JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Noem het dan Joshua"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Noem het dan Joshua"

Verhaal

10 minuten leestijd

Met een hart vol verdriet - een verdriet dat langzaam maar zeker verdrongen wordt door gevoelens van haat en wraak - kijkt Hassan neer op het dode lichaam van zijn kleine jongen. Hij kreunt van ellende. Nooit zal hij meer de stem van zijn zoontje horen, nooit meer zijn donkere ogen zien schitteren.

Aan de andere kant van het bed zit Sulina, zijn vrouw. Een dichte sluier bedekt haar gebogen hoofd. Door de smalle oogspleet druppen tranen op haar krampachtig ineengevouwen handen. Ze huilt geluidloos, maar haar schokkende schouders zeggen genoeg.

"Sulina, als Ibrahim begraven zal zijn, neem ik wraak."

Er klinkt een ingehouden woede in Hassans stem. Ze kijkt even schichtig op, maar geeft geen antwoord. Hassan verwacht dat ook niet. In gedachten ziet hij het lichaam van de man die zijn kleine jongen vermoordde, doorzeefd met kogels aan zijn voeten liggen. Een uur geleden werd de kleine Ibrahim het Shaare Zedekziekenhuis te Jeruzalem binnengebracht. Hij was aangereden door een Joodse kolonist uit Kiryath Arba, een dorp vlakbij Hebron. Op de kruising, waar enkele dagen geleden Mordechai Lapid en zijn zoon Shalom het leven verloren en drie andere kinderen gewond raakten, gebeurde het. Samen met Ibrahim stond hij te wachten om over te steken. Plotseling rukte Ibrahim zich los en holde het kruispunt op. De kolonist remde uit alle macht, maar kon de kleine jongen niet meer ontwijken. Ibrahim werd gegrepen en tegen het wegdek gesmakt. Daar bleef hij bewegingloos liggen. Als Hassan zover is met zijn gedachten, kreunt hij opnieuw. Zijn handen ballen zich tot vuisten: "Moordenaar!" knerst hij. De doktoren hebben alles gedaan om het leven van de kleine Ibrahim te redden, maar het heeft niet mogen baten.

 

In de Arabische wijk van Hebron is het ongeluk dat Ibrahim overkwam, het gesprek van de dag. De meningen over de toedracht zijn verdeeld. "Hij deed het expres", snerpt een vrouwenstem, "ze moeten die Jood ophangen."

"Het was Hassans schuld", sust een oude vrouw, "hij had beter op hem moeten passen."

"Als ik Hassan was, zou ik het recht in eigen hand nemen", krijst een ander.

"Je zult zien dat die kolonist straks vrijgesproken wordt, let op mijn woorden", komt nummer vier. Het groepje vrouwen dat het afschuwelijke ongeluk bepraat, wordt steeds groter.

Bij de ingang van de wijk staan enkele werkloze Palestijnen druk te gebaren. "Wat was die ziekenauto er gauw hè? Ze dachten zeker dat het om een Jood ging"

"Dat moet je zo niet stellen, Saddam. Kijk maar in de ziekenhuizen, daar maken ze ook geen onderscheid tussen Jood en Arabier." Saddam doet er het zwijgen toe.

"Het zal wel druk zijn op de begrafenis", veronderstelt een jonge kerel.

"Als er maar geen narigheid van komt", zegt een oude Arabier en z'n stem klinkt zorgelijk.

"Ach wat Ahmed, jij ziet altijd leeuwen en beren op de weg. Ik neem in ieder geval een paar flinke stenen mee."

De nadering van enkele Israëlische soldaten doet het groepje mannen wat uiteengaan. Ze laten de militairen zwijgend passeren, maar hun ogen spreken boekdelen.

 

Ook op de scholen wordt het ongeluk druk besproken. Aron Levinson, de zoon van de kolonist die Ibrahim aanreed, is absent. Hij mag deze week niet naar school van zijn vader. "Het is veel te riskant, Aron."

"Ik hoef toch niet door de Arabische wijk, vader."

"Nee, maar een kogel reikt ver, mijn jongen, en het is allang bekend wie jij bent: de zoon van een moordenaar." Hier stokt de stem van Moshe Levinson even.

Opnieuw beleeft hij de afschuwelijke gebeurtenis op het drukke kruispunt. Dat stille figuurtje op de weg. Die anonieme stem uit de toegestroomde menigte: "Moordenaar! Moordenaar!" Wat een toestand, wat een verwarring. Het angstaanjagende geluid van de sirenes van ambulance en politiewagen. Daarna de tijding dat die kleine jongen was gestorven! Ziek van ellende was hij thuisgekomen, begeleid door enkele soldaten. De eerstvolgende dagen zal zijn huis onder bewaking staan, maar daar komt eens een eind aan. Hij zal weer naar zijn werk moeten... en dan? De toekomst is verborgen, maar in zekere zin ook voorspelbaar. Samen met Aron heeft hij voorlopig huisarrest.

Moshe zucht diep. Straks moet hij voorkomen, Hassan ook. Hoe zal dat aflopen? Er gaan geruchten dat de dood van Ibrahim alles te maken heeft met de aanslag op Lapid en zijn kinderen door de islamitische verzetsbeweging Hamas. Een vergeldingsdaad dus. "Jahwe zij ons genadig, Aron."

 

De begrafenis van de kleine Ibrahim is betrekkelijk rustig verlopen. Moshe Levinson is weer aan het werk en Aron gaat weer naar school. Er lijkt niets meer aan de hand. Een maand na het ongeluk worden Hassan en Levinson opgeroepen voor de rechter te verschijnen. De zitting is gauw afgelopen. Levinson treft geen schuld. Hij had niet te hard gereden en de remmen van de auto waren in orde. Knarsetandend van woede is Hassan naar huis gegaan. "Ik kan wachten, Sulina. Al was het een jaar, maar krijgen zal ik hem."

Hassans gezicht is als een donderwolk. Sulina geeft ook nu geen antwoord. Haar verdriet zit zo diep, dat er in haar hart geen plaats is voor haat. Stil gaat ze verder met het bereiden van de maaltijd. Af en toe kijkt ze schuw in Hassans richting. Ze zou hem wil en toeroepen: "O, berust toch in Allah's wil!" Maar ze zwijgt. Hij is immers haar man. "Ibrahim, o Ibrahim", kreunt het diep in haar gewonde hart.

 

De dagen worden weken. Op de Westoever wordt de verhouding tussen Joodse kolonisten en Arabieren steeds meer gespannen. Op hoog niveau wordt er onderhandeld over vrede. Een vrede die tot stand moet komen langs de weg van diplomatieke onderhandelingen. Zo denkt de mens, maar er is maar één weg om echte vrede te verkrijgen! En dat is langs de weg des vredes, de weg die tot God leidt!

 

Hassan heeft werk gevonden in Jeruzalem. Elke dag rijden hij en vele anderen van zijn volk met een bus naar 'de stad van David'. Elke dag passeert hij het kruispunt waar Ibrahim dodelijk verongelukte. In het begin sloot hij zijn ogen en deed ze pas open als de bus die vreselijke plaats voorbij was. Maar alles went en op een gegeven ogenblik is hij het kruispunt voorbij voor hij er erg in heeft.

Leeft de gedachte om wraak te nemen niet meer bij hem? Ja, maar zij heeft een andere vorm gekregen. Er zijn twee dingen gebeurd: Sulina is weer in verwachting èn hij is toegetreden tot de verzetsbeweging Hamas.

"Staar je toch niet blind op die ene Jood. Verspil je tijd niet met plannen te maken hoe je die uit de weg kunt ruimen. Ze moeten er allemaal aan!" Dat was de raad van Saddam die met een paar stenen bij zich naar de begrafenis van de kleine Ibrahim ging. En de vlam van haat, die als het ware nog wat smeulde in Hassans hart is weer opgelaaid. Hij leert met explosieven omgaan, krijgt les in wapenkunde en heeft al gauw door hoe je een bom op afstand kunt laten ontploffen.

 

Ook Moshe Levinson passeert bijna dagelijks de plaats waar hij Ibrahim aanreed. De angst dat Hassan wraak zal nemen, steekt nog vaak genoeg de kop op, maar als er weken en zelfs maanden verlopen zonder dat er iets gebeurt, vervaagt die angst. Als Hassan zich had willen wreken, zou hij nooit zolang wachten.

 

"Hassan, is er iets? Je bent zo stil de laatste tijd."

Met een vragende blik in haar donkere ogen kijkt Sulina haar man aan.

Deze haalt de schouders op. "Er is niets, Sulina".

Maar Hassan liegt. Er is wel degelijk een reden voor zijn veranderd gedrag. Op z'n werk is hij in aanraking gekomen met een Arabier uit Bethlehem. Ze staan samen aan dezelfde machine en hij heeft al heel snel gemerkt dat Omar een christen is. Vol afschuw had hij hem aangekeken.

"Hond", had hij hem toegebeten, "vuile christenhond, zwijg! Ik wil niks met je te maken hebben!"

Omar had niet teruggescholden, maar was vriendelijk gebleven en geholpen waar nodig was, Hassan had geprobeerd om op een andere afdeling te komen, maar dat was niet gelukt. Hij praatte alleen als het hoognodig was met de man naast hem. Toch krijgt hij respect voor de christen uit Bethlehem. Omar legt hem uit waarom christenen alle geweld veroordelen.

"Ook als je meent in je recht te staan, Hassan." In eenvoudige woorden vertelt hij wie Jezus van Nazareth is en waarom Hij op de wereld kwam.

"Jullie kennen Hem als een groot profeet, maar niet als dé Profeet, niet als de Zoon van God."

Het onderwijs van deze vriendelijke christen wordt door God gezegend, het raakt Hassans hart. Jezus, Zaligmaker, Vredevorst! Vooral die laatste naam spreekt hem aan. Hij leeft in twee werelden: de wereld van de Hamas, van de terreur en de wraak. Maar ook in de wereld van Omar: de wereld van vergeving, van vrede, echte vrede.

"Hassan, Jezus is mijn Vrede!"

 

"Dat is dus in orde. Hassan, luister je!? Wat mankeert jou toch de laatste tijd!" Geërgerd kijkt de instructeur hem aan. "Waar zit je met je gedachten! Straks blaas je jezelf op in plaats van de bus!" Hassan kucht even. "Zenuwachtig? Gaat vanzelf wel over als je vrijdag dat mooie vuurwerk ziet."

Ja, Hassan kent zijn opdracht: de bus naar Jeruzalem opblazen. Vrijdag zal Moshe Levinson weten en voelen wat het is je enige zoon te verliezen. Dat er nog tientallen andere mensen gedood zullen worden, is mooi meegenomen, Ah, wat was de vlam van de haat hoog opgelaaid in Hassans hart! Hij werd de beste van de groep, hij leefde om te doden. Maar die vlam is zo goed als uitgeblust. Hij kan de woorden die Omar sprak niet meer kwijt. "Zie dat je die vrede leert kennen, Hassan. Die Vrede, die alle verstand te boven gaat."

 

Precies op tijd vertrekt de bus van de halte bij Kiryath Arba. Aron Levinson is achterin gaan zitten op zijn eigen plaats. Hij zwaait nog even naar z'n vader en laat dan zijn gedachten de vrije loop. Het is een onhoudbare toestand geworden. Na het bloedbad in de moskee, waarbij vele doden vielen, heerst er een gespannen sfeer rond Hebron. Er is sprake van, dat alle kolonisten uit Kiryath Arba hun nederzettingen moeten verlaten. Stel je voor! Weg uit hun dorp. Waar zouden ze naar toe moeten?

Tjonge, wat rijdt die bus hard! Nog twee haltes, dan zijn ze in Bethlehem. Maar waarom stopt ie-nou. O, er moet iemand uit. Als de bus weer optrekt, gaat Aron achterstevoren zitten op z'n knieën. Een vuile plastic tas bolt op door de luchtstroom die de wegrijdende bus veroorzaakt. Er zit kennelijk wat in, want hij waait niet weg. Er is nu niemand meer bij de halte en de weg achter hen is ook leeg. Aron blijft nog even zitten. De plastic zak wordt kleiner en kleiner.

Dan, ineens, een felle steekvlam! Aron geeft een gil van schrik en duikt weg. De luchtdruk slaat de achterruiten stuk. Even lijkt het alsof de chauffeur de macht over het stuur zal verliezen, maar met inspanning van alle krachten kan hij zijn voertuig op de weg houden.

't Is alles gelukkig meegevallen. Er waren enkele lichtgewonden in de bus. Aron had een paar glasscherven in z'n gezicht gekregen, maar kon na behandeld te zijn op eigen kracht naar huis. In de heuvels rond Bethlehem werd een dag later het lichaam van Hassan gevonden. Hij was dood, neergeschoten door zijn eigen mensen, leden van de Hamas. Hij had zijn opdracht niet naar behoren uitgevoerd!

In de zak van zijn jack zat een briefje. "Ik heb met opzet de bom te laat laten ontploffen, in de hoop dat er niemand gedood zou worden. Groet Sulina van me. Zeg haar dat ze veel moet lezen in het boek dat ik van Omar kreeg, het Boek dat vertelt Wie de Vredevorst is. Als er een jongetje geboren wordt, noem het dan Joshua. Hassan"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 2002

Daniel | 34 Pagina's

"Noem het dan Joshua"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 2002

Daniel | 34 Pagina's