“En toch kan ik ze niet haten...”
Ik had een kruiwagentje nodig om binnen te komen. Het deputaatschap voor Israël geeft al verscheidene jaren steun aan het Sheba ziekenhuis bij Tel Aviv en mijn vader wilde dokter Zeevner ontmoeten, de nieuwe directeur van de afdeling revalidatie en orthopedie. Ik wilde een soldaat interviewen die daar verpleegd werd. Daar was ook toestemming voor nodig van het Israëlische leger. Een paar uur voor het vraaggesprek ging het licht op groen. In het ziekenhuis kwamen we ook nog in aanraking met een gezin dat slachtoffer is van een recente aanslag. Een aangrijpend gesprek was het gevolg. Ik probeer er hier iets van weer te geven. Een verslag van een dubbel-interview.
Aanslag
Vader Michaël Malka zit in een rolstoel. Zijn benen en vooral zijn lever zijn aangetast door granaatscherven. Maar daardoor is hij niet het méést verwond. Dezelfde handgranaat ontnam hem zijn dochtertje van negen maanden oud: AviJah, 'de Heere is mijn Vader'...
Een weekje maar zou het religieus Joodse gezin Malka vanuit Zuid-Afrika, waar de vader voor luchtvaartmaatschappij El-Al werkt, naar Israël komen. Ze hadden een bruiloft.
"Na de viering in een hotel in Netanya, het was 9 maart, maakten we ons klaar om te vertrekken. Mijn vrouw Ruth, één van onze dochters en ik waren op de eerste verdieping om onze grootmoeder te helpen. Plotseling hoorden we schoten beneden. Direct riep mijn vrouw: "De baby!" We renden naar de hal, waar ons dochtertje in haar buggy stond. Onze andere kinderen - twee dochters en een zoontje - die op haar letten, waren instinctief een toilet ingedoken om zich te verbergen. Daar vonden wij hen. Ik rende naar AviJah toe en probeerde haar te pakken, maar voordat dit lukte, gooiden de terroristen een handgranaat. AviJah werd geraakt in haar hoofdje en in haar maagje. Zelf viel ik op de grond, ook geraakt en niet meer in staat om te bewegen. Ik hoorde de schoten niet meer, zag alleen mijn dochtertje nog maar... Ze was er heel slecht aan toe."
Moeder Ruth gaat verder: "Ik kroop naar AviJah en kon haar meenemen naar de andere kinderen. Ik gaf haar aan haar zusjes Chemdat (11) en Dorin (9). Ze zaten helemaal onder haar bloed... Omdat ik mijn man hoorde schreeuwen, kroop ik weer terug. Ik móest zien hoe het met hem ging. En ondertussen ging het schieten maar door."
Ruth laat een foto zien van een klein lief meisje in een vrolijk pakje. "Hoewel ze met de eerste ambulance meegenomen werd nadat de terroristen uitgeschakeld waren, was het al te laat. AviJah leefde nog een paar uur." Michaël neemt de foto in zijn handen en huilt.
Op de Westbank
Twintig jaar is hij, Zohar BenSimchon in de kamer ernaast. Hij legt uit dat aanslagen zoals die in Netanya precies de oorzaak zijn waarom hij met zijn militaire eenheid ingezet werd op de Westelijke Jordaanoever (de zogenaamde Westbank).
"Na zeven zware aanslagen moesten we iets doen. Geen enkele natie zou passief blijven wanneer zoveel burgers werden gedood. Ik zat in Sichem, ook wel Nabloes genoemd, met de opdracht terroristen en hun werkplaatsen op te sporen."
Wij horen via de media veel slecht nieuws. Veel onschuldige Palestijnen zouden het slachtoffer worden van Israëlische wreedheden.
"Ons leger heeft, om burgers te sparen, bewust ervoor gekozen de centra van terroristenorganisaties niet te bombarderen. Er soldaten heen sturen is natuurlijk veel gevaarlijker, ik zit hier ook niet voor niets. We schoten alleen als we aangevallen werden. Men doet alsof wij, Joden, monsters zonder gevoel zijn. Wat denk je? Ik wil niet sterven en ik wil niet dat anderen sterven, maar als je bewijzen hebt dat iemand terrorist is of als iemand je aanvalt, heb je geen keus. Anders doodt hij mij of gaat op weg naar Tel-Aviv, Jeruzalem, Netanya: mensen ombrengen die nog steeds willen praten over vrede."
Wat is er met jou gebeurd?
"We reden door Sichem, vier kameraden en ik. Nu is er onder die stad een groot rioleringssysteem. Daar waren terroristen ingegaan, zodat wij ze niet zien konden. Zij bliezen de weg op, precies op de plaats waar we reden. Nog zoiets van de media: de Palestijnen zouden alleen maar stenen hebben tegenover Israëls grote tanks." Zohar zit flink onder de schaaf- en snijwonden en zijn arm is gebroken. Het ergste is echter dat de zenuwen in die arm aangetast zijn. Maar Zohar is optimistisch: "Een half jaar revalidatie, dan hoop ik dat alles weer oké is."
Zijn arts kijkt minder opgewekt.
Kun je een voorbeeld geven van wat je in Sichem gedaan hebt?
"We vonden een laboratorium waar gordels met explosieven gemaakt werden. Die gordels gebruiken terroristen bij zelfmoordaanslagen. Het laboratorium zat op de vierde verdieping van een hoog gebouw. Beneden was een supermarkt, daarboven een kapper, een advocaat, een tandarts en middenin maakten ze bommen. We zeggen de mensen in een straal van één kilometer dan weg te gaan, omdat we de werkplaats moeten vernietigen. Natuurlijk is dit erg voor de eigenaars van de andere zaken. Maar alle mensen die in het gebouw werken, weten wat er op die vierde verdieping gedaan wordt! Als ze terroristen in hun domein toelaten en wij moeten dat deel opblazen, zijn de consequenties jammer, maar niet te ontlopen. Verder controleerden we veel auto's. Zo doorzocht ik ook een ambulance. Wat denk je? Behalve één patiënt zaten er vier gezochte terroristen met een lading wapens in."
Als je in zo'n situatie moet dienen in het leger, weet je dat er kans is dat je nooit meer terugkomt. Sterven en daarna...?
"Ik dacht na over sterven, ja, je weet dat die mogelijkheid er is. Het zit ook wel ergens in je hoofd, maar ik wil er niet aan denken als ik bezig ben. Voor God verschijnen? Dat zie ik als mystiek, daar geloof ik niet in. Ik geloof in mijzelf en mijn vrienden. God ziet me wel, Hij zit in de hemel, maar ik moet de 'job' doen.
Hoe denk je dan over de rol van religie in dit conflict?
"Ik snap dat niet", zegt Zohar. "Joden, moslims, christenen... Als het puur religie zou zijn, zou je elkaar moeten verdragen. Nu krijgen moslims van alles op hun mouw gespeld. Als Hamas-leden zich opblazen, gaan ze naar de hemel en krijgen ze zeventig maagden. Jullie hebben toch van die rode ramen in Amsterdam? Dat noem je toch ook geen religie?!
Vrede?
Voor moeder Malka is het ook een grote vraag. Hoe kan het nu dat religie aanzet tot zoveel haat tegenover mensen die anders denken? "Religie, geloven in God, is juist iets moois. Wij begrijpen Zijn wegen niet altijd. Als ik had moeten sterven, had ik dat wel kunnen begrijpen. Maar dat zo'n klein kindje sterft...
Ik denk dat er genade voor nodig is om het daar echt mee eens te zijn, Ruth. Wij geloven in Yeshua, maar lezen ook de Tenach (het Oude Testament) en daar staat: "Wie zal een reine geven uit een onreine? Niet één!" Wat een wonder als we het voor de Heere mogen verliezen. Dat moeten we allemaal leren.
"Ja, een kind verliezen is zo iets ergs! Daar is niets mee te vergelijken. En dan denk ik ook aan mijn andere kinderen. Zij hebben op hun leeftijd al zoveel gezien en meegemaakt. Dingen die voor mijzelf al moeilijk te verwerken zijn."
"Toch moeten we ook van de slechte dingen leren. De zorg, hartelijkheid en liefde die we mochten ondervinden, juist in de achterliggende tijd, maken ons stil. We hebben dat echt mogen zien en hopen hierdoor ook voor anderen iets te kunnen betekenen. We moeten God danken zowel voor het goede als voor het kwade."
Hoe zie je nu de toekomst, Ruth?
"Mijn kinderen speelden in de hal van het hotel en acht kinderen van mijn zus speelden buiten. Ik vraag me maar steeds af hoe je dat kunt: het vuur openen op spelende kinderen. Wat moet je dan vol van diepe, zwarte haat zitten. Het is vreselijk wat ze met mijn kleine meisje gedaan hebben. En toch kan ik ze niet haten... Ik zou ook geen troost vinden in een wraakactie op Palestijnse kinderen. Ik blijf hopen op vrede en ik bid dat de dood van AviJah niet voor niets is geweest", besluit Ruth.
Zohar, is er nog iets wat jij kwijt wilt aan de lezers van ons jongerenblad?
"Israël wordt van alle kanten zwart gemaakt. Dat doet ons pijn. Wij willen geen oorlog, maar vrede. Wie neemt het voor ons op? Ik zou blij zijn als de jonge mensen in Nederland ambassadeurs voor Israël willen zijn. Zoals Shimon Peres onze minister van buitenlandse zaken is, zo zouden jullie een goed woord voor ons land en volk kunnen doen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 2002
Daniel | 34 Pagina's