JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Afscheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Afscheid

Verhaal

7 minuten leestijd

Vandaag ga ik mijn oma begraven. Nu sta ik bij de kist om nog één keer intens naar haar te kunnen kijken, om afscheid van haar te nemen. Ik ben alleen. Het is heel vroeg. De anderen slapen nog.

Oma is bij ons thuis opgebaard in het kamertje waar ze altijd sliep als ze bij ons logeerde. Mijn vader is haar enige zoon. Al maanden voor haar sterven heeft mijn oma hierom gevraagd. Ze had het goed in het bejaardenhuis waar ze woonde. Maar aan alles kon je merken, dat ze er iets eigens miste. Nu is ze na haar dood enkele dagen dicht bij de mensen die van haar hebben gehouden.

Ik kijk naar haar. Wat ik zie, is alleen maar het lichaam van de vrouw die ik liefheb. Het is nog steeds haar gezicht, met de fijne wenkbrauwen en de talloze rimpeltjes. En toch is het haar gezicht helemaal niet. Het leeft niet meer. Juist de verschillende uitdrukkingen op het gezicht van mijn oma maakten het zo boeiend om naar haar te kijken. Ze kon - en dat verbaasde me vaak, gezien haar leeftijd - met een heel ondeugende blik iets zeggen. Dat deed ze bijvoorbeeld als ze mijn vader fijntjes voorhield dat hij veel te veel in zijn werk opgaat. Haar lieve glimlach, die haar hele gezicht liet stralen, is gedoofd. Ook haar felle blik als ze ergens verontwaardigd over was, is niet meer te zien. In haar verstilde gezicht zijn de ogen nu voorgoed gesloten.

Soms, als ik naar haar kijk, bespringt me de gedachte dat ze zo meteen wakker wordt en rechtop gaat zitten. Dat ze weer tegen me gaat praten en me vertelt wat ze heeft meegemaakt. Maar even gauw als ik het gedacht heb, is er de teleurstelling, het ontstellende weten dat mijn oma nooit meer iets tegen me zeggen zal.

Allerlei herinneringen zijn de afgelopen dagen bij mij boven gekomen. We hebben er met elkaar over gepraat. Mijn vader heeft ons verteld over hoe zijn moeder vroeger was. Wij, mijn zus, broers en ik hebben veel vragen gesteld. Ook mijn moeder heeft anekdotes verteld over hoe het was toen zij als mijn vaders vriendin voor het eerst over de vloer kwam. We moesten soms om hun verhalen lachen. Mijn oma was een humoristische vrouw. Bij mij zijn het vooral de momenten met mijn oma samen, die mij te binnen schieten. Ik mijmer er over, alleen op mijn kamer, ik zit er vaker dan gewoonlijk. Als kind al was ik dol op mijn oma. Misschien omdat ik de jongste ben, lette mijn oma altijd een beetje extra op mij. We deden veel samen. Het leukste vond ik het als ik met haar mee mocht naar haar zolder. De spullen, en het oude speelgoed die ze daar bewaarde, intrigeerden mij altijd weer. We plukten ook vaak bloemen samen, in haar tuin of langs de weg als we ergens wandelden. Ze leerde mij de namen van de planten die we zagen. We deelden ook onze interesse voor boeken. Als ze mij een boek gaf voor mijn verjaardag of bij andere gelegenheden, vroeg ze altijd hoe ik het vond of wat mij het meest had aangesproken. We hadden er dan allebei heel wat over te vertellen. Soms komen er ook minder prettige gebeurtenissen boven. Ik herinner me de keer dat mijn oma uit haar slof schoot omdat ik ruzie had met mijn broer. Ik vond het verschrikkelijk als mijn oma boos op mij was.

Bij alles wat ik in dit leven hoop mee te maken en waar ik soms vol verwachting naar uit kan zien, zal mijn oma niet meer aanwezig zijn. Tot nu toe heeft ze alle belangrijke momenten in mijn leven gedeeld. Mijn oma had graag meer kinderen gehad. Ze kreeg alleen mijn vader. Wij zijn zodoende haar enige kleinkinderen. Het is net alsof ze ons heeft gegeven, wat ze allemaal aan liefde en aandacht over had. Ze was er altijd voor ons. Ik herinner me de dag dat ik mijn zwemdiploma kreeg, toen ik afscheid nam van groep acht en de avond dat ik mijn mavodiploma in ontvangst nam. Alle keren kreeg ik een prachtige bos bloemen.

Ik zal het moeten doen met de herinnering aan mijn oma. Dat is het enige wat overblijft. Haar belangstelling, haar aandacht en meeleven zijn verleden tijd geworden. En het graf zal er zijn. Ik weet nog niet of ik er vaak naar toe zal gaan. Misschien zal het me niet veel zeggen. Mijn herinneringen liggen hier in ons huis en in het huis en op de kamer waar mijn oma woonde. Toch denk ik wel dat ik bij het graf zal komen. Het is de plaats waar het lichaam van mijn oma naartoe wordt gebracht.

Mijn oma is naar de hemel gegaan. Ze leefde dicht bij God. Als ik daarover denk, komen er beelden naar boven van de keren dat ik bij mijn oma op schoot zat als ze mij voorlas uit de kinderbijbel. We bekeken samen de platen en steeds ontdekten we er iets nieuws in. Op de een of andere manier voelde je als kind hoeveel ze hield van de Heere, Die Mozes leidde, voor Jozef zorgde en David steeds opnieuw vergaf. Toen ik haar vorig jaar vertelde dat ik was aangenomen in de bloemenzaak waar ik nu werk, zei ze uit de grond van haar hart: "Dank God er maar voor". Ook als ze de zondag over bij ons was, bracht ze haar geloof regelmatig ter sprake naar aanleiding van de preek die we gehoord hadden. Maar vooral sinds ze voelde dat ze achteruit ging, liet ze vaak iets merken van haar verlangen om bij de Heere te zijn.

Het overlijden van mijn oma maakt dat ik veel denk over later; over het leven na de dood en over de dag dat Christus terug zal komen. Soms zelfs over het moment dat ik er zelf niet meer zal zijn. Meer dan anders zet het me stil bij de diepte van het leven. Ik besef nu beter dan eerst dat er in het leven meer speelt dan alleen het zichtbare. Het is voor mijn gevoel net alsof het leven er een verdieping bij heeft gekregen.

Vandaag wordt mijn oma begraven. Ik zie er erg tegen op. Al die mensen die op ons zullen letten. Mensen die kijken of we verdrietig zijn en hoe we dat uiten zullen. Aan de andere kant zullen al die belangstellenden bevestigen dat mijn oma een vrouw was, die veel voor anderen betekende. Ze was ook belangrijk voor mij. Met haar kon ik dingen delen, die ik mijn ouders niet durfde vertellen. Dingen die ik mijn vriendinnen nooit zeggen zou. Door haar reactie en begrip voelde ik me vaak gesteund. Soms ervaarde ik het alsof mij opnieuw de weg gewezen werd. Als ik daar over doordenk, word ik boos en opstandig. Ik kan haar nog niet missen. Waarom moest ze sterven? Ik weet het wel, maar toch... Ik kan het niet aanvaarden.

Waar ik vooral ook tegen op zie, is het moment dat de kist zal zakken. Van andere begrafenissen herinner ik mij, hoe emotioneel dat moment is. En nu zal het mijn oma zijn.

Ik hoor iemand. De anderen zijn wakker. Het is tijd om me aan te gaan kleden.

Het belooft vandaag een mooie dag te worden; zonnig en redelijk warm. Het is fijn dat er geen regen verwacht wordt. Toch zou dat veel beter gepast hebben bij hoe ik me voel.

Ik moet afscheid gaan nemen van mijn oma. Voorgoed. Met een lange blik neem ik haar, zoals ze daar ligt in de kist, nog een keer in me op. Straks is ze er niet meer. Vandaag ga ik haar begraven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 september 2002

Daniel | 30 Pagina's

Afscheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 september 2002

Daniel | 30 Pagina's