JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zending: je moet iets van God  gezien hebben

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending: je moet iets van God gezien hebben

De Heere wil gewone mensen in Zijn dienst gebruiken

13 minuten leestijd

Het werk in Gods Koninkrijk gaat door. En Hij wil mensen gebruiken om Zijn Woord aan andere mensen bekend te maken, ver weg en dichtbij. Zo worden er nog steeds mensen tot Hem gebracht, totdat Zijn huis vol is. Dan komt Hij terug en zal Hij vragen: "Wat deed jij om Mijnentwil?" Heeft de Heere misschien een taak voor jou in het zendingswerk?

Elbert Kroon, Rosanne Jansen en Jetty de Waal hebben hier meer dan eens over nagedacht. Ze vertellen niet alleen over de vragen die ze rond dit onderwerp hebben, maar ook over de antwoorden die ze soms mogen krijgen.

 

Wanneer en hoe is jullie belangstelling voor zending ontstaan? En heeft het invloed gehad op jullie studiekeuze?

Rosanne: "Ik kan het eigenlijk niet precies terughalen wanneer het begonnen is. Toen ik klein was, zei ik altijd: 'Ik word juf op het zendingsveld.' Later werd dat minder vanzelfsprekend, en toen is het een tijd helemaal weg geweest. Tot een jaar of drie terug. Ik studeerde toen al verloskunde. Een bijeenkomst van de zending voor studenten is erg belangrijk voor mij geweest. Dat was twee jaar geleden. Ik kwam met heel veel vragen en ging met nog meer vragen naar huis. Een aantal dingen bleven hangen. Met name wat ds. Clements in een toespraak zei over de roeping van Jesaja. Hij omschreef toen het begrip roeping. Hij haalde heel veel van de lading van het begrip roeping af en er bleef iets heel essentieels over: 'U moet iets van God gezien hebben.' Dat was trouwens niet het moment waarop ik stappen ben gaan ondernemen. In eerste instantie ben ik er vooral zelf veel mee bezig geweest. En wat betreft mijn studie: ik bedacht intussen wel dat verloskunde heel goed past bij 'buitenland' en zending. Nu is het zover dat ik half juli naar Izi in Nigeria hoop te vertrekken, om daar een half jaar als vrijwilliger dienstbaar te zijn."

Jetty: "Voor mij is er ook niet direct een moment aan te wijzen. Ik ging Frans studeren met in mijn achterhoofd de gedachte dat er niet alleen in Frankrijk, maar ook in veel Afrikaanse landen Frans gesproken wordt. Mijn belangstelling voor zending en evangelisatie is vooral tijdens mijn studie ontstaan. Juist als je gaat studeren, kom je met veel mensen in aanraking. In mijn groep zaten veel buitenlanders, Afrikanen ook, waar we veel mee praatten. Ik vond het wel interessant om met hen te praten, maar ik vond het ook waardevol om met hen gesprekken over het Evangelie te hebben. Tegelijkertijd zie je dat je steeds meer in zulke situaties terechtkomt. Ik werd bijvoorbeeld gevraagd voor een werkgroep voor buitenlandse studenten, die georganiseerd werd door enkele christelijke studentenverenigingen. De bedoeling van die werkgroep is om buitenlanders die in Leiden studeren gastvrijheid te bieden en met het Evangelie in aanraking te brengen. Op een gegeven moment werd ik ook in Leiderdorp gevraagd om tijdens de kerkdiensten voor asielzoekers te vertalen. Van het een komt het ander, lijkt het wel."

Elbert: "Drie jaar geleden ging ik antropologie studeren. Na mijn eindexamen vwo ben ik zes weken op het zendingsveld in Guinee geweest. Ik had toen belangstelling voor de zending, anders ga je natuurlijk niet vragen: 'Mag ik naar het zendingsveld?' Tijdens dit bezoek is die belangstelling veranderd in betrokkenheid.

Naast mijn studie ben ik bezig met de CGO-E-cursus. Dat is één van de voorwaarden als je evangelist wilt worden. Een jaar geleden dacht ik wel eens: 'Waarom studeer ik eigenlijk antropologie? Is het wel zinvol?' Toen ben ik bij de zending gaan praten. Maar daar zeiden ze: 'Het is juist een goede studie. Ik zou eerst m'n studie maar afmaken.' Daar ben ik nu nog mee bezig en het bevalt me weer goed. In januari hoop ik voor vijf maanden naar Guinee te gaan, om daar een onderzoek te gaan doen."

 

Jetty vraagt zich wel eens af wat je precies onder zending moet verstaan. "Ik heb zelf een half jaar in Parijs gestudeerd en heb daar ook mensen gezien die onder studenten evangeliseerden. Heb je het dan over evangeliseren omdat het in het westen is?"

De grens tussen zending en evangelisatie is inderdaad soms moeilijk te trekken.

Elbert hoorde eens de uitspraak: "Je bent zendeling als je weg bent, en als je terugkomt ben je nog steeds zendeling."

Rosanne denkt in dit verband aan een Engelse spreuk: "You don't become a missionary by crossing the sea, but by seeing the cross." (Je wordt niet een zendeling door de zee over te steken, maar door op het kruis te zien.)

Elbert: "Het belangrijkste bij zending is dat, als je er zelf wat van weet dat de Heere zondaren opzoekt, je dat niet voor je kunt houden. Voor mij is zending dan ook niet iets waar ik naar toe werk, maar ik voel me erdoor getrokken. Misschien in Nederland, maar misschien ook in het buitenland."

 

Trekt het buitenland of trekt het zendingswerk? Of beide?

Elbert: "Het heeft denk ik ook te maken met een bepaalde belangstelling voor cultuur. Bij mij speelt mee dat ik me aangetrokken voel door mensen die het arm hebben, die het veel moeilijker hebben dan wij."

Jetty: "Ik denk wel eens: je kunt ook gewoon in Nederland christen zijn. Wat dat betreft maakt het niet uit waar. Het is belangrijk voor de mensen hier, maar het is ook belangrijk voor de mensen daar. In die zin speelt daarom wel mee dat juist andere culturen je aantrekken. Ik kan ook als ik hier blijf God dienen en dan heeft Hij ook hier een plaats voor me."

 

Als je zo in het leven staat, kun je de dingen als het goed is dus uit handen geven? Dan kom je in afhankelijkheid van de Heere op de plaats waar Hij je nodig heeft.

Jetty: "Ja, maar dat vind ik ook wel moeilijk. God heeft je bepaalde gaven gegeven en welke kant ga je daarmee op? Je maakt misschien ook wel eens een verkeerde keus. Je denkt dan: ik moet naar het buitenland, en vervolgens kom je daar en blijkt dat het toch niet de goede keus was."

Rosanne: "Als ik terugkijk dan was ik veel met deze vragen bezig: weet ik wat Gods wil is en weet ik nu of die belangstelling en betrokkenheid op de zending voldoende is? Toen zei iemand tegen me: 'Ga eens wat doen. Dan kom je er vanzelf wel achter of het gaat of niet gaat. Als de Heere wil dat je daar heen gaat, dan gaan de deuren vanzelf open. En als het niet zo is, dan kom je er ook achter. Als je over de zendingsreizen van Paulus leest, dan lees je regelmatig dat hij ergens wel of niet heen mocht. Dan kun je je afvragen: hoe werd hem duidelijk gemaakt waar hij heen moest? Dat staat er niet direct, maar het werd hem wel duidelijk gemaakt, in het 'proberen'.' Dat gesprek is voor mij aanleiding geweest om contact op te nemen met de zending. Ik bedoel te zeggen dat je wel kunt zitten met vragen als: wat is Gods wil en wat is de weg? Maar met afwachten kom je er niet. Je moet ook stappen zetten om dingen te weten te komen."

Elbert: "De Heere leidt je leven. Als ik naar mijn eigen leven kijk, dan wijst het een bepaalde kant op. Eigenlijk wilde ik na mijn eindexamen naar Nigeria gaan, en niet naar Guinee. Want in Nigeria spreken ze Engels, en in Guinee Frans. Maar Nigeria kon niet doorgaan, want er waren al genoeg mensen op bezoek. Dus werd het Guinee. En toen ik pas geleden vroeg of ik mijn stageonderzoek op het zendingsveld mocht doen, werd het weer Guinee." Hij denkt verder: "Als er In Guinee een vacature voor evangelist is, dan nog moet je vertrouwen dat de Heere je op de plaats brengt waar Hij je nodig heeft en dat betekent niet vanzelfsprekend dat je per se naar Guinee zult gaan."

Jetty: "Het is belangrijk dat je bereid bent om Hem te volgen en dat je plannen ook bijgesteld kunnen worden. Dat het misschien een andere kant op gaat."

Elbert: "Veel vrienden en kennissen van mij denken dat ik ooit naar Guinee zal gaan. Maar pas zei iemand tegen me: 'Je moet niet gaan omdat iedereen het wel goed vindt.' Dat vind ik inderdaad wel een gevaar: dat je gaat omdat iedereen het van je verwacht."

 

Hoe reageren familie, vrienden en bekenden op jullie plannen?

Rosanne: "Mijn ouders moesten eerst wel erg aan het idee wennen dat ik een tijd weg zou gaan en ze me een tijd niet zullen zien. Veel van mijn vrienden wisten van mijn belangstelling voor de zending en vinden het fijn voor me dat ik nu een halfjaar naar het zendingsveld mag gaan. Er zijn ook mensen die me opeens op een voetstuk plaatsen. Ze vinden me iets heel bijzonders. Ik vind het heel moeilijk om daar goed mee om te gaan. Mensen vragen wel eens: 'Waarom ga je niet gewoon werken?' En dan denk ik: gewoon? Wat is gewoon? Je moet bij iedere baan weten dat de Heere je die taak gegeven heeft!" Ze heeft heel veel zin om te gaan, maar er is ook een schaduwkant. Eén van haar opa's is ernstig ziek en de kans is groot dat ze hem niet meer terug zal zien als ze naar Izi vertrokken is. Dat maakt het weggaan moeilijk.

Jetty heeft geen concrete plannen om weg te gaan, maar zendingswerk is wel iets dat op de achtergrond altijd meespeelt. De mensen in haar omgeving weten dat ook. "We kunnen er goed over praten en ik weet: als ik een keuze maak, staan ze positief achter me. Maar ze zullen me absoluut geen richting opduwen. Dat vind ik fijn, want het is een persoonlijke keuze die je moet maken en die je in het gebed voor de Heere moet neerleggen. Na mijn studie zou ik graag een tijd vrijwilligerswerk willen doen in het buitenland, en daarin word ik ook gestimuleerd door mijn omgeving. De tijd dat ik in Parijs was, was een heel goede proefperiode. Het is heel goed gegaan en ik heb het er erg naar m'n zin gehad. Soms vraag je je wel eens af: wordt het Afrika of wordt het Frankrijk? In Frankrijk wonen zó weinig christenen, eigenlijk is dat ook een zendingsland. Daar zou je misschien als tentenmaker iets kunnen betekenen."

 

Waarom vind je zending belangrijk?

Elbert: "Er staat: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. God roept gewone mensen om die boodschap te verbreiden onder verlorenen. Dat is de motivatie: Christus bekend maken aan mensen, ook nu in mijn studie en bijbaantje bijvoorbeeld."

Jetty: "Probeer waar je ook bent de gelegenheden aan te grijpen om met mensen over het Evangelie te spreken, zodat mensen weten waar je voor staat. Als mensen dat weten, dan komen ze soms ook uit zichzelf naar je toe. Het is heel belangrijk dat je leven in overeenstemming is met wat je zegt."

Rosanne: "Ik merk wel eens dat ik voor mezelf een soort onderverdeling maak: wat is op dit moment mijn hoofdtaak? In Nederland is dat voor mij verloskunde. Als ik uitgezonden word voor de zending, is mijn hoofdtaak het zendingswerk. Eigenlijk is dat een kromme gedachte, want op elke werkplek die de Heere je geeft, moet je een getuige van Hem zijn."

Het brengt je wel eens in het nauw, als je bedenkt: klopt het wel, die zendingsdrang, terwijl het in Nederland al niet eens lukt om een goed christen te zijn en mensen heen te wijzen naar Christus? Wij schieten zo vaak te kort.

Rosanne: "Toen ik hoorde dat de plannen voor Izi doorgingen, overheerste eerst de blijdschap. Later kwam het op me af: ik? Moet ik daarheen? Ben ik wel een goed voorbeeld? Verwijst mijn leven wel naar Hem?"

Elbert: "Maar als God je naar een zendingsland stuurt, dan weet Hij het beter dan jijzelf."

 


Vrijwilligers en zendingsroeping

Op de zendingsvelden wordt meermalen gebruik gemaakt van vrijwilligers of stagiair(e)s. Zij kunnen daar soms nuttig werk doen. Of zij verrichten een onderzoek, waarvan de uitkomst tot nut kan zijn voor het zendingswerk, bijvoorbeeld op medisch terrein of op het gebied van de taal. Ook het onderwijs aan de kinderen van onze zendingsarbeiders wordt op sommige zendingsvelden door vrijwilligers gegeven. Vrijwilligers en stagiair(e)s zijn niet in zendingsdienst. Wel worden er referenties gevraagd bij de kerkenraad van de gemeente, waar de betrokkene lid is en maakt het Deputaatschap voor de Zending kennis met hen. Vanuit het zendingsbureau ontvangen zij ook de nodige voorbereiding en toerusting voordat zij uitgaan. Het Deputaatschap denkt vaak met waardering terug aan het werk, dat in het verleden door vrijwilligers is gedaan. Soms kan een stageperiode op het zendingsveld door de Heere worden gebruikt om het roepingsbesef voor het zendingswerk op te wekken of te verlevendigen. Daar zijn voorbeelden van te noemen. Er zijn er, die eerst als vrijwilliger of als stagiair(e) werkzaam waren en die later werden aangenomen in de zendingsdienst.

Uit het gesprek met deze drie vrijwilligers blijkt, dat zij zich erg bezighouden met de vraag wat roeping voor het zendingswerk inhoudt. Het eerste wat ik daarover zou willen opmerken is, dat er op de zendingsvelden sprake is van verschillende functies. Een evangelist heeft natuurlijk een andere functie dan een medisch werker, de functie van een Bijbelvertaler is een andere dan die van een landbouwkundige. Iemand, die als evangelist uitgaat heeft een ander roepingsbesef dan een landbouwkundige. Maar welke functie men ook bekleedt, men is op een zendingsveld toch betrokken bij de arbeid ten dienste van het Koninkrijk Gods.

Ben ik geroepen om zendingswerk te doen? Van groot belang is in dat verband de vraag naar onze verhouding tot de Heere. Als de dienst des Heeren voor ons nog nooit waarde gekregen heeft, als we nog nooit iets gevoeld hebben van de nood van onze eigen ziel en van de nood van de zielen van anderen, als het Woord Gods ons nog nooit lief geworden is, als daarbij het zendingswerk nooit op ons hart gebonden is zodat we dat werk lief kregen, hoe zouden we dan uit kunnen gaan naar het zendingsveld? Als er sollicitatiegesprekken worden gevoerd, dan wordt door het Deputaatschap daarnaar gevraagd. Waarbij, dat zal ook duidelijk zijn, bij een evangelist, die rechtstreeks betrokken is bij de verbreiding van Gods Woord, anders wordt doorgevraagd dan bijvoorbeeld bij een technisch werker. Als men geroepen wordt het Woord te brengen, hoe zal dat kunnen als men zelf de kracht van dat Woord nooit heeft leren kennen? Daarbij zal er ook een diep besef in ons hart zijn, dat de Heere Zelf de weg naar het zendingsveld gewezen heeft. Zendingswerk gaat immers gepaard met strijd en teleurstellingen en hoe zal men dat werk dan kunnen doen als er geen diep besef is, dat de Heere Zelf ons op die weg heeft geleid? Van harte hopen we, dat de Heere ook in de toekomst de weg van (jonge) mensen leiden mag naar de zendingsvelden. Zeker, ook in ons ontkerstende Nederland is de nood groot, maar het Evangelie zal ook uitgaan naar de einden der aarde. De velden zijn wit om te oogsten en de zaak des Konings heeft haast!

Ds. J.J. van Eckeveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 2002

Daniel | 30 Pagina's

Zending: je moet iets van God  gezien hebben

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 2002

Daniel | 30 Pagina's