Hulp vragen: gek of goed?
Over hulpvragen van jongeren
Jongeren onder elkaar
"Heb je 't al gehoord?"
"Wat dan?"
"Dat Daniël er zo vaak niet is, komt omdat hij dan naar een hulpverlener gaat."
"Loopt hij bij een psychiater?"
"Mij niet gezien. Ik heb geen zin om gestoord te worden."
"Dat word je niet. Je gaat omdat je gek bént."
"Zo'n vaart loopt dat niet bij Daniël."
"Nee, wat een onzin. Ik ken iemand die heel blij is dat ze gesprekken heeft. Door de hulp die ze krijgt doet ze juist minder vreemd."
"Dat komt zeker omdat het een vrouw is. Die kletsen nu eenmaal altijd. Nee hoor, mij niet gezien."
"Wat doe jij dan als je problemen hebt en je komt er niet uit?"
"Dat zie ik dan wel weer. Maar denk maar niet dat ik naar zo'n zielenknijper ga."
De jongere zelf
"Het loopt momenteel niet zo lekker bij mij. Ik weet niet wat er is, maar ik kom niet meer tot de dingen die ik eerder haast vanzelf deed. Het liefst zit ik alleen op mijn kamer. De laatste tijd voel ik me eigenlijk alsmaar rot. Anderen merken het ook. Mijn moeder zeurt dat ik zo hangerig ben. Mijn vader vraagt waarom ik niet meer zo vrolijk ben als vroeger. Pas begonnen ze er zelfs over dat ik misschien wel hulp nodig heb. Nou, mij niet gezien. Ik kijk wel uit. Er is niets mis met mij. En ik ben zeker niet gestoord. Maar toen ik vorige week zo uitviel tegen mijn zusje, voelde ik eerlijk gezegd wel dat er toch iets niet klopt. Wat er is, weet ik niet. Vroeger deed ik nooit zo. Maar het gaat mij wel te ver om voor zoiets hulp te vragen. Hoe kan iemand je daar trouwens bij helpen? Ik weet zelf niet eens wat er is."
"Ik kan er niet meer onderuit. Het ging op school zo slecht met mij dat mijn mentor mij verwezen heeft naar de schoolpsycholoog. Mijn moeder wilde met me naar de huisarts, maar ze vindt dit ook een prima idee. Wat moet ik nou gaan vertellen? Hoe het komt dat mijn cijfers zo achteruit gegaan zijn? Weet ik het? Ik leer heus wel, maar ik kan niets meer onthouden. Meestal zit ik boven mijn boeken somber te zijn. Ik kan het niet uitstaan, maar het lukt me gewoon niet om weer net zo te zijn als vroeger. Wat is er met me? Wat moet ik gaan vertellen als ik naar dat mens moet? Ik kan er toch niet mee aankomen dat er niks is, maar dat ik me toch rot voel? Dat slaat toch nergens op? Je zult zien dat die psycholoog mij een vreselijke aansteller vindt. Maar ja, ik moet nu eenmaal. Mijn mentor vindt het echt nodig. En anders mijn ouders wel. Er is geen ontkomen meer aan."
"Vandaag heb ik weer een gesprek met de schoolpsycholoog. Het is best meegevallen die eerste keer. Ik moest van alles vertellen over school, mijn vrienden en over thuis. Dat laatste vond ik wel moeilijk. Er zijn dingen die ik niet zo leuk vind, maar die ga ik niet aan zo'n vreemd iemand doorbrieven. Dat zouden mijn vader en moeder beslist niet leuk vinden. Bovendien schaam ik me ervoor. Ondertussen heb ik al een paar gesprekken gehad. Ik weet nog steeds niet goed wat er is. En of er al veel veranderd is, moet je mij ook niet vragen. Soms lijkt het alleen maar onduidelijker te worden. Toch lucht het me elke keer weer op als ik gepraat heb. Ik ga er ongemerkt naar uitzien. En ik zie er ook elke keer tegenop. De psycholoog vraagt bijvoorbeeld hoe ik me voel of wat ik van iets vind. Dat weet ik vaak helemaal niet. Maar de tijd erna blijf ik er steeds aan denken. Heel af en toe snap ik opeens hoe iets in elkaar zit. Ik hoop dat dat vaker gaat gebeuren. Dan heeft het zin dat ik toch de stap gezet heb om hulp te vragen."
De hulpverlener
"Vandaag ga ik kennismaken met een jongere die problemen heeft. Ik ben benieuwd wat hij* voor iemand is. Wat zou er precies spelen? Zou hij het kunnen vertellen? Ik merk nogal eens dat jongeren dat niet zomaar kunnen. Ze zijn zelf vaak nog op zoek naar wat er is. Het gaat soms over dingen waar ze nog nooit met iemand over gesproken hebben. Het kost echt tijd om er over te leren praten. Ik zie ze vaak worstelen om alles onder woorden te brengen. Dat komt ook omdat het over moeilijke gevoelens gaat, zoals pijn, verdriet, eenzaamheid, angst, machteloosheid. Er spelen nogal eens geloofsvragen doorheen. Meestal wordt het extra moeilijk doordat ze zich schamen voor hun gedachten en gevoelens. Ze hebben het idee dat ze zich aanstellen. Als het gaat om dingen die met hun ouders te maken hebben, is het ook ingewikkeld. Ze willen hun ouders niet afvallen. Soms willen ze daarom dat hun ouders niet weten dat ze hulp vragen."
"Het gesprek met Daniël zit erop. Ik heb een leuke jongen in mijn kamer gehad. Open, spontaan. Maar tegelijkertijd kon je goed merken dat hij met dingen zit. Ik heb heel wat vragen gesteld. Wat de oorzaak is van zijn zorgen weet ik nog niet helemaal. Wel is duidelijk dat hij zich de laatste tijd niet goed voelt. Soms zag hij er erg down uit. Binnenkort ga ik zijn ouders zien. Van hen wil ik graag horen hoe ze tegen hun zoon en zijn moeilijkheden aankijken. Dat geeft mij een beter beeld van het hele probleem. Bovendien is de kans groot dat zijn ouders een belangrijke rol kunnen spelen bij het oplossen van of om leren gaan met de problemen."
"Vandaag heb ik Daniël weer gezien, samen met zijn ouders. Ik heb verteld wat mijn collega's en ik denken dat er speelt (voor zover we dat nu weten). Waar het door komt, is nog niet goed helder, maar we vermoeden dat hij depressief is. De psychiater zal hem een keer spreken om vanuit zijn deskundigheid hierover mee te denken. Misschien heeft hij baat bij medicijnen die hem minder depressief maken. Dan kunnen we door gesprekken met hem alleen en regelmatig ook met zijn ouders erbij op zoek gaan naar de achtergronden. Wat dat betreft, is het best spannend wat er boven tafel komt en hoe hij het gaat doen."
"We zijn enkele maanden verder. De gesprekken lopen goed. Het wordt steeds duidelijker dat Daniël zich veel dingen aantrekt. Doordat hij een broer boven zich heeft met een autistische stoornis is hij in het verleden eigenlijk aandacht tekort gekomen. Hij heeft zich altijd aangepast en voor zijn broer gezorgd. Dat doet hij nu voor iedereen die problemen heeft en bij hem aanklopt. Daarnaast durft hij zijn ouders niet lastig te vallen met waar hij zelf mee zit. We praten erover hoe hij dingen beleeft en wat er zou gebeuren als hij zijn eigen grenzen aan gaat geven. Daniël vindt dat heel moeilijk, maar hij denkt er goed over na. Je merkt gewoon dat hij beter begrijpt wat er speelt. Het heeft hem geholpen dat hij van alles over autisme is gaan lezen. Ik vind hem de laatste tijd minder down. De medicijnen die hij de eerste tijd geslikt heeft, hebben daar ook bij geholpen. Nu heeft hij die niet meer nodig. Het gaat goed. In de gesprekken met zijn ouders durft Daniël van lieverlee aan te geven hoe hij zich in de thuissituatie voelt. Vooral als het over vroeger gaat, is dit moeilijk. Het ligt heel gevoelig. De komende periode zal dit echt tijd en aandacht vragen. Maar Daniël komt er wel!"
De schrijvers
In ons werk op de jeugdafdeling van Eleos in Dordrecht krijgen we regelmatig te maken met jongeren voor wie de stap naar de hulpverlening erg groot was en is. We hopen dat voor degenen die hulp nodig hebben, maar het nog niet hebben durven vragen, het bovenstaande helpt om tot een keuze te komen. Er is ook vast iemand in je omgeving die hierover graag met je mee wil denken.
Misschien loop je met vragen die in dit artikel niet aan de orde zijn gekomen. Je hebt de kans om die via de redactie van Daniël aan ons te schrijven of te mailen (Daniel@cbgg.nl). In een volgend artikel willen we zoveel mogelijk van deze vragen beantwoorden. Tot schrijfs!
* Het verhaal kan zowel met het oog op een meisje als een jongen gelezen worden. Voor de leesbaarheid is voor de hij-vorm gekozen.
Soorten hulp
De jeugdhulpverlening kent verschillende instellingen van waaruit hulp wordt verleend. Er is tussen de instellingen verschil in de manier waarop ze hulp verlenen. Dit is vergelijkbaar met de medische wereld: je gaat als je iets hebt eerst naar de huisarts. Als de huisarts er niet uitkomt of het is iets ernstigs, dan word je doorgestuurd naar een specialist. Is er bijvoorbeeld een operatie nodig dan word je opgenomen in het ziekenhuis.
Zo is het in zekere zin ook bij de hulpverlening. Voor een eerste diagnose of als de problemen minder ernstig zijn, ga je naar de hulpverlening in de eerste lijn. Zijn de problemen ernstiger of is er een intensievere begeleiding nodig, dan vraagt dat meer kennis. Daarom word je dan doorverwezen naar de tweede lijn. Kun je niet meer thuisblijven of is het nodig dat je een periode geobserveerd wordt, dan word je opgenomen in een psychiatrische instelling of op een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Dit noemen we de derde lijn. Bij deze indeling kun je aan bijvoorbeeld de volgende instellingen denken:
eerste lijn: Bureau Jeugdzorg, Toegang Gereformeerde Jeugdzorg, Vluchtheuvel, Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn, schoolbegeleidingsdienst of schoolpsycholoog/-pedagoog, schoolmaatschappelijk werk(st)er;
tweede lijn: RIAGG, Eleos (dit was vroeger de GL1AGG, maar door een fusie met twee andere instellingen heeft het nu deze naam gekregen), jeugdpsychiatrische polikliniek;
derde lijn: opname in een psychiatrische instelling, bijvoorbeeld in 'De Fontein' (dit valt onder Eleos), dagbehandeling.
Er zijn ook allerlei particuliere hulpverleners of hulpverlenende instanties. De huisarts kan een belangrijke rol spelen bij het vinden van een geschikte instelling.
Soorten hulpverleners
Binnen de genoemde instellingen werken allerlei soorten hulpverleners.
Maatschappelijk werker - Een maatschappelijk werker helpt vooral bij het omgaan met problemen in het dagelijks leven. Daarbij wordt zonodig de hele gezinssituatie betrokken.
Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige - Een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige heeft de opleiding tot verpleegkundige gevolgd en daarna een verdere opleiding gekregen in een psychiatrisch ziekenhuis. Een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige wordt vooral betrokken bij cliënten (hulpvragers) die om moeten leren gaan met een psychiatrisch probleem.
Psycholoog/pedagoog - Een psycholoog of pedagoog wordt vooral betrokken bij de begeleiding van jongeren en hun ouders. Als zij daarvoor de deelopleiding hebben gevolgd, mogen zij testen afnemen. Dit gaat bijvoorbeeld om intelligentietesten en persoonlijkheidsvragenlijsten. Hierdoor krijgen zij een beeld wat er precies speelt bij een jongere.
Psychiater - Een psychiater heeft een opleiding tot arts gevolgd. Daarna heeft hij zich gespecialiseerd in de psychiatrie. Een psychiater wordt bij de hulpverlening betrokken als er sprake is van psychiatrische problematiek. Hij mag medicijnen voorschrijven.
Soorten problemen
Er zijn allerlei moeilijkheden waardoor je vast kunt lopen. We onderscheiden psychische en psychiatrische problemen. Deze kunnen echter ook heel nauw met elkaar samenhangen.
Psychische problemen - Problemen ten gevolge van: gezinsproblemen, bijvoorbeeld doordat je ouders gaan scheiden, traumatische ervaringen (mishandeling, misbruik, een ongeval), omgaan met een lichamelijke handicap, rouw, pesten, chronisch ziek zijn of psychiatrische problemen van je ouders.
Psychiatrische problemen - Depressie, ADHD, een stoornis in het autistisch spectrum, schizofrenie, angststoornis, gedragsstoornis, persoonlijkheidsstoornis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 2002
Daniel | 30 Pagina's