Verlangen een puritein te zijn? - Puritanisme: overzicht en uitzicht
Lezing vrijdagavond
"Van huis uit ben ik streng rooms opgevoed. Mijn ouders zou je gerust puriteins rooms kunnen noemen", zei een ex-priester tegen mij, toen hij sprak over zijn jeugd. Voor een echte puritein zou dat een onmogelijke uitspraak geweest zijn: "puriteins rooms". Een grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar dan tussen het rooms-katholicisme en het puritanisme. De werkheilige plichtsbetrachting tegenover het heilig leven, uit genade alleen. Toch begrijpen we allemaal direct de strekking van de woorden 'puriteins rooms'. Waarom? Omdat het woord 'puriteins', evenals de woorden 'puritein' en 'puritanisme' bij ons een veel bredere betekenis hebben gekregen. We associëren deze woorden met een breder, algemeen aanvaard betekenisveld, waarin begrippen als zuiverheid, reinheid, vroomheid, heiligheid een plaats hebben. Als we de naam 'puritein' horen, denken we aan mensen met een hoge moraal. We maken er een ideaaltype van. Wellicht hebben we zelf diep in ons hart het verlangen om zo'n puritein te zijn. Maar: wat is nu eigenlijk een puritein, wanneer we letten op de historie van het puritanisme als beweging? Welke kenmerken maakten iemand tot een puritein? En is de levenshouding en het levensideaal van een puritein zonder meer overplaatsbaar naar het jaar 2002? Kortom: moeten wij wel verlangen een puritein te zijn? Ik wil in mijn lezing proberen op deze hoofdvraag een antwoord te geven. Daarom heb ik er als titel boven gezet: 'Verlangen een puritein te zijn?' Om deze vraag te kunnen beantwoorden, zijn twee deelvragen, denk ik, onontkoombaar. In de eerste plaats zullen we na moeten gaan wat nu eigenlijk - kerkhistorisch gezien - een puritein tot een puritein maakte. In de tweede plaats zullen we antwoord moeten geven op de vraag of de kenmerken van een puritein ook de kenmerken zouden moeten zijn van een christen in de tijd en omstandigheden waarin wij ons bevinden. Deze twee deelvragen zullen in mijn lezing terug te vinden zijn. Eerst wil ik het puritanisme als beweging bespreken; in het tweede deel van mijn lezing wil ik dan ingaan op de vraag of een christen in 2002 dezelfde trekken kan en/of moet vertonen als een puritein. Het eerste deel zal dus meer kerkhistorisch van aard zijn, het tweede deel zal een meer praktisch karakter hebben. Iedereen die zich alvast wat wil voorbereiden op het onderwerp, wil ik verwijzen naar de volgende literatuur. Ik heb bij deze opgave niet gepoogd om volledig te zijn, maar wil slechts verwijzen naar enkele belangrijke standaardwerken en werken die wellicht voor ons gemakkelijk verkrijgbaar zijn.
Drs. J. Pas, Waddinxveen
Literatuur
S. Houtekamer, Christopher Love; (1618-1651). Een puritein op weg naar het schavot, Houten (Den Hertog), 2000
D.M. Lloyd-Jones, The Puritans: their origins and successors. Adresses delivered at the Puritan and Westminster Conferences 1959-197S, Edinburgh, 1987
J.I. Packer, A Quest for Godliness. The Puritan Vision of the Christian Life, Wheaton, 1990.
Prof. dr. W. van 't Spijker, dr. R. Bisschop en dr. W.J. op 't Hof, Het Puritanisme; Geschiedenis, theologie en invloed, Zoetermeer (Boekencentrum), 2001
Dr. P. de Vries, Die mij heeft liefgehad; de betekenis van de gemeenschap met Christus in de theologie van John Owen, Heerenveen (Groen), 1999
W. van der Zwaag, De Reformatie der Puriteinen; Kerkhistorie van Engeland tussen Reformatie en Revolutie, Barneveld (Koster), 2001
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 2002
Daniel | 30 Pagina's