Het waarschuwende stemmetje van binnen
Gewetensvorming in het gezin
"Mijnheer, ik zal alles, alles eerlijk vertellen", zei Annemiek, die ik op school bij me had geroepen omdat ze een les had gemist En ze vertelde. Verhalen, die ik helemaal niet had verwacht. Een lange lijst, allerminst onschuldige vergrijpen en gebeurtenissen in haar leven... Toen ze stopte zou de bus bijna vertrekken.
"Meid, wat dapper om dit allemaal te vertellen. Ik schrik er wel van... Ga nu maar naar huis. Om alles ook met je ouders te bespreken. Morgenochtend verwacht ik je weer, om verder te praten..." De volgende morgen stond ze me al op te wachten. Op mijn vraag hoe het gisteren was gegaan, antwoordde ze: "Ik heb thuis eerst de Heere gedankt."
"Gedankt???"
"Ja, want ik ben zo blij dat ik eindelijk alles heb durven vertellen wat ik verkeerd heb gedaan..."
Het geweten: wat is dat?
Het Latijnse woord voor geweten is conscientia. Dit woord betekent letterlijk 'samen-weten'. Als ons geweten spreekt, weten we iets samen met onszelf. Dit woord kreeg in het bijzonder de betekenis van 'schuld-bewust zijn'. Bijvoorbeeld Romeinen 2: 14 en IS. Als de heidenen tegen die ontvangen kennis handelen, gaat hun geweten (in de Latijnse Bijbelvertaling: conscientia) mede-getuigen! Het geweten gaat spreken. We weten samen met onszelf dat we schuldig staan aan een overtreding van een bekende norm. Ons geweten klaagt ons aan.
Het geweten in Bijbels licht
In het Paradijs sprak ons geweten, tot het moment van de val, niet als een beschuldigend, veroordelend geweten. Het getuigde wel! Adam en Eva wisten dat zij in een goede verhouding stonden met God. Tegenover het goede stond toen geen kwaad. Door de ontzettende werkelijkheid van de zondeval begon het geweten van de eerste mensen aan te klagen: Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar dat zij naakt waren (Genesis 3: 7). Adam en Eva weten en erkennen dat zij kwaad hebben gedaan. Dat is het innerlijke getuigenis van hun consciëntie.
Van een aanklagend geweten lezen we ook bij David. Davids hart sloeg hem, nadat hij het volk had geteld.
Soms zeggen ouders tegen hun kinderen dat het geweten, het stemmetje van binnen, Gods stem is. Ik las van een jongetje wat vertelde dat hij zijn konijn met een stok wilde slaan. Maar plotseling was daar een stem van binnen: "STOP, dat is niet goed". Zijn moeder zei toen: "Dat is Gods stem, je geweten".
Het is de vraag of je dat zo kunt zeggen. Elk kind weet van dat waarschuwende stemmetje van binnen. Maar dat stemmetje spreekt zoals het is gevormd. We zagen al dat alle mensen een geweten hebben. Maar de inhoud is verschillend. Primitieve stammen op West-lrian hebben een aanklagend geweten, als ze hun gedode vijand niet opeten.
Sommige (jonge) mensen, menen dat het geweten een onfeilbaar kompas is, waarmee het levensschip in de juiste koers kan worden gehouden. "Doe niet zo moeilijk, ik kan dat goed met mijn geweten rijmen...". Gods Woord leert dat ons geweten niet altijd zuiver oordeelt. Paulus zegt: Ik meende waarlijk bij mijzelven, dat ik tegen den Naam van Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen moest doen (Handelingen 26: 9, zie ook Johannes 16: 2). Er zijn mensen met een teer geweten, een ruim geweten, een toegeschroeid geweten. Uit dat laatste blijkt dat een geweten ook veranderbaar is. Je kunt door tegen je geweten in te gaan (het stemmetje het zwijgen op te leggen) je geweten verruimen. Je kunt je hart verharden.
Dat het Gods genade is dat mensen een geweten hebben, zal duidelijk zijn. Zeker als we om ons heen zien wat het effect is van het overboord zetten van normen en waarden in onze maatschappij.
Normen en waarden mogen weer
Zelfs onze minister-president hamert op het belang van normen en waarden. Nog niet zo lang geleden werd het overdragen van normen en waarden aan jongeren als indoctrinatie beschouwd.
Er zal in onze samenleving verschillend gedacht worden over de inhoud van die normen en waarden. Maar het feit dat er aandacht voor is, is positief. In deze Daniël-opvoedingskatern willen we een praktische bijdrage leveren aan het overdragen van christelijke normen en waarden aan jongeren.
Onze normen en waarden zijn ontleend aan de Bijbel, waarbij de tien geboden centraal staan. Het overdragen ervan heeft alles te maken met gewetensvorming. Het geweten is bij mensen ingeschapen, maar dat geldt niet voor de inhoud. Die wordt vooral gevormd door de normen en waarden die met name in de jonge levensjaren worden bijgebracht. Mozes spreekt in Deuteronomium 6 over 'inscherpen'. Inscherpen doe je in hard en weerbarstig materiaal. Het gaat niet vanzelf, het kost moeite, maar als het er eenmaal in staat, gaat het er niet zomaar meer uit.
We hebben de harten van jongeren niet mee als het gaat over Bijbelse normen en waarden. Er is niet één kind dat van nature naar God vraagt. Ook in kinderharten woont de zonde. Maar kinderharten zijn wel gevoelig, voelbaar voor indrukken. Daar mogen we goed gebruik van maken. In afhankelijkheid van de werking van de Heilige Geest.
In deze katern gaat het om de praktijk van de gewetensvorming. We willen (jonge) ouders hiermee een steuntje bieden. Maar ook voor jongeren die voor het huwelijk staan, is het van groot belang om samen te praten over de taak waarvoor zij, als de Heere het geeft, in de toekomst komen te staan.
Gewetensvorming kan niet bestaan zonder het gebed. Wie zelf denkt het geweten van jongeren te kunnen vormen heeft geen behoefte aan het gebed. Maar wie zijn onmacht ervaart, zoekt hulp en leiding bij God. Verootmoediging en schuldbesef, maar ook dankbaarheid voor zegeningen, kan diepe indruk bij jongeren nalaten. Al zeggen ze dat niet direct, maar soms jaren later. Daarin ligt het diepe geheim van de opvoeding in de vreze des Heeren.
J. Leune
De vorming van het geweten
De vorming van het geweten is een belangrijk element in de opvoeding. Professor Kohnstam, een bekend pedagoog, stelt dat de hele opvoeding gewetensvorming is. Door de overdracht van normen en waarden door opvoeders aan kinderen en jongeren op weg naar de volwassenheid, wordt het geweten gevormd. In het kinderleven is het nodig dat er regels en afspraken, geboden en verboden aan de kinderen worden aangereikt. Deze normen en waarden ontlenen we aan Gods Woord en Zijn geboden (Romeinen 7: 7).
Bijbelse gewetensvorming is onmogelijk zonder onderwijs in de wet des Heeren. De inhoud van Gods wet moet van kindsaf op een liefdevolle wijze aan het kinderhart worden gelegd.
Mijn jongen, mijn meisje, wij moeten God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Wij vloeken niet. Niet allereerst omdat mama dat niet wil, maar vooral omdat God het geboden heeft! Wij stelen niet. Want als je steelt, zeg je eigenlijk dat God niet bestaat (voor jou). Want je zou niet willen dat de mensen het zien, maar dat God het ziet, is niet belangrijk?
Daarbij is het belangrijk dat we onze kinderen leren dat hartelijke, persoonlijke kennis van zonde en schuld niet gewerkt wordt door het geweten, maar door de wet. De Heilige Geest maakt gebruik van de gewetensvorming in de jeugdjaren om te verootmoedigen.
Daarom is gewetensvorming zo belangrijk in de godsdienstige opvoeding. Spurgeon zegt dat kinderen moeten leren inzien, welk een groot kwaad de zonde is. Heel concreet en kinderlijk te bevatten. Dat kan bij onze Jan van zes jaar bijvoorbeeld de zonde van liegen en oneerlijkheid zijn. Bij Kees van elf jaar de zonde van brutaliteit. Of bij Anneke de zonde van de hoogmoed.
Bij de ontwikkeling van het geweten moeten we handelen overeenkomstig de ontwikkelingsfase van ons kind. Bij kleine kinderen is bijvoorbeeld de identificatie van groot belang.
De beminde persoon heeft een geweldige invloed in het leven van een kind.
Rond het tiende levensjaar speelt de ervaring van de stem in onszelf sterk. Tieners kunnen een populaire volwassene soms idealiseren en er een idool van maken. De verantwoordelijkheid voor de invloed van opvoeders naar kinderen is groot. Zij worden nagepraat en nagedaan...
De praktijk van de gewetensvorming
Een groot deel van het overdragen van normen en waarden gebeurt uit gewoonte en vindt onbewust plaats. Bijvoorbeeld de wijze waarop wij als ouders leven. En daarmee onze kinderen voorleven. Ik schets enkele mogelijkheden om dit te verduidelijken.
Het goede voorbeeld
De tien geboden moeten de kinderen en jongeren worden voorgelezen en voorgehouden in gesprekken. Maar in het leven van de opvoeder ziet het kind waar het in de tien geboden over gaat! Voorlezen en voorleven!
Onze woorden, gebaren, daden, maar ook onze (motieven voor bepaalde) keuzes, nemen kinderen over. Daar zijn ze zeer op gespitst. Een kloof tussen leer en leven heeft dikwijls funeste gevolgen voor de godsdienstige ontwikkeling bij kinderen. Uit een onderzoek bleek, dat niet wat de identificatiefiguur zegt, maar wat hij of zij doet bepalend is voor de geloofsoverdracht. Hoe belangrijk is dat we doen wat we zeggen. De voorbeelden liggen voor het oprapen.
Natuurlijk vertel je thuis dat kinderen altijd eerlijk moeten zijn en niet mogen liegen. Tegelijk stimuleer je ze om zonder geldig plaatsbewijs met de schoolbus mee te rijden? Of grinnik je om het verhaal van je zoon, die van de caissière te veel wisselgeld terugkreeg? Je meldt je dochter ziek, terwijl je er als gezin een dagje tussen uit gaat?
Op die manier doe je ook aan gewetensvorming...
Regels
Naast het (onbewust) voorleven, is er de bewuste godsdienstige opvoeding, zoals gesprekken, raadgevingen, vermaningen en dergelijke.
Het is goed dat kinderen leren dat er regels zijn om je aan te houden. Te weinig regels leidt tot onbeleefd, onordelijk en ongestructureerd gedrag. Erger nog, dikwijls ook tot verlies aan respect voor de opvoeder(s). Maar te veel regels vormen niet. Een kind kan zo worden ingesnoerd in een harnas van geboden en verboden, dat het kindergeweten niet meer spreekt, maar blokkeert! Of de kinderen bedenken veel slims om onder al die geboden en verboden uit te komen.
Een goed evenwicht tussen te veel en te weinig regels is uiterst belangrijk! Gewetensvorming vraagt oefenruimte om de gestelde normen in praktijk te brengen.
Marieke van twee jaar weet bijvoorbeeld echt niet dat het pakken van een koekje uit de kast niet mag. Je zult haar moeten leren dat moeder het wel mag, maar Marieke niet. Vervolgens moet Marieke leren om eerlijk antwoord te geven. Ze zegt rustig: "Nee, leke niet gedaan". Terwijl de koekkruimels om haar mond zitten. Zo leren we ze stapje voor stapje wat wel en niet mag, wat het verschil is tussen liegen en de waarheid spreken.
Godsdienstige opvoeding mag nooit alleen zijn: je mag niet dit en je mag niet dat... Daar staat als het goed is ook iets waardevols tegenover. Laat bij de vorming van de gewetens van onze kinderen, toch ook de rijkdom van het leven naar geboden van de Heere doorklinken.
Nadenken over de gezinspraktijk
Het is vakantie. Omdat het regent spelen Jan (9) en Geert (7) heel de dag binnen. Een tijd lang gaat het goed, maar halverwege de middag ontstaat er ruzie. Moeder heeft al een paar keer bemiddelend opgetreden, maar nu grijpt ze in. Eerst pakt ze Jan bij de arm en zet hem in een hoek van de kamer. Dan pakt ze Geert en brengt hem naar de andere kant van de kamer. "Nu is het afgelopen", reageert ze boos. Jullie gaan ieder maar in een eigen hoekje spelen. Ik wil jullie niet meer horen. Denk je dat de Heere het goed vindt dat jullie zo'n ruzie maken?"
1. Wat vind je van de reactie van de moeder?
2. Welke invloed heeft een dergelijk optreden op de gewetensvorming?
3. Als je in de plaats van de moeder stond, wat zou je dan doen?
(Groeps)gesprek over gewetensvorming
Belangrijke elementen bij gewetensvorming zijn: voorleven, gebod en verbod, straffen en vergeven, toezicht en gesprek.
1. Maak een lijstje van moeilijke aspecten die hierbij optreden.
2. Bespreek met elkaar hoe je daar mee omgaat.
Straffen en vergeven
Gewetensvorming heeft ook te maken met straffen. Jacobus Koelman geeft in zijn Plichten der ouders aan: Straf uw kinderen niet te weinig, niet te veel en niet te laat.
Niet te weinig, anders zullen ze zonder vrees voor straf opgroeien en heeft de straf geen effect. Niet te veel, zodat we geen moedeloosheid of haat aankweken. Niet te laat, maar als er nog hoop is voor de jongeren (Spreuken 13: 24). Gij vaders (en moeders en andere opvoeders!) tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden (Kolossenzen 3: 22).
Straffen proberen we te voorkomen. Anderzijds is het in de opvoeding nodig dat er wordt gestraft. Straffen heeft altijd een doel. Dat is in ieder geval niet het kwijtraken van mijn eigen boosheid of drift. Eerst proberen we het met liefde en begrip; met geduld en gesprekken het gewenste doel te bereiken. Pas als dat niet lukt, straffen we. In de strafmaat zit een opbouw. Een straf hoort in overeenstemming te zijn met de overtreding. Bij herhaling van een (zelfde) overtreding wordt de toegepaste straf zwaarder. Straffen in de opvoeding is een verantwoordelijk en moeilijk werk. Een werk waarin het ook heel belangrijk is dat we als opvoeders één lijn trekken. Het is een slechte zaak als moeder de door vader gegeven straf wat vermindert. Of als vader duidelijk aan zijn zoon laat merken dat hij de opgelegde straf van de meester maar onzin vindt.
Een bedreigde straf dient te worden uitgevoerd als de regels toch worden overtreden. Anders maken we ons als opvoeders in de ogen van onze kinderen volstrekt ongeloofwaardig. Dat vraagt voorzichtigheid bij het uiten van dreigingen. Als je toch... dan... Straf is ook niet altijd een pak slaag of altijd op je kamer gaan zitten. Soms helpt een gesprek op een rustig moment veel beter. Soms kan het goed zijn het kind zelf te vragen welke straf passend zou zijn.
Straffen heeft een gewetensvormend effect. De betekenis van de straf moet duidelijk worden gemaakt. Ten diepste gaat het bij straffen om een uiting van liefde. De Heere vraagt nu gehoorzaamheid en dus doe ik het voor je bestwil!
Wijzen wij onze kinderen er op, dat er bij de Heere kracht is om tegen de zonde te strijden?
Ons kind moet ook leren vragen om vergeving. Dat is voor hen soms de ergste straf..., maar een goed opvoedingsmiddel! Het begrip vergeving, onlosmakelijk gekoppeld aan genade, staat zo centraal in de Bijbel. Dat moet merkbaar zijn in onze opvoeding. Als opvoeder worden we geroepen ons kind alles te vergeven. Om Christus' wil! Zeven maal zeventig maal. Hoe vaak ons vertrouwen ook wordt geschaad. Hoe moeilijk kan het voor opvoeders zijn om steeds weer opnieuw te geloven in een nieuw begin. Tot de vorming van het geweten van onze kinderen hoort ook dat de opvoeder zelf zijn fouten van harte erkent en om vergeving vraagt. Opvoeden uit de hoogte dwingt geen respect af. Durven wij dat? "Joh, ik was veel te snel met mijn oordeel, ik was fout, wil je dat mij vergeven?"
Belijden van onze overtredingen, in een stil vertrouwen dat daarvoor naast de terechte straf ook vergeving mag zijn, kan zo opluchten. Zoals bij Annemiek in het begin van dit artikel, die de Heere dankt, omdat ze haar zonden mocht bekennen en belijden.
Maar, Ik beleed, na ernstig overleg, mijn boze daân... Gij naamt die gunstig weg. Weten wij daar samen met onze kinderen van?
Wakend toezicht
Opvoeden in de vreze des Heeren vraagt een wakend toezien op de levensopenbaring van onze kinderen. In het bijzonder bij onze tieners. Denk aan muziek, lectuur, uitgaansgeledenheden, vrienden en dergelijke. Ervaren de jongeren uw wakend toezicht als van een rechercheur of proeven ze uw liefde? Omdat hun eeuwig heil uw drijfveer is?
Het gaat om het vormen van een geweten dat door Gods geboden wordt beheerst en bij het ouder worden de vraag gaat stellen: 'Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?'. Hoe belangrijk is dat in de maatschappij waarin wij leven. Want werkelijk... we zijn er niet door bijvoorbeeld televisie te weren en internet te filteren. Het gaat om de grondhouding, om het hart van onze jongeren. Waarmee zal de jongeling zijn pad, door ijdelheden omsingeld, rein bewaren? Gewis, als hij het houdt naar Gods Woord!
Een vrij en goed geweten
Hoewel in het voorgaande een accent valt op de getuigende, aanklagende en waarschuwende functie van ons geweten, is daarmee niet alles gezegd. Door wedergeboorte en bekering is er ook sprake van een vrij en goed geweten (Heidelbergse Catechismus, antwoord 32), van een geheiligd, goed en rein geweten (Romeinen 9: 1). Waar Gods genade wordt ervaren, getuigt het geweten van een beginnend herstel van de goede verhouding tussen God en de naaste.
Moge de vorming van de gewetens van onze kinderen en jongeren door de Heere in ruime mate met de zegen van een vrij en goed geweten worden gekroond.
JBGG-uitgaven voor ouders
J.H. Mauritz, M. Sollie: Ons kind en de Bijbel
In de opvoeding sta je als ouders telkens weer in een spanningsveld van ideaal en werkelijkheid. Er is een Bijbelse opdracht, maar er is ook de werkelijkheid van menselijke beperktheid en zonde. Ouders worstelen daarmee. In dit boekje wordt vanuit de Bijbelse opdracht gekeken naar mogelijkheden van de godsdienstige opvoeding in de gezinspraktijk. Hoe kan de huisgodsdienst inhoud krijgen? Welke hulpmiddelen zijn daarvoor beschikbaar? Een handreiking voor ouders van kinderen in de leeftijd van 2 tot 12 jaar. 48 pagina's, prijs € 2,75.
J.H. Mauritz, Tieners begrijpen
In de opvoeding van tieners komt er heel wat af op ouders en andere opvoeders. Telkens weer is er een spanningsveld tussen theorie en praktijk. In de tienerleeftijd is het van groot belang een klimaat te scheppen waarin sprake is van een goede sfeer en gesprek. In dit boekje wordt de ontwikkeling van de tiener en zijn of haar leefwereld geschetst. Aan de godsdienstige opvoeding in gezin, catechese en jeugdwerk wordt eveneens aandacht besteed. Een informatieve handreiking voor ouders over de opvoedingspraktijk van 12- tot 16-jarigen. 40 pagina's, prijs € 2,75.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 2002
Daniel | 30 Pagina's