Meditatie
Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. Johannes 5: 39.
Scrutamini Scripturas, onderzoekt de Schriften, was de spreuk, waarmee de Nederlandse abten de Bijbel omschreven waarmee zij keizer Karel vereerden tijdens zijn doop te Gent op 7 maart 1500.
Onderzoeken doet ons denken aan een mijnwerker, die diep in de grond aan het wroeten en zoeken is naar goud en zilver.
Elk kluitje zand wordt hiertoe zorgvuldig gebroken en gezeefd. Jezus vermaant de Joden niet de overleveringen en de inzettingen der ouden op deze wijze te onderzoeken, maar de Schriften. De grote Leraar ter gerechtigheid bedoelt dan met name de Thora of de geschriften van Mozes. Onderzoeken is meer dan oppervlakkig lezen. Het is zich inspannen, scherp opletten en weer herlezen. Het onderzoeken dient niet selectief te gebeuren of met een vooringenomen standpunt. Het dient te geschieden onder de verzuchting of God Zelf onze ogen wil openen, omdat we van nature de verlichte ogen des verstands missen, ledereen, of hij nu student, diaken, ouderling of predikant is, mag de vraag wel beantwoorden: Verstaat gij ook hetgeen gij leest? (Handelingen 8: 30).
Jezus verwijt de Joden niet dat ze de Schriften niet onderzochten. Dit deden ze wel. Al was het ook maar onvolmaakt. Wat Jezus hen verwijt is dat ze genoeg hadden aan de dode letter. Ze moeten niet bij de letter van de Schrift blijven staan, maar dieper in de Schriften indringen. Jezus kende Zijn hoorders. Hij zegt tegen hen (42 en 43): Maar Ik ken ulieden, dat gij de liefde Gods in uzelven niet hebt. Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen.
Het onderzoeken van de Thora had de Joden niet tot het inzicht gebracht, dat Hij, Jezus, door God was gezonden tot een Zaligmaker voor de grootste der zondaren. Ze waren er nog niet achter gekomen, dat het eeuwige leven alleen in Hem te vinden was. De grote inhoud van de Schriften. De Joden méénden wel het leven te hebben, maar zij blusten het leven juist uit door hun valse en verkeerde uitleggingen der Schriften.
Belangrijk is dus hóe wij deze Schriften onderzoeken. Doen wij dit in eigen kracht, steunende op eigen wijsheid en vertrouwende op eigen inzichten? Of is ons gebed om 'verlichte ogen des verstands'. Door genade erachter te zijn gekomen, dat ik blind ben in de Schriften, tenzij Gods Geest me in al de waarheid leidt (Johannes 16: 13). Zonder verlichte ogen des verstands zal ik uit de Schriften niets anders dan valse en verkeerde meningen putten. Ook al hebben we nog zo'n helder verstand, we moeten ons aan God overgeven, opdat Hij als de Auteur van de Schrift, ons onderwijze.
Te vrezen valt dat er velen in onze dagen zijn, die de opdracht Onderzoekt de Schriften, want (...) die zijn het die van Mij getuigen naast zich neerleggen. In een studie voor het voortgezet, hoger of universitair onderwijs moeten zeer veel zaken doorvorst worden. Doctoraalscripties moeten worden geschreven. Voor het verkrijgen van het zo zeer begeerde diploma of de bul worden alle krachten ingespannen. Gaat het echter om deze zelfde ijver voor het verkrijgen van het eeuwige leven, dat eeuwigheidswaarde heeft, dan volstaat men met het lezen van een dagboekje en het oppervlakkig lezen van Gods Woord. Ook valt te vrezen dat er juist onder de hoger opgeleiden zijn, die een bepaalde onvrede hebben over de leer die onder ons nog mag worden gebracht, al is het in alle gebrek. De leer waar geleerd wordt dat God op het allerhoogst verheerlijkt wordt en een zondaar op het diepst vernederd.
Juist wederbarende genade maakt de verhouding tussen alle energie voor het dagelijkse onderzoek met betrekking tot de studie en het oppervlakkige onderzoek van Gods Woord zo anders. Juist daar waar Gods Geest ons leert dat zonde en schuld woorden met inhoud zijn, wordt het onderzoek van de Schriften ter harte genomen. Dan wordt juist onze blindheid ervaren. Dan wordt er een schreeuwen geboren om 'verlichte ogen des verstands'. Dan wordt het waar: In Uw licht zien wij het licht (Psalm 36: 10). Dan wordt het zo'n wonder voor een ziel als de Schriften worden geopend en de mogelijkheid van zalig worden in een Ander gezien mag worden. Dat de Heere ook in de nadere gangen en wegen van het leven der genade telkens opnieuw het woord wil openen, opdat de eeuwigheidswaarde van het vlees geworden Woord mag worden aanschouwd en bewonderd. Dan wordt Gods Woord meer en meer dierbaar en kunnen we ook niet meer leven buiten Gods Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 2002
Daniel | 30 Pagina's