepstem bij elk sterfgeval: ben jij bereid?

 


De dood heeft mij een brief geschreven.

Ik las hem op het vallend blad

dat door de stormwind voortgedreven,

op 't vensterglas had postgevat.

Dus las ik: Wand'laar rep uw schreden,

uw avond komt, uw nacht daalt neer,

doe wat gij nog kunt doen op heden,

want morgen draagt u dra niet meer...


 

Nico

Op 7 november vorig jaar is mijn lieve broertje Nico op vijfjarige leeftijd in het ziekenhuis overleden. Hij was meervoudig gehandicapt en had in zijn korte leven te maken met veel lichamelijke problemen. In zijn laatste levensjaar heeft hij vijf longontstekingen gehad. Op een gegeven moment kon z'n lichaam het niet meer aan en is hij bij m'n moeder op schoot ingeslapen. Zelf was ik op dat moment thuis.

Tijdens de eerste dagen was ik als verdoofd. Ik kon het niet geloven. Later begon het pas door te dringen. Nooit zal ik z'n stemmetje meer horen, nooit zal hij nog eens lief lachen. In zulke dagen dwalen allerlei gedachten door je hoofd.

Tijdens de begrafenisdienst las de dominee Psalm 100, een lofpsalm. Eigenlijk geen Psalm voor een begrafenis. Maar hij moest die lezen, gaf de dominee aan. Het ging over vers 3 Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide. De Heere heeft er getuigenis van gegeven dat Nico nu voor eeuwig Hem groot mag maken. Dat is wel tot troost in het verdriet.

De tijd na de begrafenis was een tijd waarin ik moest proberen het gemis een plaats te geven. Erover praten met anderen deed ik vrijwel niet. Daar had ik ook geen behoefte aan al denk ik dat het wel beter zou zijn er meer over te praten. Ik dacht en denk geregeld aan de tijd dat Nico er nog was. Op m'n kamer kwam een grote foto van hem te hangen, waar ik soms zomaar een poosje naar zit te kijken. Ook ga ik nog steeds geregeld bij zijn graf kijken. Zomaar even rustig zonder iemand om je heen. Ook maak ik dan z'n graf schoon, zodat het er weer netjes bij ligt. Vergeten kan en wil ik hem niet. Zo lief als hij was en hoe vrolijk hij kon zijn terwijl hij zoveel moeite moest doorstaan.

Ik persoonlijk praatte niet zo veel over hetgeen betrekking had op het overlijden van mijn broertje. Toch denk ik dat het wel goed is om dat te doen, al ligt dat voor iedereen anders. Ook het gebeurde nog eens voor jezelf opschrijven kan zinvol zijn. Dat merk ik nu pas, terwijl ik dit opschrijf. En als je er voor jezelf niet uitkomt, breng je zorgen altijd maar bij de Heere.

Ik wens iedereen die hetzelfde heeft moeten meemaken heel veel sterkte toe bij het verwerken van jullie verlies, kortere of langere tijd geleden.

Anco IJzelenberg


Karin

Op 4 juli 2000 is mijn zus, Karin, van achttien overleden. Zij ging 'even' naar haar werk zes kilometer verderop om te kijken wanneer ze in de vakantie moest werken. Daar is ze nooit aangekomen. Honderd meter voor haar werk hebben de vrachtwagenchauffeur en zij elkaar niet gezien en is ze door die vrachtwagen overreden. Men heeft nog geprobeerd om haar te reanimeren maar het mocht niet baten. Op het moment dat het gebeurde was ik thuis en een half uur voor het gebeurde heb ik haar nog gesproken: "Doei en tot straks...". Maar dat straks kwam nooit meer.

Mijn ouders waren naar het ziekenhuis geweest en toen zij terugkwamen, vertelden ze het aan mij. "Het is niet waar, het is een grapje", zei ik. Maar het was wel degelijk de waarheid. De eerste dagen zijn als een roes voorbijgegaan. Je bent in een eigen wereld en je weet niet wat er verder om je heen gebeurt. De wereld gaat door en voor je eigen gevoel staat jouw wereld compleet stil. Toch mocht ik in dit alles voelen en weten dat het goed was. Dit was Gods weg. Zijn bedoeling. Hoe onbegrijpelijk en vreemd ook voor ons mensen. Wie weet wat Zijn doel met deze gebeurtenis was. Misschien heeft Hij het wel gebruikt om mensen stil te zetten. Het was en het is goed. Nu ook. Natuurlijk zou je haar graag bij je willen hebben enzovoorts, maar dit was Gods bedoeling. Dat geeft me rust en sterkte om door te gaan, ondanks het verdriet. De waarom-vraag heb ik nooit gehad. Ik geloof dat dit genade is van God. Hij weet wat ik doormaak en bij Hem kan ik terecht.

We kregen nadat Karin was overleden een brief van iemand die ik kende en daar stond Psalm 77: 8 (berijmd) in:

Heilig zijn, o God, Uw wegen;

Niemand spreek' Uw hoogheid tegen;

Wie, wie is een God als Gij,

Groot van macht en heerschappij.

Dat gaf en geeft mij rust en vrede met de situatie. Wie ben ik, en wat is het nog genade van God dat ik hier nog op aarde mag zijn. Dit mag ik voor ogen houden: 'k Vertrouw op God door gene vrees gestoord!

Pauline Collée


Henk

Voor ik het een en ander op papier ga zetten over het verlies van mijn broer, wil ik duidelijk maken dat de meeste gevoelens niet onder woorden zijn te brengen. Voor wat je werkelijk voelt en meemaakt zijn geen woorden te vinden, die de diepte van je verdriet kunnen weergeven.

De schok, de diepe wond in je leven en het verdriet zul je altijd bij je houden, je leven lang.

2 mei 2001 staat in ons geheugen gegrift, anderhalfjaar geleden, maar het lijkt gisteren, voor verdriet telt geen tijd.

Woensdagavond 2 mei werd er gebeld: twee politieagenten stonden op de stoep en vroegen of we familie zijn van Henk Baartman en of mijn ouders thuis zijn. Nou, mijn vader was voor school in Roemenië, mijn zus was net een week geleden in Driebergen gaan werken in de verzorging en mijn oudste broer was in Canada met vakantie. En mijn zus Hanneke was met haar vriend in hun flat aan het werk, want zij zouden gaan trouwen.

Mijn moeder en mijn broertje waren er wel. Toen kregen we het verschrikkelijke nieuws te horen: Henk is met zijn vrachtwagen verongelukt! Hoe je je dan voelt, is niet te zeggen; het kan niet, het mag niet. Hoe kon dat gebeuren, het was zo'n goede chauffeur, maar het is waar, of je het geloven wilt of niet. De politieagenten waren erg bezorgd en ook voor hen is dit erg moeilijk: om ouders op de hoogte te brengen van zoiets verschrikkelijks. Ze bleven en belden veel mensen voor ons op. Mijn vader en broer zijn natuurlijk ook gelijk gekomen en kwamen de andere dag op Schiphol aan. De eerste dagen leef je als gezin met elkaar in diep verdriet en er moest ook een aantal zaken geregeld worden. Veel vrienden en familie kwamen dagelijks en leden met ons mee. Dan komt de dag van de begrafenis, die je enerzijds in een waas doormaakt, terwijl er toch weinig dingen zijn, die je ontgaan. Je maakt heel bewust alles mee. We hadden allemaal een heel goede band met Henk. Elke vakantie was het een geregel wie er met hem mee mocht in de vrachtwagen. Dit was de zesde keer geloof ik, dat hij naar Zwitserland ging.

Verwerken is eigenlijk geen woord dat past bij dit verdriet. Verwerken doe je het, denk ik, nooit, want verdriet leeft in je mee, hoe oud je ook wordt. En een plaats geven, zoals je vaak hoort zeggen, daar weet ik ook geen raad mee. Het zijn allemaal woorden die bestaan, maar eigenlijk in deze situatie niet gebruikt moeten worden. Je praat er met elkaar over, je gaat naar het graf van je broer, daar moet je eens echt over nadenken, eigenlijk kan dat niet.

Je kunt een ander, denk ik, geen raad geven, hoe je hiermee om moet gaan, ieder heeft daar toch zijn eigen weg in te vinden, elk karakter is anders, de één wil veel praten en iemand anders juist weinig of helemaal niet.

Wij praten veel met elkaar, maar soms ook niet. Je moet met je eigen gezin jezelf kunnen zijn, je niet beter voor hoeven te doen. Elkaar de ruimte geven om je gevoelens te uiten, leder had zo een speciale band met Henk. Je kon goed met hem praten en hij had veel humor. Wat ik wel wil zeggen is het volgende: als je iemand in je omgeving kent, die zoiets meemaakt, doe dan niet net of er niks is gebeurd. Ga een confrontatie aan, praat tegen die persoon. Je merkt snel genoeg of iemand er over wil praten of niet en voel je dan niet persoonlijk afgewezen. Ik heb één vriendin die er nog geregeld naar vraagt en verder durven ze het geloof ik niet meer en dat terwijl het voor jezelf nog levend is. Samen lachen is heel gemakkelijk, maar samen huilen blijkt heel moeilijk te zijn.

Karin Baartman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 2002

Daniel | 30 Pagina's

Hoe verwerk je het?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 2002

Daniel | 30 Pagina's