Over de drempel
Jongerenpastoraat binnen de christelijke gemeente
"Hé Adjan. Hoe is het?" "O, best. Zo z'n gangetje hè..." Adjan probeert door te lopen omdat wat hem betreft het gesprek hiermee afgedaan is. Zo snel geeft ouderling Janse zich echter niet gewonnen. "Wacht 's, ben jij zaterdagavond nog op JeV geweest?" vraagt hij vriendelijk. "Mij niet gezien", reageert Adjan fel, "ik voel me daar absoluut niet thuis!" "O, waarom niet?" vraagt Janse.Het pastorale gesprek is begonnen, bij de deur van het verenigingsgebouw. Ouderling Janse heeft net z'n laatste catechisatiegroep laten gaan. Janse was nog even meegelopen naar de uitgang en terwijl hij zich omdraaide liep hij Adjan tegen het lijf. Het is één van de momenten waarop je als jongere met een ambtsdrager in gesprek kunt raken. Dit gesprek kan variëren van een kletspraatje tot een pastoraal gesprek. En hoewel ook 'zomaar een praatje' tussen een ambtsdrager en een jongere heel belangrijk kan zijn, moet het pastorale gesprek met jongeren binnen de christelijke gemeente hoog genoteerd staan.
Pastoraat: Wat is dat eigenlijk? Pastoraat betekent zorg. Het is de zorg van de herder - de pastor - die zorgdraagt voor het behoud van zijn schapen. Zielszorg zou je het kunnen noemen. Zielszorg moet er zijn voor de hele kudde, de hele gemeente. Dit betekent pastoraat voor ouderen, jongeren, alleenstaanden, kinderen en gehuwden... Je zou dan kunnen spreken van ouderenpastoraat, jongerenpastoraat, alleenstaandenpastoraat, kinderpastoraat, gehuwdenpastoraat... Het mooiste is echter om niet teveel aparte 'belangengroepen' te krijgen en zo het totaal van de gemeente uit het oog te verliezen.
Alle gemeenteleden zijn even belangrijk, maar de zielszorg moet wel aansluiten bij hun eigen omstandigheden. Als je dan ook nog bedenkt dat in veel gemeenten de helft van de leden uit jongeren onder de 20 jaar bestaat, mag je best van jongerenpastoraat spreken. Jongeren zijn de toekomst van de kerk. Daarom moet de kerk in hen investeren.
Allergrootste probleem
De zorg voor jongeren kan heel ver gaan. Als jongere kun je gebukt gaan onder psychische problemen, problemen met je ouders, seksuele problemen en ga zo maar door. Daar moet je met een ambtsdrager zeker over praten.
Deze zorgen kom je in het jongerenpastoraat allemaal tegen, maar uiteindelijk moet in het pastorale gesprek de Bijbel, min of meer letterlijk, opengaan. Anders schiet het z'n doel - het behoud van de ziel - voorbij. Dat betekent natuurlijk niet dat problemen en zorgen niet aan bod komen en er gezocht wordt naar oplossingen.
Vaak zijn dat aanleidingen om ook te spreken over het allergrootste probleem, de zondekloof die er is tussen de Heere en ons. Bij ernstige persoonlijke problemen zul je echter verder moeten zoeken naar professionele hulpverlening, een maatschappelijk werker of een psycholoog bijvoorbeeld.
Van levensbelang
Het woord pastoraat of zielszorg komt niet letterlijk in de Bijbel voor. Toch vinden we verschillende pastorale momenten terug in de Bijbel. De zielszorg van God voor de mensen vinden we in het Oude Testament vaak uitgebeeld door de profeten en in het Nieuwe Testament door de zorg van Christus. De Heere zag het volk van Israël als verstrooide schapen, die geen herder hadden (1 Koningen 22: 17, Ezechiël 34: 5 en 8, Zacharia 10: 2). God Zelf wilde hun Herder zijn, maar beloofde ook verschillende keren de Messias. Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammekens in Zijn armen vergaderen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden (Jesaja 40: 11). De beloofde Herder, de Heere Jezus, was op aarde Pastor op een volmaakte manier. Hij was de goede Herder Die, als Hij de schare zag, met innerlijke ontferming bewogen werd over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen die geen herder hebben (Mattheüs 9: 36). Zo pastoraal als Jezus was, was nooit iemand voor Hem geweest en zal ook nooit iemand na Hem zijn. Het gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de Jakobsbron is misschien wel het mooiste voorbeeld van een pastoraal gesprek in de Bijbel.
Jezus' zorg voor zondaarszielen ging zelfs zo ver, dat Hij Zijn leven gaf voor de schapen (Johannes 10: 11). En straks, als Hij terugkomt, zullen alle volken voor Hem vergaderd worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt (Mattheüs 25: 32). Zie je dat pastorale zorg ook jou raakt? Het is zelfs van levensbelang.
Pastorale zorg vindt plaats binnen de kring van de gemeente. De vraag is alleen, door wie? Doordat er tot nu toe steeds over pastor en over herder is gesproken, lijkt het net of het (jongeren)pastoraat alleen toebehoort aan de dominee of de ouderling.
Letterlijk genomen is dat misschien wel zo. De nood van ouderen en gezinnen komt in de praktijk veelal bij een ambtsdrager terecht. Bij jongeren ligt dat soms - misschien wel vaak? - anders. De mogelijkheden om met een ambtsdrager in contact te komen lijken vaak minder dan om met een voorzitter van de JeV of met een leidinggevende van de club te praten. Dat laatste gebeurt ook regelmatig: pastoraat in bredere zin.
Het is fijn wanneer je als jongere merkt, dat zo iemand dan het hart van een herder heeft. Het is ook goed als ambtsdragers en jeugdwerkers de zorg voor de jongeren delen. Leidinggevenden in het jeugdwerk mogen best beseffen, dat jeugdwerk meer is dan 'alleen' op de verenigingsavond zelf paraat zijn. Ook pastoraal kunnen jeugdwerkers veel voor jongeren betekenen.
Jasje
Als jongere kom je op verschillende manieren in aanraking met jongerenpastoraat. De catechisatie is bijvoorbeeld een vorm van pastoraat. Geen zielszorg 'onder vier ogen' natuurlijk, maar een stukje groepspastoraat. Het kan ook aanleiding zijn tot een pastoraal gesprek. Een opmerking waar meer achter zit, het niet geleerd hebben van de vragen, het nauwelijks aanwezig zijn, het zijn allemaal aanknopingspunten voor een persoonlijk gesprek. En je hebt bovendien zelf ook de gelegenheid om een pastor aan z'n jasje te trekken.
Huisbezoek is nog zo'n voorbeeld. Tijdens huisbezoek word je als het goed is aangesproken. Het nadeel van huisbezoek is dat je als jongere, zeker vanaf een jaar of veertien, vaak wat moeite hebt om je te uiten in aanwezigheid van ouders, broers en zussen. Maar het kan wel weer een aanleiding zijn om tot een gesprek onder vier ogen te komen: "Kom eens een keer langs, dan zullen we daar eens samen over doorpraten."
Geen drempel
Toch is voor het pastoraat het persoonlijke gesprek nog altijd het beste. De herder moet daarbij het schaap actief opzoeken. Dat is z'n roeping, juist ook voor die jongeren die niets in zielszorg zien. Zij hebben het misschien wel het meeste nodig.
Maar jij kunt als schaap ook zelf de herder opzoeken. Probeer bij problemen of moeilijkheden contact te leggen met een ambtsdrager of jeugdleider die je kent. Natuurlijk is hij of zij druk en ervaar jij misschien een drempel om voor het eerst aan te kloppen. Uit de interviews met dominee G. J. van Aalst en ouderling/jeugdwerker A. van Setten blijkt dat die drempel er helemaal niet hoeft te zijn. Ambtsdragers en jeugdwerkers staan vaak juist open voor een gesprek met jongeren. Ze zijn tenslotte met jou onderweg. Samen met jou reizen ook zij door de tijd naar de eeuwigheid. Vanuit die gemeenschappelijke basis mag het tot een wederzijds vertrouwen komen. Zij kunnen jouw problemen niet één-twee-drie oplossen. Maar ze kunnen je wel de weg wijzen. Dat is de weg van het Woord en van het gebed. Hopelijk vergaat het je dan net als de Emmaüsgangers, bij wie Jezus Zich voegde en een pastoraal gesprek met hen begon.
Ds. G. J. van Aalst, predikant te Ridderkerk
Hoe legt u contact met jongeren?
Het belangrijkste in het contact met jongeren is je 'uitstraling': ben je uitnodigend of afhoudend? De toon vanaf de kansel en de toon tijdens de catechese zijn daarvoor mede bepalend.
Vorig seizoen heb ik een brief geschreven aan vijftien catechisanten die niet meer kwamen. Ik heb ze uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. De bereidheid om te komen was helaas bedroevend. Ik vraag me zo'n moment af: op welke manier ben ik tekort geschoten? Hoe komt het dat ik ze niet raak, niet aanspreek in de preek? Zelfonderzoek is dan op z'n plaats.
Contact met jongeren moet groeien. Ze moeten weten dat je er ook voor hen bent. Dat het helemaal niet vreemd is om me te bellen en te vragen: "Kan ik u spreken?". Ik mag ook merken dat jongeren me weten te vinden. Dat weet de gemeente meestal niet, ook de kerkenraad niet.
U ervaart dus geen drempels in de communicatie met jongeren?
Nee, niet echt. Het was Gods wonderlijke leiding dat ik zeven jaar schooldecaan ben geweest. De Heere heeft me zo voorbereid op het pastoraat. Op de decanencursussen heb ik geleerd gesprekken met jongeren te voeren en zwijgers aan de praat te krijgen.
Begin eerst over school, over hun werk, zodat ze de spanning wat verliezen. Stel niet te confronterende vragen. Het is helemaal niet erg als er stiltes vallen. Zeg dan bijvooreld: "Denk er maar even over na". Onderdruk de neiging: dan ga ik het maar vol praten..., want dan zeggen ze nóg niets.
Luisteren is het allerbelangrijkste. Geef ook je ogen goed de kost. Ik ga bewust zo zitten dat jongeren me niet aan hoeven te kijken, maar heel goed een andere richting uit kunnen kijken.
Veel ambtsdragers worstelen met het in gesprek gaan met jongeren...
Bij een gesprek zijn er twee betrokken. Eén die jij kent, dat ben je zelf. De ander wil je leren kennen. Als je dan echt in hem bent geïnteresseerd en hij gebruikt de term 'walkman' of 'SMS' en je weet niet wat dat is, dan zeg je dat gewoon. Het is niet erg dat je niet alles weet. Het komt aan op de dingen waarvoor je eigenlijk in gesprek gaat. Ik heb een ziel, jij hebt een ziel. Er is zoveel wat samenbindt, dat de manier van verwoorden geen hinderpaal mag zijn voor het gesprek.
Hoe ervaart u het jongerenpastoraat?
In het echte pastorale gesprek deel je samen het wezenlijke. Daarin mag je als pastor ook je kleinheid laten zien. Je hoeft niet zo zelfverzekerd te zijn, als je maar wel zeker bent van wat de Heere zegt en hoe Hij werkt. Dat is de taak van de pastor.
A. van Setten, ouderling te Zwijndrecht en districtsvoorzitter Zuid-West +16
Wanneer komt u in contact met jongeren?
Met de meeste jongeren kom ik in contact via de catechisatie. Aan het einde van het seizoen nodig ik de hele groep bij mij thuis uit. Zo wil ik ze laten zien dat ze echt bij de gemeente horen. Verder benader ik jongeren zelf actief, door ze aan te spreken bij de kerk of ze op te bellen. Veel jongeren nemen vanuit zichzelf contact met mij op. Dat komt vooral doordat ik nog niet zolang geleden JeV-leider ben geweest.
Jongeren vinden de drempel om naar u toe te stappen dus niet zo hoog?
Nee, gelukkig niet. Als jongeren toch een hoge drempel ervaren om hun problemen te vertellen, vraag ik ze wel eens hun problemen te mailen. Schriftelijk contact is een stuk onpersoonlijker en daardoor gemakkelijker. Het hoge woord is er dan uit. Ik ga echter niet per e-mail hun vragen beantwoorden. Het mailtje of eventueel de brief gebruiken we dan bij het gesprek.
Hoe benadert u jongeren?
Jongeren vragen een specifieke benadering. Ze hebben andere vragen dan volwassenen en zijn anders gevormd. Daar moet je bij aansluiten. Ik probeer tussen de jongeren te gaan staan om ze te begrijpen en hun vragen te herkennen. Wat beheerst ze, hoe leven ze?
Met welke vragen kloppen jongeren bij u aan?
Sommigen hebben vragen over de leer. Vroeger heerste er toch meer een sfeer van 'zo is het'. Nu zijn jongeren veel kritischer. Ze worden hierin ook gevoed door allerlei dingen die ze om zich heen horen. Andere jongeren kunnen de druk van de huidige maatschappij niet aan. Ze moeten presteren, maar kunnen daaraan niet voldoen. Je hebt dan al snel te maken met psychische problemen.
Je moet trouwens wel oppassen dat je geen hulpverlener wordt. Ik wil luisteren, maar als het nodig is verwijs ik door.
Wat is uw eigen ervaring met het jongerenpastoraat?
Jongeren staan op het punt belangrijke keuzes te maken. Ik kan ze daarin richting geven, maar de keus zelf kan ik niet voor hen maken. Dat maakt het jongerenpastoraat aan de ene kant vreselijk moeilijk. Vanuit m'n bewogenheid wil ik ze laten zien dat het leven met de Heere zo goed is. Maar ik kan ze dat niet geven. Dat geeft een spanningsveld. Ik word verdrietig als ik merk dat ik onmachtig ben. Dan blijft alleen het gebed over. Ook als ze niet meer willen praten, want dat komt helaas ook voor.
Aan de andere kant kan het me ook echt blij maken. Als jongeren luisteren, als ze anders naar de dingen gaan kijken of anders gaan denken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002
Daniel | 35 Pagina's