De enige Zaligmaker
Ds. M. Karens: Geloof in Jezus Christus is kernbelijdennis
De Apostolische GeloofsbelijdenisOeroud zijn ze en van grote helderheid en kracht. Of men nu Grieks-orthodox is, koptisch of calvinistisch, ieder houdt de Twaalf Artikelen des geloofs in ere. Maar hoe vaak staan we bij deze kernpunten van het geloof werkelijk stil? En wat hebben we persoonlijk van de rijke inhoud ervan ervaren? In Daniël denken we over elk van de twaalf artikelen na door middel van interviews met predikanten. Ds. M. Karens over het tweede artikel.
In onze tijd wordt alles gerelativeerd. 'Geloof jij dat dat waar is? Ik zie dat heel anders'. Maar het geloof in Jezus Christus is op geen enkele manier te relativeren. Ds. M. Karens: "Van dat geloof hangt de zaligheid af". Een interview met de Werkendamse predikant over het tweede van de Twaalf Artikelen: '...en in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere'.
De Apostolische Geloofsbelijdenis is de hoofdsom van het Evangelie. Samen vormen deze twaalf artikelen de kern van het algemeen, ongetwijfeld, christelijk geloof. Alle artikelen zijn van belang, maar in artikel 2 vinden we toch wel een kernbelijdenis. "Het geloof in Christus is het hart van het christelijk geloof. De christologie vormt dan ook het middelpunt van de geloofsleer", stelt ds. M. Karens, predikant van de Gereformeerde Gemeente van Werkendam. "Buiten deze Zaligmaker is er bij niemand enige zaligheid te zoeken of te vinden. Heel helder wordt dat uitgedrukt in Handelingen 4: 12 En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden."
In de Twaalf Artikelen heet God de Vader: de Schepper. Toch staat er in Hebreeën 1: 2 dat Hij de wereld dóór Zijn Zoon gemaakt heeft.
"De schepping van hemel en aarde is het werk van de drie-enige God. En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis (Genesis 1: 26). God de Vader is in het bijzonder het werk van de schepping toegeschreven. Maar Hij werkt niet buiten de Zoon en de Heilige Geest. Christus is ook de Schepper!
De apostel Paulus betuigt in Hebreeën 1: 2 dat Jezus Christus niet alleen de Zoon van God is, maar ook de Erfgenaam van alle dingen. Dit recht heeft de Zoon van God niet alleen omdat Hij alles geschapen heeft, maar ook omdat Hij door de Vader van eeuwigheid tot Middelaar is uitverkoren.
Zo worden in dit vers twee zaken genoemd uit het leven van de Zoon. Hij is Degene door Wie God de wereld (letterlijk de werelden of de eeuwen, dat is: de wereld met alles wat daarin is) schiep en Hij is door Zijn verhoging tot Koning over alle dingen gesteld."
De Jehova's Getuigen hebben moeite met de Godheid van Christus. Een zoon is altijd minder dan een vader, stellen zij.
"De Jehova's Getuigen ontkennen ten stelligste de belijdenis van de drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als de drie-enige God. Ze noemen deze belijdenis dè zondeval van het christendom. Christus is niet van eeuwigheid de Zoon van God, maar een geschapen individu. Hij is onder Jehova God de grootste persoonlijkheid van het heelal.
De stelling dat een zoon altijd minder is dan een vader gaat voor de drie-enige God niet op.
De Bijbel leert ons dat Christus de eeuwige Zoon van God is. De Zoon, Die alle eigenschappen van de Vader bezit. Hij is net zo eeuwig als de Vader. Zo almachtig als de Vader. Zo alwetend als de Vader. De geloofsbelijdenis van Athanasius zegt: In deze drieheid is niet eerst of laatst; niet meest of minst, maar de ganse drie personen hebben gelijke eeuwigheid en zijn elkaar alleszins gelijk.
De Heere Jezus zegt over Zijn verhouding met de Vader: Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelven (Johannes 5: 26).
De belijdenis van de Godheid van Christus is alle eeuwen door ontkend en bestreden. De Jehova's Getuigen gaan daarmee in het voetspoor van Arius, Samosatenus en Socinus.
Helder belijdt ook Guido de Brès: Wij geloven dat Jezus Christus naar Zijn goddelijke natuur de eniggeboren Zone Gods is, van eeuwigheid geboren; niet gemaakt, noch geschapen (want alzo zou Hij een schepsel zijn), maar eenswezens met de Vader, mede-eeuwig, het uitgedrukte beeld der zelfstandigheid des Vaders en het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, Hem in alles gelijk zijnde.
Is de belijdenis van de Godheid van Christus van zo'n groot belang? Ja, van fundamenteel belang! Hiermee staat of valt de verlossing van de Kerk. De beslissende vraag voor ons allemaal is dan ook: Wie zegt gij dat Ik ben? Wat dunkt u van de Christus? Zalig die de geloofsbelijdenis van Simon Bar-Jona met zijn hart mag nazeggen: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods (Mattheüs 16: 16).
Waarom worden de namen Jezus en Christus hier in één adem genoemd?
"Deze namen horen onafscheidelijk bij elkaar. Ook in de brieven van Paulus wordt steeds gesproken over Jezus Christus of Christus Jezus. Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus (1 Timotheüs 2: 5).
Hij heet Jezus en Hij is Christus. Jezus is de persoonsnaam en Christus is Zijn ambtsnaam.
De belijdenis geeft daarmee in één adem aan dat Hij de gezalfde Zaligmaker is!
De naam Jezus is door Zijn Vader gegeven. Door de engel Gabriël aan Maria en Jozef bekendgemaakt. En zij zal een Zoon baren en gij zult Zijn Naam heten Jezus; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden (Mattheüs 1: 21).
Deze Jezus is de Christus. De beloofde Messias. De Gezalfde. Jezus is gezalfd tot de hoogste Profeet en Leraar, tot de enige Hogepriester en tot de eeuwige Koning.
Hoe nodig is het dat deze namen waarde krijgen in ons leven. Ds. Hellenbroek zegt in zijn vragenboekje: Waarin moet de Middelaar gekend worden? Dan is het antwoord onder andere: in Zijn Namen.
Wat ligt er een rijkdom in deze twee namen. Voor wie? Voor rampzaligen. Mensen, die reddeloos verloren liggen. Die nooit meer zalig kunnen worden. Gods kinderen zullen de drie-enige God eeuwig danken voor deze twee namen. De Vader, Die deze namen wilde geven. De Zoon, Die deze namen wilde dragen. De Heilige Geest, Die deze namen wilde openbaren en verklaren in hun hart."
Wat is het gevaar van het teveel benadrukken van ofwel de Godheid ofwel de mensheid van Christus?
"Wij geloven dat de Middelaar waarachtig God en waarachtig en rechtvaardig mens is in één Persoon. Deze vereniging van de goddelijke en de menselijke natuur in Christus gaat al ons spreken en denken te boven. En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees (1 Timotheüs 3 :16a).
In de geschiedenis van de christelijke kerk is een langdurige strijd geweest over de twee naturen van Christus. Soms werd de waarachtige Godheid van Christus verdedigd, maar deed men tekort aan zijn waarachtige mensheid.
Het concilie van Chalcedon (451) heeft het geheim van de eenheid van de beide naturen van Christus gehandhaafd. Men stelde dat de twee naturen van Christus in één persoon zijn onvermengd en onveranderd, maar ook ongedeeld en ongescheiden.
We moeten steeds bedenken dat zowel aan het God-zijn als aan het mens-zijn van Christus ten volle recht moet worden gedaan. Het één is nooit in mindering te brengen op het ander. Het Woord is vlees geworden! Het 'waarachtig God' is naast het 'waarachtig mens' van beslissende betekenis voor het werk van Christus. De zaligheid hangt ervan af!
Bij een eenzijdig benadrukken van de mensheid wordt Hij meer gezien als een Voorbeeld. Als een van de grootste Leermeesters van de mensheid. Het spreekt velen in de moderne theologie aan als Jezus getekend wordt als de mens, in wie God zijn medelijden met ons mensen en met deze wereld gestalte gaf.
Zo wordt vergeten dat Zijn Godheid noodzakelijk is om de last van de toorn Gods te kunnen dragen en de gerechtigheid en het leven te kunnen verwerven en weder te geven.
Bij een uit het oog verliezen van Zijn ware mensheid wordt de troost voor een kind van God ontnomen dat Hij hen in alles gelijk is geworden, uitgenomen de zonden. Hij was echt mens zoals zij. Hij kende vermoeidheid. Hij leed honger en dorst. Hij was blij, maar ook verontwaardigd en bedroefd. Hij was dodelijk beangst en heeft Zich door God en mensen verlaten gevoeld. Zo is Zijn echt mens-zijn tot troost voor Zijn Kerk."
De Heidefbergse Catechismus waarschuwt ervoor onze zaligheid alleen bij Jezus Christus en niet bij de heiligen te zoeken. Wij protestanten doen dat toch niet?
"De waarschuwing van de Catechismus betreft in het bijzonder de roomsen. Zij zoeken hun zaligheid bij de heiligen (Maria, de apostelen en anderen), bij zichzelf (door goede werken) of ergens anders (bedevaartsplaatsen of aflaten).
Het volgende citaat spreekt hiervan: Het bloed van Jezus en de tranen van Maria zijn naar Gods raadsbesluit het bad der wedergeboorte voor de door de zonde van de voorouders gevallen mensheid. Zö staat Maria als medeverlosser naast Christus. Als voorspreekster voor zondaren.
Toch moeten ook wij de waarschuwing van de Catechismus ter harte nemen. Ook wij zoeken de zaligheid zo op plaatsen waar die niet te vinden is. Er wordt zoveel zaligheid gezocht bij anderen, bijvoorbeeld bij Gods kinderen of knechten.
Onze vraag mag wel zijn: waar zoeken wij onze zaligheid? Of zoek je misschien helemaal geen zaligheid, geen verlossing? Leef je alleen voor het hier en nu? Ben je een vreemdeling van God en je hart? Ik mis God niet. Ik heb geen last van mijn zondeschuld. Ik weet niet hoe rampzalig ik ben. Daarom zoek ik geen zaligheid.
Smeek toch veel of de Heilige Geest door het Woord je de rampzalige staat laat zien en gevoelen! Opdat je levensvraag zou worden: Wat moet ik doen opdat ik zalig worde? (Handelingen 16: 30b). Het antwoord op deze zielenvraag mogen Paulus en Silas geven: En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden.
Athanasius zegt in artikel 17 van zijn belijdenis: Alzo is de Vader Heere, de Zoon Heere, de Heilige Geest Heere. Waarom wordt in de twaalf artikelen de benaming Heere vooral voor Jezus gebruikt?
"We moeten daarbij bedenken: Christus is als de Zoon van God eenswezens met de Vader en de Heilige Geest en als zodanig is Hij Heere (Adonai) over alles wat bestaat. Zo wordt het bedoeld door Athanasius.
In de Twaalf Artikelen wordt echter gesproken over het Heere zijn als Middelaar. Petrus zegt met veel nadruk op de Pinksterdag: Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus Dien gij gekruist hebt (Handelingen 2: 36). En bij Cornelius preekt dezelfde apostel: Dit is het Woord dat Hij gezonden heeft den kinderen Israëls, verkondigende vrede door Jezus Christus: Deze is een Heere van allen (Handelingen 10: 36).
Jezus Christus is de Heere! De Kurios. Deze naam wijst op de wettige Eigenaar. Door Zijn verzoenend lijden en sterven en door Zijn opstanding en hemelvaart is Hij de Kurios geworden. Zo mocht Thomas na Pasen door het geloof belijden: Mijn Heere en mijn God! Hij is mijn rechtmatige Eigenaar en Bezitter. Hij kocht mij vrij met Zijn dierbaar bloed. Hij betaalde de losprijs. Hij verloste mij uit de heerschappij van de duivel. Zo werd ik Zijn eigendom en werd Hij mijn Heere.
De benaming wordt dus voor Hem gebruikt omdat Hij de Zijnen met lichaam en ziel van al hun zonden, niet met zilver of met goud, maar met Zijn dierbaar bloed gekocht en van alle heerschappij des duivels verlost heeft en hen alzo Zich tot een eigendom gemaakt (H.C. vraag 34). Deze naam leert ons: je moet van eigenaar veranderen. Je moet verlost worden uit de heerschappij van de duivel. Ware vrijheid is: het eigendom te zijn van deze Heere!
En niemand kan zeggen Jezus den Heere te zijn, dan door den Heilige Geest (1 Korinthe 12: 3b).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 2002
Daniel | 30 Pagina's