Een riet
Wanneer de wind met vlagen waait,
dan links, dan rechts, zich wendt en draait,
ja, onverwacht mij overvalt
en al zijn krachten samenbalt
om mij te knakken, eenzaam riet,
dat, zwak, die macht geen weerstand biedt,
dan breek ik niet.
Mijn kracht is geen onbuigzaamheid,
geen hardheid of verweerbaarheid;
nee, 'k vecht niet voor mijn broze schacht
door steun te zoeken in mijn macht.
Toch sleurt geen storm mij, nietig riet,
van hier, waar God mij groeien liet
en breek ik niet.
Hoe harder dat de stormwind woedt,
hoe dieper God mij buigen doet
voor Hem, Die mij mijn wezen gaf,
want buig ik niet, dan breek ik af!
O God, verneder 't krookbaar riet,
dat U in zwakheid hulde biedt,
en breek mij niet.
(uit: Uw staf vertroost mijn hart, uitg. Den Hertog, Houten)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 2002
Daniel | 30 Pagina's