JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Help me

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Help me

Zendingsverhaal uit Nigeria-Igede deel 2

4 minuten leestijd

Toen werd het kleine zusje ziek. Ernstig ziek. Moeder ging ermee naar de medicijnman. Ze offerde een kip, maar zusje werd niet beter. Ze werd steeds magerder, haar lichaampje gloeide van de koorts, ze braakte. Ook Otilahu werd mager.

"Waarom eet je niet?" vroeg moeder.

"Ik kan niet. Zusje is zo ziek. Zou ze..?"

Ze durfde niet verder vragen, maar moeder begreep haar. Opeens waagde Otilahu het om moeder te vragen: "Moeder, ga met zusje naar de kliniek. De medicijnen van de toverdokter helpen niet, ook niet de kip die u offerde. Laten we naar de zuster gaan. Nu kan het nog, straks is het misschien te laat, net als voor Alice."

En... moeder stemde toe. Ze pakte haastig wat in een mand. Voedsel en drinken. Otilahu keek toe, verwonderd dat moeder zo gauw toestemde, maar toch begreep ze ook de reden. Moeder wilde, nu ze haar besluit eenmaal genomen had, zo vlug mogelijk weg, voordat haar familie of de medicijnman haar ervan terug zouden houden.

 

De weg naar de kliniek was lang, warm en stoffig. Een dag geen regen en het rode stof waaide weer op. Nu zijn ze al drie dagen in de kliniek. De kliniek waar alles zo vreemd is, maar waar het ook goed is. Er is een andere zuster, maar de klank van haar stem, toen ze zusje zag, was dezelfde als van de zuster die met de ambulance meekwam om Alice te halen.

"Waarom heeft u zo lang gewacht?" Maar er kwam nog meer achteraan. "Het kind is vergiftigd."

Diezelfde wanhopige stem. Toen veranderde het: "Maar met Gods hulp kan ze nog beter worden."

Drie dagen lang kreeg zusje melk en medicijnen door een slangetje dat in haar neus zat. Om de beurt zaten moeder en Otilahu bij haar. Dagelijks zagen ze de stroom van zieken die naar de kliniek kwam. Ze hoorden hoe 's morgens al de werkers van de kliniek bij elkaar kwamen om de Bijbel te lezen, te bidden en te zingen, 's Avonds kwamen Daniël, Mozes of de zusters om de patiënten uit de Bijbel te vertellen. Ze gingen dan allemaal een kant uit. Naar de hutten, waar de opgenomen patiënten lagen, naar de hutten met de tbc-patiënten, naar kliniek waar de mensen waren die een nacht overbleven. Overal werd de boodschap van de Bijbel doorgegeven. Otilahu luisterde steeds aandachtig. Moeders gedachten waren vaak afwezig. Bij haar zieke kind, in het dorp, denkend aan haar familie, de medicijnman, de toorn van de juju's?

Otilahu kijkt naar het zieke kind. Die grote starende ogen, dezelfde als van Alice. Weer begint het voor haar ogen te zweven, angst knijpt haar keel dicht. Nu flink zijn! Haar bruine, vlugge voeten reppen zich door de kliniek, op zoek naar de zuster. Als ze haar vindt, trekt ze haar aan de arm.

"Kom mee, m'n zusje is niet meer bij ons." De zuster schrikt, loopt haastig mee. Dan lijkt alles een droom. Iemand geeft een injectie aan het zieke zusje en de zuster buigt zich over haar heen, ademt haar eigen adem in het mondje van het kindje. Minuten, die uren schijnen.

 

Later op de avond. Weer staat de zuster bij Otilahu's zusje, het zieke kindje dat nu rustig ademt en de ogen gesloten heeft. Zuster kijkt naar moeder, die "obehohe" (dank u) zegt. En de zuster antwoordt: "Wij mochten uw kindje helpen, maar de Heere God zegende de medicijnen. Hem komt de dank toe." Otilahu zucht, een zucht van dankbaarheid. De angstdromen, de starende ogen van Alice en van haar zusje zijn verdwenen. In plaats daarvan is nu een ander beeld gekomen. De stem van de zuster, nu niet meer wanhopig, maar vol dankbaarheid, het rustige slapende zusje en... denkt Otilahu, als ik groot ben, wil ik ook zieke mensen helpen. Niet zoals de medicijnman helpt, maar zoals de zuster hen helpt. Ze pakt zusters hand.

"Zuster, blijven we hier nog een poosje? Ik wil graag veel leren van u, maar ik wil ook graag verhalen horen over de Heere."

Otilahu begrijpt dat zieken gezond maken niet in eigen kracht gaat. "We zijn allemaal ziek. Ons hart is ziek." Erg goed begrijpt ze het nog niet, maar ze kijkt de zuster aan, niet met starende, maar met grote, bruine, glanzende ogen die vragen: „Help me".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 2002

Daniel | 30 Pagina's

Help me

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 2002

Daniel | 30 Pagina's