Toe aan een nieuwe Bijbelvertaling?
Om de Bijbel te verstaan, is het licht nodig van de Heilige Geest
Het is na het eten. Vader leest hardop voor uit Jesaja 2. Bij het negende vers leest hij: Daar bukt zich de gemene man...' (Jesaja 2: 9). Hier houdt hij even op met lezen en vraagt: Wim, wat betekent: de gemene man! Gemeen is stiekem, vals, geniepig, vader. Dus gemene man zal wel valse man betekenen. Is dat juist...? Bedoelt de Bijbel dat ook? Nee, het is niet juist. Het woordenlijstje achter in de GBS-Bijbel zegt dat 'gemeen' verschillende betekenissen heeft. Hier in Jesaja 2: 9 betekent het 'gewoon'. Gemene man is dus gewone man. Niet de koning, niet de priester, maar een gewone burger van Israël wordt bedoeld. Bijbellezen stuit soms op vragen van taalkundige aard. Wat belangrijk dat we daar bedacht op zijn. Sommige woorden hebben in de loop der tijden een wat andere betekenis gekregen. Het lezen van de Bijbel kan niet zorgvuldig genoeg gebeuren! Ook aan tafel is het belangrijk dat we enigszins begrijpen wat we lezen. De boodschap van de Bijbel is dat voluit waard! De Bijbel is immers het Woord van God!
Statenbijbel
Onder ons wordt de Statenbijbel gebruikt. In de kerk preekt de dominee uit de Statenbijbel. Thuis lezen we daaruit. Op school wordt deze Bijbel gebruikt. Het is goed te begrijpen dat hij wordt gebruikt. De Statenbijbel is een vertaling die zeer nauwkeurig de grondtekst weergeeft. De Synode van Dordrecht (1618-1619) gaf de opdracht dat de vertalers zich zo getrouw mogelijk aan de oorspronkelijke (Hebreeuwse en Griekse) tekst zouden houden. Zo nodig moest men zelfs de eigenaardigheden van de grondtekst in onze taal overbrengen. 'De Griekse en Hebreeuwse tekst moest als het ware, door het Nederlands heen, zichtbaar blijven'.
Het is heel waardevol dat wij deze Bijbelvertaling gebruiken. Ook onze grootouders en overgrootouders lazen en leefden bij deze Bijbel. Door de generaties heen worden zo de allerbelangrijkste dingen doorgegeven en bewaard. Ootmoed, matigheid, vreze des HEEREN, goedertierenheid, ellende, ongerechtigheid zijn begrippen die van generatie op generatie in dezelfde taal en met dezelfde woorden worden doorgegeven. De Bijbelwoorden krijgen zo betekenis door de generaties heen.
Geschiedenis
De Statenvertaling is voor het eerst verschenen in 1637. De vertaling is betrouwbaar en beproefd. Er is in onze kerken, scholen en gezinnen hoofdzakelijk een tweetal edities van de Statenbijbel in gebruik. Het zijn de edities van de uitgeverij Jongbloed en van de GBS. Na zoveel eeuwen maken wij nog steeds graag gebruik van deze vertaling. Overigens zijn er ook wel andere vertalingen verschenen. In 1953 verscheen de zogenoemde Nieuwe Vertaling. In 1977 is de Tukkerbijbel (een enigszins aangepaste versie van de Statenbijbel) verschenen. In de jaren negentig is Het Boek verschenen. Het Boek is trouwens geen vertaling van de Bijbel, maar meer een losse weergave van de oorspronkelijke tekst. Het is geen betrouwbare vertaling. Het geeft de grondtekst vaak niet juist weer. Het Boek kunnen we daarom beter niet gebruiken. Het is belangrijk dat wij nog steeds lezen uit de Statenbijbel. Het Woord van God maakt wijs tot zaligheid. Het is van het grootste belang dat we Gods wil nauwkeurig kennen.
Ontwikkeling
De huidige Statenbijbels wijken taalkundig af van de oorspronkelijke vertaling van 1637. De vierde bede uit het Onze Vader (Mattheüs 6: 11) bijvoorbeeld is in de uitgave van 1637 als volgt: Onf dagelicks Broot geeft ons heden. In de Jongbloed- en GBS-Bijbels staat: Geef ons heden ons dagelijks brood. Het blijkt dat de uitdrukking Geef ons heden verschoven is. Een ander voorbeeld van verschil is te vinden in Genesis 4: 9. In de uitgave van 1637 staat dat Kaïn zegt: Ik en weet het niet... In de huidige uitgaven staat: Ik weet het niet...
Zo zijn er nog veel meer kleine verschillen aan te wijzen tussen de oorspronkelijke uitgave van 1637 en de huidige uitgaven van de Statenbijbel. Op een aantal punten is in de loop der eeuwen de Statenbijbel aangepast. Het gaat hoofdzakelijk om vier zaken:
1. het lettertype is veranderd, de gotische letter werd veranderd in latijnse letters,
2. de spelling is aangepast, bijvoorbeeld: mensch werd mens,
3. de woordschikking is soms aangepast (Mattheüs 6: 11, Titus 3: 10),
4. sommige woorden zijn veranderd, bijvoorbeeld: wijf werd vrouw.
Op deze vier punten wijken de huidige uitgaven van de Statenbijbel enigszins af van de oorspronkelijke uitgave uit 1637. In de negentiende eeuw heeft vooral dr. A. Kuyper 'zich zeer intensief beziggehouden met de problemen rond taal en spelling van de Statenbijbel'. Samen met dr. H. Bavinck en dr. F.L. Rutgers verzorgde hij een aangepaste versie van de Statenbijbel. Deze uitgave is in 1895 verschenen bij de Flakkeesche Boekdrukkerij te Middelharnis. Ook onze Statenbijbel heeft dus in de loop der tijden enige verandering ondergaan. Een echt zuivere Statenbijbel (die van 1637) gebruiken we dus tegenwoordig niet.
Problemen
Het lezen van de Statenbijbel roept soms best problemen op. Er zijn verschillende woorden die in de loop der tijd enige verandering in betekenis hebben ondergaan. Hierbij kan gedacht worden aan woorden als gemeen (Jesaja 2: 9), onnozel (Hebreeën 7: 26), bescheidenheid (Handelingen 24: 4). Dit zijn woorden die wij nu ook nog wel gebruiken, maar die in de loop der tijden een heel andere betekenis hebben gekregen. Onnozel bijvoorbeeld betekent nu zoiets als dom, simpel. Vroeger betekende dit woord onschuldig. Een duidelijk verschil dus.
Ook zijn er verschillende woorden in de Statenbijbel die wij nu niet meer gebruiken. Dat zijn bijvoorbeeld woorden zoals: krank (Genesis 48: 1), verzenen (Genesis 3: 15), bagge (Spreuken 11: 22). Het woord bagge betekende vroeger kostbare ring. Wij gebruiken dat woord nu niet meer en het zou natuurlijk raar klinken als wij tegen iemand zouden zeggen wat heb jij een mooie bagge aan je vinger. Ook op dit punt zijn er dus veranderingen in de taal.
Er zijn in de huidige edities van de Statenbijbel best enige taalkundige problemen. Alles bij elkaar gaat het om ongeveer tweehonderd woorden. De GBS heeft dit probleem duidelijk herkend. Achter in de GBS-Bijbel staat daarom een lijstje met moeilijke woorden. Ruim tweehonderd woorden. Ook zijn er soms wel eens wat vragen bij bepaalde zinsconstructies. In de kanttekeningen wordt daar soms op gewezen.
Aanpassen
Hoe moeten we met deze, overigens geringe, taalkundige problemen omgaan? Er zijn verschillende mensen die de Statenbijbel grondig willen herzien. Er is vanuit de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde kerk een stichting opgericht die streeft naar een geheel herziene Statenvertaling. Ook is er een commissie benoemd die zich met de herziening van de Statenbijbel bezig houdt. Vanuit de kerken zijn verschillende mensen bij dit initiatief betrokken. Het is de bedoeling dat er medio 2004 een eerste deel van de herziene Statenbijbel zal verschijnen. In deze herziene Statenbijbel zal het taaleigen en de vorm van de Statenbijbel worden aangepast. De commissie wil de huidige Statenbijbel dus grondig bewerken en aanpassen. Taalkundigen zullen zich hiermee bezighouden. De commissie vindt dat er een toenemende vervreemding van het taaleigen van de Statenbijbel optreedt. Vooral jongeren zouden de Statenbijbel veel te moeilijk vinden. De geweldige toename van het gebruik van Het Boek zou dat duidelijk maken. In ieder geval ziet de commissie voldoende redenen om de huidige Statenbijbel heel grondig te herschrijven. De bedoeling van de herziening is dat mensen de Bijbelse boodschap weer beter gaan begrijpen. Hoe moeten we dit nieuwe initiatief bezien? Is het waardevol... Hebben we een geheel herziene Statenbijbel echt nodig?
Beoordeling
De herziening van de Statenbijbel is niet helemaal nieuw. In de loop der tijden is de Statenbijbel wel meer enigszins aangepast. Ook zijn er natuurlijk in de huidige Bijbels best woorden en zinnen die niet direct duidelijk zijn. Er zijn enkele taalkundige problemen. Soms moet er wel eens iets worden uitgelegd. Reeds de statenvertalers hadden daar al aan gedacht. Zij waren van oordeel dat de Bijbel eigenlijk niet moet worden gelezen zonder de kanttekeningen. Ook moeten we onze ogen maar niet sluiten voor sommige woorden die thans niet meer gebruikt worden. In dat opzicht is er dus best een waarheidselement in de overwegingen van de commissie. Toch zou ik niet voor een geheel herziene versie van de Statenbijbel willen pleiten. De taalkundige bezwaren lijken mij niet zo groot dat dit nu echt nodig is. Is het niet wat raar om voor ongeveer tweehonderd woorden de hele Statenbijbel te herzien? Is het nu werkelijk nodig om daarvoor zoveel overhoop te halen? En bovendien: huis des Heeren. Dat is taalkundig een beetje verouderd, maar iedereen begrijpt toch wel dat daarmee bedoeld wordt: huis van de Heere.
Boodschap
Het herzien van de Statenbijbel kan ook de gedachte oproepen dat de Bijbelse boodschap eenvoudig en simpel in onze taal van 2002 valt weer te geven. Uiteraard mogen we proberen, met behoud van de heiligheid en de hoogheid van het Woord van God, de oorspronkelijke tekst eenvoudig weer te geven. Het Bijbelboek Genesis bijvoorbeeld is in de Statenbijbel eenvoudig en betrouwbaar vertaald. Bij de profetieën en bij de brieven ligt dat echter heel anders. Daar worden in de oorspronkelijke tekst woorden en begrippen gebruikt die zich niet eenvoudig en simpel laten weergeven. Dat komt ook duidelijk in de Statenbijbel naar voren. De Romeinenbrief bijvoorbeeld kent een taaleigen dat inspanning en overweging vraagt. De begrippen en de zinnen moeten, om begrepen en verstaan te worden, gelezen en herlezen worden. Uit geloof tot geloof (Romeinen 1: 17) is een letterlijke vertaling van het oorspronkelijke Grieks. Er is echter uitleg en inzicht voor nodig om de betekenis ervan te verstaan. En dergelijke leesmoeilijkheden, die in de boodschap zelf opgesloten liggen, zijn niet op te lossen met herziene vertalingen. Daar zijn kanttekeningen en uitleg voor nodig. Laten we niet vergeten, ook niet als we jong zijn, dat we uitleg nodig hebben bij de Bijbel. Laten we bovenal niet vergeten persoonlijk en regelmatig in de Bijbel te lezen. Onderzoekt de Schriften...
Praktijk
Onlangs hebben we in ons gezin aan tafel het Bijbelboek Exodus gelezen. Het bleek dat onze kinderen (allemaal kinderen van de basis- en middelbare school) hooguit enkele tientallen woorden (het woordje berd bijvoorbeeld) niet goed begrepen. Maar verder was er in dat Bijbelboek geen echte taalkundige onduidelijkheid te vinden. De taal is wellicht wat verheven en soms iets verouderd, maar onduidelijk is de taal niet. Iets anders is het als aan tafel een hoofdstuk uit de brieven van Paulus wordt gelezen. Dan is eigenlijk van tekst tot tekst een toelichting en uitleg nodig. Niet zozeer een taalkundige uitleg, maar een uitleg van begrippen en gedachten. De Statenvertalers hadden dat al begrepen. De meeste en de langste kanttekeningen staan bij de teksten in de brieven van Paulus. Daar wringt wellicht ook vandaag de schoen. De woorden van de Statenbijbel echter zijn, een enkele uitzondering daargelaten, gewoon begrijpelijk Nederlands. En voor die enkele woordjes is toch ook wel een goede oplossing te vinden. Het lijkt mij veel belangrijker dat in de gezinnen, op school en op de catechisatie en de verenigingen de woorden en de taal van de Statenbijbel wordt uitgelegd. Daar is heel veel voor te zeggen. Ook is het goed als de kanttekeningen worden geraadpleegd. De ouders hebben bij de doop beloofd dat ze de kinderen zullen opvoeden in de voorzeide leer. Wat is er nu beter en nuttiger om bijvoorbeeld aan tafel te vragen of de betekenis van de Bijbelwoorden ook wordt begrepen. Op deze wijze wordt het gesprek over de dingen van de Bijbel bevorderd. Bovendien kan het gebruik van de Statenbijbel het besef aanleren dat het in Gods Woord om iets anders gaat dan om de woorden van de krant en de jeugdcultuur. In de Bijbel horen we God spreken. En dat mag best doorklinken in de taal en de woorden die gebruikt worden. Eerbied en geheiligd taalgebruik zijn belangrijk.
Geestelijk
Toch blijft er in het verstaan van de Bijbel altijd een kloof. Die kloof is niet in de eerste plaats taalkundig. Daar valt trouwens ook best wat aan te doen. De kloof tussen ons denken en de Statenvertaling is voor een gedeelte cultureel bepaald, maar ten diepste geestelijk van aard. Onze huidige cultuur is zo anders dan de zeventiende eeuw. In de zeventiende eeuw werden de dingen heel duidelijk religieus geduid. De opstand tegen Spanje was een religiekrijg. De samenleving werd gestempeld door een duidelijk Godsbesef. In onze tijd echter overheerst het materialisme. Het eeuwigheidbesef is bijna helemaal weg uit onze samenleving. Daardoor wordt het begrip van de Bijbelse boodschap heel erg belemmerd. Ook onder ons! Ten diepste echter ligt een grote geestelijke kloof tussen ons en de boodschap van de Bijbel. Door de zonde zijn wij verblinde mensen. Wij verstaan niet de dingen die des Geestes Gods zijn. En hoewel de Bijbel duidelijk is over de belangrijke dingen als bekering, wedergeboorte, behoud, zaligheid en geloof, kunnen wij die zaken met ons natuurlijke verstand niet bevatten. Wij hebben de werking van Gods Geest nodig. Om de Bijbel te verstaan is het licht nodig van de Heilige Geest. En het is die Geest die leert dat Gods Woord de Waarheid is. Wat is de krachtige werking van de Heilige Geest nodig. Laten we daarom bidden. Het is ook die Geest die doet zingen:
Ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar woord;
Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 2002
Daniel | 30 Pagina's